Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:1272

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-05-2021
Datum publicatie
05-05-2021
Zaaknummer
23-001869-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vijfmaal veroordeling overtreding gebiedsverbod en een veroordeling diefstal. Vrijspraak overtreden verwijderingsbevel: In het dossier bevindt zich geen verwijderingsbevel. Gvs 1 maand. TUL toegewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001869-20

datum uitspraak: 3 mei 2021

VERSTEK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 augustus 2020 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-056017-20, 13-059502-20, 13-059552-20, 13-065354-20, 13-066050-20, 13-085832-20 en 13-180033-20, alsmede 09-037189-19 (TUL) tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboorteplaats] 1990 in [geboortedag] (Polen),

thans uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2021.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

Zaak A (13-056017-20):
hij, op of omstreeks 4 maart 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk 20-03167 krachtens een wettelijk voorschrift, te weten artikel 172 /172a van de gemeentewet / 2.9 lid 2 onder a APV, gedaan door of namens de burgemeester van gemeente Amsterdam, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen tussen 29 februari 2020 tot en met 28 maart 2020 niet mocht bevinden in/op Overlastgebied Zuidoost, door, zich op voornoemde datum om 00:40 uur in/op Hoekenrode, althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied te bevinden;

Zaak B (13-059502-20):
hij op of omstreeks 6 maart 2020 te 17:12 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 3 zuidoost, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 1 maand niet meer te bevinden.

Zaak C (13-059552-20):
hij op of omstreeks 6 maart 2020 te 23:45 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 3 Zuidoost, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 1 maand niet meer te bevinden;

Zaak D (13-065354-20):
hij, op of omstreeks 11 maart 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk 20-03167 krachtens een wettelijk voorschrift, te weten artikel 172/172a van de Gemeentewet / 2.9 lid 2 onder a APV, gedaan door of namens de burgemeester van gemeente Amsterdam, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen tussen 29 februari 2020 tot en met 28 maart 2020 niet mocht bevinden in/op Overlastgebied 3 Zuid-oost, door, zich op voornoemde datum om 20:13 uur in/op Hoekenrode, althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied te bevinden;

Zaak E (13-066050-20):
hij op of omstreeks 12 maart 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2.9A en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 der Gemeente Amsterdam, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift, gedaan door of namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar belast met de uitoefening van enig toezicht en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen, althans van hem had gevorderd zich voor de duur van 1 (één) maand te verwijderen en niet meer op te houden in overlastgebied Zuidoost, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering, immers bevond hij, verdachte, zich op 12 maart 2020 te (ongeveer) 19:40 uur opzettelijk in/op/aan Hoekenrode, althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied;


Zaak F (13-085832-20):
hij, op of omstreeks 30 maart 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een of meer dozen wasmiddelcapsules, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [winkel], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Zaak G (13-180033-20):
hij op of omstreeks 11 juli 2020 te 16:05 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 3 Zuidoost, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 24 uur niet meer te bevinden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vrijspraak zaak G (13-180033-20)

In het dossier bevindt zich geen door of namens de burgemeester van Amsterdam gegeven verwijderingsbevel. Evenmin kan op andere wijze de inhoud van het bevel worden vastgesteld. Derhalve kan naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen worden hetgeen de verdachte in zaak G is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaken A, B, C, D, E en F tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak A
hij op 4 maart 2020 te Amsterdam, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk 20-03167, krachtens een wettelijk voorschrift, te weten artikel 2.9 lid 2 onder a APV, gedaan door de burgemeester van gemeente Amsterdam, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen tussen 29 februari 2020 tot en met 28 maart 2020 niet mocht bevinden in Overlastgebied Zuidoost, door zich op voornoemde datum om 00:40 uur op Hoekenrode te bevinden;


Zaak B
hij op 6 maart 2020 te 17:12 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, door de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 3 Zuidoost te verwijderen en zich daar gedurende 1 maand niet meer te bevinden;

Zaak C
hij op 6 maart 2020 te 23:45 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, door de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 3 Zuidoost, te verwijderen en zich daar gedurende 1 maand niet meer te bevinden;

Zaak D
hij op 11 maart 2020 te Amsterdam, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk 20-03167, krachtens een wettelijk voorschrift, te weten artikel 2.9 lid 2 onder a APV, gedaan door de burgemeester van gemeente Amsterdam, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen tussen 29 februari 2020 tot en met 28 maart 2020 niet mocht bevinden in Overlastgebied 3 Zuidoost, door zich op voornoemde datum om 20:13 uur op Hoekenrode te bevinden;

Zaak E
hij op 12 maart 2020 te Amsterdam, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, gedaan door de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar belast met de uitoefening van enig toezicht, immers heeft verdachte toen en daar, nadat deze ambtenaar hem had bevolen zich voor de duur van 1 maand te verwijderen en niet meer op te houden in overlastgebied Zuidoost, geen gevolg gegeven aan dit bevel, immers bevond hij, verdachte, zich op 12 maart 2020 te ongeveer 19:40 uur op Hoekenrode;

Zaak F
hij op 30 maart 2020 te Amsterdam, dozen wasmiddelcapsules, toebehorende aan [winkel], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Hetgeen in de zaken A, B, C, D, E en F meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaken A, B, C, D, E en F bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaken A, B, C, D en E bewezenverklaarde levert op telkens:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Het in de zaak F bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in de zaken A, B, C, D, E en F bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in de zaken A, B, C, D, E, F en G bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft vijfmaal een bevel van de burgemeester genegeerd om zich niet te begeven in het overlastgebied in Amsterdam Zuidoost. Gebiedsverboden hebben tot doel het verstoren van de openbare orde en overlast aan bewoners, bedrijven en toeristen binnen een bepaald gebied tegen te gaan. Door een dergelijk verbod herhaaldelijk te negeren, heeft de verdachte er blijk van gegeven zich weinig gelegen te laten aan een door het bevoegd gezag genomen besluit.

Tevens heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit, dat naast schade vaak veel hinder veroorzaakt voor de gedupeerde bedrijven en hun werknemers.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 7 april 2021 is de verdachte eerder ter zake van diefstal veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63, 184 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 15 februari 2019 in de zaak met parketnummer 09-037189-19 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-180033-20 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het

in de zaak met parketnummer 13-056017-20 en

in de zaak met parketnummer 13-059502-20 en

in de zaak met parketnummer 13-059552-20 en

in de zaak met parketnummer 13-065354-20 en

in de zaak met parketnummer 13-066050-20 en

in de zaak met parketnummer 13-085832-20 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het

in de zaak met parketnummer 13-056017-20 en

in de zaak met parketnummer 13-059502-20 en

in de zaak met parketnummer 13-059552-20 en

in de zaak met parketnummer 13-065354-20 en

in de zaak met parketnummer 13-066050-20 en

in de zaak met parketnummer 13-085832-20 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 15 februari 2019, parketnummer 09-037189-19, te weten van: gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.J. van der Wilt, mr. M.J.A. Duker en mr. V.M.A. Sinnige, in tegenwoordigheid van mr. D. Damman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 mei 2021.

mr. M.J.A. Duker is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen

=========================================================================

[…]