Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:824

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-03-2021
Datum publicatie
24-03-2021
Zaaknummer
23-002520-20.a
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof bevestigt het vonnis met aanvulling van enkele overwegingen,

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002520-20

datum uitspraak: 23 maart 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 3 november 2020 in de strafzaak onder parketnummer 15-193792-20 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Litouwen) op [geboortedag] 1978,

thans gedetineerd in het Justitieel Complex Zaanstad te Westzaan.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 maart 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat

- het hof de in het vonnis onder 3.3.1 opgenomen overwegingen schrapt, omdat het aldaar besproken bewijsverweer in hoger beroep niet is gevoerd;

- wordt overwogen dat met betrekking tot het verzoek te komen tot strafverlaging op de grond dat er aan de aanhouding van de verdachte een gebrek zou kleven, naar het oordeel van het hof geen responsieplichtig verweer is gevoerd;

- de strafmotivering wordt aangevuld als na te melden.

Aanvulling strafmotivering

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging het hof verzocht de door de rechtbank opgelegde straf te matigen. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte hartpatiënt is en de kostwinner van een gezin met vijf kinderen en dat zijn vrouw geen inkomen heeft.

Het hof acht deze omstandigheden van onvoldoende gewicht om een andere of lagere straf te rechtvaardigen dan de straf die door de rechtbank is opgelegd. Hetgeen de raadsman verder in het kader van de strafoplegging naar voren heeft gebracht, rechtvaardigt dat evenmin.

Met de rechtbank acht het hof dan ook een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. J.J.I. de Jong en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van

mr. W. Albers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

23 maart 2021.

=========================================================================

[…]