Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:2718

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-09-2021
Datum publicatie
10-09-2021
Zaaknummer
23-000679-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000679-20

datum uitspraak: 9 september 2021

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 25 februari 2020 in de strafzaak onder parketnummer

15-227241-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

26 augustus 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en – met gebruikmaking van telehoren – van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 februari 2015 tot en met 7 juni 2018 te [adres] en/of (elders in) Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) (een) afbeelding(en), te weten foto('s) en/of video('s) - en/of (een) gegevensdrager(s), bevattende (een) afbeelding(en), te wete foto('s) en/of video('s), te weten een harde schijf (SSD) merk Seagate, type Barracuda 7200.12 (beslagcode L.01.02.002-HD4) –

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

welke seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestanden: [bestanden])

en/of

het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam en/of in de mond van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (bestand: [bestand])

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring en tot een andere strafoplegging komt dan de rechtbank.

Bewijsoverweging

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit. Daartoe heeft hij – kort gezegd – aangevoerd dat het door de verdachte geschetste scenario, dat het een ander is geweest die de kinderpornografische films op zijn computer heeft gedownload en opgeslagen, niet onaannemelijk is.

Het hof stelt de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 7 juni 2018 is een doorzoeking verricht in de woning van de verdachte aan de [adres] – waar hij sinds april 2017 woonachtig is – naar aanleiding van een door de FBI uitgevoerd onderzoek naar een besloten kinderpornoforum met de naam ‘[naam]’. Leden van dit forum konden hier onder andere kinderpornografisch materiaal downloaden.

Op 6 februari 2015 heeft een persoon met de accountnaam ‘[accountnaam]’ zich geregistreerd op het ‘[naam]’-forum en deze is gedurende 29 dagen, in totaal 5 uur en 59 minuten, online geweest. Deze persoon registreerde zich met het e-mailadres [email 1], welke gekoppeld was aan het

e-mailadres [email 2] dat weer gekoppeld was aan het [account] van de verdachte. Het e-mailadres [email 1] kwam ook voor op de website [website] en werd gebruikt in combinatie met de gebruikersnaam ‘[accountnaam]’. Als alternatief e-mailadres voor [email 1] is opgegeven [email 2] dat weer gekoppeld is aan het [account] van de verdachte. De accountnaam ‘[accountnaam]’ is op een ander forum geregistreerd in combinatie met de geboortedatum van de verdachte.

Op het moment dat aan de verdachte – tijdens de doorzoeking – werd meegedeeld dat hij verdacht werd van het bezit van kinderpornografisch beeldmateriaal verklaarde de verdachte: “Ja, ik heb wel een paar filmpjes ja.” Op een harde schijf van zijn computer zijn vervolgens vijf (accessible) kinderpornografische films aangetroffen in een map genaamd “Private” en in de submap “Nieuwe map”. Vaststaat dat de verdachte de kinderpornografische films in ieder geval in 2016 en 2017 in zijn bezit moet hebben gehad, gelet op de ‘datum laatste wijziging’. Tijdens zijn verhoor op 14 september 2018 heeft de verdachte verklaard dat hij porno op zijn computer in mappen heeft opgeslagen.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij na het overlijden van zijn moeder op 28 juli 2016 eerdergenoemde computer heeft meegenomen naar zijn nieuwe woning aan de [adres]. Bij hem thuis zaten weleens anderen achter zijn computer (onder andere vrienden) maar – zo verklaarde hij – daar was hij altijd bij en hij had altijd zicht op de computer. De data van de laatste wijziging van de kinderpornografische films zijn (op één na) van na de datum van het overlijden van de moeder van de verdachte.

Op 17 mei 2018 maakte het IP-adres van de verdachte via TOR-verbinding een verbinding met het “Darkweb”. Het ‘[naam]’-forum bevond zich in het TOR-netwerk. De verdachte woonde op dat moment al aan de [adres], waar hij altijd zicht had op wat er met de computer gebeurde. Tijdens zijn verhoor op 14 september 2018 heeft de verdachte hiervoor geen verklaring gegeven.

De verdachte heeft gesteld dat ‘iemand anders’ die gebruik heeft gemaakt van zijn computer verantwoordelijk moet zijn voor het downloaden en opslaan van de kinderpornografische films op zijn computer. Het hof acht echter niet geloofwaardig dat iemand anders dan de verdachte zich ongezien geruime tijd op het kinderpornoforum heeft kunnen bevinden zonder dat de verdachte dat heeft gezien. Deze stelling van de verdachte is ook niet verenigbaar met de omstandigheid dat er na zijn verhuizing nog ‘laatste wijzigingen’ aan de bestanden hebben plaatsgevonden en er nog een verbinding is gemaakt met het TOR-netwerk, gegeven zijn verklaring dat hij in die periode altijd zicht had op het gebruik van zijn computer. Dat het e-mailadres van de verdachte is gehackt én dat die omstandigheid ertoe heeft geleid dat de betreffende bestanden zijn binnengehaald en vervolgens zijn terechtgekomen in een submap van een door de verdachte aangebrachte map, is evenmin aannemelijk geworden.

