Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:3571

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-12-2020
Datum publicatie
15-02-2021
Zaaknummer
200.248.317/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verwijzing na Hoge Raad
Inhoudsindicatie

Geding na cassatie en verwijzing (Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018: 971). Uitleg provisieregeling in samenwerkingsovereenkomst en non disclosure agreement (hierna: DNA). Hoge Raad heeft eindarrest van hof Den Haag vernietigd omdat hof Den Haag de meervoudig te beslissen zaak enkelvoudige ter comparitie had behandeld. Na verwijzing naar hof Amsterdam hebben partijen ieder een memorie na verwijzing genomen en is de zaak mondeling behandeld ten overstaan van drie raadsheren. Na verwijzing heeft het hof de grieven van appellante opnieuw beoordeeld en daarbij betrokken de in eerste aanleg gewisselde stukken, de memories van grieven en van antwoord met producties, de voorafgaande aan de enkelvoudige comparitie toegezonden productie, de memories na verwijzing en hetgeen ter meervoudige zitting is besproken. Het hof concludeert dat de provisieregeling en de NDA alleen betrekking hebben op de ontwikkeling en vermarkting van he DV systeem als geheel en niet ook op onderdelen van dat DV systeem en het bestreden vonnis bekrachtigt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.248.317/01

zaaknummer rechtbank Den Haag : C/09/486723 /HA ZA 15-460

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 december 2020

inzake

[X] SCREEN DEVELOPMENT B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

advocaat: mr. L.J. Gravendeel te Amsterdam,

tegen

HOLLAND SCHERMING B.V.,

gevestigd te Maasdijk, gemeente Westland,

geïntimeerde,

advocaat: mr. E.W. Bosch te Naaldwijk.

1 Het geding na verwijzing door de Hoge Raad

Partijen worden hierna [X] en HS genoemd.

Bij arrest van 22 juni 2018 heeft de Hoge Raad onder zaaknummer 17/02117 het in deze zaak tussen [X] en HS gewezen arrest van het gerechtshof Den Haag van 31 januari 2017 vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar dit hof.

Bij exploot van 11 oktober 2018 heeft [X] HS doen oproepen om voort te procederen voor dit hof.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven na verwijzing tevens inbreng van producties, met een productie;

- antwoordmemorie na verwijzing;

- akte depot, met een productie.

Partijen hebben de zaak ter zitting van 26 augustus 2020 doen bepleiten, [X] door mr. Gravendeel voornoemd (aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd aan het hof) en HS door mr. Bosch voornoemd.

Ten slotte is arrest gevraagd.

[X] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis (ten dele) zal vernietigen en alsnog, uitvoerbaar bij voorraad, zijn vorderingen in eerste aanleg onder A, B, C, D, E, I en K (hierna: de vorderingen) zal toewijzen, met veroordeling van HS in de kosten van beide instanties, met nakosten en rente.

HS heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van [X] in de kosten van het hoger beroep met nakosten en rente.

2 Feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten.

2.1.

[X] is indirect enig aandeelhouder en indirect bestuurder van [X] . Hij heeft een aantal uitvindingen op zijn naam staan op het gebied van onder meer systemen voor scherming voor kassen.

2.2.

HS levert schermoplossingen met name in de glastuinbouw, voor tuincentra en in de utiliteitsbouw.

2.3.

In november 2013 hebben de directeur van HS, [Y] (hierna: [Y] ) en [X] gesproken over een eventueel samenwerkingsverband tussen HS en [X] . In dat kader heeft [X] op 20 november 2013 een e-mail gestuurd aan de bedrijfsjurist van HS met als bijlage een concept van een non-disclosure agreement (hierna: NDA). Op 26 november 2013 hebben partijen deze e-mail besproken. Op verzoek van HS is toen op de print van de e-mail (onder meer) een (handgeschreven) regel toegevoegd. Vervolgens hebben partijen het stuk (hierna: de samenwerkingsovereenkomst) ondertekend.

