Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:715

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-02-2020
Datum publicatie
23-03-2020
Zaaknummer
200.265.769/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

toewijzing enquete en onm. vz

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2020/60
ARO 2020/61
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.265.769/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 3 februari 2020

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GK INVESTMENTS B.V.

gevestigd te Wezep,

VERZOEKSTER,

advocaten: mr. A.C. van Campen en mr. M.M.H. van Dooren, beiden kantoorhoudende te ‘s-Hertogenbosch,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GHK HOLDING B.V.,

gevestigd te Wezep,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALLSECOM GROUP B.V.,

gevestigd te Wezep,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALLSETRA B.V.,

gevestigd te Wezep,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAPTRACE B.V.,

gevestigd te Naaldwijk,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TRACER SCHADONDERZOEK- & ADVIESBUREAU B.V.,

gevestigd te Oldebroek,

VERWEERSTERS,

advocaten: mr. M.M. Arts en mr. P.B.J. van den Oord, beiden kantoorhoudende te Den Haag,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HK INVESTMENTS B.V.,

gevestigd te Wezep,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. M.M. Arts en mr. P.B.J. van den Oord, beiden kantoorhoudende te Den Haag.

1 Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:

  • -

    verzoekster GKI;

  • -

    verweerster sub 1 met GHK Holding;

  • -

    verweerster sub 2 met Allsecom;

  • -

    verweerster sub 3 met Allsetra;

  • -

    verweerster sub 4 met Maptrace;

  • -

    verweerster sub 5 met Tracer;

  • -

    verweersters sub 2 tot en met 5 met Allsecom Group;

  • -

    verweersters gezamenlijk met GHK Holding c.s.;

  • -

    belanghebbende met HKI.

1.2

GKI heeft bij op 11 september 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van GHK Holding c.s. over de periode vanaf 1 januari 2018. Daarbij heeft zij tevens verzocht – zakelijk weergegeven – bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding

  1. HKI te schorsen als bestuurder van GHK Holding en een derde persoon te benoemen tot bestuurder van GHK Holding;

  2. een derde persoon te benoemen tot bestuurder van GHK Holding, indien en voor zover HKI niet als bestuurder wordt geschorst;

  3. de aandelen van HKI in het geplaatste kapitaal van GHK Holding aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder over te dragen;

  4. HKI te verbieden haar stemrecht uit te oefenen ten aanzien van benoeming, schorsing en ontslag van een of meer bestuurders, indien en voor zover de Ondernemingskamer de onmiddellijke voorziening bedoeld onder 1.2 sub 3 niet toewijst;

  5. HKI te bevelen de financiële administratie die betrekking heeft op GHK Holding en de daaraan verbonden ondernemingen te doen toekomen aan GKI en/of de door de Ondernemingskamer te benoemen bestuurder op een door GKI en/of door de Ondernemingskamer te benoemen bestuurder te bepalen wijze en plaats op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag met een maximum van € 100.000, althans

  6. zodanige voorzieningen te treffen die de Ondernemingskamer geraden acht,

alsmede GHK Holding en HKI hoofdelijk te veroordelen in de kosten van het geding.

1.3

GHK Holding c.s. en HKI hebben bij op 14 november 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht het verzoek af te wijzen en GKI te veroordelen in de kosten van het geding, uitvoerbaar bij voorraad. Bij wege van zelfstandig verzoek hebben GHK Holding c.s. en HKI de Ondernemingskamer verzocht een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van GHK Holding c.s. te bevelen en bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding

  1. GKI te schorsen als bestuurder van GHK Holding;

  2. de aandelen van GKI in het geplaatste kapitaal van GHK Holding aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder over te dragen;

  3. GKI te verbieden in contact te treden met het personeel van GHK Holding onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000 per overtreding;

  4. GKI te verbieden het kantoorpand van Allsetra in Amersfoort te betreden zonder voorafgaande goedkeuring van HKI onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000 per overtreding;

  5. GKI te gebieden binnen 5 dagen na de in deze te wijzen beschikking dan wel na ontvangst van een klacht een overzicht te verschaffen van de klachten die GKI in 2019 heeft ontvangen van klanten van GHK Holding c.s. die niet eerder zijn gedeeld met GHK Holding c.s. onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000 voor iedere dag dat GKI hiermee in gebreke blijft,

alsmede GKI te veroordelen in de kosten van het geding.

