Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:1413

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-05-2021
Datum publicatie
08-06-2021
Zaaknummer
200.270.502/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

huur woonruimte; vervolg tussenarrest 26 januari 2021 (ECLI:NL:GHAMS:2021:194); verhuurder heeft afgezien van (verdere) bewijslevering dat huurder geen hoofdverblijf in gehuurde heeft gehad; huurovereenkomst ten onrechte ontbonden en huurder onrechte veroordeeld tot ontruiming; vernietiging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.270.502/01

zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland: 7592770 \ CV EXPL 19-1955

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 18 mei 2021

inzake

[appellant] ,

wonend te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. D.E. Post te Heerhugowaard,

tegen

WONINGSTICHTING KENNEMER WONEN,

gevestigd te Heiloo,

geïntimeerde,

advocaat: mr. E.M. de Bie te Amsterdam.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna wederom ‘ [appellant] ’ en ‘Kennemer Wonen’ genoemd.

In deze zaak heeft het hof op 26 januari 2021 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt verwezen naar dat arrest.

Bij het tussenarrest heeft het hof Kennemer Wonen in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van haar stelling dat [appellant] geen hoofdverblijf in de woning heeft (gehad). Kennemer Wonen heeft afgezien van de mogelijkheid tot het leveren van dat bewijs.

Ten slotte heeft Kennemer Wonen arrest gevraagd.

2 Verdere beoordeling

2.1

Zoals het hof in eerdergenoemd tussenarrest heeft overwogen, draait het geschil om de vraag of [appellant] zijn hoofdverblijf in het gehuurde heeft (gehad) en, mocht dat niet het geval zijn, of dit een tekortkoming van [appellant] oplevert die de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt.

2.2

Op Kennemer Wonen rust de bewijslast van haar stelling dat [appellant] tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst doordat hij zijn hoofdverblijf niet in het gehuurde heeft (gehad).

2.3

In het tussenarrest heeft het hof overwogen dat de door Kennemer Wonen overgelegde verklaringen van omwonenden zeer summier zijn en daaruit niet zonder meer volgt dat [appellant] niet zijn hoofdverblijf in het gehuurde had. Het zijn hoogstens aanwijzingen daarvoor, maar de verklaringen roepen ook vragen op. Dan wordt relevant welke vragen Kennemer Wonen aan de omwonenden heeft gesteld, wat echter onduidelijk is gebleven. Maar ook indien er vanuit zou worden gegaan dat Kennemer Wonen voldoende onderbouwd heeft gesteld dat [appellant] geen hoofdverblijf in het gehuurde heeft gehad, heeft [appellant] dit (mede) aan de hand van de door hem overlegde stukken gemotiveerd betwist. Tot deze stukken behoren de niet summiere verklaringen van twee naaste buren van [appellant] . In ieder geval heeft [appellant] in dit stadium van de procedure voldaan aan de op hem rustende verzwaarde motiveringsplicht. Aldus het hof.

2.4

Nu Kennemer Wonen heeft afgezien van (verdere) bewijslevering, leidt dit tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat [appellant] geen hoofdverblijf in het gehuurde heeft (gehad). [appellant] is dus niet tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. De kantonrechter heeft de huurovereenkomst tussen partijen ten onrechte ontbonden en [appellant] ten onrechte veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde en betaling van de proceskosten.

De grieven slagen.

2.5

Het hof zal het vonnis vernietigen en de vorderingen van Kennemer Wonen alsnog afwijzen. Kennemer Wonen zal worden veroordeeld in de proceskosten in beide instanties.

3 Beslissing

Het hof:

vernietigt het bestreden vonnis van 11 september 2019, en opnieuw rechtdoende:

wijst de vorderingen van Kennemer Wonen af;

veroordeelt Kennemer Wonen in de kosten van het geding in beide instanties, aan de zijde van [appellant] in eerste aanleg begroot op € 360,-- voor salaris en in hoger beroep tot op heden begroot op € 423,01 aan verschotten en € 2.148,-- voor salaris;

verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.M. Polak, D. Kingma en M.A. Wabeke en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2021.