Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:1235

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-04-2021
Datum publicatie
07-05-2021
Zaaknummer
200.283.104/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Huur bedrijfsruimte. Verstek, in eerste aanleg en in hoger beroep. Inmiddels onderliggende stukken overgelegd, zodat boete en buitengerechtelijke kosten alsnog toewijsbaar zijn. Ook de schadevergoeding wegens huurderving na ontbinding en ontruiming is toewijsbaar. Voor aansprakelijkheid van de ook gedagvaarde bestuurder en aandeelhouder zijn geen gronden gesteld, dus jegens die geïntimeerden worden de desbetreffende vorderingen ook in hoger beroep afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.283.104/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : 8540788 CV EXPL 20-9310

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 20 april 2021

inzake

[appellant] ,

wonend te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. A. Govers-Schotten te Amsterdam,

tegen

1 SUNNY-YUMMY AMSTERDAM 01 B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. DUTCH ADVANCE MANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. [geïntimeerde sub 3],

wonend te [woonplaats] ,

geïntimeerden,

niet verschenen.

Partijen worden hierna [appellant] en Sunny-Yummy c.s. genoemd. Afzonderlijk worden geïntimeerden aangeduid als Sunny-Yummy, Dutch Advance Management en [geïntimeerde sub 3] .

1 Het geding in hoger beroep

[appellant] is bij dagvaarding van 7 september 2020 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 13 augustus 2020, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellant] als eiser en Sunny-Yummy c.s. als gedaagden. De dagvaarding bevat de grieven. Aan de dagvaarding zijn producties gehecht. Op de eerst dienende dag heeft [appellant] geconcludeerd overeenkomstig de appeldagvaarding en de producties in het geding gebracht.

Tegen Sunny-Yummy c.s. is verstek verleend.

Vervolgens heeft [appellant] arrest gevraagd.

[appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen voor zover daarbij zijn vorderingen zijn afgewezen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog die vorderingen, zoals bij de appeldagvaarding gewijzigd, zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten, inclusief de nakosten en met rente.

[appellant] heeft in hoger beroep bewijs van zijn stellingen aangeboden.

2 Beoordeling

2.1

[appellant] heeft bij de inleidende dagvaarding van 12 mei 2020 het volgende gesteld. Per 15 oktober 2016 heeft [appellant] voor een periode van vijf jaar een bedrijfsruimte verhuurd aan Sunny-Yummy. Dutch Advance Management is de enige aandeelhoudster van Sunny-Yummy en [geïntimeerde sub 3] is bestuurder en enig aandeelhouder van Dutch Advance Management. Op de huurovereenkomst zijn Algemene Bepalingen (AB) van toepassing. Sunny-Yummy heeft zich niet aan de bepalingen van de huurovereenkomst gehouden door zonder toestemming wijzigingen aan te brengen aan het gehuurde, het gehuurde leeg te laten staan en een dichtgetimmerde ruit van het gehuurde niet te vervangen. Bovendien heeft zij de huur onregelmatig betaald. Door deze overtredingen van de huurovereenkomst is Sunny-Yummy vanaf 14 maart 2020 respectievelijk de boete van artikel 31 AB ten bedrage van € 250,= per dag verschuldigd geraakt, tot een totaal van € 19.577,= en vanaf 17 januari 2017 tot en met mei 2020 de boete van artikel 25.3 AB, ten bedrage van € 300,= per maand, tot een totaal van € 6.900,=.

2.2

[appellant] heeft in eerste aanleg betaling van de hiervoor genoemde boetebedragen gevorderd, alsmede ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en veroordeling van Sunny-Yummy c.s. tot betaling van de verschuldigde huurpenningen vanaf 1 mei 2020 en van een bedrag van € 5.000,= aan buitengerechtelijke kosten en bij wege van schadevergoeding vanaf de datum van de ontbinding van de huurovereenkomst een bedrag gelijk aan de overeengekomen huurprijs, zolang het gehuurde niet op ten minste gelijkwaardige voorwaarden aan een derde is verhuurd, vermeerderd met rente en kosten.

2.3

Sunny-Yummy c.s. zijn ook in eerste aanleg niet verschenen.

2.4

Bij het bestreden vonnis heeft de kantonrechter de huurovereenkomst ontbonden en Sunny-Yummy c.s. veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde en in de kosten van het geding in eerste aanleg, inclusief de nakosten. De gevorderde boete wegens te late betaling is afgewezen omdat de kantonrechter niet beschikte over betalingsoverzichten, de boete wegens de overige overtredingen is afgewezen omdat onderbouwende stukken ontbraken en het bedrag de kantonrechter buitensporig voorkwam, de gevorderde schadevergoeding is afgewezen omdat de hoogte van de huur niet was genoemd en de buitengerechtelijke kosten zijn afgewezen omdat geen (andere) betalingsvordering werd toegewezen.

2.5

In hoger beroep maakt [appellant] bezwaar tegen het afwijzen van de bedragen voor huur en boete, de schadevergoeding en de buitengerechtelijke kosten. Hij heeft zijn eis in de appeldagvaarding vermeerderd: het gevorderde boetebedrag wegens te late betaling is verhoogd tot € 8.100,= (27 x € 300,=), het gevorderde boetebedrag wegens de overige overtredingen van de huurovereenkomst is verhoogd tot € 37.500,= en daarnaast vordert [appellant] betaling van de (achterstallige) huur over de periode van 1 mei 2020 tot 13 augustus 2020, de dag van de ontbinding, zijnde een bedrag van € 10.300,84, met rente.

