Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:890

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-03-2020
Datum publicatie
22-03-2020
Zaaknummer
23-004042-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Invoer 6,2 kg MDMA. Bevestiging vonnis met uitzondering van de strafoplegging. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte geven aanleiding tot een mildere straf te komen dan door de rechtbank is opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004042-19

datum uitspraak: 4 maart 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 21 oktober 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-154811-19 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,

thans gedetineerd in P.I. Ter Apel, Gevangenis te Ter Apel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
19 februari 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging (waaronder dus begrepen de motivering daarvan). In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest.

De raadsvrouw heeft overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal verzocht een gevangenisstraf op te leggen van 36 maanden met aftrek van voorarrest in verband met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de opzettelijke uitvoer van ongeveer 6,2 kilogram MDMA, die verstopt zat in drie flessen wijn in een koffer. MDMA is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding en handel in MDMA gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Ook de verdachte zelf was verslaafd aan cocaïne. De verdachte bekommerde zich kennelijk in het geheel niet om de zeer schadelijke gevolgen die de handel in en het gebruik van drugs met zich brengen voor de samenleving – ook in het buitenland – en was blijkbaar enkel uit op snel geld verdienen.

Gelet op de ernst van het feit kan niet worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof heeft bij het bepalen van de hoogte van de gevangenisstraf acht geslagen op de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd en die hun weerslag hebben gevonden in de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor een aangetroffen hoeveelheid van tussen de 6.000 en 7.000 gram gaan deze oriëntatiepunten uit van een gevangenisstraf van 40 tot 42 maanden. Het hof gaat bij de strafoplegging uit van 6,2 kilogram cocaïne. Bij een dergelijke hoeveelheid acht het hof een gevangenisstraf van 40 maanden in principe aangewezen.

In hetgeen tijdens de zitting in hoger beroep omtrent de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren is gebracht, ziet het hof aanleiding om ten voordele van de verdachte van dit uitgangspunt af te wijken, zoals gevorderd door de advocaat-generaal en bepleit door de verdediging.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden passend en geboden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. K.J. Veenstra, mr. F.M.D. Aardema en mr. P.F.E. Geerlings, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M. van Gennip, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 maart 2020.

=========================================================================

[…]