In de samenwerkingsovereenkomst staat het volgende:

“In gevolge op jouw verzoek het doel van de samenwerking en de voordelen van het door mij initieel beoogde systeem te benoemen laat ik je als volgend weten:

Generaal gezien wil ik met mijn ideeën Holland Scherming (HS) input te geven om daarmee de markt-volgende positie om te kunnen zetten in een markt-leidende.

(…)

D.m.v. het introduceren van nieuwe systemen waarover ik ideeën heb kan richting gekozen worden waarmee HS zich kan distantiëren van haar concurrenten.

Deze richting moet consistent zijn, op de toekomst gericht en daarmee mogelijkheden geven nieuwe technieken toe te passen in de schermwereld, waarbij kasschermen ook bruikbaar blijven of worden voor toepassing op andere marktgebieden.

In grote lijnen maak ik momenteel voor mijn systemen onderscheid in 2 systemen: die voor hellende en vrij verval (DR systeem) en die voor horizontale systemen (DV systeem). De werking van het eerste systeem (DR) heb ik gepatenteerd, hetgeen vooral de aandrijving ervan betreft. Aan octrooiering van het horizontale (DV) systeem ben ik (nog) niet begonnen.

Deze 2 systemen kunnen voorzien in alle op de tuinbouw betrekking hebbende inbouwwensen.

In het begin van onze samenwerking zou ik me willen beperken tot het DV systeem daar ik bij dit systeem de laagste opstartkosten en het hoogste volume verwacht.

Dit systeem beoogt:

(…)

Ik wil mijn ideeën initieel inbrengen op voorwaarde dat het mijn ideeën blijven zoals ook omschreven in de bijgaande NDA. Deze NDA kan i.v.m. zijn algemene toepasbaarheid “stekelig” overkomen maar HS kan deze ideeën vrij gebruiken op de condities zoals wij die besproken hebben:

  • -

    Ik krijg min. een jaar de tijd om zo’n idee met HS op de markt te brengen waarbij na een half jaar zicht moet zijn op een positieve afloop. D.w.z. vermarkting met positief resultaat

  • -

    Gedurende dit jaar betaalt HS mij €1000,-/wk (excl. BTW en kosten) als tegemoetkoming voor de begeleiding waarvan ik HS ga voorzien bij de ontwikkeling van het uiteindelijke product. [Hof: handmatig is toegevoegd:] en al hetgeen verder op tafel komt.

  • -

    Bij vermarkting van het product betaalt HS mij een omzetprovisie binnen de bandbreedte van 1-3%. Dit wordt nog nader overeengekomen en is afhankelijk van de vermarktings resultaten/potentie. HS zal hier volledig transparant in zijn en onderget. redelijk (op basis van objectieve argumenten).

  • -

    Dat wij het er op basis van eveneens objectieve argumenten samen over eens moeten worden wel of geen octrooi, op het geheel of delen van de vinding (het idee) aan te vragen. Tot dit moment of het moment waarop het patent is aangevraagd, mag het idee NIET naar buiten.

(…)

Naast de ideeën betrekking hebbend op schermsystemen wil ik HS ook voorzien van ideeën en support om deze systemen (maar ook haar andere) efficiënter, winstgevender, te vermarkten. Dit kunnen ideeën zijn betrekking hebbend op alle geledingen van de HS organisatie. Hierop heeft de NDA geen betrekking.

(…)

Ik hoop hiermee jouw vraag afdoende te hebben beantwoord en een aanzet te hebben gegeven voor de formalisering (waaraan je deze mail onlosmakelijk mag verbinden) van de samenwerking zoals wij die beogen. (…)”

De regeling achter het tweede bullet point wordt hierna “de vergoedingsregeling” genoemd en die achter het derde bullet point “de provisieregeling”.

2.4.

Tevens hebben partijen op 23 november 2013 de door [X] toegestuurde
NDA ondertekend. Daarin staat onder meer:

“I THE UNDERSIGNED

1. [X] Beheer BV, In short “VB”(…)

and

2. Holland Schering BV, In short: “HS” (…)

II CONSIDERING

3. VB is de proprietor of confidential information and/or proprietary information.

4. VB agrees to furnish HS certain confidential information relating to inventions for the purposes of determining an interest in developing, manufacturing, selling and or/joint venturing. The mentioned confidential information has not been applied for patent yet and is concerning a special screen system (greenhouses), the so called: DV system. [Hof: handmatig is toegevoegd:] as attached.

