Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:4012

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-12-2021
Datum publicatie
11-01-2022
Zaaknummer
200.275.261/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Beschikking
Inhoudsindicatie

Medezeggenschap. In geschil is de vraag of het voorgenomen besluit van Atos tot wijziging van een jubileumregeling een instemmingsplichtig besluit is. Er is geen instemming vereist van de COR op grond van artikel 27 WOR. Ook is geen instemming vereist van de COR op grond van de tussen partijen gesloten ondernemingsovereenkomst. Atos heeft geen belang meer bij de verzochte geheimhouding van twee e-mails met bijgevoegde documenten. Deze documenten zijn reeds openbaar gemaakt.

art. 27 WOR

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2022-0059
JAR 2022/45
TRA 2022/34 met annotatie van A. Keizer
RAR 2022/51
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.275.261/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam: 7691002 EA VERZ 19-278

beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 14 december 2021

inzake

ATOS NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amstelveen,

appellante in principaal appel,
geïntimeerde in incidenteel appel,

advocaat: mr. R.S. de Vries te Bloemendaal,

tegen

CENTRALE ONDERNEMINGSRAAD VAN ATOS NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amstelveen,

geïntimeerde in principaal appel,
appellant in incidenteel appel,

advocaat: mr. R.J.M. Hampsink te Utrecht.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Atos en de COR genoemd.

Atos is bij beroepschrift met bijlagen, ontvangen ter griffie van het hof op 6 maart 2020, onder aanvoering van grieven in hoger beroep gekomen van de beschikking die de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter), onder bovengenoemd zaaknummer, op 6 december 2019 heeft gegeven. Het beroepschrift strekt, zakelijk weergegeven, ertoe dat het hof genoemde beschikking gedeeltelijk zal vernietigen en alsnog primair (a) voor recht zal verklaren dat het besluit van 29 december 2016 tot wijziging van de – hierna onder 2.3 aangehaalde – jubileumregeling geen instemmingsplichtig besluit als bedoeld in artikel 27 lid 1 Wet op de ondernemingsraden (hierna: de WOR) is en dat de COR ten onrechte een beroep heeft gedaan op de nietigheid daarvan op grond van artikel 27 lid 6 WOR, (b) de COR zal gebieden om op straffe van verbeurte van een dwangsom binnen twee dagen na betekening van deze beschikking onverwijlde en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de tenuitvoerlegging van het besluit van 29 december 2016 tot wijziging van de jubileumregeling, (c) voor recht zal verklaren dat Atos terecht de geheimhouding van de berichten van de COR van 20 en 22 juni 2018 met de daarbij gevoegde documenten heeft ingeroepen en dat zij deze geheimhouding onverkort kan blijven handhaven in elk geval tot één jaar na heden en (d) de COR op straffe van verbeurte van een dwangsom zal gebieden om zich te houden aan de door Atos opgelegde geheimhouding. Voor het geval zou worden geoordeeld dat sprake is van een instemmingsplichtig besluit in de zin van artikel 27 WOR, heeft Atos het hof subsidiair verzocht om (e) voor recht te verklaren dat Atos en de COR over het betrokken besluit overeenstemming hebben bereikt en het Atos vrijstaat de tenuitvoerlegging hiervan voort te zetten op de per 1 januari 2018 ingeslagen weg. Voor het geval sprake is van een instemmingsplichtig besluit in de zin van artikel 27 WOR en er geen sprake zou zijn van overeenstemming tussen partijen, heeft Atos meer subsidiair verzocht om (f) vervangende toestemming aan Atos te verlenen om het besluit van 29 december 2016 tot wijziging van de jubileumregeling te nemen ingevolge artikel 27 lid 4 WOR. Zowel primair als (meer) subsidiair heeft Atos verzocht om (g) de COR te veroordelen in de eigen proceskosten.

Op 29 mei 2020 is ter griffie van het hof een verweerschrift in principaal appel tevens beroepschrift in incidenteel appel met producties van de COR ingekomen, ertoe strekkende - in principaal appel - de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen. In incidenteel appel heeft de COR het hof verzocht om de beschikking van de kantonrechter gedeeltelijk te vernietigen en alsnog (a) voor recht te verklaren dat de besluiten van 29 december 2016, 29 december 2017 en 4 juni 2018 tot wijziging van de jubileumregeling besluiten vormen tot vaststelling, wijziging of intrekking van een belonings- of een functiewaarderingssysteem alsmede van een regeling op het gebied van een personeelsopleiding betrekking hebbende op alle of een groep van de in de onderneming werkzame personen als bedoeld in artikel 27 lid 1 sub c respectievelijk sub f WOR en (b) voor recht te verklaren dat de besluiten van 29 december 2016, 29 december 2017 en 4 juni 2018 tot wijziging van de jubileumregeling vanwege het ontbreken van de instemming van de COR en het beroep dat de COR tijdig op de nietigheid ervan heeft gedaan, nietig zijn.

Op 24 september 2020 is ter griffie van het hof een verweerschrift in incidenteel appel van Atos ingekomen strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de COR, althans tot afwijzing van diens verzoeken.

