Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:607

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-02-2020
Datum publicatie
02-03-2020
Zaaknummer
200.266.879/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; enquête; beëindiging procedure in verband met minnelijke regeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2020/72
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.266.879/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 17 februari 2020

inzake

[A] ,

wonende te [....] ,

VERZOEKER,

advocaat: mr. A.R.J. Croiset van Uchelen, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOSAL NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Vianen,

VERWEERSTER,

advocaten: mrs. J.W. de Groot en M.V.A. Heuten, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap naar Iers recht

JENDA CORPORATE HOLDINGS LTD,

gevestigd te Dublin, Ierland,

2. de besloten vennootschap naar Luxemburgs recht

FENIKS S.À R.L.,
gevestigd te Luxemburg,

BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mrs. R.C. de Mol en M.H.J. van Rest, beiden kantoorhoudende te Den Haag.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen zullen hierna als volgt worden aangeduid:
Bosal Nederland B.V. als Bosal;
[A] als [A] ;
Jenda Corporate Holdings Ltd als Jenda;
Feniks S.à r.l. als Feniks.

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 31 oktober 2019 en 2 november 2019.

1.3

Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – bij wijze van onmiddellijke voorzieningen, vooralsnog voor de periode tot de beslissing op het enquêteverzoek, Bosal verboden (i) mee te werken aan een conversie van het preferente aandeel B en het preferente aandeel C in gewone aandelen en (ii) enige uitkering van dividend, kapitaal, agio of reserves te doen op de preferente aandelen A, B en C en de gewone aandelen, alsmede W.L. Meijer (hierna: Meijer) benoemd als niet uitvoerende bestuurder van Bosal en bepaald dat hij binnen het bestuur van Bosal een beslissende stem heeft ten aanzien van de informatievoorziening aan [A] .

1.4

Bij e-mail aan de Ondernemingskamer van 12 februari 2020 heeft mr. Croiset van Uchelen, in verband met een tussen partijen tot stand gekomen minnelijke regeling, bericht dat de enquêteprocedure tot een einde kan komen, dat [A] zijn verzoeken intrekt en dat partijen hebben afgesproken dat ieder zijn eigen proceskosten draagt.

1.5

Bij e-mailberichten aan de Ondernemingskamer van eveneens 12 februari 2020 hebben mr. Van Rest, namens Jenda en Feniks, en mr. De Groot, namens Bosal, het bericht van mr. Croiset van Uchelen bevestigd.

1.6

Desgevraagd door de secretaris van de Ondernemingskamer heeft Meijer, op 17 februari 2020, bevestigd dat een minnelijke regeling tot stand is gekomen en daarbij te kennen gegeven dat zijn honorarium is voldaan.

2 De gronden van de beslissing

Nu partijen een regeling hebben getroffen, er geen bezwaren zijn ontvangen tegen het verzoek tot – zo verstaat de Ondernemingskamer – beëindiging van de getroffen onmiddellijke voorzieningen, onder gelijktijdige intrekking van het verzoek tot het bevelen van een onderzoek, en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich tegen toewijzing van het verzoek verzet, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen aldus dat zij de bij de beschikking van 31 oktober 2019 getroffen onmiddellijke voorzieningen zal beëindigen, een en ander met ingang van heden. Nu de verzoeken tot het gelasten van een onderzoek zijn ingetrokken behoeven deze verzoeken geen verdere behandeling en beslissing.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van 31 oktober 2019 getroffen onmiddellijke voorziening;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. P.R. Baart en W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Govers, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2020.