5. Confidential information as used throughout this agreement means any secret or proprietary information relating directly to VB business and that of affiliated companies and subsidiaries, including, but not limited to, products, customer lists, pricing policies, employment records and policies, operational methods, marketing plans and strategies, product development techniques or plans, business plans, new personnel acquisition plans, methods of manufacture, technical processes, designs and design projects, inventions and research programs, trade “know-how,” trade secrets, specific software, algorithms, computer processing systems, object and source codes, user manuals, systems documentation, and other business affairs of VB and affiliated companies and subsidiaries.

III AGREE

6. HS agrees to keep strictly confidential all confidential information and will not, without VB’s express written authorization, use, sell, market, or disclose any confidential information to any third person, firm, corporation, or association for any purpose. HS further agrees to not make any copies of the confidential information except upon VB’s written authorization.

7. Upon receipt of written request from VB, HS will return to VB all copies or samples of the confidential information that, at the time of the receipt of the notice, are in HS’s possession.
(…)

9. HS acknowledges and agrees that a breach of the provisions of paragraph 6 or 7 of this agreement will make HS liable to pay a penalty of € 150.000,-- to VB per time and € 15.000,-- per day of the breach. This compensation is in addition to all other rights and remedies that are available to VB at law, in equity, or otherwise, including the right to demand full damage-repair. (…)”

Aan de NDA is een tekening gehecht met daaronder de handgeschreven tekst “DV system. gezien”.

2.5.

Per e-mail van 9 mei 2014 heeft [X] aan [Y] bericht:

“(…) Hedenmorgen heeft er een gesprek met [A] plaatsgevonden waarbij nb ons veerblok is getoond. Dit staat in mijn beleving haaks op het inhalen van een achterstand, laat staan op het opbouwen van een voorsprong.

Ik vind het absoluut onwenselijk dat de kennis die ik inbreng of met [B] genereer bij de concurrentie terechtkomt.”

Hierop heeft [Y] op diezelfde dag per e-mail geantwoord:

“ [X] , ik denk dat het allemaal wel los loopt wat natuurlijk niet weg neemt dat dit nooit zo had mogen lopen. (…) Om de zaak niet verder te laten escaleren, stel ik voor dat we het hierbij laten. (…) Ik ga er van uit dat we dit weg kunnen zetten als vervelend incident.”

[X] laat hierop bij e-mail van eveneens 9 mei 2014 aan [Y] weten:

“OK. Duidelijk.”

2.6.

Bij e-mail van 28 oktober 2014 heeft [Y] aan [X] – onder meer – het volgende gemeld:

“Onderwerp: Triple S

(…)

Het gaat natuurlijk nu om de vraag of we op de huidige weg doorgaan en als we dat al zouden doen, hoe dat dan er vervolgens uit gaat zien. Ik probeer een juiste beslissing te nemen op basis van de (even in het heel kort) belangrijkste uitgangspunten zoals we dat een jaar geleden bespraken:

  • -

    We hebben met elkaar afgesproken dat we voor in ieder geval 1 jaar verschillende ontwikkelingstrajecten zouden aangaan.

  • -

    De belangrijkste items waren het alternatieve slip-in systeem en een veerblok.

  • -

    Afhankelijk van de totstandkoming van een eindproduct dan wel minimaal de inschatting dat dit er aan zit te komen, bekijken we of en hoe we met elkaar doorgaan.
    1 Jaar later hebben we een veerblok dat naar nu blijkt, nog aanpassingen nodig heeft.

  • -

    Het slipsysteem is wat mij betreft nog heel ver verwijderd van een concrete eindoplossing.