1.4

De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 5 december 2019. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde – aantekeningen en onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.

2 De feiten

2.1

[A] (verder: [A] ) is enig aandeelhouder en enig bestuurder van GKI.

2.2

[B] (verder: [B] ) is enig aandeelhouder en enig bestuurder van HKI.

2.3

[A] en [B] zijn broers.

2.4

GHK Holding is op 21 februari 2008 opgericht. Sinds de oprichting houden GKI en HKI elk 50% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van GHK Holding. Zij vormen samen het bestuur van GHK Holding en zijn als bestuurders alleen/zelfstandig bevoegd GHK Holding te vertegenwoordigen.

2.5

GHK Holding betreft een holdingvennootschap, die aan het hoofd staat van diverse groepsmaatschappijen. GHK Holding is sinds 21 februari 2008 enig bestuurder en enig aandeelhouder van Allsecom. Allsecom is enig aandeelhouder en enig bestuurder van Allsetra, Maptrace en Tracer.

2.6

GHK Holding houdt ongeveer 5% van de aandelen in de Belgische vennootschap Viloc N.V. (verder: Viloc). Vanaf januari 2018 is GKI bestuurder bij Viloc.

2.7

Allsetra houdt 10% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van Loqater B.V.. Tracer houdt sinds februari 2019 60% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van Advies Bureau Schade B.V. (verder: ABS).

2.8

HKI is (indirect) aandeelhouder en een van de bestuurders van Allied Branding B.V. (hierna: OnePlatforms). OnePlatforms houdt zich bezig met het ontwikkelen, produceren en uitgeven van software.

2.9

Allsecom Group houdt zich bezig met de verkoop van ‘track-‘n-trace’-systemen waarbij op afstand eigendommen kunnen worden gepositioneerd, beheerd en beveiligd.

2.10

Bij e-mail van 9 juli 2011 heeft [A] aan [B] en hun ouders onder meer geschreven:

“Ik heb vanavond definitief besloten te stoppen met de deelneming in ons familiebedrijf per 31-12-2011 om de volgende reden.

(….)

Ik stel voor dat jullie een plan maken hoe jullie met elkaar verder wensen te gaan en ik zal de zaken zo netjes mogelijk proberen over te dragen.”

2.11

Bij e-mail van 11 januari 2014 heeft [A] aan [C] (verder: [C] ), die samen met [D] (verder: [D] ) deel uitmaakt van het managementteam van Allsecom/Allsetra, een document gestuurd dat hij heeft gemaakt in verband met de overdracht van zijn taken binnen Allsetra. De e-mail vermeldt onder meer:

Hierbij alvast het document dat ik gemaakt heb wat betreft de overdracht van de taken binnen Allsetra. Wat betreft de aansturing van het personeel, bila’s etc. daar kun je volledig je eigen plan trekken.

2.12

Bij e-mail van 30 november 2014 heeft [B] aan [C] en [D] onder andere geschreven:

“Ik heb met [A] overleg gehad, hierbij willen [A] en ik de volgende rolverdeling doorvoeren.

[B] : aansturen Allsecom Group ( [C] & [D] ) MT

[A] : Acsc en sales als consultant voor Allsecom group.

2.13

In oktober 2015 heeft GHK Holding een geldlening ten bedrage van € 550.000 verstrekt aan GKI. In de geldleningsovereenkomst van 2 november 2015 staat onder andere dat GHK Holding en GKI zijn overeengekomen dat aflossing van de hoofdsom in onderling overleg zal plaatsvinden en dat over de hoofdsom of het restant daarvan GKI aan GHK Holding 5% rente verschuldigd is.

2.14

Bij e-mail van 16 december 2015 heeft [B] aan [A] onder andere geschreven:

“(…) zouden we 100k dividend uitkeren, 50k GK (welke verrekend wordt) en dan 50k HK waarna 25k GK HK zou factureren. Kan jij mij jou een factuur sturen van 25k ex btw? Als je wilt kan je deze gelijk weer doorsturen naar GHK voor aflossing van je lening, maar dat moet je zelf weten.

2.15

Bij e-mail van 21 april 2016 heeft [B] aan [A] onder andere geschreven:

“GK Investments heeft een lening van 600.000 euro in oktober afgesloten, wanneer verwacht jij de eerste rente betaling en aflossing op deze lening? Wat heeft hierin jouw voorkeur?