De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2021. Bij die gelegenheid hebben de advocaten voornoemd namens Atos en de COR het woord gevoerd, beiden aan de hand van aan het hof overgelegde aantekeningen. Atos heeft nog producties in het geding gebracht. Partijen hebben vragen van het hof beantwoord.

Beide partijen hebben bewijs van hun stellingen aangeboden.

Vervolgens is uitspraak bepaald.

2 Feiten

2.1.

De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking onder 1.1. tot en met 1.11. een aantal feiten als in deze zaak vaststaand aangemerkt. Daarover bestaat geen geschil, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan. Die feiten behelzen, samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet (voldoende) betwist zijn komen vast te staan, het volgende.

2.2.

In 2011 hebben Atos en de COR een ondernemingsovereenkomst in de zin van artikel 32 lid 2 WOR gesloten. In artikel 1 van deze ondernemingsovereenkomst is voor zover van belang het volgende vermeld:
1.1. Bestuurder en COR voeren overleg over alle arbeidsvoorwaarden en regelingen bij Atos Origin. De COR kan ten behoeve van dit overleg uit zijn middelen een commissie instellen.

1.2.

In beginsel wordt eenmaal per jaar overleg gevoerd over de (eventuele) wijzigingen van arbeidvoorwaarden. Die wijzigingen zullen in principe met ingang van 1 april van het betreffende jaar in gaan, uiteraard blijft het voor partijen mogelijk om geheel of gedeeltelijk andere ingangsdata af te spreken. In het overleg worden alle wijzigingsvoorstellen van partijen als een geheel behandeld. Partijen streven er naar om over dat totale pakket overeenstemming te bereiken. Over de hoogte van de beloning wordt wel overleg gevoerd maar hoeft geen overeenstemming te worden bereikt. Deze kan eenzijdig door Atos Origin worden vastgesteld.
1.3. Tussentijdse wijzigingen zijn mogelijk als partijen daarover overeenstemming bereiken. De laatste volzin van artikel 1.9 zal dan van toepassing zijn.
(…)
1.6. Wanneer partijen overeenstemming hebben bereikt over wijzigingen in het Arbeidsvoorwaardenreglement worden de wijzigingen door de werkgever vastgesteld en bekendgemaakt aan de medewerkers.
1.7. Voor het geval er geen overeenstemming wordt bereikt tussen Atos Origin en de COR over wijzigingen van het Arbeidsvoorwaardenreglement deelt Atos Origin haar laatste bod schriftelijk aan de COR mee. Wanneer de COR dit bod accepteert, stelt Atos Origin de nieuwe arbeidsvoorwaarden vast overeenkomstig haar laatste bod. Het is ook mogelijk dat de COR meedeelt dat hij het laatste bod van Atos Origin niet accepteert, maar dat hij zich niet zal verzetten tegen vaststelling door Atos Origin van de arbeidsvoorwaarden overeenkomstig het laatste bod en/of dat hij geen beroep zal doen op de Bemiddelingscommissie als bedoeld in artikel 4 van deze overeenkomst. In dat geval kan Atos Origin de arbeidsvoorwaarden vaststellen overeenkomstig haar laatste bod.

1.8.

Voor het geval er geen overeenstemming wordt bereikt en voor het geval de COR het laatste bod van Atos Origin niet heeft geaccepteerd geldt dat ieder der partijen de mogelijkheid heeft om bemiddeling en (voor zover gezamenlijk overeengekomen) advies te vragen aan de Bemiddelingscommissie. Indien de Bemiddelingscommissie wordt ingeschakeld zal Atos Origin de wijzigingen in het Arbeidsvoorwaardenreglement niet vaststellen voordat de procedure bij de Bemiddelingscommissie is geëindigd.
1.9. Partijen zijn zich ervan bewust dat onderdelen van het Arbeidsvoorwaardenreglement vallen onder het instemmingsrecht van de COR op grond van artikel 27 lid 1 WOR. Wanneer er over de wijzigingen in het Arbeidsvoorwaardenreglement overleg wordt gevoerd op basis van deze overeenkomst zal de COR zich niet beroepen op het instemmingsrecht met betrekking tot een of meer afzonderlijke onderdelen van het Arbeidsvoorwaardenreglement, wanneer er geen overeenstemming wordt bereikt. Alleen wanneer Atos Origin buiten het jaarlijkse arbeidsvoorwaardenoverleg een regeling wil wijzigen die op zichzelf onder het instemmingsrecht van de COR valt, zal artikel 27 WOR van toepassing zijn. (…)”

2.3.

In artikel 8.8 van de Arbeidsvoorwaardengids 2017 is het volgende bepaald:

Jubileumregeling
Werkgever kent het 25- en 40-jarig dienstjubileum. Een dienstjubileum wordt bepaald door de duur van het dienstverband, voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. (…)
Bij het bereiken van een 25- en 40-jarig dienstjubileum, geldt dat medewerker 1 dag respectievelijk 2 dagen betaald verzuim (…) eenmalig mag opnemen.
De jubileumregeling bedraagt bij:
• een 25-jarig dienstjubileum één maandsalaris netto
• een 40-jarig dienstjubileum één maandsalaris netto.

