Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:4393

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-01-2021
Datum publicatie
23-03-2022
Zaaknummer
23-004691-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Opzettelijk vervoeren van (ongeveer) 8 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne in een verborgen ruimte van een voertuig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004691-19

datum uitspraak: 25 januari 2021

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 december 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-730018-19 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,

adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 december 2020 en 25 januari 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis, waarbij de verdachte van het tenlastegelegde is vrijgesproken.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 18 juni 2019 te Tiel en/of de rijksweg A2 en/of de rijksweg A15 tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad en/of vervoerd (ongeveer) acht kilogram, in elk geval een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof ten aanzien van de bewijsvraag tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Bewijsoverweging en voorwaardelijk verzoek

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken en heeft verzocht het vonnis in zoverre te bevestigen. Daartoe heeft hij, kort gezegd, aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de in de fietstas van de medeverdachte [medeverdachte 1] aangetroffen cocaïne eerder die dag (mede) door de verdachte is aangevoerd. Voor het geval het hof het in de breathable evidence bag (waarin de tassen met daarin de cocaïne na inbeslagneming zijn bewaard) aangetroffen ‘zaagsel’ zou aanmerken als een verbindende factor in de bewijsconstructie, heeft de raadsman verzocht door het Nederlands Forensisch Instituut een (vergelijkend) onderzoek naar het ‘zaagsel’ te laten verrichten.

Het hof overweegt als volgt.

Op basis van de gebezigde bewijsmiddelen neemt het hof als vaststaand aan dat:

  • -

    de medeverdachte [medeverdachte 2] (‘ [medeverdachte 2] ’) op 17 december 2018 een WhatsApp-bericht naar de verdachte heeft gestuurd waarin hij meldt dat hij een ‘blok’ nodig heeft, over welk blok [medeverdachte 2] later heeft verklaard dat hij denkt dat het daarbij om drugs ging;

  • -

    de verdachte op 15 mei 2019 een screenshot heeft gemaakt van een versleuteld bericht waarin een onbekend gebleven persoon hem opdracht geeft om voor de ‘voorrijder’ een stevige en snelle auto aan te schaffen van 4 á 5K (het hof begrijpt: vier- á vijfduizend euro). Tevens laat die opdrachtgever [verdachte] weten dat hij deze maand 15K (het hof begrijpt: vijftienduizend euro) betaald krijgt en dat de voorrijder 3K (het hof begrijpt: drieduizend euro) krijgt;

  • -

    de verdachte op 17 juni 2019 per WhatsApp-bericht aan [medeverdachte 2] heeft meegedeeld dat er ‘djoenta’ (het hof begrijpt: werk) is;

  • -

    de verdachte die middag (van 17 juni 2019) in een Mercedes Citan met kenteken [kenteken 1] naar België is gereden om ’s avonds weer terug te keren naar Nederland;

  • -

    de Mercedes Citan een verborgen ruimte heeft en dat daarin een handschoen is aangetroffen, waarop zich DNA-materiaal bevond waarvan de verdachte, zo concludeert het hof, de donor is geweest;

  • -

    de verdachte en [medeverdachte 2] elkaar de volgende ochtend op 18 juni 2019 bij een tankstation langs de A2 nabij Eindhoven hebben ontmoet en vanaf daar, ieder in een eigen auto, naar een woning aan de [adres 2] zijn gereden. De verdachte reed in de Mercedes Citan. [medeverdachte 2] reed in een Citroën DS3 met kenteken [kenteken 2] die door de verdachte op 3 juni 2019 voor € 6.500,00 was aangeschaft en op zijn naam was gesteld; op 12 juni 2019 is dit voertuig vervolgens op naam gesteld van de vriendin van de verdachte, genaamd [naam] ;

  • -

    direct na aankomst bij die woning omstreeks 13:20 uur een onbekend gebleven man contact maakte met de verdachte en vervolgens vanuit de laadruimte van de Mercedes Citan vier dozen naar de woning heeft gebracht, waarna de verdachte de laadruimte verliet en weer als bestuurder in de Mercedes Citan plaatsnam;

  • -

    de woning vervolgens onder observatie is gehouden totdat om 17:28 uur [medeverdachte 1] met een fiets uit de woning kwam. In de op die fiets bevestigde fietstas bleken pakketten met in totaal 8,72 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne te zitten;

  • -

    in het tijdsbestek tussen het moment dat de onbekend gebleven, blanke man met de dozen de woning in liep (omstreeks 13:20 uur) en het verlaten van de woning door [medeverdachte 1] (om 17:28 uur) geen persoon de woning heeft betreden dan wel verlaten (waarbij het hof aantekent dat de tactische recherche om 16:20 uur de observatie heeft overgenomen van het observatieteam en er in dat tijdsbestek dus onophoudelijk zicht op de woning is geweest);

  • -

    bij doorzoeking van de woning lege dozen, maar geen contrabande zijn aangetroffen.