2.16

In een e-mail van 8 november 2016 heeft [A] aan een klant van Allsetra onder andere geschreven:

“Ik ben sinds 2014 niet meer betrokken bij de operationele zaken van o.a. Allsetra en voorwaarde is dat huidige MT eigen keuzes kan maken.

2.17

In 2017 heeft GKI vanuit Allsecom en Allsetra een managementfee van bijna € 70.000 ontvangen.

2.18

GKI en GHK Holding zijn op 1 mei 2017 een geldleningsovereenkomst aangegaan. De geldleningsovereenkomst vermeldt onder andere dat GHK Holding een bedrag aan GKI heeft verstrekt van € 312.000 en dat GKI over de hoofdsom of het restant daarvan aan GHK Holding 5% rente verschuldigd is. Aflossing van de hoofdsom zal in onderling overleg plaatsvinden.

2.19

Bij e-mail van 22 augustus 2017 heeft [B] aan [A] onder meer geschreven:

“Als ik de kosten van overig personeel bij elkaar optel, zouden we makkelijk een goede directeur kunnen aannemen, dan verwacht ik wel dat jij een stap terug doet bij Allsetra, en dus meer tijd in Viloc kan declareren (…) Is dat voor jou haalbaar?

2.20

Bij e-mail van 4 december 2017 heeft [A] aan [D] onder andere geschreven:

“Hierbij de factuur over november 2017 (…) Zoals besproken zal ik vanaf 2018 niet meer in Zwolle aanwezig zijn (…)”

2.21

Eind november 2018 heeft [A] aan [B] per WhatsApp laten weten dat hij stopt met Allsetra.

2.22

[B] heeft bij e-mail van 23 januari 2019 aan [A] onder andere geschreven: “Gezien jij nu al het werk naar mij overdraagt, wat ik geen bezwaar tegen heb, wil ik ook duidelijk en formeel hebben dat jij je niet meer met de leiding van het bedrijf Allsecom bemoeit.

Daarop heeft [A] gereageerd:

Zoals eerder afgesproken zou jij 2 dagen per week de operationele zaken aansturen, daar ben ik akkoord mee en dat kunnen we zeker afbakenen. Als grootaandeelhouder zie ik voor mijzelf geen passieve rol weggelegd omdat ik invloed wil hebben op de strategische keuzes en opportunity’s in de markt. Ik zie mijn rol dan ook in het aandragen van leads en Allsecom Group vertegenwoordigen in bijv. brancheorganisaties. Wat mij betreft stellen wij een aantal cruciale punten zoals strategische keuzes, overnames, identiteit of cultuur die impact hebben op de langere termijn waarover gezamenlijk wordt beslist zodat jij voldoende bewegingsvrijheid hebt om de dagelijkse zaken te managen.

[B] heeft daarop geantwoord:

Betreffende aansturing en uittargetten van t personeel wens ik geen continue overleg over te hebben wat iemand doet en niet doet, jij bent voor mij onvoorspelbaar en onberekenbaar. Het ene moment wil je er niets mee te maken hebben, ander moment wil je meepraten. (...)

Dit is voor mij een absolute voorwaarde anders zullen we snel een andere oplossing moeten vinden. Ik bemoei me niet met Viloc en jij niet met operatie en aansturing personeel Allsecom group, dat is afgesproken.

2.23

Bij e-mail van 5 maart 2019 heeft [A] aan [B] verzocht financiële informatie met betrekking tot Allsetra aan hem te verstrekken. In de e-mail staat onder andere:

Tot en met oktober 2018 ontvingen wij altijd de tweede week van de nieuwe maand de cijfers. Naar meerdere malen aandringen bij [D] heb ik op 21 januari 2019 de resultaten tot en met november ontvangen en daarna wederom allerlei excuses waarom het niet kan worden aangeleverd op tijd. Het is voor mij onbegrijpelijk dat er geen actueel inzicht is in de cijfers. (…)

Dit brengt ons bij het volgende punt, schijnbaar is er intern gecommuniceerd dat er geen informatie meer gedeeld mag worden extern waaronder ook met mijzelf. Als ik informatie wil over ons bedrijf dien ik een e-mail te sturen naar [D] met [B] in de c.c. is de boodschap. Dit gaat mij echt te ver. Ik wil als eigenaar relevante managementinformatie kunnen inzien en ontvangen aangaande ons bedrijf.