2.4.

Bij brief van 16 december 2016 heeft Atos een verzoek tot instemming bij de COR ingediend om de jubileumregeling aan te passen in die zin dat het extra maandsalaris zou komen te vervallen. Als reden daartoe heeft Atos de sterk dalende inkomsten en winstgevendheid van het bedrijf gegeven en de noodzaak om toch te kunnen blijven investeren in training en ontwikkeling. Op 19 en 22 december 2016 heeft Atos nadere informatie aan de COR gestuurd. In een e-mail van 20 december 2016 heeft de COR laten weten niet in te stemmen met dit verzoek. De COR heeft toegezegd later nog een nadere reactie te zullen toesturen.

2.5.

Bij brief van 29 december 2016 heeft Atos aan de COR meegedeeld dat zij een voldoende zwaarwegend belang heeft om tot beëindiging van de jubileumuitkering over te gaan. Atos heeft daarom besloten de jubileumuitkering met ingang van 1 januari 2017 te beëindigen conform de wijze zoals beschreven in de instemmingsaanvraag van 16 december 2016.

2.6.

Bij brief van 9 januari 2017 heeft de COR een nadere reactie gegeven op het instemmingsverzoek tot beëindiging van de jubileumuitkering en nogmaals laten weten niet in te stemmen met het voorgenomen wijzigingsbesluit. Op 12 januari 2017 heeft de COR vervolgens per e-mail een beroep gedaan op de nietigheid van het voorgenomen wijzigingsbesluit.

2.7.

Medio januari 2017 zijn partijen in overleg getreden. Op 2 maart 2017 heeft een arbeidsvoorwaardenoverleg plaatsgevonden. In het verslag van dat overleg is onder meer het volgende vermeld:
“De Bestuurder en de COR onderzoeken nu of er mogelijkheid is om verder te praten over het afschaffen van de jubileumuitkering en een andere bestemming van de gereserveerde gelden of een flexibele oplossing. Genoemd door de COR wordt o.a. het creëren van een persoonlijk opleidingsbudget. VPHR geeft evenwel aan dat hij op korte termijn geen oplossingen ziet. De bestuurder wil deze discussie graag in een breder overleg over arbeidsvoorwaarden betrekken, zoals mobiliteit, etc. en de arbeidsvoorwaarden marktconform maken. De COR geeft aan het dossier in een apart overleg voorafgaand aan de AVW behandeld te willen zien. Immers is het een lopend instemmingstraject. (…)”

2.8.

Bij brief van 30 maart 2017 heeft Atos de uitvoering van het voorgenomen wijzigingsbesluit opgeschort tot 1 juni 2017.

2.9.

Op 13 april 2017 heeft een arbeidsvoorwaardenoverleg plaatsgevonden. In het verslag van dat gesprek is voor zover van belang vermeld:
“Bevestigd wordt dat is afgesproken om de impasse rondom de versobering van de jubileumuitkering als een opzichzelfstaand onderwerp in een commissie te bespreken, en te zoeken naar een oplossing voor 1 juni 2017, los van de AVW-onderhandeling. De Bestuurder geeft aan dat dit misschien kan werken. (…)”

2.10.

Vervolgens heeft de COR een commissie als bedoeld in artikel 1.1 van de ondernemingsovereenkomst ingesteld ten behoeve van het overleg over de voorgenomen wijziging van de jubileumregeling. Nadien hebben er verschillende (arbeidsvoorwaarden)overleggen over dit onderwerp plaatsgevonden en heeft Atos de COR voorzien van nadere informatie en berekeningen hierover.

2.11.

Op 28 september 2017 heeft er weer een arbeidsvoorwaardenoverleg plaatsgevonden. In het verslag van dat gesprek is voor zover van belang vermeld:
“HR is nog steeds in gesprek met de COR-commissie. Woensdag 27-09-17 is door HR aan de COR-commissie een voorbeeldberekening voorgelegd. De gesprekken lijken mogelijkheden te bieden om tot elkaar te komen, maar de COR geeft aan zich nog niet te kunnen vinden in het huidige voorstel omdat het onvoldoende tegemoet komt aan de uitgangspunten van de COR. De COR wil de rechten die medewerkers hebben opgebouwd volledig terugzien en dat is in het huidige voorstel niet het geval. (…) VPHR laat weten dat als de volledig opgebouwde rechten van medewerkers in een oplossing worden meegenomen, de uitgaven dan mogelijk in eerste instantie erg zullen stijgen. Het geld moet dan onmiddellijk beschikbaar zijn en dat is een probleem. De COR vraagt de bestuurder te communiceren over het uit te voeren besluit per 1 oktober 2017. VPHR geeft aan hierop terug te komen.”

2.12.

