Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:1339

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-05-2021
Datum publicatie
11-05-2021
Zaaknummer
23-003296-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor oplichting meermalen gepleegd vanwege genereren goedkope vliegtickets

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003296-19

datum uitspraak: 3 mei 2021

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 augustus 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-079051-19 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Colombia) op [geboortedag] 1995,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

19 april 2021.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hoger beroep is bij akte beperkt tot de beslissingen ten aanzien van feit 1 en feit 3, en richt zich niet tegen de gegeven vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde feit.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd, voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen, dat:

1.
hij in de periode van 28 juni 2018 tot en met 12 november 2018 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland meermalen althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde], heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het verlenen van een dienst, te weten acht (digitale) vliegtickets en/of acht (retour) vliegreizen, door meermalen, althans eenmaal:

- als medewerker van [bedrijf] in te loggen op een (ticket)boekingssysteem ([systeem]) van [benadeelde]; en/of

- zonder daartoe gerechtigd te zijn in dat boekingssysteem de volgende (digitale) vliegtickets aan te maken en de prijs te bepalen;

- Van Amsterdam naar New York en terug (ticketnummer [nummer 1]) op naam van [slachtoffer 1]; en/of;

- Van Amsterdam naar Londen en terug (ticketnummer [nummer 2]) op naam van [slachtoffer 2];

- Van Amsterdam naar Londen en terug (ticketnummer [nummer 3]) op naam van [slachtoffer 3];

- Van Amsterdam naar Parijs en terug (ticketnummer [nummer 4]) op naam van [slachtoffer 3]

- Van Amsterdam naar Londen en terug (ticketnummer [nummer 5]) op naam van [slachtoffer 3]

- Van Amsterdam naar New York en terug (ticketnummer [nummer 6]) op naam van [slachtoffer 3]

- Van Amsterdam naar Parijs (ticketnummer [nummer 7]) op naam van [slachtoffer 3]:

- Van Parijs naar Abu Dhabi naar Amsterdam (ticketnummer [nummer 8]) op naam van [slachtoffer 3]; en/of

- ( vervolgens) een boekingscode te ontvangen voor die (digitale) vliegtickets; en/of

- zich tegenover [benadeelde] voor te doen als bonafide koper door op de boekingswebsite van [benadeelde] de voornoemde (digitale) vliegtickets middels die verkregen boekingscode op te zoeken en te kopen, terwijl hij wist dat hij, zonder daartoe gerechtigd te zijn, de tickets zelf had gemaakt en de prijs zelf had bepaald; en/of

- samen met één of meer anderen met voornoemde (digitale) vliegtickets de vliegreizen daadwerkelijk te maken.

3.
hij in de periode van 28 juni 2018 tot en met 12 november 2018 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland meermalen althans eenmaal opzettelijk en wederrechtelijk, gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk waren opgeslagen, werden verwerkt en/of werden overgedragen, te weten,

- ( Digitale) vliegtickets, in elk geval één of meer boekingsgegevens en tarieven van vliegreizen die zich bevonden op de computers en/of servers van [benadeelde] waarop het ticketboekingssysteem ‘[systeem]’ en/of andere boekingssystemen van [benadeelde] waren geplaatst, heeft veranderd,

en/of

aan gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/of werden overgedragen, te weten:

- ( Digitale) vliegtickets, in elk geval één of meer boekingsgegevens en tarieven van vliegreizen die zich bevonden op de computers en/of servers van [benadeelde] waarop het ticketboekingssysteem ‘[systeem]’ en/of andere boekingssystemen van [benadeelde] waren geplaatst, andere gegevens, te weten acht (digitale) vliegtickets en/of door hem bepaalde verkoopprijzen, heeft toegevoegd, door;

- als medewerker van [bedrijf] in te loggen op een boekingssysteem ([systeem]) dat op computers en/of servers van [benadeelde] was geplaats; en/of

- in dat systeem acht (digitale) vliegtickets aan te maken; en/of

- de verkoopprijzen van voornoemde (digitale) vliegtickets te manipuleren.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit, ten aanzien waarvan door de verdachte een bekennende verklaring is afgelegd, is door de verdediging geen verweer gevoerd.

Voor wat betreft het onder 1 tenlastegelegde feit, heeft de raadsman van de verdachte betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van oplichting nu er, kort gezegd, geen interactie heeft plaatsgevonden tussen de verdachte en [benadeelde].