Bij die stand van zaken is het meest voor de hand liggende scenario dat de op 18 juni 2019 bij [medeverdachte 1] aangetroffen cocaïne enkele uren daarvoor door de verdachte in dozen is aangevoerd in de Mercedes Citan. De verdachte heeft het tenlastegelegde ontkend, maar heeft om hem moverende redenen geen antwoord willen geven op vragen naar de exacte omstandigheden rondom de autorit en de situatie bij de woning. Aldus heeft hij geen aanknopingspunten aangereikt die een andere interpretatie van de vastgestelde feiten kunnen rechtvaardigen. Daarvoor zijn ook overigens geen solide aanknopingspunten in het dossier te vinden. Daarom komt het hof tot de slotsom dat de conclusie die al voor de hand lag, juist is.


Het tenlastegelegde kan dus wettig en overtuigend worden bewezen. Het tot vrijspraak strekkende verweer wordt in alle onderdelen verworpen, met dien verstande dat het hof niet bewezen acht dat de verdachte in vereniging met een of meer anderen heeft gehandeld.

Het voorwaardelijk gedane verzoek behoeft geen nadere bespreking, omdat aan de daaraan verbonden voorwaarde niet is voldaan.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 18 juni 2019 te Tiel en de rijksweg A2 opzettelijk heeft vervoerd (ongeveer) acht kilogram van een materiaal bevattende cocaïne.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 34 maanden.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Daarbij is in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.


De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk vervoeren van meer dan acht kilogram van een materiaal bevattende cocaïne in een verborgen ruimte van een auto. De hoeveelheid is van zodanige omvang dat deze bestemd moet zijn geweest voor de handel. De verspreiding van harddrugs – en als afgeleide: het gebruik ervan – vormt een bedreiging voor de volksgezondheid, brengt onrust in de samenleving met zich mee en leidt veelal – direct en indirect – tot diverse vormen van criminaliteit.

Het hof heeft gelet op de straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd en die hun weerslag hebben gevonden in de Oriëntatiepunten voor Straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Daarin wordt voor een first offender bij een hoeveelheid van 8.000-9.000 gram harddrugs een onvoorwaardelijke gevangenisstraf met een duur van 34 maanden genoemd. De door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf loopt daarmee in de pas en kan – nu de verdachte blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 27 november 2020 in 2012 ook al eens onherroepelijk ter zake van overtreding van artikel 2B van de Opiumwet is veroordeeld – zeker niet als te hoog worden bestempeld. Het hof acht, alles afwegende, die straf dan ook passend en geboden.


Het bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot de in beslag genomen en nog niet teruggegeven Mercedes Citan met daarin een professioneel ingebouwde verborgen ruimte (goednummer: 5760767). Dit voorwerp, dat aan de verdachte toebehoort, zal aan het verkeer worden onttrokken, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Overig beslag

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de in beslag genomen en nog niet teruggeven Citroën DS3 (goednummer: 5807114) verbeurd wordt verklaard. Daartoe heeft hij aangevoerd dat het bewezenverklaarde met behulp van dit voertuig is begaan omdat [medeverdachte 2] met dit voertuig als ‘voorrijder’ is opgetreden, en dat de verdachte – zijnde de vriend van de tenaamgestelde – hiervan op de hoogte was.

Het hof ziet onvoldoende grond voor het oordeel dat het voertuig voor verbeurdverklaring vatbaar is. Daarbij is in aanmerking genomen dat [medeverdachte 2] – in wiens zaak het hof vandaag eveneens arrest wijst – wordt vrijgesproken van medeplichtigheid aan het door de verdachte begane gronddelict. Daarom zal het hof met betrekking tot dat voertuig de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en artikelen 36b, 36c en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 34 (vierendertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: Mercedes Citan, kenteken [kenteken 1] (goednummer: 5760767).

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: Citroën DS3, kenteken [kenteken 2] (goednummer: 5807114).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. J.J.I. de Jong en mr. H.M.J. Quaedvlieg, in tegenwoordigheid van mr. A.S.E. Evelo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 januari 2021.