Ik heb niet het gevoel dat we op korte termijn iets moois in handen zullen hebben. Wanneer dat dan wel is, weet niemand. Gezien de onzekere en kostbare aspecten van processen als ontwikkeling, kom je een keer tot een punt waarvan je zegt “tot hier, niet verder”. (…) Dit houdt concreet in dat per 1 november de hele boel even op hold wordt gezet en ook dus geen verdere kosten worden gemaakt.

Als ik in november in NL ben, wil ik weloverwogen een definitief standpunt in kunnen nemen. Dat lijkt me beter te doen als ik fysiek aanwezig ben en me er beter in kan verdiepen dan zo’n beslissing via de Skype-kanalen te nemen.”

2.7.

[X] is op 5 november 2014 gestopt met het verrichten van werkzaamheden voor HS.

2.8.

Op 25 november 2014 heeft [Y] aan [X] een brief gestuurd met onder meer de tekst:

“Voor zover uit voorgaande gesprekken en e-mail correspondentie nog niet voldoende blijkt dat de samenwerkingsovereenkomst is opgezegd dan doe ik dit middels dit schrijven.”

3 Beoordeling

3.1.

[X] vorderde in eerste aanleg, voor zover in het hoger beroep na verwijzing nog van belang,

(A) een verklaring voor recht dat de samenwerkingsovereenkomst, inclusief de NDA, van toepassing is op alle ideeën voor schermsystemen zoals door [X] aangebracht en/of ontwikkeld, zoals voorkomend op de voortgangslijst (productie 7 bij dagvaarding in eerste aanleg);

(B) een verklaring voor recht dat van vermarkting in de zin van de overeenkomst sprake is, en derhalve een aanspraak zijdens [X] op provisie bestaat, ten aanzien van het DV systeem en het veerbloksysteem;

(C) veroordeling van HS om een correcte en onderbouwde, van een goedkeurende accountantsverklaring voorziene opgave te doen van de omzet die is gerealiseerd door het gebruik van de twee vermarkte systemen bedoeld onder (B), op verbeurte van een dwangsom van € 500 per dag dat zij met tijdige en correcte voldoening aan het vonnis in gebreke blijft;

(D) veroordeling van HS tot betaling van het provisiebedrag dat voortvloeit uit de opgave als bedoeld onder (C) bij hantering van een provisie van 3% over die omzet, althans een percentage tussen 1% en 3% dat in redelijkheid wordt vastgesteld aan de hand van de tussen partijen overeengekomen criteria;

(E) veroordeling van HS om tweemaal per jaar, ingaande zes maanden na verstrekking van de onder (C) bedoelde verklaring, een correcte en onderbouwde, van een goedkeurende accountantsverklaring voorziene opgave te doen van de omzet die is gerealiseerd met de twee onder (B) genoemde systemen;

(I) veroordeling van HS tot betaling van € 150.000 boete vanwege overtreding van artikel 6 jo. 9 van de NDA;

(K) veroordeling van HS in de buitengerechtelijke kosten van € 1.500 en de kosten van beslaglegging.

[X] heeft, samengevat weergegeven, ter onderbouwing van de vorderingen (A) tot en met (E) aangevoerd dat de samenwerkingsovereenkomst en de NDA zo moeten worden uitgelegd dat deze niet alleen betrekking hebben op het DV systeem, maar op alle schermideeën die [X] bij HS heeft ontwikkeld, waaronder het veerblok. Het DV systeem en het veerblok worden op de markt gebracht en HS is ter zake provisie verschuldigd. Aan vordering (I) legt [X] ten grondslag dat HS het veerblok aan een derde heeft getoond en daarmee artikel 6 van de NDA heeft geschonden zodat zij op grond van artikel 9 van de NDA een boete van € 150.000 is verschuldigd.

3.2.

Bij vonnis van 13 januari 2016 heeft de rechtbank de vorderingen van [X] afgewezen. [X] is van dit vonnis in hoger beroep gekomen bij het hof Den Haag en heeft daartegen bij memorie van grieven 7 grieven aangevoerd. HS heeft een memorie van antwoord genomen.

3.3.

Het hof Den Haag heeft bij tussenarrest van 27 september 2016 een comparitie van partijen gelast en de zaak ter comparitie enkelvoudig behandeld. Bij eindarrest heeft het hof Den Haag het bestreden vonnis bekrachtigd.