2.24

Bij e-mail aan [B] van 15 maart 2019 heeft [A] verzocht om een reactie op zijn e-mail van 5 maart 2019. Daarop heeft [B] geschreven:

Zal volgende week 2018 en ytd 2019 financials worden gestuurd. De rest heeft daar geen relevantie in. Eerst wil ik duidelijkheid welke scenario’s en voorwaarden we het proces ingaan.

2.25

Op 31 maart 2019 heeft [A] aan [B] onder meer geschreven:

“In de afgelopen vier maanden heb ik meerdere malen verzocht om een financiële update maar telkens bleven deze door onverklaarbare redenen uit. Zoals reeds aangegeven in email d.d. 5 maart 2019 ontvingen wij standaard binnen twee weken na afsluiting van een maand de cijfers.

De cijfers van december 2018 werden pas op 21 maart 2019 aangeleverd.

2.26

In een e-mail van [D] aan [B] van 18 april 2019 staat onder meer:

“Tijdens het gesprek gaf je aan niet te begrijpen waarom er door Allsetra zo wordt tegen gewerkt. Wat mij hierbij voornamelijk verbaasde is dat je meldde binnenkort 100% aandeelhouder te zijn van Allsetra”.

2.27

Bij e-mail van 5 mei 2019 heeft [A] aan [B] onder meer bericht:

“Tot slot weiger je al ruim vier maanden om mij inzicht te geven in de (financiële) status van onze bedrijven. (…) verzoek ik je dringend en voor de laatste maal om mij uiterlijk vrijdag 10 mei a.s. alvast de volgende zaken in gang te zetten:

- Mij online toegang te verschaffen tot alle data in het boekhoudpakket Afas.

- Mij direct toegang te verlenen tot alle data op de server.

- Schriftelijke opdracht aan [D] als controller om alle door mij op te vragen informatie in de komende weken direct aan te leveren.

2.28

Op 10 mei 2019 heeft [B] per e-mail aan [A] bericht dat er een aandeelhoudersvergadering van GHK Holding is gepland op 4 juni 2019. Verder heeft [B] GKI ( [A] ) gesommeerd de geldlening bedoeld onder 2.18 terug te betalen aan GHK Holding, omdat er geen rente wordt betaald.

2.29

Bij e-mail van 10 mei 2019 heeft [B] aan [A] onder meer geschreven:

“Gezien de financiële situatie van Allsecom Group en GHK Holding zal voor de financiering van de beoogde aankoop [de aandelen van EuropeTrack B.V., toevoeging Ondernemingskamer] aanvullende middelen nodig zijn. Er zijn thans onvoldoende liquide middelen om die volledig uit het eigen vermogen van Allsecom Group te voldoen.

(…)

Tenslotte nog een paar afsluitende opmerkingen met betrekking tot de verwijten die jij mij maakt aan het slot van jouw mail.

- jij hebt gewoon toegang tot de financiële gegevens. Ik heb gezien in de logs dat jij o.a. op 26/3 nog bent ingelogd in AFAS;

- jij hebt het MT dashboard tot week 16 ontvangen, dus bent op de hoogte van het reilen en zeilen van de onderneming. Ook ontvang je financiële rapportages van [D] .

- ik geef op dit moment geen toestemming voor externe audit/due diligence. Ik geef [D] dus geen opdracht voor het aanleveren van stukken.

2.30

Op 20 mei 2019 heeft [A] op de e-mail van [B] van 10 mei 2019 gereageerd. [A] schrijft in zijn e-mail aan [B] onder andere :

“Jouw e-mail heb ik de afgelopen dagen op mij in laten werken. Ik kan je reactie niet anders zien dan als “powerplay”. In mijn ogen is dit volstrekt onnodig. Het zet de verhoudingen onnodig en met oneigenlijke middelen op scherp (…).

- Over 2017 hebben wij 500k dividend uitgekeerd, hiervan heb ik 250k in mindering laten brengen op de openstaande leningen en betaling rente laten verrekenen.

- In Q1 2018 hebben wij interim-dividend uitgekeerd van 260k hiervan is 30k op 26 maart 2018 aan mij in cash uitgekeerd en 100k in mindering gebracht op de uitstaande leningen en betaling rentes.

