Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2021:1055

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-04-2021
Datum publicatie
16-04-2021
Zaaknummer
K20/230372
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beklag ex. art. 12 Sv. beklaagde niet ontvankelijk, want geen persoonlijk belang dat hem bepaaldelijk aangaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

BEKLAGKAMER

Beschikking op het beklag met het rekestnummer K20/230372 van

[klager] ,

wonende te Rotterdam,

klager.

1 Het beklag

Het hof heeft op 15 september 2020 het klaagschrift ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam om geen strafvervolging in te stellen tegen [baklaagde] (hierna: beklaagde) ter zake van opruiing en aanzetten tot geweld.

2 Het verslag van de advocaat-generaal

Bij verslag van 25 januari 2021 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven Het beklag af te wijzen.

3 De ontvankelijkheid van klager

Terwijl aangifte kan worden gedaan door ieder die kennis draagt van een strafbaar feit, is de mogelijkheid tot het doen van beklag als bedoeld in artikel 12 Sv beperkt tot rechtstreeks belanghebbenden.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan slechts degene die door het achterwege blijven van vervolging getroffen is in een belang dat hem bepaaldelijk aangaat worden aangemerkt als belanghebbende. Daarbij dient sprake te zijn van een objectief bepaalbaar, persoonlijk of kenmerkend belang. Bovendien moet worden beoordeeld of de overtreden strafbepaling beoogt dit specifieke belang van klager te beschermen.

Het hof heeft klager in de gelegenheid gesteld op 3 maart 2021 het beklag toe te lichten. Klager is in raadkamer verschenen en heeft het beklag toegelicht en gehandhaafd. Klager heeft verklaard dat hij vroeger als Zwarte Piet is opgetreden in de inrichting waar zijn zusje verbleef. Ook heeft hij in zijn beklag en in raadkamer aangegeven dat hij door de uitlatingen van beklaagde bang is geworden dat mensen die zich nu als Zwarte Piet verkleden geslagen gaan worden door beklaagde of anderen. Klager is bovenal gekwetst door de opmerking van beklaagde waarbij hij alle moeders van Zwarte Pieten ‘hoeren’ noemt.

Dat deze zinsnede klager gekwetst heeft is begrijpelijk. Echter, het is niet een opmerking die de beslissing van de officier van justitie raakt en onvoldoende om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt.

Klagers belang houdt onvoldoende verband met de door klager beweerde feiten. Klager wordt door het achterwege blijven van een strafvervolging dan ook niet getroffen in een eigen belang dat hem bepaaldelijk aangaat. Klager is niet-ontvankelijk in het beklag.

4 De beslissing

Het hof wijst het beklag af.

Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op 15 april 2021 door mrs. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, P.F.E. Geerlings en M. Gonggrijp-van Mourik, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. P. de Haas, griffier, en bij afwezigheid van de voorzitter en de griffier ondertekend door de oudste raadsheer.