Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:2928

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-08-2021
Datum publicatie
12-10-2021
Zaaknummer
23-000130-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft een aanzienlijke hoeveelheid vuurwerk in zijn woning voorhanden gehad. Mede gelet op het arrest van de Hoge Raad van 15 juni 2021 waarin de Hoge Raad heeft overwogen dat er geen dwingende aanknopingspunten zijn voor de opvatting dat het eerste lid van artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit uitsluitend betrekking heeft op de gedragingen van de fabrikant, de importeur en de distributeur, komt het hof, anders dan de rechter in eerste aanleg, tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-000130-20

Datum uitspraak: 17 augustus 2021

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 januari 2020 in de strafzaak onder parketnummer 81-131814-19 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

3 augustus 2021.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 10 december 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, al dan niet opzettelijk, (onder meer) 6, althans één of meer, shells (S50mix 47,6mm), en/of 8, althans één of meer, shells (43,5 mm), en/of 6, althans één of meer, stuks Super Cobra 6, en/of 3, althans één of meer, stuks Cobra 8, en/of 1, stuk Tuono Crackling 30, en/of 1, stuk Tuono Blue 30, en/of 20, althans één of meer, stuks Scream 5S, in elk geval professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, voorhanden heeft gehad;

subsidiair
hij op of omstreeks 10 december 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, al dan niet opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk te weten (onder meer): 6, althans één of meer, shells (S50mix 47,6mm), en/of 8, althans één of meer, shells (43,5 mm), en/of 6, althans één of meer, stuks Super Cobra 6, en/of 3, althans één of meer, stuks Cobra 8, en/of 1, stuk Tuono Crackling 30, en/of 1, stuk Tuono Blue 30, en/of 20, althans één of meer, stuks Scream 5S, in elk geval professioneel vuurwerk, voorhanden heeft gehad;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds nu van het vonnis slechts aantekening is gemaakt als bedoeld in artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsmotivering

Mede gelet op het arrest van de Hoge Raad1 van 15 juni 2021 waarin de Hoge Raad heeft overwogen dat er geen dwingende aanknopingspunten zijn voor de opvatting dat het eerste lid van artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit uitsluitend betrekking heeft op de gedragingen van de fabrikant, de importeur en de distributeur, komt het hof, anders dan de rechter in eerste aanleg, tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

primair
hij op 10 december 2018 te Amsterdam opzettelijk 6 shells (S50mix 47,6mm), 8 shells (43,5 mm), 6 stuks Super Cobra 6, 3 stuks Cobra 8, 1 stuk Tuono Crackling 30, 1 stuk Tuono Blue 30 en 20 stuks Scream 5S voorhanden heeft gehad.

Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het primair bewezenverklaarde levert op:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het primair bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straffen

De economische politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder subsidiair bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis en een voorwaardelijk gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaren.

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis opgelegd zou moeten worden. De raadsman heeft hierbij het NEM-gewicht van het vuurwerk als uitgangspunt genomen. Op basis van het NEM-gewicht leiden de (oude) richtlijnen van het openbaar ministerie tot een veel lagere straf dan de rechtbank heeft opgelegd. Voorts heeft de raadsman naar voren gebracht dat rekening gehouden moet worden met het feit dat de verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd, heeft meegewerkt aan het onderzoek, een first offender betreft en het een wat ouder feit is.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft een aanzienlijke hoeveelheid vuurwerk in zijn woning voorhanden gehad. Hij heeft hiermee een voor mensen en goederen zeer gevaarlijke situatie in het leven geroepen. De overheid tracht middels milieu- en veiligheidsvoorschriften de kans op calamiteiten zoveel mogelijk te beperken. Door aldus te handelen heeft verdachte onverantwoorde risico's genomen en de gezondheid van mensen in gevaar gebracht.

Ofschoon in beginsel voor een ernstig feit als het onderhavige een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in de rede ligt, is het hof van oordeel dat in casu, gelet ook op de omstandigheid dat de verdachte een first offender betreft en gelet op de (overige) persoonlijke omstandigheden zoals deze ter terechtzitting door de verdachte naar voren zijn gebracht, met oplegging van een dergelijke straf geen redelijk doel is gediend.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslag

Het bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot het hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven vuurwerk. Het zal aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Ten aanzien van het bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

107 kg vuurwerk.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. M. Lolkema en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van
mr. J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
17 augustus 2021.

mrs. P.C. Römer en M. Senden zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.

1 Hoge Raad arrest van 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:941.