Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:2878

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-08-2021
Datum publicatie
07-10-2021
Zaaknummer
200.288.614/01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2020:8402
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Beschikking
Inhoudsindicatie

afwijzen informatieregeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Zaaknummer: 200.288.614/01

Zaaknummer rechtbank: C/15/300342 / FA RK 20-1171

Beschikking van de meervoudige kamer van 31 augustus 2021 in de zaak van

[de vader] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. P.F.M. Deijkers te Hoorn,

en

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. J.W.E. Groot te Bovenkarspel.

Als belanghebbenden zijn door het hof aangemerkt:

- de minderjarige [kind 1] (hierna te noemen: [kind 1] );

- de minderjarige [kind 2] (hierna te noemen [kind 2] );

- de minderjarige [kind 3] (hierna te noemen: [kind 3] ).

Als informant is aangemerkt:

- de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering te Alkmaar (hierna te noemen: de GI).

In zijn adviserende taak is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

gevestigd te Den Haag, locatie Haarlem,

hierna te noemen: de raad.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar (hierna: de rechtbank), van 21 oktober 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

De vader is op 19 januari 2021 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 21 oktober 2020.

2.2

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

- een brief van de GI van 7 april 2021 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum;

- een journaalbericht van de zijde van de moeder van 12 februari 2021, met bijlagen, ingekomen op 15 februari 2021;

- een journaalbericht van de zijde van de moeder van 8 april 2021 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum.

2.3

De kinderen hebben hun mening voorafgaand aan de zitting schriftelijk aan het hof kenbaar gemaakt. De inhoud van de schriftelijk reactie van de kinderen is ter zitting zakelijk weergegeven en de aanwezigen hebben de gelegenheid gehad hierop te reageren.

2.4

De mondelinge behandeling heeft op 21 april 2021 plaatsgevonden. Verschenen zijn:

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- de GI, vertegenwoordigd door de gezinsmanager, vergezeld van een collega;

- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw D.M. van Dijk.

3 De feiten

3.1

De vader en de moeder hebben tot december 2011 een affectieve relatie gehad. Zij zijn de ouders van:

- [kind 1] , geboren [in] 2005;

- [kind 2] , geboren [in] 2006;

- [kind 3] , geboren [in] 2008, hierna tezamen te noemen: de kinderen.

De vader heeft de kinderen erkend. De vader is niet de biologische vader van [kind 1] . De kinderen wonen bij de moeder.

3.2

Bij beschikking van de rechtbank Alkmaar van 2 oktober 2012 zijn de kinderen onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling nadien steeds is verlengd en thans nog voortduurt tot 2 april 2022.

3.3

Bij vonnis van 27 maart 2014 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, de vader een gebieds- en contactverbod ten aanzien van de moeder en de kinderen opgelegd voor de duur van twaalf maanden.

3.4

Bij beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 30 april 2014 is het verzoek van de vader om een omgangsregeling met de kinderen vast te stellen, afgewezen. Bij beschikking van dit hof van 9 december 2014 is deze beschikking bekrachtigd.

3.5

Bij beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 25 juni 2014 is het gezamenlijk gezag van de ouders over de kinderen beëindigd. Sindsdien is de moeder belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen.

3.6

Bij beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 30 augustus 2017 is het verzoek van de vader om een omgangsregeling met de kinderen vast te stellen, afgewezen. Bij beschikking van dit hof van 18 september 2018 is deze beschikking bekrachtigd.

4 De omvang van het geschil

4.1

Bij de bestreden beschikking is, op verzoek van de moeder, bepaald dat artikel 1:377b lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW), inhoudende de verplichting van de moeder om de vader te informeren en te consulteren over de kinderen, buiten toepassing blijft. Het verzoek van de vader om een informatieregeling vast te stellen, die inhoudt dat de moeder per kwartaal verslag doet over het wel en wee van de kinderen, voorzien van een actuele foto van hen, dan wel een door de rechtbank juist geachte regeling vast te stellen, onder verbeurte van een nader omschreven dwangsom, is afgewezen.

4.2

De vader verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking en opnieuw rechtdoende, zijn verzoek alsnog toe te wijzen, met veroordeling van de moeder in de proceskosten.

4.3

De moeder verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5 De motivering van de beslissing

Informatieregeling

5.1

Op grond van artikel 1:377b lid 1 BW is de met het gezag belaste ouder gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen - zo nodig door tussenkomst van derden - over daaromtrent te nemen beslissingen. Op verzoek van een ouder kan de rechter ter zake een regeling vaststellen. Ingevolge artikel 1:377b lid 2 BW kan de rechter, indien het belang van het kind zulks vereist, zowel op verzoek van de met het gezag belaste ouder als ambtshalve, bepalen dat het eerste lid van dit artikel buiten toepassing blijft.