3.4.

In het cassatieberoep van [X] heeft de Hoge Raad het eindarrest van het hof vernietigd op de grond dat het hof, in strijd met de rechtspraak van de Hoge Raad, de meervoudig te beslissen zaak enkelvoudig ter comparitie had behandeld. De Hoge Raad overwoog als volgt. Nu de door het hof gelaste comparitie mede is benut om partijen in de gelegenheid te stellen hun stellingen toe te lichten, deze comparitie in beginsel had dienen plaats te vinden ten overstaan van de drie raadsheren die de beslissing zouden nemen. Van deze regel kan worden afgeweken door tijdig voor de comparitie aan partijen mee te delen dat, nu was bepaald dat de comparitie zou worden gehouden ten overstaan van een raadsheer-commissaris, partijen gelegenheid hadden om te verzoeken dat de comparitie zou worden gehouden ten overstaan van de meervoudige kamer die de beslissing zou nemen. In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat de bedoelde mededeling niet aan partijen is gedaan, nu het tussenarrest en het proces-verbaal van de comparitie hierover niets vermelden.

De Hoge Raad heeft het geding verwezen naar dit hof ter verdere behandeling en beslissing.

3.5.

Na verwijzing naar dit hof hebben partijen ieder een memorie na verwijzing genomen en is de zaak mondeling behandeld ten overstaan van de drie raadsheren die ook de beslissing nemen. Ter zitting is besproken dat de NDA is gesloten door [X] Beheer B.V. en dat (een deel van) de uit hoofde van de samenwerkingsovereenkomst door HS gedane betalingen door [X] Beheer B.V. zijn ontvangen, zodat niet kan worden uitgesloten dat [X] Beheer B.V. en niet [X] partij bij de samenwerkingsovereenkomst en de NDA is. HS heeft op dat punt ook verweer gevoerd. Desverzocht heeft [X] ter zitting verklaard dat indien het hof in deze zaak in het nadeel van [X] beslist, hij de onderhavige vorderingen niet nogmaals namens [X] Beheer B.V. zal instellen. HS heeft daarop haar desbetreffende verweer laten vallen.

Omvang van het geschil na cassatie en verwijzing

3.6.

De zaak moet na cassatie en verwijzing worden behandeld in de stand waarin deze zich bevond toen, kort gezegd, het hof Den Haag de enkelvoudige comparitie hield. Dat betekent dat er in beginsel naast hetgeen in de memories van grieven en antwoord is gesteld geen ruimte is voor nieuwe grieven. De bij memorie na verwijzing door [X] nader geformuleerde grieven moeten, nu HS zich daar uitdrukkelijke tegen heeft verzet, in zoverre dan ook buiten beschouwing blijven. De verwijzingsrechter is verder gebonden aan in cassatie niet of tevergeefs bestreden eindbeslissingen in de vernietigde zaak. In de onderhavige zaak zijn er echter geen niet of tevergeefs bestreden eindbeslissingen, omdat het gebrek van het vernietigde arrest volgens de Hoge Raad is gelegen in de wijze van totstandkoming van alle (eind)beslissingen in dat arrest (zie onder 3.4, hiervoor).

3.7.

Uit het hiervoor overwogene volgt dat het hof hierna de door [X] in de procedure bij het hof Den Haag voorgedragen 7 grieven opnieuw zal beoordelen en daarbij waar nodig zal betrekken: de in eerste aanleg gewisselde stukken; de memories van grieven en van antwoord met producties; de voorafgaande aan de comparitie bij het hof Den Haag toegezonden producties; de memories na verwijzing, voor zover die geen nieuwe grieven bevatten en ook overigens blijven binnen het kader van de procedure na verwijzing, en; hetgeen ter zitting van 26 augustus 2020 is besproken, uiteraard binnen de grenzen van de twee-conclusie-regel.

3.8.