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dient er voor een veroordeling ter zake van oplichting als bedoeld in art 326 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht (verder: Sr) sprake te zijn van, kort gezegd, een oplichtingsmiddel, waardoor een ander wordt ‘bewogen’ tot de afgifte van een goed of tot het verlenen van een dienst.

Oplichtingsmiddelen

Een gemeenschappelijk kenmerk van de verschillende oplichtingsmiddelen is dat de verdachte door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen bij een ander een onjuiste voorstelling van zaken in het leven wil roepen teneinde daarvan misbruik te maken.

Vast staat dat de verdachte de systemen, die hem ten behoeve van zijn werkzaamheden bij [benadeelde] ter beschikking stonden, heeft gebruikt om tickets/vliegreizen aan te maken met aangepaste, zeer lage prijzen. De boekingscodes die vervolgens gegenereerd werden, gebruikte hij om de boekingen definitief te maken. Door de boekingscodes aan te bieden bij [benadeelde] met in feite een door hem gemanipuleerd prijskaartje, heeft de verdachte een onjuiste voorstelling van zaken gegeven met het oogmerk een veel lagere prijs voor de tickets te betalen. Deze feitelijke handelingen leveren listige kunstgrepen op.

Ook heeft hij – door dezelfde feitelijke handelingen, met name het gebruik van de boekingscodes – een valse hoedanigheid aangenomen, namelijk de hoedanigheid van een bonafide koper.

Bewegen tot afgifte van goed of dienst

Aan de orde is vervolgens de vraag of [benadeelde] door de oplichtingsmiddelen is bewogen tot de afgifte van de tickets, nu de middelen digitaal werden toegepast.

De boekingscodes worden gegenereerd in geautomatiseerde systemen waarin – zo begrijpt het hof uit het dossier - alleen werknemers handmatig wijzigingen kunnen aanbrengen. Op het moment dat de verdachte de boekingscodes genereerde, noch op het moment dat hij de gemanipuleerde codes aanbood bij [benadeelde] om de boekingen af te ronden, bestond voor het bedrijf daarom aanleiding om nader onderzoek te doen naar de juistheid van de ticketprijzen. Omdat [benadeelde] er vanuit ging – en ook mocht gaan – dat de boekingscodes met bijbehorende prijzen juist waren, werden de boekingen tegen gemanipuleerde prijzen afgerond. De verdachte heeft vervolgens zelf die door hem zelf gegenereerde tickets gekocht. Bij deze stand van zaken is het vereiste causale verband tussen de door de verdachte aangewende oplichtingsmiddelen en de afgifte van de tickets/vliegreizen door [benadeelde] genoegzaam komen vast te staan.

Het hof stelt dan ook vast dat [benadeelde] door de oplichtingsmiddelen bewogen is tot afgifte van de tickets/vliegreizen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij in de periode van 28 juni 2018 tot en met 12 november 2018 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, meermalen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen [benadeelde], heeft bewogen tot de afgifte van enig goed of het verlenen van een dienst, te weten acht (digitale) vliegtickets of acht (retour) vliegreizen, door meermalen:

- als medewerker van [bedrijf] in te loggen op een (ticket)boekingssysteem ([systeem]) van [benadeelde]; en

- zonder daartoe gerechtigd te zijn in dat boekingssysteem de volgende (digitale) vliegtickets aan te maken en de prijs te bepalen;

- Van Amsterdam naar New York en terug (ticketnummer [nummer 1]) op naam van [slachtoffer 1]; en; - Van Amsterdam naar Londen en terug (ticketnummer [nummer 2]) op naam van [slachtoffer 2];

- Van Amsterdam naar Londen en terug (ticketnummer [nummer 3]) op naam van [slachtoffer 3];

- Van Amsterdam naar Parijs en terug (ticketnummer [nummer 4]) op naam van [slachtoffer 3];

- Van Amsterdam naar Londen en terug (ticketnummer [nummer 5]) op naam van [slachtoffer 3];

- Van Amsterdam naar New York en terug (ticketnummer [nummer 6]) op naam van [slachtoffer 3];

- Van Amsterdam naar Parijs (ticketnummer [nummer 7]) op naam van [slachtoffer 3];

- Van Parijs naar Abu Dhabi naar Amsterdam (ticketnummer [nummer 8]) op naam van [slachtoffer 3]; en

- ( vervolgens) een boekingscode te ontvangen voor die (digitale) vliegtickets; en

- zich tegenover [benadeelde] voor te doen als bonafide koper door op de boekingswebsite van [benadeelde] de voornoemde (digitale) vliegtickets middels die verkregen boekingscode op te zoeken en te kopen, terwijl hij wist dat hij, zonder daartoe gerechtigd te zijn, de tickets zelf had gemaakt en de prijs zelf had bepaald; en

- samen met één of meer anderen met voornoemde (digitale) vliegtickets de vliegreizen daadwerkelijk te maken.