- Op 10 mei 2018 heb ik het restant van 55k incl. rente overgemaakt waarmee de lening Ouddorp is afbetaald.

- Op 21 december 2018 heb ik 550k afbetaald waarmee ook de lening t.b.v. de hypotheek is afbetaald.

De resterende RC inzake het huis op Aruba zou dit jaar worden verwerkt met de jaarlijkse dividenduitkering waarna alles op nul zou staan maar nu jij opeens dat geld niet meer nodig hebt is er volgens jou opeens een ander beleid binnen GHK Holding en heb je de jaarlijkse dividenduitkering begin dit jaar geblokkeerd. Beleid wordt in mijn ogen door beide DGA’s gezamenlijk bepaald en niet enkel door jou. Een interim-dividend uitkering begin 2018 tijdens de bouw van je huis kwam jou namelijk wel heel goed uit. (…)

Zoals aangegeven heb ik wel toegang tot AFAS maar niet tot alle data. Ik stel dan ook voor om samen met [D] door AFAS heen te lopen. Ik zal hiervoor een afspraak maken met [D] en verwacht daarin ook alle medewerking.”

Verder staat in de e-mail dat [A] op 4 juni 2019 verhinderd is en stelt hij voor om de aandeelhoudersvergadering na 15 juni 2019 te houden.

2.31

GKI ( [A] ) heeft bij brief aan GHK Holding en HKI ( [B] ) van 29 mei 2019 haar bezwaren tegen het beleid en de gang van zaken van GHK Holding c.s. kenbaar gemaakt. In de brief staat onder andere dat HKI haar medebestuurder meermalen niet geïnformeerd heeft over belangrijke ontwikkelingen, gebeurtenissen of aangelegenheden, dat over 2018 zonder opgaaf van redenen en zonder overleg met [A] is besloten geen dividend uit te keren, dat ten onrechte een lening van € 312.000 aan GKI per direct is opgeëist, dat de oproep voor de aandeelhoudersvergadering van GHK Holding op 4 juni 2019 niet rechtsgeldig was en dat ten onrechte is geweigerd de vergadering te verplaatsen, temeer nu op de agenda het ontslag van GKI stond geagendeerd. De brief vermeldt verder dat ten onrechte verwijten zijn gemaakt aan GKI omtrent [A] positie bij Viloc en dat GKI de aandelen van HKI in GHK Holding kon overnemen tegen een prijs van € 3 miljoen. De brief vermeldt daarover: “Toen [A] vervolgens aan u aangaf met dit aanbod in te stemmen, heeft u aangegeven dat er nimmer overeenstemming hierover zou zijn ontstaan. Hiermee komt u willens en wetens gemaakte afspraken niet na.

2.32

Op 22 augustus 2019 heeft [B] namens GHK Holding besloten het restant van de rekening courant vordering op GKI binnen twee werkdagen op te eisen. GKI heeft daarop de openstaande schuld ingelost.

2.33

Op 18 oktober 2019 heeft [A] een bezoek gebracht aan Allsetra. In een e-mail van [D] aan onder meer [B] van 18 oktober 2019 staat onder meer:

(…) willen we je toch nog graag even informeren over de bijzondere middag die we vandaag hebben gehad.

Na maanden afwezigheid liep [A] vandaag opeens op kantoor (na bijna een jaar niet te zijn geweest.) Hij heeft een rondje gemaakt en heeft met enkele werknemers gesproken. Het verbaasde ons erg, daar hij zich maanden niet heeft laten zien. (…) Het plotselinge bezoek van [A] heeft wederom voor onrust op de werkvloer gezorgd. Het bevreemdt ons dat hij na maanden opeens weer “in de lucht is”. We kregen het gevoel dat we werden uitgehoord om negatieve informatie los te krijgen of om een case op te bouwen

3 De gronden van de beslissing

3.1

GKI heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van GHK Holding c.s. en dat gelet op de toestand van GHK Holding c.s. onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen. Ter toelichting heeft zij – kort samengevat – het volgende naar voren gebracht:

  1. HKI weigert stelselmatig GKI te informeren of toegang te geven tot informatie.

  2. HKI wijkt af van het bestendige bestuurs- en aandeelhoudersbeleid, nu HKI een dividenduitkering over het jaar 2018 weigert.

