Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:3613

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12-08-2021
Datum publicatie
24-11-2021
Zaaknummer
23-001418-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak bedreiging, veroordeling opruiing. De verdachte heeft bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat anderen zijn uitlating zouden opvatten als een aanmoediging een ersntig geweldsdelict tegen handhavers te plegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001418-20

datum uitspraak: 12 augustus 2021

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 juni 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-245216-19 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1986,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
29 juli 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het

Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 16 november 2018, althans in de periode van 1 november tot en met 30 november 2018, te Amsterdam en/of een andere plek in Nederland, althans in Nederland, een of meer medewerkers van Handhaving & Toezicht Amsterdam, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een bericht en/of reactie bij/onder een video waarin medewerkers van Handhaving & Toezicht Amsterdam optraden tegen een of meer burgers en/of een of meer burgers aanhielden, op een openbaar toegankelijke, althans voor meerdere personen zichtbare sociale netwerksite op internet, te weten [website], geplaatst met de volgende inhoud: “Doodschieten die flikkers”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.
hij op of omstreeks 16 november 2018, althans in de periode van 1 november tot en met 30 november 2018, te Amsterdam en/of een andere plek in Nederland, althans in Nederland, in het openbaar bij geschrift en/of afbeelding tot enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, immers heeft verdachte (middels een [account 1]”) een bericht en/of reactie geplaatst bij/onder een video op [website] waarin medewerkers van Handhaving & Toezicht Amsterdam optraden tegen een of meer burgers en/of een of meer burgers aanhielden met de inhoud: “Doodschieten die flikkers”.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring

komt.

Bewijsoverwegingen

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de onder 1 tenlastegelegde bedreiging wordt bewezen.

De woorden “doodschieten die flikkers” zijn een reactie op en staan in directe relatie met een filmpje waarop medewerkers van Handhaving & Toezicht te zien zijn. Dat specifieke medewerkers niet zijn

te herkennen door de verdachte doet daaraan niet af.

De advocaat-generaal heeft ten aanzien van de onder 2 tenlastegelegde opruiing eveneens gerequireerd tot bewezenverklaring. De tekst onder de video spoort direct aan tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. De verdachte heeft zijn uitlating gedaan op [website]. [website] is een internet-forum, waarvan onder meer een van de doelen is dat allerlei informatie in zeer ruime mate wordt gedeeld. Dat accounthouders toegang tot de geposte informatie kunnen beperken tot bepaalde personen doet daaraan niet af. Aldus is voldaan aan het bestanddeel “in het openbaar”.

Standpunt van de verdediging van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van de onder 1 tenlastegelegde bedreiging.

Zij heeft aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt wie de bedreigde is en dat handhaving in het algemeen niet de bedreigde kan zijn, in welk verband zij wijst op het kort voor de zitting in hoger beroep opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 juli 2021. De raadsvrouw heeft ook ten aanzien

van het onder 2 tenlastegelegde vrijspraak bepleit. De verdachte heeft geenszins willen aanzetten tot het plegen van strafbare feiten. De reactie op de video is te algemeen om aan te zetten tot doden. Daarnaast blijkt uit het dossier niet dat de reactie in het openbaar is gedaan. Uit het dossier blijkt immers niet dat

de [website]-pagina niet is gelimiteerd tot bepaalde personen en de reactie is ook niet geplaatst op andere fora.

Het hof overweegt het navolgende

Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kunnen de navolgende feiten en omstandigheden worden vastgesteld.

Op 14 november 2018 traden handhavers op tegen een bestuurder van een busje die aan het laden

en lossen was op de Oudezijds Voorburgwal te Amsterdam en (verkeers)overlast veroorzaakte.

De bestuurder weigerde zijn medewerking, waarop werd besloten de bestuurder aan te houden.

Tijdens de aanhouding heeft de bestuurder zich hevig verzet. Van dit incident is een filmpje

geplaatst op [website]. De verdachte reageert daarop met de woorden:”Doodschieten die flikkers.” Onder het filmpje zijn meerdere (gelijksoortige) reacties geplaatst.

Allereerst overwegingen ten aanzien van feit 2

Opzettelijk aanzetten tot enig strafbaar feit

“Doodschieten die flikkers” is een uitlating die reeds op zichzelf beschouwd aanzet tot een strafbaar

feit, te weten moord/doodslag. Het hof neemt daarbij voorts in aanmerking dat medewerkers van Handhaving & Toezicht steeds vaker worden geconfronteerd met geweld tijdens hun werkzaamheden, waarbij sprake is van toenemende agressie en heftige incidenten. De incidenten die plaatsvonden op

14 en 15 november 2018, waarvan uit het dossier blijkt, zijn hier sprekende voorbeelden van.

De verdachte heeft op de video van het incident dat plaatsvond op 14 november 2018 gereageerd,

omdat hij vond dat “de handhavers te hardhandig te werk gingen”, en daarmee aangezet tot agressie tegen handhavers. Gezien de expliciete bewoordingen van de uitlating, heeft de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat anderen zijn uitlating zouden opvatten als een aanmoediging een ernstig geweldsdelict tegen handhavers te plegen.

