Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:487

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-03-2021
Datum publicatie
26-03-2021
Zaaknummer
200.282.584/01 NOT
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:TNORARL:2020:24
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Notaris stelt beroep in tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer. Voorzitter heeft ingevolge artikel 28 aanhef en onder e. van de Wet op het notarisambt in zijn beslissing een waarnemer benoemd. Notaris heeft bezwaren over de wijze waarop de waarnemer invulling geeft aan zijn werkzaamheden en de hoogte van de door de voorzitter vastgestelde honoraria. Grondslag waarneming. Het rechtsverkeer verlangt dat de ambtshandelingen die de waarnemer verricht gedurende de gehele periode van de waarneming rechtsgeldig zijn. Overgang schorsingswaarneming naar vacaturewaarneming. Beroep afgewezen. Hof bevestigt beslissing van de kamer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.282.584/01 NOT

nummer eerste aanleg : C/05/373491 KL RK 20-90

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 23 maart 2021

inzake

[notaris] ,

notaris te [plaats] ,

appellant.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellant (hierna: de notaris) heeft op 31 augustus 2020 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de voorzitter) van 4 augustus 2020 (ECLI:NL:TNORARL:2020:24). De notaris heeft op 21 oktober 2020 zijn beroepschrift aangevuld.

1.2.

Het hof heeft de stukken van de eerste aanleg van de kamer ontvangen.

1.3.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 7 januari 2021. De notaris is verschenen en heeft het woord gevoerd aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota.

2 Feiten

Samengevat komen de feiten neer op het volgende.

2.1.

Aan de notaris is bij Koninklijk Besluit van 17 juni 2020 (nr. 2020001220) met ingang van 17 juni 2020 ontslag verleend uit het ambt van notaris binnen het arrondissement Gelderland met als plaats van vestiging de gemeente Berkelland.

2.2.

De kamer heeft op 4 augustus 2020 een afschrift van het onder 2.1. genoemde Koninklijk Besluit met betrekking tot het ontslag van de notaris ontvangen.

2.3.

Bij beslissing van 4 augustus 2020 heeft de voorzitter ingevolge artikel 28 aanhef en onder e. van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna):

- [kandidaat-notaris] , kandidaat-notaris te [plaats] , met ingang van 5 augustus 2020, benoemd tot waarnemer van het notarisambt van de notaris met als plaats van vestiging de gemeente [plaats] ;

- het honorarium van de kandidaat-notaris voor zijn werkzaamheden als waarnemer van het notarisambt van de notaris vastgesteld op een bedrag van € 150,- per uur, exclusief omzetbelasting;

- aan de kandidaat-notaris de bevoegdheid verleend om voor zijn werkzaamheden als waarnemer van het notarisambt van de notaris een notarieel jurist en/of een administratief medewerker in te schakelen;

- het honorarium voor de notarieel jurist vastgesteld op een bedrag van € 100,- per uur, exclusief omzetbelasting en het honorarium voor de administratief medewerker op € 50,- per uur, exclusief omzetbelasting.

3 Standpunt van de notaris/beroepsgronden

Beroepsgrond 1

3.1.

De notaris heeft bezwaren over de wijze waarop de waarnemer invulling geeft aan zijn werkzaamheden en de hoogte van de door de voorzitter vastgestelde honoraria.

Beroepsgrond 2

3.2.

De voorzitter heeft ten onrechte bepaald dat de KNB of het BFT de bevoegde instanties zijn om eventuele onregelmatigheden nader te onderzoeken. De voorzitter had minstens de KNB dan wel het BFT kunnen verzoeken om een nader onderzoek in te stellen.

Beroepsgrond 3

3.3.

De voorzitter is in zijn beslissing van 4 augustus 2020 ten onrechte voorbijgegaan aan het mondelinge aanbod van de waarnemer aan de notaris om niet voor rekening en risico van de notaris maar voor eigen rekening van de waarnemer zijn werkzaamheden te verrichten.

Beroepsgrond 4

3.4.

Door het defungeren van de notaris per 17 juni 2020 is de schorsingswaarneming per die datum geëindigd. De voorzitter had dan ook per 17 juni 2020 moeten voorzien in de benoeming van een vacaturewaarnemer. Nu de voorzitter pas met ingang van 5 augustus 2020 een vacaturewaarnemer heeft benoemd zijn de door de waarnemer verrichte ambtshandelingen in de periode 17 juni 2020 tot 5 augustus 2020 absoluut nietig.

4 Beoordeling

Beroepsgrond 1

4.1.