  3. Ten onrechte heeft HKI namens GHK Holding de aan GKI verstrekte geldlening van € 312.000 opgeëist.

  4. GHK Holding was samen met GKI en HKI voornemens EuropeTrack B.V. (verder: EuropeTrack) over te nemen voor een bedrag van € 4 miljoen. GKI betwist hetgeen HKI in haar e-mail van 10 mei 2019 naar voren heeft gebracht, te weten dat er een afspraak is gemaakt om de overname volledig intern te financieren. Gelet op de verstoorde verhoudingen tussen GKI en HKI is een overname niet verstandig. Een en ander kwalificeert niet als juist beleid dat door HKI is gevoerd als bestuurder van GHK Holding.

  5. De gang van zaken met betrekking tot de aandeelhoudersvergadering van GHK Holding, die stond geagendeerd voor 4 juni 2019 kwalificeert niet als behoorlijk beleid. De bijeenroeping en oproeping waren niet rechtsgeldig en de agendering van het ontslag van GKI als bestuurder van GHK Holding was onbehoorlijk, nu GKI niet in de gelegenheid is gesteld haar raadgevende stem uit te brengen en haar recht te worden gehoord uit te oefenen op de vergadering.

  6. GKI en HKI hebben herhaaldelijk gesproken over een overdracht van de aandelen in GHK Holding. HKI weigert ten onrechte de aandelen te laten waarderen en werkt het bereiken van een oplossing tegen.

  7. HKI beschuldigt GKI ten onrechte van belangenverstrengeling als bestuurder van Viloc en als (indirect) aandeelhouder in Viloc (via GHK Holding). GKI is er niet in gekend dat vanwege extra investeringen € 50.000 aan extra kosten betaald zullen worden door GHK Holding aan OnePlatforms. Het staat HKI en [B] niet vrij namens GHK Holding met OnePlatforms afspraken te maken.

  8. Als gevolg van het conflict tussen GKI ( [A] ) en HKI ( [B] ) wordt de besluitvorming binnen GHK Holding c.s. geblokkeerd. Dit geldt bijvoorbeeld voor besluiten ter zake het toekennen van managementvergoedingen, de overname van EuropeTrack, het vaststellen van de jaarrekening, het al dan niet opeisen van leningen, het al dan niet aangaan van overeenkomsten met Viloc en OnePlatforms. De spanningen tussen beide broers zorgen ook voor onrust onder het personeel en externe adviseurs van de ondernemingen.

3.2

GHK Holding c.s. en HKI hebben aan hun enquêteverzoek en hun verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen ten grondslag gelegd dat het van een onjuiste gang van zaken getuigt dat GKI ( [A] ) ondanks diens terugtrekkende bewegingen in 2011 (r.o 2.10), in 2014 (r.o 2.11), de bevestiging hiervan in november 2014 (r.o 2.12) de mededeling eind 2017 in 2018 niet meer aanwezig te zullen zijn (r.o 2.20) en bevestiging hiervan in januari 2019 (r.o 2.22), nog altijd formeel zelfstandig bevoegd bestuurder is van GHK Holding. GKI heeft geen bestuurlijke betrokkenheid bij GHK Holding en streeft alleen haar eigen belang na. Volgens GHK Holding c.s. en HKI ( [B] ) is GKI in het verleden weggelopen van verantwoordelijkheden, heeft GKI zich onmogelijk gemaakt bij het personeel, en beschikt GKI niet over de juiste capaciteiten om leiding te geven aan een onderneming als Allsetra en Allsecom. GKI dreigt de besluitvorming over aandeelhoudersaangelegenheden te frustreren (vaststelling van de jaarrekening, ontslag van GKI en benoeming van een nieuwe bestuurder, vaststelling redelijke beloning van de andere bestuurder), weigert in overleg te treden over de buy-and-build strategie en heeft de beoogde aankoop van EuropeTrack eigenhandig getorpedeerd, zonder hierover met HKI overleg te hebben. GKI’s handel en wandel ten aanzien van Viloc is onduidelijk en niet transparant. GKI neemt de verschillende belangen tussen Viloc en Allsetra niet in acht en pleegt geen overleg met haar medebestuurder HKI. Het handelen van GKI in de jaren 2014 t/m 2019 heeft onnodige kosten voor GHK Holding met zich gebracht. GKI heeft haar positie onhoudbaar gemaakt bij het personeel, aldus – nog steeds – GHK Holding c.s. en HKI.

