Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:1252

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-05-2021
Datum publicatie
03-05-2021
Zaaknummer
23-003266-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wederspannigheid en eenvoudige belediging jegens een buitengewoon opsporingsambtenaar. Naar het oordeel van het hof is sprake van een rechtmatig optreden van de boa.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003266-19

datum uitspraak: 3 mei 2021

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 augustus 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-032480-19 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 9 februari 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een of meer ambtenaren [verbalisant 1] bijzonder opsporingsambtenaar en/of [verbalisant 2] , werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, te weten met toezicht belast en bezig met de aanhouding van verdachte, door zich los te rukken en/of zich in een andere beweging te bewegen dan waarin voorgenomende ambtena(a)r(en) hem wilde bewegen en/of zich op de vloer van de trein te laten zakken en/of zich zwaar te maken en/of voornoemde [verbalisant 1] bij zijn arm vast te pakken en/of (vervolgens) te knijpen;

2.
hij op of omstreeks 9 februari 2019 te Amsterdam. in elk geval in Nederland opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] (BOA), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "kankerhond, Kankerlijer zielig stuk vreten!", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins daarvan afwijkende bewezenverklaring komt.

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft gesteld dat sprake is van een aperte onrechtvaardigheid van de situatie, nu de hoofdconducteur de verdachte onrechtmatig heeft gesommeerd de trein te verlaten. De onrechtmatigheid vindt bevestiging in de door de kantonrechter uitgesproken vrijspraak van het verstoren van de openbare orde wegens het zich in kennelijke staat van dronkenschap bevinden en het sepot voor het verstoren van de openbare orde wegens het voortbrengen van geluid. Er blijkt niet dat de verdachte op enige wijze de openbare orde heeft verstoord. De buitengewoon opsporingsambtenaren (verder: boa’s) hebben disproportioneel geweld jegens de verdachte toegepast en hadden zelfstandig moeten onderzoeken of de beslissing, om cliënt uit de trein te verwijderen, legitiem was. Nu niet kan worden gesproken van een handelen in de rechtmatige uitoefening van de bediening, dient de verdachte te worden vrijgesproken van beide feiten of te worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens het bestaan van een strafuitsluitingsgrond, aldus de raadsvrouw.

Het hof verwerpt de verweren en overweegt als volgt.

Uit het dossier komt naar voren dat de verdachte op 9 februari 2019 van Amsterdam naar Den Haag wilde reizen met de trein. De verdachte was bij het instappen tussen de trein en het perron gevallen. Nadat de verdachte weer op het perron was geholpen, is hij in de trein gaan zitten. De boa’s [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben zich, na een melding van de hoofdconducteur, naar deze trein begeven. De hoofdconducteur verklaarde dat hij de verdachte meermalen tevergeefs had gemaand de trein te verlaten omdat de verdachte de machinist er ten onrechte van beschuldigde dat die de verdachte tussen het perron en de trein had geduwd en de verdachte in kennelijke staat van dronkenschap was. [verbalisant 1] verzocht de verdachte meermalen om met hem mee te komen en buiten de trein verder te praten, hetgeen de verdachte weigerde. Reizigers probeerden zich ermee te bemoeien en werden boos op de verdachte, omdat door de ontstane situatie de trein vertraging opliep. Vervolgens heeft [verbalisant 1] een aanwijzing aan de verdachte gegeven om de trein te verlaten, waaraan de verdachte geen gehoor gaf. Daarna is de verdachte door [verbalisant 1] meegedeeld dat de verdachte, als hij niet zelfstandig de trein zou verlaten, buiten de trein zou worden gezet en aangehouden ter zake van overtreding van artikel 72 van de Wet personenvervoer 2000. Nadat de verdachte had meegedeeld hieraan niet mee te werken, is hij door de boa’s vastgepakt teneinde hem de trein uit te begeleiden. Hiertegen heeft de verdachte zich met kracht verzet en hij heeft [verbalisant 1] ook uitgescholden.

Uit deze gang van zaken blijkt dat [verbalisant 1] en [verbalisant 2] werkzaam waren in de rechtmatige uitoefening van hun bediening en er grond was voor de aanhouding van de verdachte. Niet alleen gaf de verdachte geen gehoor aan de sommaties van zowel de hoofdconducteur als de boa’s om de trein te verlaten, tevens was een situatie ontstaan waarin sprake was van onrust binnen de trein door (boze) omstanders en de goede bedrijfsgang zoals bedoeld in artikel 72 van de Wet personenvervoer 2000 was verstoord. Zo al sprake zou zijn van de door de verdediging veronderstelde verkeerde inschatting van de situatie door de hoofdconducteur, doet dat niet aan af aan de rechtmatigheid van het optreden van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] . Dit geldt temeer, nu de boa’s ook op basis van hun eigen waarnemingen tot het verwijderen van de verdachte uit de trein mochten overgaan.

Niet is aannemelijk geworden dat het jegens de verdachte uitgeoefende geweld niet voldeed aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het hof heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] .

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij op 9 februari 2019 te Amsterdam zich met geweld heeft verzet tegen de bijzondere opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten met toezicht belast, en bezig met de aanhouding van verdachte, door zich los te rukken en zich in een andere richting te bewegen dan waarin voornoemde ambtenaren hem wilden bewegen en zich op de vloer van de trein te laten zakken en zich zwaar te maken en voornoemde [verbalisant 1] bij zijn arm vast te pakken;

2.
hij op 9 februari 2019 te Amsterdam opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] (BOA), gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "Kankerhond, kankerlijer zielig stuk vreten!".

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde of van de verdachte uitsluit, zodat de feiten en de verdachte strafbaar zijn.

De raadsvrouw heeft ontslag van alle rechtsvervolging bepleit omdat sprake is geweest van noodweer dan wel een overmachtssituatie. De verdachte is door de situatie in paniek geraakt en voelde zich terecht onheus bejegend. Dit dient te leiden tot ontslag van alle rechtsvervolging, aldus de raadsvrouw.

Het beroep op noodweer wordt verworpen omdat, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, geen sprake is geweest van een wederrechtelijke aanranding van de verdachte. Voor een geslaagd beroep op psychische overmacht moet sprake zijn van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden. Uit het proces-verbaal van bevindingen van 9 februari 2019 blijkt dat de verdachte de tenlastegelegde bewoordingen heeft gebruikt tijdens zijn verzet tegen zijn aanhouding. Het dossier geeft ook overigens geen aanknopingspunten om een overmachtssituatie aan te nemen. Het hof zal niet responderen op het verweer, strekkende tot afwezigheid van alle schuld, nu dat verweer niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen.

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

wederspannigheid.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en onder 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 550,00 subsidiair 11 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis zal worden bevestigd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan wederspannigheid en de belediging van een bijzonder opsporingsambtenaar. De verdachte heeft een groot gebrek aan respect voor het openbaar gezag laten zien en heeft het werk van de betreffende ambtenaren bemoeilijkt. De verschillende beledigende uitlatingen van de verdachte jegens de ambtenaar hebben deze aangetast in zijn eer en goede naam.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c, 57, 180, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking van 9 februari 2019 onder CJIB nummer [nummer].

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 11 (elf) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. H.A. van Eijk en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 mei 2021.

=========================================================================

[…]