In een e-mail van 23 november 2017 heeft Atos een aanvulling op het besluit tot wijziging van de jubileumuitkering aan de COR voorgesteld. Deze aanvulling zou per 1 januari 2018 in werking treden en komt erop neer dat de te besparen uitgaven als gevolg van het afschaffen van de jubileumuitkering niet zullen worden toegevoegd aan de resultaten van de onderneming, maar zullen worden geïnvesteerd in een extra en individueel opleidingsbudget. Atos heeft de COR opnieuw verzocht om hiermee in te stemmen.

2.13.

Bij brief van 8 december 2017 heeft de COR aan Atos meegedeeld dat zij niet instemt met het voorliggende instemmingsverzoek en dat zij, indien nodig, een beroep doet op de nietigheid van het aanvullende besluit van 23 november 2017. De COR heeft toegezegd later nog een nadere reactie te zullen toesturen. De COR heeft negen uitgangspunten genoemd waaraan een nieuwe jubileumregeling zou moeten voldoen om alsnog tot overeenstemming te komen, waaronder het uitgangspunt dat een medewerker een persoonsgebonden budget naar keuze voor diverse doeleinden kan aanwenden (waarbij ook uitbetaling tot de mogelijkheden behoort).

2.14.

Bij brief van 15 december 2017 heeft Atos gereageerd op de bezwaren van de COR en geconcludeerd dat er nog slechts verschil van mening is over het uitgangspunt van de COR dat het de medewerker vrijstaat om een persoonsgebonden budget vrij aan te wenden (in plaats van alleen voor opleiding ter vergroting van de inzetbaarheid van de individuele werknemers).

2.15.

In een e-mail van 22 december 2017 heeft de COR aan Atos bericht dat er grote bezwaren bestaan bij de COR om per 1 januari 2018 over te gaan tot uitvoering van het voorgenomen besluit en dat er geen instemming is verleend. Voor het geval Atos toch zou doorzetten, doet de COR op voorhand uitdrukkelijk een beroep op de nietigheid van het besluit als bedoeld in artikel 27 lid 5 WOR.

2.16.

Bij brief van 29 december 2017 heeft Atos de COR laten weten dat zij zich zal houden aan hetgeen tijdens het arbeidsvoorwaardenoverleg van 21 december 2017 is afgesproken en uitvoering zal geven aan de aanpassing van de jubileumregeling, de invoering van een overgangsregeling, de verdere aanpassing van het ‘aangepaste besluit’ en de communicatie daarover. Op 12 januari 2018 heeft Atos deze brief per mail aan de COR toegestuurd. In reactie daarop heeft de COR bij brief van 29 januari 2018 ook een beroep gedaan op de nietigheid van het besluit van 29 december 2017.

2.17.

In een e-mail van 4 juni 2018 heeft Atos een nieuwe versie van de Arbeidsvoorwaardengids aan de COR toegezonden. Artikel 8.8 van de Arbeidsvoorwaardengids 2018 is aangepast aan het besluit van 29 december 2017.

2.18.

Op 22 juni 2018 heeft de COR per mail een brief van 20 juni 2018 van de COR met bijlagen aan Atos toegestuurd. In die brief heeft de COR een uitgebreide reactie gegeven op het verzoek van Atos om instemming met het aanvullend besluit van 23 november 2017 en geconcludeerd dat zij niet instemt met het voorstel. Ook heeft de COR aangekondigd de betrokken medewerkers toegang te bieden tot alle over de afschaffing van de extra jubileumuitkering gewisselde formele (e-mail)correspondentie.

2.19.

In reactie daarop heeft Atos op 8 augustus 2018 laten weten dat zij het besluit van 29 december 2017 onverkort zal voortzetten, dat zij het delen van de formele correspondentie niet acceptabel acht en dat de brief zo nodig als een besluit in de zin van artikel 20 lid 1 WOR moet worden aangemerkt. In de e-mails van 28 augustus 2018, 3 en 14 december 2018 aan de COR heeft Atos nogmaals de geheimhouding benadrukt van de e-mail van 20 juni 2018 en de brief van 22 juni 2018 van de COR met de bijgevoegde documenten.

3 Beoordeling

3.1.

De COR heeft in eerste aanleg verzocht - samengevat weergegeven – om (a) voor recht te verklaren dat de besluiten van 29 december 2016, 29 december 2017 en 4 juni 2018 tot wijziging van de jubileumregeling besluiten vormen tot vaststelling, wijziging of intrekking van een belonings- of een functiewaarderingssysteem als bedoeld in artikel 27 lid 1 sub c WOR en (b) voor recht te verklaren dat deze besluiten vanwege het ontbreken van de instemming van de COR en het beroep dat de COR tijdig op de nietigheid ervan heeft gedaan, nietig zijn. Daarnaast heeft de COR verzocht om (c) Atos te verbieden uitvoering te geven aan de genoemde besluiten tot wijziging van de jubileumregeling en, daar waar de uitvoering reeds heeft plaatsgevonden, te gebieden de gevolgen daarvan ongedaan te maken en aldus alsnog binnen een maand over te gaan tot betaling van (het restant van) de jubileumuitkering aan de medewerkers die daar op grond van artikel 8.8 van de Arbeidsvoorwaardengids 2017 voor in aanmerking komen. Verder heeft de COR verzocht om (d) voor recht te verklaren dat Atos bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het opleggen van geheimhouding had kunnen besluiten over de uitgebreide(re) reactie van 20 en 22 juni 2018 en om (e) de geheimhouding over deze documenten op te heffen.