3.3

GHK Holding c.s. en HKI enerzijds en GKI anderzijds hebben over en weer gemotiveerd verweer gevoerd tegen elkaars verzoeken. De Ondernemingskamer zal hieronder waar nodig op deze verweren ingaan.

3.4

Op grond van het gestelde in beide verzoekschriften en het verhandelde ter zitting concludeert de Ondernemingskamer dat er gegronde redenen zijn aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van GHK Holding c.s. te twijfelen. Ter motivering hiervan overweegt de Ondernemingskamer het volgende (r.o. 3.5-3.7).

3.5

Er is sprake van een volledig verstoorde verhouding tussen de beide broers (bestuurders/aandeelhouders van GHK Holding) en dit heeft directe gevolgen voor GHK Holding en de door haar in Allsecom Group gedreven onderneming. Het wantrouwen tussen de broers staat aan een normale communicatie tussen hen in de weg. Er vindt geen constructief overleg plaats. Mede als gevolg daarvan bestaat een vrijwel totale impasse in het bestuur en in de aandeelhoudersvergadering van GHK Holding. Die impasse werkt door op het niveau van Allsecom Group. De Ondernemingskamer acht aannemelijk dat de impasse op het niveau van GHK Holding negatieve gevolgen heeft en – indien niet spoedig doorbroken – zal blijven hebben voor Allsecom Group en degenen die bij haar ondernemingen betrokken zijn, waaronder het personeel. De broers verschillen van inzicht over diverse onderwerpen van meer dan ondergeschikt belang. Het betreft onder meer het opmaken en vaststellen van de jaarrekeningen van GHK Holding c.s. over 2018, het al dan niet uitkeren van dividend, de te voeren strategie en in het verlengde daarvan de gang van zaken rondom de financiering van de voorgenomen overname van EuropeTrack en het al dan niet aangaan van overeenkomsten met Viloc en OnePlatform (zie ook hierna 3.6) De Ondernemingskamer constateert dat deze impasse weliswaar doorwerkt op het niveau van Allsecom Group, maar dat de impasse zich met name manifesteert bij GHK Holding. Het gaat in essentie om de wijze waarop HKI en GKI, als bestuurders van GHK Holding invulling geven aan het functioneren van GHK Holding als bestuurder en aandeelhouder van Allsecom, die op haar beurt enig aandeelhouder en bestuurder is van Allsetra, Maptrace en Tracer. Waar zich bij Allsecom Group problemen voordoen zijn deze telkens terug te voeren op de impasse binnen GHK Holding.

3.6

GKI ( [A] ) is formeel bestuurder van GHK Holding en staat ook als zodanig ingeschreven in het handelsregister. GKI vervult echter niet de daarbij behorende taken. [A] is (op een enkel bezoek na) maandenlang niet op het kantooradres van de onderneming geweest en zijn bestuurderschap beperkt zich in feite tot enkele activiteiten op afstand. Een en ander kan niet worden geduid als een taakverdeling binnen het bestuur; GKI gedraagt zich meer als commissaris dan als bestuurder. Deze discrepantie tussen GKI’s formele positie en de feitelijke gang van zaken is onwenselijk. Zolang GKI ( [A] ) echter formeel nog bestuurder is, heeft GKI recht op alle informatie die betrekking heeft op GHK Holding c.s. Het mag zo zijn dat GKI in theorie digitaal toegang heeft tot die informatie, het feit dat GKI kennelijk praktische problemen ondervindt, had voor haar mede-bestuurder aanleiding moeten zijn er actief voor zorg te dragen dat die obstakels werden weggenomen.

3.7

Aan beide zijden is verder sprake van (potentieel) tegenstrijdige belangen (Viloc aan de zijde van GKI en OnePlatforms aan de zijde van HKI), ten aanzien waarvan onduidelijk is of daarover voldoende openheid is betracht en of in overeenstemming met de wettelijke voorschriften en de statutaire bepalingen van Allsetra en Allsecom daaromtrent is gehandeld.

