Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:992

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-03-2020
Datum publicatie
01-04-2020
Zaaknummer
23-002324-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002324-19

datum uitspraak: 16 maart 2020

VERSTEK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 5 juni 2019 in de strafzaak onder parketnummer

15-044944-19 tegen:

[verbalisant] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 maart 2020.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 maart 2020.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

In de onderhavige strafzaak heeft op 17 oktober 2019 een rolzitting plaatsgevonden. Bij e-mailbericht van 16 maart 2020 om 9:36 uur heeft de raadsman van de verdachte medegedeeld dat het hoger beroep wordt ingetrokken. Nu de zaak echter reeds een aanvang heeft genomen, kan aan het verzoek tot intrekking van het hoger beroep geen gevolg worden gegeven. Nu overigens vanwege het intrekken van het hoger beroep niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O Mooy, mr. A.P.M. van Rijn en mr. P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 maart 2020.

De voorzitter en jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.