3.2.

Atos heeft verweer gevoerd en geconcludeerd primair tot afwijzing van het verzoek van de COR en subsidiair bij toewijzing geen uitvoerbaarheid bij voorraad op te leggen. Ook heeft Atos de kantonrechter verzocht om primair (a) voor recht te verklaren dat het besluit van 29 december 2016 tot wijziging van de jubileumregeling geen instemmingsplichtig besluit is als bedoeld in artikel 27 lid 1 WOR en dat de COR ten onrechte een beroep heeft gedaan op de nietigheid daarvan op grond van artikel 27 lid 6 WOR, (b) de COR te gebieden om op straffe van een dwangsom binnen twee dagen na betekening van de beschikking onverwijlde en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de tenuitvoerlegging van het besluit van 29 december 2016 tot wijziging van de jubileumregeling, (c) voor recht te verklaren dat Atos terecht de geheimhouding van de berichten van de COR van 20 en 22 juni 2018 met de bijgevoegde documenten heeft ingeroepen en dat zij deze geheimhouding onverkort kan blijven handhaven in elk geval tot één jaar te rekenen vanaf de datum van het tegenverzoek, en (d) de COR op straffe van verbeurte van een dwangsom te gebieden om zich te houden aan de door Atos opgelegde geheimhouding. In het geval sprake is van een instemmingsplichtig besluit in de zin van artikel 27 WOR, heeft Atos de kantonrechter subsidiair verzocht om (e) voor recht te verklaren dat Atos en de COR hierover overeenstemming hebben bereikt en het Atos vrijstaat de tenuitvoerlegging hiervan voort te zetten op de per 1 januari 2018 ingeslagen weg. In het geval sprake is van een instemmingsplichtig besluit in de zin van artikel 27 WOR en er geen sprake is van overeenstemming tussen partijen, heeft Atos meer subsidiair verzocht om (f) vervangende toestemming aan Atos te verlenen om het besluit van 29 december 2016 tot wijziging van de jubileumregeling te nemen ingevolge artikel 27 lid 4 WOR. Zowel primair als (meer) subsidiair heeft Atos verzocht om (g) de COR te veroordelen in de eigen proceskosten.

3.3.

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter geoordeeld dat het besluit tot wijziging van de jubileumregeling, met inachtneming van de overgangsregeling, niet kan worden aangemerkt als een besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van een beloningssysteem in de zin van artikel 27 lid 1 sub c WOR. Volgens de kantonrechter wordt met het voorstel van Atos niet de systematiek, maar de hoogte van de jubileumuitkering gewijzigd, zodat het besluit niet onder de werking van artikel 27 WOR valt en dus geen sprake is van een instemmingsplichtig besluit. Verder heeft de kantonrechter geoordeeld dat voor een tussentijdse wijziging overeenstemming tussen de COR en Atos nodig is, maar dat niet kan worden vastgesteld dat er op enig moment volledige overeenstemming is bereikt. Dit betekent dat Atos de ongewijzigde jubileumregeling op basis van de Arbeidsvoorwaardengids 2017 moet uitvoeren. Tot slot heeft de kantonrechter geoordeeld dat Atos geen geheimhouding heeft kunnen opleggen en dat de COR niet aan die geheimhouding is gebonden. Het verzoek was onvoldoende specifiek en niet kan worden ingezien welk bedrijfsbelang met de opgelegde geheimhouding kan worden gediend.

3.4.

Tegen deze beslissingen en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt Atos met haar grieven op.


Instemmingsrecht op grond van de WOR?

3.5.

Met de grieven 1, 2 en 3 in incidenteel appel bestrijdt de COR het oordeel van de kantonrechter dat het voorgenomen besluit tot wijziging van de jubileumregeling niet onder het instemmingsrecht van artikel 27 WOR valt. Volgens de COR moet dit besluit worden aangemerkt als een besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van een belonings- of een functiewaarderingssysteem als bedoeld in artikel 27 lid 1 sub c WOR, zodat de instemming van de COR is vereist. Weliswaar heeft het instemmingsrecht van artikel 27 WOR geen betrekking op primaire arbeidsvoorwaarden, maar die uitzondering moet beperkt worden opgevat. Met het voorgenomen wijzigingsbesluit wordt niet alleen de hoogte maar ook de systematiek van het salaris veranderd, aangezien niet alle medewerkers van Atos worden geraakt door de beoogde aanpassing, maar enkel de jubilarissen. Bovendien krijgen deze medewerkers in plaats van het extra maandsalaris een individueel opleidingsbudget. Volgens de COR moet het voorgenomen besluit ook worden aangemerkt als een besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van een regeling op het gebied van personeelsopleiding als bedoeld in artikel 27 lid 1 sub f WOR, zodat de instemming van de COR ook op deze grond is vereist. Tot slot stelt de COR dat Atos bij herhaling uitdrukkelijk en zonder enig voorbehoud om instemming met het besluit tot wijziging van de jubileumregeling heeft verzocht, zodat daarmee gelet op artikel 32 WOR een instemmingsrecht in het leven is geroepen.

