Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:533

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-02-2020
Datum publicatie
25-02-2020
Zaaknummer
23-002826-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Nietige dagvaarding. Geen betekening plaatsgevonden aan het laatst opgegeven verblijfsadres. Ook is niet gebleken dat een afschrift van de dagvaarding (en een vertaling daarvan) naar het adres van de verdachte in het buitenland is verzonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002826-19

datum uitspraak: 7 februari 2020

NIET VERSCHENEN (raadsman niet gemachtigd)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 19 juli 2019 in de strafzaak onder de parketnummers 13-684036-19 en

13-237946-18 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1981,

zonder vaste woon- of verblijfplaats,

laatst opgegeven verblijfadres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

7 februari 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep

Blijkens de akte van uitreiking is getracht de dagvaarding in hoger beroep te betekenen aan het adres [adres 1]. De dagvaarding is niet uitgereikt, omdat de in de adressering aangegeven woning niet bestaat. Vervolgens is de dagvaarding uitgereikt aan de griffie van de rechtbank Amsterdam.

De verdachte heeft in het verhoor bij de rechter-commissaris, blijkens het proces-verbaal daarvan, te kennen gegeven dat hij verblijft op de [adres 1]. Er zijn geen omstandigheden die erop wijzen dat dit adres als achterhaald moet worden beschouwd. Daarom moet dit adres als de laatst door de verdachte opgegeven feitelijke woon- of verblijfplaats worden beschouwd en had de betekening van de dagvaarding aan dit adres hebben moeten plaatsvinden.

De verdachte was ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding niet gedetineerd. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de informatiestaat SKDB-persoon staat de verdachte sinds 31 augustus 2017 in de Basisregistratie Personen ingeschreven op een adres in Polen, te weten [adres 2]. Niet is gebleken dat een afschrift van de dagvaarding (en een vertaling daarvan in de Poolse taal), ook is toegezonden aan het hiervoor vernoemde adres van de verdachte in het buitenland, zoals voorgeschreven in artikel 588, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Uit hetgeen hiervoor is vastgesteld volgt dat de dagvaarding om in hoger beroep op de terechtzitting te verschijnen niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is uitgereikt. De dagvaarding dient op grond daarvan – nu de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen – nietig te worden verklaard.

Beslissing

Het hof:

Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M.P. Geelhoed, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. M.J. Dubelaar, in tegenwoordigheid van mr. R.L. Vermeulen en mr. T.M.A.D. de Lanoy, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 februari 2020.

Mr. M.J. Dubelaar is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.