Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:2439

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-06-2021
Datum publicatie
17-08-2021
Zaaknummer
000056-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

art. 530 Sv - matigen kosten rechtsbijstand toelichting verzoek

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling strafrecht

rekestnummer(s): 000056-21 (530 Sv)

parketnummer in hoger beroep: 23-002307-19

Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. R.J. Pardijs,

[adres].

1 Procesverloop

Het verzoekschrift is op 12 januari 2021 ingekomen.

Op 2 februari 2021 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 25 mei 2021 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:

  1. kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 2.745,00;

  2. kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 550,00.

3 Beoordeling van het verzoek

Bij arrest van dit hof van 22 oktober 2020 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.

Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak tot een bedrag van € 2.745,00.

Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure. In het feit dat verzoeker drie verzoekschriften heeft ingediend die gelijktijdig in raadkamer zijn behandeld en die bovendien grotendeels gelijkluidend zijn, ziet het hof aanleiding de kosten van rechtsbijstand voor het toelichten van de verzoekschriften te matigen en wordt voor de drie verzoekschriften steeds een derde toegewezen van de forfaitaire vergoeding voor het toelichten. Het hof zal derhalve een bedrag toewijzen van € 280,00 voor het indienen en (€270/3) € 90,00 voor het toelichten van het verzoekschrift.

4 Beslissing

Het hof :

Kent op de voet van artikel 530 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 3.115,00 (drieduizend honderdvijftien euro).

Wijst het anders of meer verzochte af.

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, J.W.P. van Heusden en V.M.A. Sinnige, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is bij ontstentenis van de griffier alleen ondertekend door de voorzitter en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 8 juni 2021.

De voorzitter beveelt:

de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 3.115,00 (drieduizend honderdvijftien euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [tnv] o.v.v. [ovv].

Amsterdam, 8 juni 2021,

mr. R.D. van Heffen, voorzitter