Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:2229

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-07-2021
Datum publicatie
16-08-2021
Zaaknummer
001322-19 en 001323-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

529 Sv, gemaakte kosten deskundige in het belang van het onderzoek kijkend naar ernst en aard van de zaak en alle op het spel staande belangen, niet doorslaggevend is of een strafrechter (in hoger beroep) een eerder verzoek tot onderzoek heeft afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
O&A 2021/55
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling strafrecht

rekestnummer(s): 001322-19 (529 Sv) en 001323-19 en (530 Sv)

parketnummer in hoger beroep: 23-000333-16

Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 529 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),

thans verblijvende in P.I. Rotterdam, locatie de Schie,

Advocaat mr. J. Boksem te Leeuwarden.

1 Procesverloop

Het verzoekschrift is op 31 oktober 2019 ingekomen.

Op 5 maart 2019 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 6 juli 2021 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker, ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:

  1. kosten gemaakt in verband met het laten opmaken van rapporten door deskundigen, die volgens verzoeker het belang van het onderzoek hebben gediend, ten bedrage van € 4.624,95.

  2. kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 280,00.

3 Beoordeling van het verzoek

Op 1 oktober 2019 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep, door verzoeker ingesteld tegen het arrest van dit hof van 4 december 2017, verworpen. Daarmee is dat arrest onherroepelijk geworden.

Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.

Ten aanzien van het verzoek van artikel 529 Sv

De advocaat-generaal heeft geadviseerd het verzoek af te wijzen. In zijn optiek heeft de verdediging tegen beter weten in kosten gemaakt voor deskundigenonderzoek.

Er bestond geen enkele reden om aan de inhoud van de reeds onder regie van justitie vervaardigde deskundigenrapporten te twijfelen, dat is uiteindelijk ook genoegzaam gebleken. De advocaat-generaal heeft verwezen naar de overwegingen op pagina 13 van het arrest van het hof in de strafzaak. Het hof concludeert daar dat de – door de verdediging ingeschakelde – deskundigen [naam 1] en [naam 2] geheel overeenkomstig de bevindingen van de justitiedeskundige [naam 3] hebben gerapporteerd. Daar komt bij, aldus de advocaat-generaal, dat het hof in zijn uitspraak dit rapport heeft genoemd in zijn overwegingen aangaande slechts een van de twee ten laste gelegde moorden, zodat volledige vergoeding niet in de rede ligt. Ten aanzien van de eveneens door de verdediging ingebrachte rapportage van IFS (Independent Forensic Services) heeft de advocaat-generaal betoogd dat dit rapport door het hof in het arrest besproken, noch aangehaald wordt zodat ook deze rapportage het belang van het onderzoek niet heeft gediend en de kosten daarvan evenmin voor vergoeding in aanmerking komen.

De advocaat van verzoeker heeft toewijzing bepleit. Hij heeft gesteld dat verzoeker eerst de strafvorderlijke weg, voor het doen verrichten van nader deskundigenonderzoek heeft beproefd, door daarom te vragen aan het hof. Pas nadat deze verzoeken van de verdediging waren afgewezen heeft de verdediging nader deskundigenonderzoek in eigen beheer laten verrichten. Er stond voor verzoeker in hoger beroep, nadat hij door de rechtbank voor onder meer twee moorden tot een levenslange gevangenisstraf was veroordeeld, buitengewoon veel op het spel. Verzoeker is een ontkennende verdachte die vraagtekens zette bij de conclusies in de eerdere deskundigenberichten over de werking en de eigenschappen van het middel dat – in de visie van het Openbaar Ministerie en de rechtbank – de dood van de slachtoffers ten gevolge heeft gehad. Verzoeker is van oordeel dat de bevindingen van de door hem ingeschakelde deskundigen op een aantal punten meer duidelijkheid hebben verschaft en dat daardoor het belang van het onderzoek, in elk geval in enige mate, is gediend. Dat het hof slechts één van de onderzoeken in het arrest noemt, doet daaraan niet af.

De vraag of de aanwending van de kosten het belang van het onderzoek heeft gediend, dient het hof te beantwoorden met inachtneming van de aard en ernst van de zaak en van alle daarbij op het spel staande belangen. In deze zaak is in eerste aanleg door verschillende deskundigen min of meer eensluidend gerapporteerd, ook door de op verzoek van de verdediging ingeschakelde deskundige [naam 4] in het kader van contra-expertise. Gezien de grootst mogelijke ernst van de verdenkingen, en daarmee van voor de verdachte op het spel staande belangen, dient de schadevergoedingsrechter zich terughoudend op te stellen bij de beoordeling van de noodzaak – vanuit het perspectief van de verdediging – nog meer deskundigenonderzoek te doen verrichten. Dat geldt in dit geval te meer nu verzoeker, een ontkennende verdachte, in eerste aanleg tot een levenslange gevangenisstraf is veroordeeld. Niet doorslaggevend is of de strafrechter (in hoger beroep) een eerder verzoek tot dit onderzoek voor rekening van justitie heeft afgewezen, en evenmin of de strafrechter de resultaten van dat onderzoek heeft besproken of aangehaald in de uitspraak.

Het hof is gezien het bovenstaande van oordeel dat de deskundigenrapporten die in hoger beroep in opdracht en voor rekening van verzoeker zijn opgemaakt, het belang van het onderzoek hebben gediend en dat de kosten daarvan voor vergoeding in aanmerking komen.

Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 530 Sv

Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 550,00.

4 Beslissing

Het hof :

Kent op de voet van artikel 529 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 4.624,95 (vierduizend zeshonderdvierentwintig euro en vijfennegentig cent).

Kent op de voet van artikel 530 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro).

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, C.J. van der Wilt en A.W.T. Klappe,

in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 20 juli 2021.

De voorzitter beveelt:

de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 5.174,95 (vijfduizend eenhonderd vierenzeventig Euro en 95 cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [tnv] o.v.v. dossiernummer [nummer].

Amsterdam, 20 juli 2021,

mr. R.D. van Heffen, voorzitter