Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:796

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-03-2020
Datum publicatie
19-03-2020
Zaaknummer
23-000221-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Oplegging geldboete van € 400.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000221-19

datum uitspraak: 16 maart 2020

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 januari 2019 in de strafzaak onder parketnummer

13-689050-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,

adres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

2 maart 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de kwalificatie en de opgelegde taakstraf – in zoverre wordt het vonnis vernietigd – en met dien verstande dat het hof artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) toevoegt aan de toepasselijke wettelijke voorschriften.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 20 uren subsidiair 10 dagen hechtenis met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 500,00 subsidiair 10 dagen hechtenis.

De raadsman heeft het hof verzocht in geval van een strafoplegging aan de verdachte een geldboete op te leggen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid pillen met MDMA (XTC) en een hoeveelheid MDMA. MDMA is een voor de gezondheid van gebruikers daarvan schadelijke stof. Dergelijke middelen vormen een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en het gebruik ervan is ook bezwarend voor de samenleving.

De LOVS-oriëntatiepunten schrijven bij het aanwezig hebben van 0-10 gram harddrugs een geldboete van € 750,00 voor. Het hof zal echter in strafmatigende zin rekening houden met het tijdsverloop sedert het bewezen verklaarde feit en de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Tot slot houdt het hof bij de strafoplegging rekening met het voorschrift van artikel 63 Sr.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de kwalificatie en de opgelegde taakstraf en doet in zoverre opnieuw recht.

Kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor vermeld.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 400,00 (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.F.E. Geerlings, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. H.A. van Eijk, in tegenwoordigheid van mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 maart 2020.

mr. P.F.E. Geerlings en mr. H.A. van Eijk zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.