Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:1609

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-05-2021
Datum publicatie
08-06-2021
Zaaknummer
23-004544-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling 3 autodiefstallen + Opiumwet. Bekennende vd in hoger beroep. Gelet op positieve wending persoonlijke omstandigheden en verantwoordelijkheid voor daden genomen, aanleiding om TS + vw GS op te leggen. Redelijke termijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004544-17

datum uitspraak: 21 mei 2021

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-997064-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 mei 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam integraal vrijgesproken van hetgeen hem onder 2 en 5 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen deze in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover inhoudelijk aan het oordeel van het hof onderworpen - tenlastegelegd dat:

1.

ZD08

hij op of omstreeks 22 januari 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk: Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken 1], kleur wit), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], althans aan een ander of anderen dan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of valse sleutels.

subsidiair
hij op of omstreeks 22 januari 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (merk: Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken 1], kleur wit) heeft verworven en/of overgedragen en/of voorhanden gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van die auto wist(en), dat het een door diefstal, in elk geval een door misdrijf verkregen goed betrof.

3.


ZD11

hij in of omstreeks de periode van 27 januari 2016 tot en met 31 januari 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (merk: Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken 2], kleur beige) heeft verworven en/of overgedragen en/of voorhanden gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van die auto wist(en), dat het een door diefstal, in elk geval een door misdrijf verkregen goed betrof.

4.


ZD13

hij in of omstreeks de periode van 28 januari 2016 tot en met 29 januari 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleenmet het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk: Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken 3], kleur grijs), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [BV] BV en/of [slachtoffer 2], althans aan een ander of anderen dan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of valse sleutels.


6.


ZD26

hij op of omstreeks 7 juni 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 149 gram amfetamine en/of ongeveer 661 gram MDMA, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA, zijnde amfetamine en/of MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - zal worden vernietigd, omdat het hof onder meer tot een deels andere bewezenverklaring dan de rechtbank komt, alsmede tot een andere strafoplegging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 3, 4 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1
ZD08

hij op 22 januari 2016 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk: Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken 1], kleur wit), toebehorend aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte en zijn mededader die weg te nemen personenauto onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels.

3
ZD11

hij in de periode van 28 januari 2016 tot en met 31 januari 2016 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, een personenauto (merk: Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken 2], kleur beige) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van die auto wisten dat het een door diefstal verkregen goed betrof.

4
ZD13

hij in de periode van 28 januari 2016 tot en met 29 januari 2016 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk: Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken 3], kleur grijs), toebehorend aan [BV] BV, waarbij verdachte en zijn mededader die weg te nemen personenauto onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels.

6
ZD26

hij op 7 juni 2016 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 149 gram van een materiaal bevattende amfetamine en ongeveer 661 gram van een materiaal bevattende MDMA.

Hetgeen onder 1 primair, 3, 4 en 6 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair, 3, 4 en 6 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 primair en 4 bewezenverklaarde levert telkens op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van opzetheling.

Het onder 6 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 primair, 3, 4 en 6 bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen en maatregel

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 primair, 3, 4 en 6 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair, 3, 4 en 6 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, waarbij reeds rekening is gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich in een periode van twee weken schuldig gemaakt aan twee autodiefstallen in vereniging en aan het medeplegen van opzetheling. Een autodiefstal is een zeer ergerlijk feit waarbij het eigendomsrecht van een ander wordt aangetast. Autodiefstallen gaan voorts veelal met schade en hinder gepaard. Ook maatschappelijk gezien brengen feiten als deze kort gezegd veelal financiële lasten en onrust teweeg. Met opzetheling wordt voortgeborduurd op een daarvóór door een ander gepleegd misdrijf waardoor derden zijn gedupeerd. Daarnaast heeft de verdachte een grote hoeveelheid pillen voorhanden gehad, bevattende MDMA en amfetamine. Drugs vormen niet alleen een ernstig gevaar voor de volksgezondheid, maar zij leiden daarnaast ook tot allerlei vormen van criminaliteit, overlast en andere maatschappelijke problemen. Het hof rekent dit de verdachte aan.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 23 april 2021 is hij in het verleden ter zake van (vermogens) misdrijven onherroepelijk veroordeeld hetgeen het hof in zijn nadeel weegt.

De aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten rechtvaardigen gelet op het voorgaande in beginsel geen andere straf dan een (geheel) onvoorwaardelijke gevangenisstraf van substantiële duur.

Het hof ziet echter in de persoonlijke omstandigheden, zoals door de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd, aanleiding om hiervan af te wijken. De verdachte heeft inmiddels geruime tijd zijn leven een positieve wending gegeven. Hij werkt als ZZP’er en heeft sinds 2018 een goed lopend eigen [bedrijf]. Daarnaast heeft hij een huurwoning in [plaats], een nieuwe relatie en houdt hij zich, naar eigen zeggen, zelf op het rechte pad. Het hof is, met de verdediging, van oordeel dat oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf deze positieve ontwikkelingen in ernstige mate zal doorkruisen, hetgeen het hof onwenselijk acht en waarbij (ook) de maatschappij in een situatie als deze niet is gebaat. Voorts heeft de verdachte zich tegenover het hof rekenschap gegeven van de ernst van hetgeen hij heeft begaan en de verantwoordelijkheid voor zijn handelen op zich genomen.

Om die redenen zal het hof een taakstraf voor de maximale duur opleggen en een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, waarbij het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf niet zal uitstijgen boven de duur van het ondergane voorarrest. Hiermee wordt enerzijds de ernst van de feiten tot uitdrukking gebracht en anderzijds wordt beoogd de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Het hof acht, alles afwegende, in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen waarvan 170 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, in combinatie met een taakstraf voor de duur van 240 uren passend en geboden.

Het hof stelt echter vast dat in hoger beroep de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens is overschreden. Immers, het hoger beroep is op 21 december 2017 namens de verdachte ingesteld, terwijl het hof op 21 mei 2021 arrest wijst. Daarmee is de redelijke termijn, die hier dient te worden begroot op 24 maanden, met 1 jaar en 5 maanden overschreden. Het hof zal daarom de op te leggen taakstraf matigen tot een taakstraf voor de duur van 200 uur, op te leggen in combinatie met een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen waarvan 170 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest.

De hierna te noemen in beslag genomen voorwerpen, die nog niet zijn teruggegeven, behoren aan de verdachte toe. Zij zullen worden onttrokken aan het verkeer aangezien zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen in strijd is met het algemeen belang en de wet en zij kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten als die door verdachte zijn begaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36d, 47, 57, 63, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 en 5 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 3, 4 en 6 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 3, 4 en 6 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 170 (honderdzeventig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 100 (honderd) dagen hechtenis.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1.00 ZAK Pil

ZAK PILLEN

SALL10.01.01.001 za pillen wit en blauw

1.00 ZAK Pil

ZAK PILLEN

SALL10.01.01.002 zak pillen groene kleur

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. H.A.G. Nijman en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. A. Ivanov, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 mei 2021.

mr. F.M.D. Aardema en mr. B.A.A. Postma zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]