Het hof acht gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 6 februari 2015 tot en met 7 juni 2018 te [adres], afbeeldingen, te weten een gegevensdrager - te weten een harde schijf, merk Seagate, type Barracuda 7200.12 - bevattende video's van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, in bezit heeft gehad

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal, vaginaal en anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (bestanden: [bestanden])

en

het betasten en aanraken van het geslachtsdeel en de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het masturberen boven/bij en ejaculeren op het lichaam of in de mond van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij de afbeelding telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (bestand: [bestand]).

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis, waarvan 60 uren (subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis) voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van drie jaren onder bijzondere voorwaarde.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van kinderpornografisch materiaal. Kinderpornografie kent een achtergrond van uitbuiting en misbruik van kinderen. De vraag naar en het bezit van kinderporno draagt bij aan de productie ervan en daarmee aan het misbruik van kinderen en dient daarom krachtig te worden bestreden. De verdachte heeft door het downloaden en op zijn computer opslaan van de kinderpornografische films bijgedragen aan het in stand houden van de vraag naar dit materiaal en is zodoende mede verantwoordelijk voor het misbruiken van kinderen voor het maken daarvan. In de kinderpornografische films die de verdachte in zijn bezit had worden zeer jonge kinderen misbruikt en worden met hen buitengewoon nare seksuele handelingen verricht.

Het hof heeft bij zijn overweging over de strafoplegging acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten. In deze oriëntatiepunten is ten aanzien van het bezit van kinderporno een taakstraf voor de duur van 240 uren in combinatie met een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met bijzondere voorwaarden als uitgangspunt vermeld. Het hof acht gelet op de ernst van het feit en dit oriëntatiepunt in aanmerking genomen, een taakstraf en een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel alleszins gerechtvaardigd. Toch zal het hof daarvoor niet kiezen om de volgende reden.

Uit het reclasseringsadvies van 14 augustus 2019 blijkt dat het psychosociaal en maatschappelijk functioneren van de verdachte zorgelijk is. Hij is gediagnosticeerd met autisme, heeft straatvrees, een angststoornis en heeft te kampen met enkele fobieën, waaronder claustrofobie. De reclassering acht de verdachte niet in staat om een taakstraf te verrichten. Door de reclassering is – ondanks het zorgelijk psychosociaal functioneren van de verdachte – geadviseerd geen bijzondere voorwaarden te stellen omdat de verdachte niet in staat is naar kantoor te reizen of bereid is een rapporteur bij hem thuis te ontvangen.

Het hof neemt het advies van de reclassering met betrekking tot de onuitvoerbaarheid van een taakstraf over en zal aan de verdachte geen taakstraf opleggen. Aan de verdachte zal wel – gelet op de ernst van het feit – een forse voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd voor de duur van zes maanden met een proeftijd van drie jaren. Het hof zal aan deze voorwaardelijke gevangenisstraf een bijzondere voorwaarde verbinden nu de verdachte naar voren komt als een jongeman die hulp, begeleiding en mogelijk ambulante behandeling nodig heeft. Gelet op de aard van het feit acht het hof recidive niet uitgesloten en dient begeleiding te worden ingezet om dat te voorkomen. Aangezien de psychosociale conditie grenzen stelt aan de mogelijkheid voor de verdachte om de reclassering te bezoeken, zullen de reclassering en de verdachte een werkbare vorm moeten vinden om uitvoering te geven aan de bijzondere voorwaarde, bijvoorbeeld door bezoeken aan de verdachte en door videobellen. De verdachte zal zijn medewerking hieraan moeten verlenen. Hij dient zich goed te realiseren dat wanneer hij zich onvoldoende inzet in het kader van de gestelde bijzondere voorwaarde of wanneer hij zich gedurende de proeftijd toch opnieuw schuldig zou maken aan enig strafbaar feit, de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf alsnog ten uitvoer wordt gelegd.

Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich moet houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, ook als dat inhoudt dat hij zijn medewerking moet verlenen aan huisbezoeken, telefonisch contact en/of videobellen en ook als dat inhoudt dat de veroordeelde moet meewerken aan hulpverlening van de Stichting MEE, of een andere door de reclassering te bepalen hulpverleningsinstantie, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. N. van der Wijngaart en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van

mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

9 september 2021.

mr. N. van der Wijngaart en mr. R.P. den Otter zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.