3.
hij in de periode van 28 juni 2018 tot en met 12 november 2018 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, meermalen opzettelijk en wederrechtelijk, gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk waren opgeslagen, werden verwerkt en werden overgedragen, te weten,

- één of meer boekingsgegevens en tarieven van vliegreizen die zich bevonden op de computers en/of servers van [benadeelde] waarop het ticketboekingssysteem '[systeem]' en/of andere boekingssystemen van [benadeelde] waren geplaatst, heeft veranderd, en aan gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en werden overgedragen, te weten:

- één of meer boekingsgegevens en tarieven van vliegreizen die zich bevonden op de computers en/of servers van [benadeelde] waarop het ticketboekingssysteem '[systeem]' en/of andere boekingssystemen van [benadeelde] waren geplaatst, andere gegevens, te weten acht (digitale) vliegtickets en door hem bepaalde verkoopprijzen, heeft toegevoegd, door;

- als medewerker van [bedrijf] in te loggen op een boekingssysteem ([systeem]) dat op computers en/of servers van [benadeelde] was geplaatst; en

- in dat systeem acht (digitale) vliegtickets aan te maken; en

- de verkoopprijzen van voornoemde (digitale) vliegtickets te manipuleren.

Hetgeen onder 1 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 3 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

oplichting.

meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen veranderen.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 3 bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van 2 jaar.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte is uiterst geraffineerd te werk gegaan. Hij heeft het vertrouwen dat zijn werkgever in hem stelde misbruikt, door zichzelf met behulp van de systemen die hem ter beschikking stonden voor zijn werk te bevoordelen ten koste van zijn werkgever. De verdachte heeft zelf ter terechtzitting verklaard dat hij zich in een ander verband aan verduistering van geld heeft schuldig gemaakt en daarvoor ook onherroepelijk door de strafrechter is veroordeeld. Het hof zal met de voor laatstgenoemd feit opgelegde straf op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening dienen te houden.

Hoewel het de verdachte siert dat hij voor de ook in hoger beroep bewezen verklaarde feiten vanaf den beginne zijn verantwoordelijkheid heeft genomen, weegt het hof anderzijds in diens nadeel mee dat, hoewel hij daar inmiddels ruimschoots de tijd voor heeft gehad, de verdachte tot op heden nog geen aanstalten heeft gemaakt om de door [benadeelde] als gevolg van de door zijn handelen ontstane schade terug te betalen en bovendien nalatig is geweest bij het nemen van initiatieven om tot een betalingsregeling te komen.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 12 april 2021 is hij niet eerder onherroepelijk veroordeeld. In het voordeel van de verdachte spreekt zoals gezegd, dat hij zijn volledige verantwoordelijkheid voor de door hem gepleegde strafbare feiten neemt en zich onder behandeling van een psycholoog heeft gesteld, teneinde de oorzaak van zijn handelen te kunnen achterhalen en recidive in de toekomst te voorkomen. Ook is verdachte de laatste jaren niet opnieuw in aanraking met justitie is gekomen. Het hof zal daarom een iets lagere taakstraf dan in eerste aanleg opleggen.

Daarnaast acht het hof de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk, enerzijds uit hoofd van normhandhaving en gelet op de ernst van de feiten en het geraffineerde karakter daarvan en, anderzijds, ter voorkoming van delicten in de toekomst. Dit is temeer van belang nu de verdachte te kennen heeft gegeven een carrière in de financiële dienstverlening te ambiëren.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 15.178,52. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen. De benadeelde partij heeft zich voorts in hoger beroep opnieuw gesteld.

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte ook daadwerkelijk zal worden vergoed.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 326 en 350a van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 15.178,52 (vijftienduizend honderdachtenzeventig euro en tweeënvijftig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 15.178,52 (vijftienduizend honderdachtenzeventig euro en tweeënvijftig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 110 (honderdtien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 28 juni 2018.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Lolkema, mr. W.F. Groos en mr. M. van der Horst, in tegenwoordigheid van

mr. A.S. de Bruin, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

3 mei 2021.

Mr. Van der Horst is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]