Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:1654

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-05-2021
Datum publicatie
08-06-2021
Zaaknummer
23-001816-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Feiten en omstandigheden voldoende voor het ontstaan van een redelijk vermoeden van schuld. Aanhouding en de daaropvolgende inbeslaggenomen rechtmatig. Veroordeling winkeldiefstal meermalen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001816-19

datum uitspraak: 31 mei 2021

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 30 april 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-095027-19 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Algerije) op [geboortedag] 1994,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 mei 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 18 april 2019 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

- horloges, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan winkelbedrijf [winkel 1],

- kleding, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan winkelbedrijf [winkel 2],

- kaas, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan winkelbedrijf [winkel 3],

- schoenen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan winkelbedrijf [winkel 4],

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Ter terechtzitting in hoger beroep gevoerd verweer

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aan de hand van zijn pleitnotities vrijspraak bepleit. Zowel de aanhouding als de inbeslagname van de goederen zijn geschied zonder dat daartoe voldoende termen waren. De politie heeft daarmee onrechtmatig gehandeld. Deze normovertredingen zijn niet herstelbaar en niet kan worden volstaan met strafmatiging. Het verkregen bewijs- en onderzoeksmateriaal moet om die reden van het bewijs worden uitgesloten.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zijn gedetacheerd aan het Prioteam van het Team Openbaar Vervoer (TOV), Eenheid Amsterdam, dat als speciale opdracht heeft het bestrijden van overlast voortvloeiend uit straatcriminaliteit. Zij hebben beiden ruime ervaring opgedaan met het herkennen van gedragingen die gepaard gaan met en voorafgaan aan onder andere (winkel)diefstallen, straatroven en zakkenrollerij en andere vormen van straatcriminaliteit. Hierbij wordt regelmatig gebruikt gemaakt van informatie van [naam], een burger die in zijn vrije tijd zelfstandig op zoek gaat naar zakkenrollers en winkeldieven in de binnenstad van Amsterdam. Verbalisant [verbalisant 1] verklaart in het hierna vermelde proces-verbaal over deze inbreng dat dit tot ruim 150-200 aanhoudingen van verdachten heeft geleid. Zij achten hierdoor de informatie van [naam] betrouwbaar.

Het proces-verbaal van bevindingen van 18 april 2019 van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] houdt – kort gezegd – het volgende in. Verbalisant [verbalisant 1] wordt op 18 april 2019 gebeld door [naam] dat hij twee mogelijke winkeldieven ziet lopen op het Damrak (naar later blijkt de verdachte en zijn medeverdachte). Een ervan had zijn jas raar bij het naar buiten lopen uit een winkel. [naam] had het vermoeden dat hij wat in de jas verborgen hield. De door [naam] aangewezen personen worden gevolgd. Verbalisant [verbalisant 1] relateert vervolgens dat de personen die zij volgen, stilstaan en dat een van de personen uit de tas van de ander (naar later blijkt de verdachte) een aantal kleine zwarte rondvormige voorwerpen pakt en deze in zijn eigen rugzak stopt. Beide personen kijken op dat moment zenuwachtig om zich heen. Gezien deze overhevelhandelingen en het schichtige gedrag, ontstond het vermoeden dat de personen net een winkeldiefstal hadden gepleegd. De verdachte en de medeverdachte stappen vervolgens in een tram en gaan in de tram uit elkaar zitten. Besloten wordt tot staande houding van de personen over te gaan. Eenmaal buiten de tram ziet verbalisant [verbalisant 1] in een plastic tas van de verdachte, van bovenuit te zien, verschillende nieuwe T-shirts liggen met labels. Het vermoeden ontstaat dat deze goederen van diefstal afkomstig zijn. Op dat moment wordt besloten tot aanhouding van de verdachte en zijn medeverdachte op verdenking van heling dan wel diefstal.

Het hof is van oordeel dat voornoemde feiten en omstandigheden, mede gegeven de ruime ervaring van verbalisanten met het herkennen van gedragingen die gepaard gaan met en voorafgaan aan onder andere (winkel)diefstallen, voldoende zijn voor het ontstaan van een redelijk vermoeden van schuld, dat de verdachte en zijn medeverdachte een strafbaar feit hadden gepleegd. De aanhouding was daarmee rechtmatig, evenals de daaropvolgende inbeslagname van de goederen. De verweren van de verdediging treffen derhalve geen doel en moeten worden verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 18 april 2019 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander,

- horloges, toebehorende aan winkelbedrijf [winkel 1],

- kleding, toebehorende aan winkelbedrijf [winkel 2],

- kaas, toebehorende aan winkelbedrijf [winkel 3],

- schoenen, toebehorende aan winkelbedrijf [winkel 4],

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde vrijgesproken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich met zijn mededader op één dag viermaal schuldig gemaakt aan brutale winkeldiefstallen in Amsterdam. In de winkels hebben de verdachten meerdere T-shirts, zes horloges, kaas en twee rechter schoenen gestolen. Winkeldiefstallen schenden het eigendomsrecht van het betreffende bedrijf en brengen materiële schade, hinder en overlast voor de gedupeerde met zich mee. Daarbij veroorzaken dergelijke strafbare feiten gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. Het hof neemt het de verdachte kwalijk dat hij enkel op eigen geldelijk gewin uit is geweest.

Gelet op de ernst van de feiten past in beginsel slechts een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf van enige duur.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M.P. Geelhoed, mr. F.A. Hartsuiker en mr R.A.E. van Noort, in tegenwoordigheid van mr. D. Damman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 31 mei 2021.

mr. A.M.P. Geelhoed is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]