De notaris heeft bij brief van 19 juli 2020 aan de kamer bericht dat door of op verzoek van [kandidaat-notaris] (hierna ook: de waarnemer) akten die op het kantoor van de notaris in behandeling zijn gegeven worden gepasseerd in de protocollen van de notarissen in [plaats] . De waarnemer heeft ook de aansluiting van het kantoor van de notaris op het kadaster laten afsluiten. Daarnaast is het kantoor van de notaris afgesloten voor in- en uitgaand telefoon- en emailverkeer. De toegang tot de dossiers is eveneens geblokkeerd en het is de notaris niet duidelijk wie zijn waarnemer heeft vervangen gedurende de vakantieperiode van zijn waarnemer. Ten onrechte heeft de kamer aan de notaris bericht dat zijn waarnemer op basis van artikel 29 lid 6 Wna in geval van afwezigheid een onderwaarnemer kan benoemen. Deze aanwijzingsbevoegdheid komt aan de voorzitter van de kamer toe en niet aan de waarnemer zelf. De notaris heeft tenslotte bezwaar tegen de hoogte van de door de voorzitter vastgestelde honoraria. De voorzitter dient nota te nemen van de door de notaris beschreven gang van zaken alvorens een besluit over de waarneming te nemen.

4.2.

Wat van de door de notaris opgeworpen bezwaren ook zij, uit de stukken blijkt dat naar aanleiding van het door de notaris aangevraagde ontslag de secretaris van de kamer de notaris bij brief van 15 juli 2020 heeft geïnformeerd over het voornemen van de voorzitter om wederom [kandidaat-notaris] als waarnemer te benoemen. De secretaris heeft de notaris in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze op dit voornemen kenbaar te maken. De notaris heeft bij de onder 4.1. genoemde brief van deze gelegenheid gebruik gemaakt. De voorzitter heeft bij zijn op basis van artikel 28 sub e Wna genomen beslissing vermeld dat bij de keuze van de waarnemer van belang is dat de dienstverlening van de cliënten van de notaris zoveel als mogelijk kan worden gecontinueerd. Het hof is van oordeel dat niet gebleken is van feiten en/of omstandigheden waardoor de voorzitter de bestreden beslissing niet op goede gronden heeft kunnen nemen. Ook de door de voorzitter vastgestelde vergoeding komt het hof niet onredelijk voor.

Het door de notaris opgeworpen bezwaar ten aanzien van de bevoegdheid van de waarnemer om in geval van afwezigheid een onderwaarnemer te benoemen sorteert evenmin effect. Anders dan door de notaris wordt gesteld is op basis van artikel 29 lid 6 Wna een waarnemer bevoegd om gedurende zijn afwezigheid een onderwaarnemer te benoemen.

Beroepsgrond 2

4.3.

Ook beroepsgrond 2 faalt. Dat de voorzitter in zijn beslissing, waarbij de zienswijze van de notaris is meegewogen, geen oordeel geeft over de gegrondheid van de door de notaris aangevoerde inhoudelijke bezwaren ten aanzien van de wijze waarop de waarnemer invulling geeft aan zijn werkzaamheden komt het hof, gelet op de beperkte taak van de voorzitter, juist voor. De door de voorzitter genoemde instanties zijn de aangewezen instanties om eventuele onregelmatigheden te onderzoeken. Zij hebben daarbij hun eigen beoordelingsvrijheid.

Beroepsgrond 3

4.4.

De stelling van de notaris dat de waarnemer mondeling heeft aangeboden om op eigen rekening van de waarnemer zijn werkzaamheden te verrichten heeft de notaris onvoldoende onderbouwd en is niet komen vast te staan. Dit betekent dat ook deze beroepsgrond tevergeefs wordt voorgesteld.

Beroepsgrond 4

4.5.

Het betoog van de notaris dat de voorzitter van de kamer niet per 5 augustus 2020 maar per 17 juni 2020 in een vacaturewaarnemer had moeten voorzien faalt eveneens. Sinds 10 februari 2020 was [kandidaat-notaris] reeds belast met de schorsingswaarneming in verband met eerder aan de notaris opgelegde maatregelen. Op 4 augustus 2020 is derhalve een andere grond, te weten ontslag in plaats van schorsing, opgekomen die aanleiding heeft gegeven tot de benoeming van een vacaturewaarnemer. Dat de waarnemer, aldus de notaris, niet bevoegd zou zijn geweest om in de periode 17 juni 2020 tot 5 augustus 2020 te handelen vindt geen steun in het recht. Het rechtsverkeer verlangt dat de ambtshandelingen die de waarnemer verricht gedurende de gehele periode van de waarneming rechtsgeldig zijn. Omwille van de rechtszekerheid is de schorsingswaarneming niet per 17 juni 2020 geëindigd. Slechts de grondslag voor de waarneming is op deze datum gewijzigd.

Slotsom is dat de beroepsgronden geen doel treffen en dat de bestreden beslissing zal worden bevestigd.

5 Beslissing

Het hof:

- bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. H.T. van der Meer, C.H.M. van Altena en T.K. Lekkerkerker en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2021 door de rolraadsheer.