Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:3287

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-08-2021
Datum publicatie
03-11-2021
Zaaknummer
K20/230295
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Afwijzing beklag artikel 12. De klacht van klager zag alleen op het niet vervolgen van beklaagde. Gebleken is dat het openbaar ministerie inmiddels al een strafbeschikking tegen beklaagde heeft uitgevaardigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

beklagkamer

rekestnummer K20/230295

Beschikking op het beklag van:

[klager] ,

wonende te [woonplaats],

klager.

1 Het beklag

Het hof heeft op 14 juli 2020 het klaagschrift ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Holland om geen strafvervolging in te stellen tegen [beklaagde] (hierna: beklaagde) ter zake van vernieling.

2 Het verslag van de advocaat-generaal

Bij verslag van 15 maart 2021 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven het beklag af te wijzen omdat beklaagde reeds vervolgd wordt.

3 De voorhanden stukken

Het hof heeft kennisgenomen van:

- het klaagschrift;

- het verslag van de advocaat-generaal;

- het dossier van de politie;

- het ambtsbericht van de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Holland van 17 september 2020;

- en de op 23 april 2021 bij het gerechtshof binnengekomen reactie van klager op het verslag.

4 De behandeling in raadkamer

Het hof heeft klager in de gelegenheid gesteld op 31 mei 2021 het beklag toe te lichten. Klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

Voorts heeft het hof beklaagde in de gelegenheid gesteld op 16 augustus 2021 te worden gehoord. Beklaagde is, daarbij bijgestaan door haar gemachtigde mr. M. Rasterhoff, advocaat te Amsterdam, in raadkamer verschenen en heeft het hof verzocht de klacht af te wijzen

De advocaat-generaal is bij de behandelingen in raadkamer aanwezig geweest. In hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen heeft deze geen aanleiding gevonden de conclusie in het verslag te herzien.

5 De beoordeling van het beklag

Klager heeft op 28 juni 2020 aangifte gedaan van het vernielen van zijn buitenlamp door klaagster, zijn buurvrouw.

Voor de weergave van de feitelijke uitgangspunten die van belang zijn voor de beoordeling verwijst het hof naar de inhoud van het ambtsbericht en het verslag.

Het hof heeft te beoordelen of de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen – al dan niet na nader onderzoek – zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. Daarnaast moet het hof beoordelen of er, gelet op alle omstandigheden, voldoende belang is bij het alsnog instellen van strafrechtelijke vervolging. Indien het antwoord op beide vragen bevestigend luidt, zal een bevel tot vervolging worden gegeven.

De overwegingen van het hof

Tijdens de behandeling in raadkamer is naar voren gekomen dat tegen beklaagde voor de vernieling van de buitenlamp een strafbeschikking is uitgevaardigd door het openbaar ministerie. Deze strafbeschikking strekt tot het betalen van een geldboete van € 100,00.

Deze geldboete heeft beklaagde inmiddels betaald.

Dit betekent dat beklaagde reeds vervolgd is voor het feit waar de strafbeschikking op ziet.

Nu de klacht van klager alleen ziet op het niet vervolgen van beklaagde (en niet tevens op het kunnen instellen van een vordering tot schadevergoeding door klager in de strafprocedure), is het hof van oordeel dat er goede redenen zijn om in deze zaak geen (verdere) vervolging te gelasten. Het beklag is ongegrond.

Het hof zal daarom als volgt beslissen.

6 De beslissing

Het hof wijst het beklag af.

Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op

16 augustus 2021 door mrs. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mrs. V. Mul en A.R.O. Mooy, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Togt, griffier, en ondertekend door de jongste raadsheer en de griffier.