5.2

De vader meent dat de rechtbank ten onrechte zijn verzoek om een informatieregeling vast te stellen heeft afgewezen en stelt daartoe het volgende. De vader geeft veel om de kinderen. Een informatieregeling is de enige mogelijkheid om bij hen betrokken te blijven. De vader ontvangt slechts eenmaal per jaar beknopte informatie over de kinderen. In de bestreden beschikking is ten onrechte overwogen dat het de vader niet lukt om aan te sluiten bij wat de kinderen nodig hebben en dat hij geen gehoor heeft gegeven aan het dringende advies van de instanties om zijn eigen problematiek onder controle te krijgen. De rechtbank heeft niet nader omschreven wat de kinderen nodig hebben en welke problematiek van de vader wordt bedoeld. De vader heeft overigens wel hulp gezocht. De resterende problematiek heeft echter betrekking op de relatie met de moeder en het verlies van het contact met de kinderen. De vader had voorgesteld de informatieregeling in stand te houden en daaraan de voorwaarde te verbinden dat deze komt te vervallen als dit tot voor de moeder en de kinderen hinderlijke acties van zijn kant leidt. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat een dergelijke regeling moeilijk te controleren is en de spanning bij met name de moeder, en daarmee indirect bij de kinderen, niet zal wegnemen. Sinds het laatste conflict tussen de ouders is geruime tijd verstreken en de onderlinge communicatie tussen de ouders is verbeterd. In de bestreden beschikking is ten onrechte overwogen dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat de invloed van de vader op het leven van de kinderen verdergaand wordt beperkt, in die zin dat de moeder (al dan niet via de GI) niet meer verplicht is om hem van informatie over de kinderen te voorzien. Volgens de vader is niet aangetoond dat hij na het verstrekken van informatie de kinderen heeft lastiggevallen, dan wel zich hinderlijk jegens de moeder en de kinderen heeft gedragen en dat de kinderen nadeel van de informatieverstrekking ondervinden.

5.3

Volgens de moeder heeft de rechtbank terecht het verzoek van de vader afgewezen. In het belang van de kinderen moet informatieverstrekking aan hem achterwege blijven. De vader laat haar en de kinderen nog steeds niet met rust. Hij is tweemaal onaangekondigd bij haar aan de deur gekomen en heeft cadeaus voor de kinderen achtergelaten. Deze acties van de vader bezorgen de kinderen veel spanning en boosheid. [kind 2] heeft weer last gekregen van slapeloosheid, [kind 1] heeft een terugval in zijn gedrag gehad en [kind 3] heeft ook meer opstandig gedrag laten zien. Uit de gedragingen van de vader na de bestreden beschikking blijkt dat hij nog steeds niet inziet wat de kinderen nodig hebben.

5.4

De GI heeft naar voren gebracht dat de vader na de bestreden beschikking twee keer onverwachts bij de moeder aan de deur is geweest. Door het gedrag van de vader worden de kinderen opnieuw blootgesteld aan spanningen, wat schadelijk voor hun ontwikkeling is. De vader neemt met enige regelmatig telefonisch contact op met de GI en zoekt in elk gesprek de strijd op. De GI voorziet dat de moeder niet adequaat kan reageren op de vader als zij in het kader van een informatieregeling contact met elkaar zouden hebben, zodat de kans groot is dat weer een conflict tussen hen zal ontstaan. Daarbij komt dat de moeder vanwege haar - door een ongeval ontstane - vergeetachtigheid niet in staat zal zijn om de vader deugdelijk te informeren.

5.5

De raad heeft ter zitting in hoger beroep geadviseerd om de bestreden beschikking te bekrachtigen. Volgens de raad is het vaststellen van een informatieregeling niet in het belang van de kinderen. Het verstrekken van informatie over de kinderen brengt onrust met zich mee, waardoor zij niet aan hun ontwikkeling toekomen.