2.6

In hoger beroep heeft [appellant] nogmaals de bij de inleidende dagvaarding behorende producties overgelegd, die in eerste aanleg kennelijk in het ongerede waren geraakt, alsmede een aantal nieuwe, waaruit de betalingsachterstand vanaf mei 2020 blijkt.

2.7

Noch in de inleidende dagvaarding, noch in de appeldagvaarding valt te lezen waarom naast Sunny-Yummy ook haar aandeelhoudster en de bestuurder/aandeelhouder daarvan aansprakelijk zijn voor de betaling van de door [appellant] gevorderde bedragen. In de overgelegde huurovereenkomst zijn Dutch Advance Management en [geïntimeerde sub 3] slechts genoemd als vertegenwoordigers en niet als huurders. De vorderingen jegens Dutch Advance Management en [geïntimeerde sub 3] zijn dus niet toewijsbaar omdat daarvoor geen grondslag is gesteld of gebleken. Het bestreden vonnis zal in zoverre worden bekrachtigd. Een kostenveroordeling is niet nodig, omdat Dutch Advance Management en [geïntimeerde sub 3] geen proceskosten hebben gemaakt.

2.8

Met betrekking tot de vorderingen jegens Sunny-Yummy geldt het volgende.

2.8.1

Het wegens huurachterstand gevorderde bedrag van € 10.300,84, met rente, is als onweersproken toewijsbaar.

2.8.2

Op grond van de huurovereenkomst is Sunny-Yummy vanaf de dag van de ontbinding van de huurovereenkomst tot de dag waarop het gehuurde weer is verhuurd als schadevergoeding een bedrag gelijk aan de huur, € 3.041,20 per maand, aan [appellant] verschuldigd. Deze verschuldigdheid eindigt in ieder geval op 14 oktober 2021, de afgesproken einddatum van de huur. In zoverre is de desbetreffende vordering van [appellant] toewijsbaar.

2.8.3

Uit de overgelegde betalingsoverzichten blijkt dat, anders dan [appellant] stelt, de huur over de maand april 2020 tijdig is betaald en dat de boete over de maand mei 2018 op 19 oktober 2018 reeds is betaald. Voor het overige is het door [appellant] gestelde juist. Toewijsbaar is derhalve als boete wegens de te late betaling een bedrag van (25 x € 300,=, totaal) € 7.500,=.

2.8.4

Uit de overgelegde stukken blijkt tevens dat het gehuurde vanaf 14 maart 2020 tot en met 13 augustus 2020 (einde huur) heeft leeg gestaan. Alleen al daarom is de gevorderde boete van € 37.500,= toewijsbaar.

2.8.5

Ten slotte is ook het gevorderde bedrag van € 5.000,= voor buitengerechtelijke kosten toewijsbaar, nu blijkt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en het bedrag het hof niet onredelijk voorkomt.

2.9

Het vonnis zal worden vernietigd, voor zover daarbij de vorderingen van [appellant] jegens Sunny-Yummy zijn afgewezen. Die vorderingen zullen alsnog jegens Sunny-Yummy worden toegewezen als boven vermeld. Als de in het ongelijk gestelde partij dient Sunny-Yummy de kosten van het hoger beroep te dragen.

3 Beslissing

Het hof:

vernietigt het bestreden vonnis, voor zover daarbij de vorderingen van [appellant] jegens Sunny-Yummy zijn afgewezen;

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

veroordeelt Sunny-Yummy tot betaling aan [appellant] van een bedrag van € 10.300,84 aan huurachterstand over de periode van mei 2020 tot 13 augustus 2020, te vermeerderen met de wettelijke rente over iedere termijn vanaf de vervaldag daarvan;

veroordeelt Sunny-Yummy om met ingang van 13 augustus 2020 aan [appellant] te betalen een bedrag gelijk aan de overeengekomen huur, zijnde € 3.041,20 per maand, vermeerderd met de wettelijke rente over ieder maandbedrag vanaf de verschuldigdheid daarvan, tot het moment waarop het gehuurde op gelijkwaardige voorwaarden is verhuurd aan een derde en uiterlijk tot en met 14 oktober 2021;

veroordeelt Sunny-Yummy tot betaling aan [appellant] van een bedrag van € 7.500,= aan boete wegens te late huurbetaling en een bedrag van € 37.500,= aan boete wegens overige overtredingen van de huurovereenkomst;

veroordeelt Sunny-Yummy tot betaling aan [appellant] van een bedrag van € 5.000,= aan buitengerechtelijke incassokosten;

wijst af het door [appellant] meer of anders gevorderde;

bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige;

veroordeelt Sunny-Yummy in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [appellant] begroot op € 867,25 aan verschotten en € 1.442,= voor salaris en op € 163,= voor nasalaris, te vermeerderen met € 85,= voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.A. Wabeke, J.C.W. Rang en J.E. van der Werff en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021.