Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:2508

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-08-2021
Datum publicatie
17-08-2021
Zaaknummer
23-004625-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging vonnis met aanvullende overweging met betrekking tot de straf. Het hof houdt in strafmatigende zin geen rekening met een in de toekomst op te leggen straf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004625-19

datum uitspraak: 11 augustus 2021

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 19 december 2019 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-090227-19 (zaak A) en 13-144438-19 (zaak B), alsmede 23-001826-18 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortedatum],

adres: [woonplaats],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in Detentiecentrum Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem in zaak A onder 3 en 4 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 juli 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, doch met uitzondering van de opgelegde straf. Ten aanzien daarvan heeft hij gevorderd dat de verdachte voor het in zaak A onder 1 en 2 tenlastegelegde en het in zaak B onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de advocaat-generaal de tenuitvoerlegging gevorderd van de in de zaak met parketnummer 23-001826-18 voorwaardelijk opgelegde straf, met dien verstande dat de in die zaak opgelegde taakstraf voor de duur van 30 uur zal worden omgezet in een gevangenisstraf voor de duur van 15 dagen.

Vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere overwegingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, zodat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, met dien verstande dat het hof aan overweging 7.3 van het vonnis de het volgende toevoegt:

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte naar voren gebracht dat in strafmatigende zin rekening dient te worden gehouden met een in de toekomst op te leggen straf voor een plofkraak die de verdachte heeft bekend.

Ten behoeve van de voorgeleiding voor de rechter-commissaris in de door de raadsman aangehaalde plofkraak-zaak is op 23 februari 2021 door de reclassering een advies opgesteld. Hiervan heeft het hof kennisgenomen.

Het hof is van oordeel dat niet vooruit dient te worden gelopen op de uitkomst van een toekomstige strafzaak en zal daarmee derhalve thans geen rekening houden. Het is aan het gerecht dat in de toekomst over de plofkraak zal moeten oordelen om eventueel rekening te houden met eerder opgelegde straffen, waaronder de straf die in de voorliggende zaak wordt opgelegd.

Anders dan de advocaat-generaal ziet het hof geen reden om een geheel onvoorwaardelijke straf op te leggen.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-090227-19 (zaak A) onder 3 en 4 tenlastegelegde.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, mr. J.W.P. van Heusden en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. S. Abelsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 augustus 2021.

mr. J.W.P. van Heusden en mr. B.A.A. Postma zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]