5.6

Het hof overweegt als volgt. Uit de stukken in het dossier en ter zitting in hoger beroep is het volgende gebleken. Sinds het uiteengaan van de ouders is sprake van een ernstige conflictsituatie tussen hen. De strijd tussen de ouders en de conflicten over de zorgregeling hebben een zeer negatieve weerslag op de kinderen gehad. De vader heeft zich in het verleden onvoorspelbaar, impulsief en grensoverschrijdend jegens de kinderen gedragen. In 2014 is voor het laatst contact geweest tussen hen. De zorgen over de kinderen hebben ertoe geleid dat zij onder toezicht zijn gesteld, welke ondertoezichtstelling nu nog voortduurt. De kinderen zijn zeer kwetsbaar en beschadigd, en vertonen gedragsproblemen. [kind 1] en [kind 3] zijn gediagnosticeerd met ADHD en ODD, [kind 2] met PTSS. De moeder en de kinderen zijn in 2015 naar een andere gemeente verhuisd om de kinderen de rust te geven die voor hun behandeling nodig was. De vader heeft de GI na de hiervoor genoemde beschikking van het hof van 18 september 2018 verzocht om omgang met de kinderen en heeft zich tijdens het telefonisch contact met de GI op 24 juli 2019 en 9 september 2020 dreigend richting de GI geuit. De GI verstrekt de vader eenmaal per jaar schriftelijk informatie over de kinderen. De vader heeft zich, zowel voor als na de bestreden beschikking, op sociale media op respectloze wijze over de moeder uitgelaten. De vader is na de bestreden beschikking twee keer (op 14 november en 20 december 2020) ongevraagd en onaangekondigd op het nieuwe woonadres van de moeder aan de deur geweest, in weerwil van het door de GI aan hem op 12 oktober 2020 gegeven advies om dit niet te doen. De eerste keer heeft de vader cadeautjes voor de kinderen gebracht, die de moeder via een familielid aan de vader heeft laten teruggeven. Bij het tweede bezoek aan de woning van de moeder heeft de vader fietsen en briefjes voor de kinderen gebracht. De kinderen zijn door het lezen van deze briefjes overstuur geraakt. De moeder heeft de fietsen naar de vader teruggebracht. Aan de moeder is een Awareknop verstrekt waarmee zij alarmmeldingen kan doen, en zij heeft samen met het Blijfhuis een veiligheidsplan opgesteld.

5.7

Wanneer er geen omgangscontacten zijn tussen een vader en zijn kinderen, is de informatieplicht een belangrijk middel voor een vader om een band met zijn kinderen te behouden. De vader heeft derhalve in beginsel belang bij een informatieregeling. In het onderhavige geval dient het belang van de vader echter te wijken voor het belang van de kinderen. Uit hetgeen hiervoor uiteengezet is, volgt dat de vader, ondanks de gebeurtenissen in het verleden, niet bereid en in staat is de moeder en de kinderen met rust te laten. Hij zorgt met zijn gedrag nog steeds voor een gevoel van onveiligheid in het gezin van de moeder. Door zijn aanhoudende weigering om aan passende hulpverlening mee te werken, is er op dit moment (nog) niets veranderd wat betreft zijn impulsiviteit en gebrekkige inlevingsvermogen. Het lukt de vader niet om aan te sluiten bij wat de kinderen nodig hebben en hij lijkt niet in te zien dat zijn handelen schadelijk is voor de sociaal-emotionele, cognitieve en algehele ontwikkeling van de kinderen. Contact tussen de ouders als gevolg van een informatieplicht zal naar alle waarschijnlijkheid veel spanning bij de moeder opleveren, wat een negatieve weerslag op de kinderen zal hebben. De kinderen hebben het hof te kennen gegeven geen contact met hun vader te willen hebben. Gelet op de kwetsbaarheid en de ernstige gedragsproblematiek van de kinderen, zijn zij gebaat bij een stabiele, rustige thuissituatie, waarin hun veiligheid is gegarandeerd, zodat zij de gebeurtenissen uit het verleden kunnen verwerken, en zich kunnen richten op hun eigen problematiek en de voortzetting van hun behandelingen. Hun belang eist dat op dit moment geen informatieregeling wordt vastgesteld.

Het hof volgt de vader niet in zijn stelling dat aan de informatieverstrekking de voorwaarde kan worden verbonden dat hij naar aanleiding van de door hem ontvangen informatie geen contact met de moeder en de kinderen mag opnemen. Ook na de bestreden beschikking heeft de vader zich immers op sociale media op respectloze wijze over de moeder uitgelaten en is hij ongevraagd en onaangekondigd bij het huis van de moeder en de kinderen langsgegaan. Het hof is van oordeel dat – bij gebreke van het aanvaarden van passende hulpverlening door de vader - niet erop kan worden vertrouwd dat de vader dergelijk handelen voortaan wel zal nalaten. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, zou de door de vader voorgestelde regeling de spanning bij de moeder en de kinderen niet wegnemen.

Het hof passeert het door de vader gedane beroep op eerbiediging van het recht op familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM. De inbreuk waar het hier om gaat is bij wet voorzien en – zoals uit het vooroverwogene volgt – noodzakelijk ter bescherming van de belangen van de kinderen.

Het hof is aldus van oordeel dat de rechtbank terecht het verzoek van de vader om een informatieregeling vast te stellen heeft afgewezen en het verzoek van de moeder heeft toegewezen. Dit betekent dat het hof de bestreden beschikking zal bekrachtigen.

Proceskosten

5.8

De vader verzoekt de moeder te veroordelen in de kosten van deze procedure. Reeds gelet op de uitkomst van de procedure zal het hof dit verzoek afwijzen.

5.9

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep;

wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.N. van de Beek, mr. A.R. Sturhoofd en mr. M.E. Burger, in tegenwoordigheid van de griffier en is op 31 augustus 2021 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.