3.8

Reeds op de hiervoor (3.5 t/m 3.7) genoemd gronden is er voldoende aanleiding een onderzoek te gelasten. Omdat Allsecom Group met GHK Holding een economische en organisatorische eenheid vormen onder gemeenschappelijke leiding – het gaat in wezen om één onderneming – zal de Ondernemingskamer een concernenquête gelasten bij GHK Holding c.s. De overige door beide partijen aangevoerde gronden kunnen bij deze stand van zaken onbesproken blijven. De Ondernemingskamer ziet geen aanleiding een onderzoek te gelasten over een langere periode dan vanaf 1 januari 2018.

3.9

De Ondernemingskamer is van oordeel dat de toestand van GHK Holding c.s., zoals die blijkt uit de voorgaande overwegingen noopt tot het treffen van de navolgende onmiddellijke voorzieningen. Om ten aanzien van GKI ( [A] ) een eind te maken aan de gesignaleerde onwenselijke discrepantie tussen de juridische en de feitelijke situatie, zal GKI worden geschorst als bestuurder. In haar plaats zal tijdelijk een derde tot bestuurder van GHK Holding worden benoemd, dit mede ter waarborging van de aandeelhoudersrechten van GKI, waaronder haar recht op informatie. De te benoemen tijdelijk bestuurder komt een beslissende stem toe in het bestuur van GHK Holding en deze bestuurder mag het tevens tot zijn taak rekenen een minnelijke regeling tussen de beide broers te beproeven. De te benoemen tijdelijk bestuurder is zelfstandig bevoegd GHK Holding te vertegenwoordigen en zonder deze bestuurder kan GHK Holding niet vertegenwoordigd worden. Teneinde een verdere impasse in de aandeelhoudersvergadering van GHK Holding te voorkomen zal daarnaast van zowel GKI als HKI één aandeel worden overgedragen aan een te benoemen tijdelijke beheerder van aandelen.

3.10

Voor het treffen van meer of andere onmiddellijke voorzieningen bestaat naar het oordeel van de Ondernemingskamer vooralsnog geen aanleiding.

3.11

De Ondernemingskamer zal de aanwijzing van een onderzoeker vooralsnog aanhouden opdat kan worden bezien of reeds door de te treffen onmiddellijke voorzieningen een oplossing van het geschil kan worden bereikt. Ieder der partijen of de door de Ondernemingskamer te benoemen bestuurder kan op elk moment de Ondernemingskamer verzoeken de onderzoeker aan te wijzen.

3.12

De Ondernemingskamer zal de kosten van het onderzoek en de te benoemen bestuurder en beheerder van aandelen ten laste brengen van GHK Holding.

3.13

De Ondernemingskamer acht ten slotte termen aanwezig de kosten van het geding tussen de verschenen partijen te compenseren zoals hierna te vermelden.

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van GHK Holding B.V., Allsecom Group B.V., Allsetra B.V., Maptrace B.V. en Tracer Schadeonderzoek- & Adviesbureau B.V. over de periode vanaf 1 januari 2018;

benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon teneinde het onderzoek te verrichten;

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 25.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van GHK Holding B.V. en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen;

benoemt mr. A.W.H. Vink tot raadsheer-commissaris, zoals bedoeld in artikel 2:350 lid 4 BW;

schorst, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, met ingang van heden GK Investments B.V. als bestuurder van GHK Holding B.V.;

benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot bestuurder van GHK Holding B.V. met beslissende stem en bepaalt dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is GHK Holding B.V. te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder GHK Holding B.V. niet vertegenwoordigd kan worden;

bepaalt dat het salaris en de kosten van deze bestuurder ten laste komen van GHK Holding B.V. en bepaalt dat GHK Holding B.V. voor de betaling daarvan ten genoegen van de bestuurder zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden;

bepaalt vooralsnog voor de duur van het geding dat één aandeel van GK Investments B.V. en één aandeel van HK Investments B.V. in GHK Holding B.V. ten titel van beheer met ingang van heden zijn overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon;

bepaalt dat het salaris en de kosten van de beheerder van aandelen ten laste komen van GHK Holding B.V. en bepaalt dat GHK Holding B.V. voor de betaling daarvan ten genoegen van de beheerder zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden;

compenseert de kosten van het geding tussen de verschenen partijen aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.M. Tillema, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. M.P. Nieuwe Weme, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, mr. M.A. Sterk, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.W.H. Vink op 3 februari 2020.