Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:4027

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-12-2020
Datum publicatie
27-11-2021
Zaaknummer
23-000375-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor diefstal. Straf: gevangenisstraf voor de duur van één week met aftrek van het voorarrest. Toewijzing TUL.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000375-20

datum uitspraak: 9 december 2020

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 februari 2020 in de strafzaak onder de parketnummers 15-021878-20 en 05-208187-17 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1985,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

adres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

25 november 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het

Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen

de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 25 januari 2020 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer twee blikjes Jack Daniels,

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [winkel], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewijsoverweging

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit Hij heeft daartoe gesteld dat – ondanks de ontkennende verklaring van de verdachte – vastgesteld kan worden op grond van de aangifte en de beschrijving van de camerabeelden dat de verdachte in de [winkel] twee blikjes in zijn jaszak stopt, en vervolgens de winkel uit gaat lopen, zonder af te rekenen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gesteld dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. De verdachte heeft van begin af aan ontkend de blikjes te hebben gestolen. Allereerst kan uit de camerabeelden geen duidelijk signalement worden afgeleid dat het de verdachte is die op deze beelden is te zien. Tevens kan niet uit de camerabeelden volgen dat de verdachte een blikje Jack Daniels in zijn binnenzak stopt. Louter de beweging van een hand naar de binnenkant van de jas is zichtbaar en dat maakt nog niet dat er sprake is van een wegnemingshandeling. Voorts is de bewegingshandeling van het blikje naar de binnenzak in strijd met hetgeen de aangever in de aangifte heeft vermeld. Hij stelt dat de verdachte twee blikjes in zijn hand had. De desbetreffende [winkel] is een open winkel en de stelling dat de verdachte de blikjes niet wilde afrekenen, is onjuist.

Oordeel van het hof

Uit het dossier volgt dat de verdachte op 25 januari 2020 op Schiphol de [winkel] is ingegaan en

daar twee blikjes heeft gepakt. De verdachte is door een beveiliger aangesproken vlak voor de ingang van deze winkel. Het hof is van oordeel, anders dan door de raadsman betoogd, dat - gelet op pagina 21 van het dossier (het proces-verbaal van aangifte) - het de verdachte is die op de camerabeelden is te zien. Op deze beelden is volgens verbalisant [verbalisant] voorts te zien dat hij een blikje in zijn jaszak stopt. Deze handeling, zichtbaar op pagina 33 van het dossier (proces-verbaal onderzoek camerabeelden), kan worden aangemerkt als een wegnemingshandeling, waarbij de verdachte het oogmerk had in ieder geval één blikje Jack Daniels weg te nemen. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte ook het tweede blikje in zijn jaszak heeft gestopt. Gelet daarop zal bewezen worden verklaard dat de verdachte zich één blikje heeft toegeëigend.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 25 januari 2020 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een blikje Jack Daniels toebehorende

aan [winkel] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een week met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf

als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich op Schiphol schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Diefstal is een hinderlijk feit, dat in het algemeen naast financiële schade ook hinder en overlast voor de gedupeerde en andere winkeliers veroorzaakt. Het hof rekent dit de verdachte aan.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 11 november 2020

is hij eerder voor soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld. Het hof is van oordeel dat oplegging van een taakstraf niet passend is gelet op het feit dat de verdachte niet in Nederland woont, en gelet op de twee eerdere veroordelingen van verdachte wegens diefstal in 2018, niet met een andere dan een vrijheidsbenemende straf kan worden volstaan.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 7 februari 2018 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een week met een proeftijd van twee jaren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Naar het oordeel van het hof is gebleken dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarmee heeft hij de aan de voorwaardelijke straf opgelegde voorwaarde overtreden. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 7 februari 2018, parketnummer 05-208187-17, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. S. Clement en mr. M. Lolkema, in tegenwoordigheid van

mr. B.K.M. Pouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

9 december 2020.

=========================================================================

[…]