Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:3748

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12-08-2020
Datum publicatie
15-01-2021
Zaaknummer
23-002893-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mishandeling. Verwerping beroep op noodweer. ontslag van alle rechtsvervolging op grond van noodweerexces. De verdachte werd van meet af aan belaagd door de aangeefster, die – ook op het moment dat de verdachte op een trap stond met de bedoeling hun zoont

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002893-18

datum uitspraak: 12 augustus 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 augustus 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-238065-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1979,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 25 november 2017 te Zaandam, gemeente Zaanstad, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] te slaan/stompen tegen het gezicht, althans het hoofd en/of (vervolgens) te schoppen tegen het gezicht, althans het hoofd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof, anders dan de politierechter, niet tot een vrijspraak komt.

Bewijsoverweging

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor de tenlastegelegde mishandeling wordt veroordeeld. Door richting zijn ex-vrouw te trappen/schoppen heeft de verdachte op zijn minst de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij letsel zou veroorzaken, aldus de advocaat-generaal, volgens wie geen sprake was van een situatie waarin de verdachte zichzelf moest verdedigen.

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken, omdat de verdachte geen opzet had op de mishandeling, maar slechts probeerde de aangeefster af te weren. Subsidiair komt de verdachte een beroep op noodweer toe, aldus de raadsman.

Relevante feiten en omstandigheden

Uit het dossier en het verhandelde ter zitting, waaronder de ter zitting afgespeelde beelden, blijkt het volgende. De verdachte is in een binnenspeeltuin een trap van een speeltoestel gedeeltelijk opgelopen met het doel zijn zoontje, dat zich bovenaan die trap bevond, op te tillen. De aangeefster heeft hem daarbij gevolgd en heeft hem, terwijl hij op de trap stond, meermalen van achteren benaderd en aan zijn jas getrokken. De verdachte heeft in reactie hierop meermalen met veel kracht een trap naar achter gegeven. De aangeefster is door tenminste één van die trappen in het gezicht geraakt en had als gevolg daarvan een gescheurde lip.

Opzet

De krachtige trappen van de verdachte naar het gezicht van de aangeefster kunnen naar de uiterlijke verschijningsvorm niet anders worden begrepen dan als erop te zijn gericht haar te raken. Daarmee heeft de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij bij de aangeefster pijn en letsel zou veroorzaken. Hij heeft dan ook (minst genomen) voorwaardelijke opzet op de mishandeling gehad.

Noodweer

De gedragingen van de aangeefster, die meermalen op de verdachte af kwam en hem aan zijn jas trok toen hij op de trap stond, zijn te beschouwen als een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van de verdachte waartegen hij zich mocht verdedigen. De reactie van de verdachte bestond uit het met kracht achterwaarts trappen in en richting het gezicht van de aangeefster. Die reactie staat als verdedigingsmiddel niet in een redelijke verhouding tot de ernst van de aanranding, zodat de verdachte de grenzen van de noodzakelijke verdediging overschreed en niet is voldaan aan de eis van proportionaliteit van de verdediging.

Het hof verwerpt dan ook het beroep op noodweer.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 25 november 2017 te Zaandam, gemeente Zaanstad, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] te schoppen tegen het gezicht.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Zoals in de bewijsoverweging uiteengezet was sprake van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van de verdachte, waartegen de verdachte zich mocht verdedigen. Het hof acht aannemelijk dat de verdachte de grenzen van de noodzakelijke verdediging heeft overschreden als gevolg van een hevige gemoedsbeweging die door de aanranding is veroorzaakt. De verdachte werd van meet af aan belaagd door de aangeefster, die – ook op het moment dat de verdachte op een trap stond met de bedoeling hun zoontje, dat zich bovenaan de trap bevond, op te tillen – hem van achteren bleef benaderen en aan zijn jas trok. Het hof acht aannemelijk dat die aanranding door de aangeefster bij de verdachte een dusdanige vrees en/of radeloosheid heeft veroorzaakt, dat hij daardoor de grenzen van de noodzakelijke verdediging heeft overschreden en meermaals naar achteren heeft getrapt. De verdachte heeft daarom gehandeld in noodweerexces.

De verdachte is om die reden ten aanzien van het bewezenverklaarde niet strafbaar en hij dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld, verklaart de verdachte niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Senden, mr. N.A. Schimmel en mr. A.M. van Woensel, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 augustus 2020.

Mr. A.M. van Woensel is buiten staat dit arrest te ondertekenen.