Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:589

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-03-2021
Datum publicatie
03-03-2021
Zaaknummer
23-002378-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Volmacht instellen hoger beroep, ontvankelijkheid

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002378-19

datum uitspraak: 1 september 2020

VERSTEK (raadsman niet gemachtigd)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van

de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 juni 2019 in de strafzaak onder parketnummer

13-122852-19 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Somalië) op [geboortedag] 1970,

zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Onderzoek ter terechtzitting

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis, waarbij hij is veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven dagen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

18 augustus 2020.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, ertoe strekkend dat de verdachte wordt veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De raadsman heeft bij brief van 24 juni 2019 als bepaaldelijk gevolmachtigd advocaat de strafgriffie van de rechtbank Amsterdam verzocht en gevolmachtigd namens de verdachte hoger beroep in te stellen tegen genoemd vonnis. Op 24 juni 2019 is krachtens die volmacht hoger beroep tegen dat vonnis ingesteld door een medewerker van de griffie van de rechtbank Amsterdam.

Het hof stelt vast dat voormelde schriftelijke volmacht niet voldoet aan de in artikel 450, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering gestelde eisen, nu daarin niet is opgenomen dat de verdachte instemt met het door de medewerker ter griffie aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat noch de verdachte, noch een door hem gemachtigd raadsman op de terechtzitting in hoger beroep is verschenen, dient de verdachte niet-ontvankelijk te worden verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep. Situaties (als genoemd in HR 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2411) waarin voor zo’n niet-ontvankelijkverklaring onvoldoende grond gevonden kan worden en het genoemde gebrek voor gedekt kan worden gehouden, doen zich in deze zaak niet voor.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. J.J.I. de Jong en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van

mr. M.A.T. van Willigen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 september 2020.

Mr. Van Eijk is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.