3.6.

Naar het oordeel van het hof is het besluit tot wijziging van de jubileumregeling geen besluit tot wijziging van een beloningsregeling in de zin van artikel 27 lid 1 sub c WOR. Een jubileumuitkering is een eenmalige beloning voor het langdurige dienstverband van de desbetreffende werknemer en vormt daarmee een onderdeel van het loon, dat afhankelijk is van de duur van het dienstverband. Door de voorgenomen wijziging van de jubileumregeling, te weten een individueel opleidingsbudget in plaats van een jubileumuitkering, wordt de systematiek van een dergelijk beloningssysteem niet gewijzigd. Het systeem op grond waarvan de beloningen worden berekend en/of aan bepaalde functies worden toegekend verandert niet; het heeft dus geen betrekking op de onderlinge rangorde van de beloningen (MvA, 1978-1979, 13954, nr. 8d, blz. 23). Door de voorgenomen wijziging van de jubileumregeling wordt enkel de hoogte van de door de werknemer te ontvangen beloning aangepast, voor zover deze diensttijdafhankelijk is. Hierdoor valt de regeling onder de primaire arbeidsvoorwaarden. Volgens vaste rechtspraak geldt artikel 27 WOR niet ten aanzien van de vaststelling of wijziging van de primaire arbeidsvoorwaarden en komt aan de ondernemingsraad geen instemmingsrecht toe waar het de primaire arbeidsvoorwaarden van werknemers betreft (ECLI:NL:HR:2000:AA4770).

3.7.

Naar het oordeel van het hof is evenmin sprake van een besluit tot wijziging van een regeling op het gebied van de personeelsopleiding als bedoeld in artikel 27 lid 1 sub f WOR. De voorgenomen wijziging bepaalt immers enkel dat aan de jubilaris een individueel opleidingsbudget toekomt in plaats van de uitkering van een extra maandsalaris. Het besluit ziet evenwel niet op de inhoudelijke aspecten van de opleiding(sregeling), zoals bijvoorbeeld de voorwaarden, invulling en/of inhoud van de opleiding, de kosten van de opleiding of het terugvorderen daarvan bij het einde van de dienstbetrekking en het tijdsbeslag. De terbeschikkingstelling van een individueel opleidingsbudget is niet als een personeelsopleiding te beschouwen. Daarmee zou de werking van bovengenoemde bepaling te ver worden opgerekt.

3.8.

Het hof is voorts van oordeel dat Atos ook geen instemmingsrecht in het leven heeft geroepen door zelf te hebben verzocht om instemming van het besluit tot wijziging van de jubileumregeling. Op grond van artikel 32 lid 2 WOR kunnen de bevoegdheden van de ondernemingsraad bij schriftelijke overeenkomst worden uitgebreid, zoals een uitbreiding van het instemmingsrecht. Niet gebleken is evenwel dat in de tussen Atos en de COR gesloten, onder 2.2 aangehaalde ondernemingsovereenkomst een dergelijke uitbreiding van bevoegdheden is opgenomen. Atos heeft op 16 december 2016 een instemmingsverzoek bij de COR ingediend tot aanpassing van de jubileumregeling op basis van de ondernemingsovereenkomst. Zij heeft daartoe de procedure gevolgd zoals is neergelegd in de artikelen 1.1 tot en met 1.9 van de ondernemingsovereenkomst, zoals hierboven geciteerd. Daarmee heeft zij de COR op basis van de ondernemingsovereenkomst om instemming verzocht en niet op basis van een overeengekomen uitbreiding van het instemmingsrecht van de COR. Van een extra in het leven geroepen instemmingsrecht, zoals de COR stelt, is dus geenszins sprake.

3.9.

De grieven 1, 2 en 3 in incidenteel appel falen op grond van het hierboven overwogene. Het verzoek van de COR in incidenteel appel om voor recht te verklaren dat het besluit tot wijziging van de jubileumregeling een besluit is als bedoeld in artikel 27 lid 1 sub c en/of sub f WOR en dat dit besluit nietig is vanwege het ontbreken van de instemming van de COR en het beroep dat de COR tijdig op de nietigheid ervan heeft gedaan, wordt om dezelfde redenen afgewezen. Het spiegelbeeldige verzoek van Atos in principaal appel om een verklaring voor recht dat het desbetreffende besluit geen besluit is in de zin van dit artikel en dat de COR ten onrechte een beroep op de nietigheid ervan heeft gedaan, wordt toegewezen.

Instemmingsrecht op grond van de ondernemingsovereenkomst?

3.10.