In het openbaar

Naar het oordeel van het hof is de opruiing geschied onder zodanige omstandigheden en op zodanige wijze dat zij tot het publiek is gericht en door het publiek kan worden geconsumeerd (vgl. Hoge Raad

22 mei 1939, NJ 1939/861). De reactie van de verdachte is geplaatst naar aanleiding van een post over het incident van 14 november 2018 op een [website] account van ene ‘[account 2]’ die talloze keren is gedeeld en bekeken. [website] heeft een potentieel groot publieksbereik. De verdachte heeft zijn uitlating op [website] geplaatst op een wijze waardoor verdere verspreiding van die uitlating aan een groter publiek voor de hand lag. Door zijn reactie onder een video op [website] te plaatsen heeft de verdachte naar het oordeel van het hof opzet op de openbaarheid gehad. Dat de [website]-pagina gelimiteerd zou zijn is slechts gesteld en niet gebleken, te meer nu de geplaatste andere reacties daar geenszins op wijzen.

Pleegperiode

De video van het incident waarop de verdachte heeft gereageerd is geplaatst op 14 november 2018 om 16:06 uur zodat deze datum het begin is van de bewezen verklaarde periode.

Overwegingen ten aanzien van feit 1

Voorop wordt gesteld dat uit het dossier niet blijkt dat de handhavers die betrokken waren bij het op

14 november 2018 gefilmde incident aangifte hebben gedaan van bedreiging. In het proces-verbaal

van bevindingen van 23 juli 2021 staat: ”De medewerkers die bij die situatie op 15 november 2018 betrokken waren hebben … mij en mijn collega, dhr. [naam], gevraagd mede namens hen aangifte te doen.” Alhoewel zeker niet kan worden uitgesloten dat woorden die gekwalificeerd kunnen worden als opruiing tevens als bedreiging kunnen worden gekwalificeerd is dat in de onderhavige zaak echter niet het geval. De in casu gebezigde woorden: “Doodschieten die flikkers”, zijn daartoe te algemeen, terwijl overigens niet blijkt dat deze woorden van dien aard zijn en onder zulke omstandigheden zijn gedaan dat ze bij de aangevers een dergelijke vrees konden opwekken.

Het voorgaande leidt het hof tot de conclusie dat de onder 1 tenlastegelegde bedreiging niet wettig

en overtuigend kan worden bewezen, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2.
hij in de periode van 14 november 2018 tot en met 30 november 2018 in Nederland, in het openbaar bij geschrift tot enig strafbaar feit tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, immers heeft verdachte (middels een [account 1]”) een reactie geplaatst onder een video op [website] waarin medewerkers van Handhaving & Toezicht Amsterdam optraden tegen een burger en deze aanhielden met de inhoud: “Doodschieten die flikkers”.

Hetgeen onder 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

in het openbaar bij geschrift tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruien.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf van 30 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 dagen hechtenis.

De raadsvrouw heeft verzocht te volstaan met een voorwaardelijke taakstraf van 30 uur met een proeftijd van één jaar, omdat het tenlastegelegde feit van enige tijd geleden is en de verdachte zich sindsdien niet schuldig heeft gemaakt aan een soortgelijk strafbaar feit.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opruiing door op [website] een bericht te plaatsen met daarin de tekst “doodschieten die flikkers”, waarmee hij de medewerkers van Handhaving & Toezicht Amsterdam heeft bedoeld. Door dit bericht op een openbaar en voor het publiek toegankelijk netwerk

te plaatsen heeft de verdachte aangezet tot toenemende agressie tegen handhavers. Voor medewerkers van Handhaving & Toezicht Amsterdam zijn dit soort berichten zeer beangstigend. De verdachte heeft zich niets aangetrokken van de gevolgen van de wijze waarop hij zijn onvrede over het optreden van de handhavers meende te mogen uiten. Het hof neemt de verdachte dit alles zeer kwalijk.

Gelet op de ernst van het feit komt een voorwaardelijke taakstraf zoals verzocht door de raadsvrouw niet in aanmerking. Het hof acht een onvoorwaardelijke taakstraf gerechtvaardigd. Het hof acht de door de politierechter opgelegde straf een passende straf voor het onder 2 bewezenverklaarde, waarbij het hof mede - overeenkomstig het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht - de straffen die de verdachte na het bewezenverklaarde reeds in andere zaken zijn opgelegd in aanmerking heeft genomen.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van 30 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 dagen hechtenis, passend en geboden.

De straf die het hof oplegt is lager dan gevorderd door de advocaat-generaal, omdat het hof de verdachte vrijspreekt van feit 1.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 63 en 131 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S. Clement, mr. A.P.M. van Rijn en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M. van Gennip, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof

van 12 augustus 2021.

mr. Kleene-Krom is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

=========================================================================

[…]