Met grief 1 in principaal appel betoogt Atos dat de kantonrechter de afspraken en systematiek van de onder 2.2 aangehaalde ondernemingsovereenkomst onjuist heeft uitgelegd. Atos stelt dat het besluit tot wijziging van de jubileumregeling tijdens een regulier arbeidsvoorwaardenoverleg is voorgelegd aan de COR. Het streven van partijen was daarbij gericht op het bereiken van consensus en het uitgebreide overlegtraject heeft uiteindelijk geleid tot een getrapte overeenstemming. Volgens Atos brengt een redelijke uitleg van de artikelen 1.3 tot en met 1.9 van de ondernemingsovereenkomst evenwel met zich dat er geen onderscheid bestaat tussen de procedure van een tijdens een regulier arbeidsvoorwaardenoverleg voorgestelde wijziging en de procedure van een tussentijdse wijziging; in beide gevallen is geen instemming van de COR vereist. Artikel 1.3 van de ondernemingsovereenkomst vereist weliswaar overeenstemming bij tussentijdse wijzigingen, maar als die overeenstemming er niet is kan Atos blijkens artikel 4.8 uiteindelijk eenzijdig het wijzigingsbesluit nemen nadat een eventuele bemiddeling door de bemiddelingscommissie niet is gelukt. Dit betekent dat het Atos - volgens haar stelling - uiteindelijk vrijstaat om het besluit eenzijdig te nemen, ook indien geen overeenstemming met de COR zou zijn bereikt en dus ongeacht of sprake is van een voorgestelde wijziging in het reguliere arbeidsvoorwaardenoverleg of tussentijdse wijziging.

3.11.

In geschil is de vraag of instemming van de COR op grond van de ondernemingsovereenkomst is vereist voor het voorgenomen besluit tot wijziging van de jubileumregeling. Van belang is om eerst vast te stellen of Atos de voorgenomen wijziging van de jubileumregeling tijdens een regulier arbeidsvoorwaardenoverleg heeft voorgesteld of dat sprake is geweest van een tussentijdse voorgestelde wijziging. Uit de overgelegde stukken kan worden opgemaakt dat Atos de COR voor het eerst op 16 december 2016 heeft verzocht om met spoed in te stemmen met het besluit tot wijziging van de jubileumregeling. Nadat Atos de COR op 19 en 22 december 2016 van nadere informatie had voorzien, heeft de COR op 20 december 2016 en 9 januari 2017 zijn instemming geweigerd, maar heeft hij wel laten weten dat hij bereid is mee te denken over andere aanpassingsmogelijkheden. Daarop zijn partijen in januari 2017 met elkaar in overleg getreden. Vervolgens heeft Atos het onderwerp geagendeerd voor het arbeidsvoorwaardenoverleg op 2 maart 2017 en is het tijdens dit overleg (uitgebreid) aan de orde gekomen. Atos heeft tijdens dit overleg laten weten dat zij de discussie over het wijzigingsbesluit graag in een breder overleg over arbeidsvoorwaarden wil blijven voeren (en dus tijdens de reguliere overleggen), maar dat de COR het dossier juist in een apart overleg wil bespreken. Atos heeft gehoor gegeven aan dit verzoek van de COR. Tijdens het arbeidsvoorwaardenoverleg van 13 april 2017 hebben partijen daarom afgesproken dat deze discussie als een op zichzelf staand onderwerp in een commissie zal worden besproken en daarom voortaan apart van het reguliere arbeidsvoorwaardenoverleg zal worden gevoerd. Nadien hebben partijen het onderwerp in een separaat traject met een speciaal hiervoor opgerichte COR-commissie tijdens verschillende bijeenkomsten met elkaar besproken. Daarnaast is het onderwerp in heel 2017 ook tijdens verschillende arbeidsvoorwaardenoverleggen - parallel aan het traject van de COR-commissie - aan de orde gekomen. Onder deze omstandigheden kan niet gezegd worden dat het wijzigingsbesluit dat tijdens het arbeidsvoorwaardenoverleg van 2 maart 2017 is voorgesteld alsnog een tussentijds voorgesteld wijzigingsbesluit werd omdat Atos op verzoek van de COR het onderwerp in een separaat overlegtraject heeft behandeld. Het feit dat Atos het onderwerp voor het eerst al in december 2016 aan de COR heeft voorgelegd, maakt dat niet anders.

3.12.

Het hof stelt vervolgens vast dat in artikel 1.2 van de ondernemingsovereenkomst is bepaald dat in beginsel eenmaal per jaar overleg wordt gevoerd over (eventuele) wijzigingen van arbeidsvoorwaarden, dat in het overleg alle wijzigingsvoorstellen van partijen als een geheel worden behandeld, dat partijen er naar streven om over dat totale pakket overeenstemming te bereiken en dat over de hoogte van de beloning wel overleg wordt gevoerd, maar geen overeenstemming hoeft te worden bereikt; deze kan eenzijdig door Atos worden vastgesteld. Uit deze bewoordingen moet worden afgeleid dat Atos de jubileumregeling tijdens het reguliere arbeidsvoorwaardenoverleg mocht wijzigen, mits zij daarover voorafgaand overleg met de COR heeft gevoerd. Het streven van partijen is weliswaar gericht op totstandkoming van overeenstemming over de voorgenomen wijzigingen, maar ook zonder instemming van de COR kan Atos na overleg tot deze wijziging overgaan. Niet in geschil is dat partijen in dit geval uitvoerig en herhaaldelijk overleg hebben gevoerd over de voorgestelde wijziging van de jubileumregeling. Dit brengt mee dat in het midden kan blijven of de COR instemming heeft verleend en of partijen een getrapte overeenstemming hebben bereikt. Datzelfde geldt voor de vraag of de instemming van de COR op grond van de ondernemingsovereenkomst nodig is voor een tussentijdse wijziging van de jubileumregeling als bedoeld in artikel 1.3 van de ondernemingsovereenkomst.

3.13.

Uit het voorgaande volgt dat grief 1 in principaal appel slaagt. Het verzoek van Atos om de COR te gebieden medewerking te verlenen aan de tenuitvoerlegging van het besluit tot wijziging van de jubileumregeling wordt dan ook toegewezen. Aan deze veroordeling zal niet als prikkel tot nakoming een dwangsom worden verbonden, zoals door Atos is verzocht, aangezien het hof geen aanleiding ziet om aan te nemen dat de COR zich niet aan het oordeel van het hof zal conformeren. Doordat grief 1 in principaal appel slaagt, heeft Atos geen belang meer bij een behandeling van de grieven 2 tot en met 4 in principaal appel.

Geheimhoudingsplicht?

3.14.

Met grief 5 in principaal appel betoogt Atos dat de kantonrechter artikel 20 WOR onjuist heeft uitgelegd althans verkeerd heeft toegepast. Volgens Atos heeft de kantonrechter ten onrechte geconcludeerd dat de belangen van Atos bij geheimhouding niet zwaarder wegen dan de belangen van de COR om de e-mail van 22 juni 2018 en de brief van 20 juni 2018 van de COR met de bijgevoegde documenten met zijn achterban te mogen delen en dat Atos geen geheimhouding heeft kunnen opleggen ten aanzien van deze correspondentie.

3.15.

Vastgesteld moet worden dat de COR de e-mail van 22 juni 2018 en de brief van 20 juni 2018 van de COR met de bijgevoegde documenten naar aanleiding van de (uitvoerbaar bij voorraad verklaarde) bestreden beschikking inmiddels reeds aan (een deel van) zijn leden heeft verstrekt. Dat betekent dat het door Atos ingestelde hoger beroep op dit punt geen verandering meer kan brengen in de bestaande feitelijke situatie, waarin die stukken niet meer geheim zijn. De documenten waarvan Atos geheimhouding verzoekt, zijn immers reeds openbaar gemaakt. Ter zitting heeft de advocaat van Atos toegelicht desalniettemin een principieel belang te hebben bij het verkrijgen van een uitspraak in hoger beroep op de door haar verzochte geheimhouding. Het enkel verkrijgen van een principiële uitspraak door een hogere instantie levert naar vaste rechtspraak evenwel niet een voldoende belang als bedoeld in artikel 3:303 BW op (HR 24 februari 1989, NJ 1989, 425, HR 16 april 1993, NJ 1993, 444 en HR 14 mei 1993, NJ 1993, 445).

3.16.

Grief 5 in principaal appel faalt derhalve. De door Atos in hoger beroep (andermaal) verzochte verklaring voor recht dat de geheimhouding terecht is ingeroepen en het gebod voor de COR om zich aan de geheimhouding te houden zal worden afgewezen.

Proceskosten

3.17.

Het hof zal gelet op het bepaalde in artikel 22a WOR de proceskosten in hoger beroep compenseren.

Slotsom

3.18.

De slotsom is dat de grieven in incidenteel appel falen, dat de grieven in principaal appel gedeeltelijk slagen, dat de bestreden beschikking moet worden vernietigd en dat het hof zal beslissen zoals in het dictum te melden.

4 Beslissing

Het hof:

in het principale beroep:

vernietigt de bestreden beschikking en

opnieuw rechtdoende:

verklaart voor recht dat het voorgenomen besluit tot wijziging van de jubileumregeling geen instemmingsplichtig besluit als bedoeld in artikel 27 lid 1 WOR is en dat de COR ten onrechte een beroep heeft gedaan op de nietigheid daarvan op grond van artikel 27 lid 6 WOR;

gebiedt de COR om binnen twee dagen na betekening van deze beschikking zijn onverwijlde en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de tenuitvoerlegging van het voorgenomen besluit tot wijziging van de jubileumregeling;

in het incidentele beroep:

verwerpt het beroep;

in het principale en in het incidentele beroep:

compenseert de proceskosten zowel in eerste aanleg als in het principale en het incidentele beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.L.D. Akkaya, W.H.F.M. Cortenraad en W.J.J. Wetzels en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 14 december 2021.