[X] betoogt met haar grieven 1 tot en met 5 dat de samenwerkingsovereenkomst en de NDA niet alleen betrekking hebben op de ontwikkeling van het DV systeem, maar ook op de onderdelen van dat DV systeem en alle andere ideeën die door [X] in het kader van de samenwerking met HS zijn aangedragen. Het hof overweegt daarover het volgende.

3.9.

Tussen partijen is in geschil hoe de samenwerkingsovereenkomst en de NDA moeten worden uitgelegd. Uitgangspunt is dat de vraag hoe in een schriftelijk contract, zoals de samenwerkingsovereenkomst en de NDA, de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, moet worden beantwoord aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Daarbij komt het aan op de zin die partijen bij de totstandkoming van de overeenkomsten in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.

3.10.

In dit geval staat vast dat [X] de samenwerkingsovereenkomst en de NDA heeft opgesteld, dat deze tussen partijen zijn besproken en dat daarbij op verzoek van HS in de persoon van [Y] een tweetal handmatige toevoegingen in de tekst zijn aangebracht en dat aan de NDA een tekening is gehecht met daaronder de handgeschreven tekst “DV system. gezien”. De samenwerkingsovereenkomst heeft niet alleen betrekking op de (verdere) ontwikkeling van het DV systeem. Dit blijkt onder meer uit de vergoedingsregeling (de vergoeding ziet niet alleen op de begeleiding van “het uiteindelijke product” maar ook op “al hetgeen verder op tafel komt”) en uit de passage dat [X] HS ook zal voorzien van ideeën en support om systemen efficiënter en winstgevender te vermarkten. Verder geldt dat de feitelijke samenwerking met name op andere (onderdelen van) systemen dan het DV systeem betrekking heeft gehad – HS betwist dit ook niet.

3.11.

De omstandigheid dat de vergoedingsregeling in de samenwerkingsovereenkomst niet alleen betrekking heeft op de (verdere) ontwikkeling van het DV systeem, betekent echter niet dat ook de provisieregeling in de samenwerkingsovereenkomst betrekking heeft op andere systemen dan het DV systeem. Bij de uitleg van de provisieregeling moet ook in aanmerking worden genomen, dat in de samenwerkingsovereenkomst slechts twee ideeën/systemen van [X] concreet zijn benoemd: het DR systeem en het DV systeem. Niet ter discussie staat dat de samenwerking in ieder geval géén betrekking heeft gehad op het DR systeem. In de tekst van de samenwerkingsovereenkomst staat dat de samenwerking tussen HS en [X] in het begin alléén zou zien op het DV systeem: “In het begin van onze samenwerking zou ik me willen beperken tot het DV systeem daar ik bij dit systeem de laagste opstartkosten en het hoogste volume verwacht.”. Ook staat daarin “Ik wil mijn ideeën initieel inbrengen op voorwaarde dat het mijn ideeën blijven zoals ook omschreven in bijgaande NDA”. In de NDA is vervolgens uitdrukkelijk alleen het DV systeem en niet enig ander idee van [X] genoemd (“The mentioned confidential information (…) is concerning a special screen system (greenhouses), the so called: DV system. as attached.)” en op de aan de NDA gehechte tekening staat alleen het “DV systeem”. Artikel 5 van de NDA betreft kennelijk een voorgedrukte definitie uit het door [X] gebruikte model, waaraan in dit verband weinig betekenis kan worden toegekend. [X] heeft ter zitting bij het hof desgevraagd ook bevestigd dat hij een modelovereenkomst heeft gebruikt voor de NDA.

3.12.

[X] heeft ter comparitie in eerste aanleg verklaard dat het in eerste instantie de bedoeling was dat hij het DV systeem verder zou gaan ontwikkelen en dat daarom alleen het DV systeem in de NDA is genoemd. [Y] wilde weten wat het DV systeem inhield, maar [X] wilde dat niet zeggen zonder NDA. Op 26 november 2013 is toen eerst de NDA ondertekend en daarna heeft [X] de tekening van het DV systeem getoond. Deze verklaring is in het licht van de hiervoor in 3.11 geciteerde tekst van de samenwerkingsovereenkomst, in lijn met de verklaring van [Y] op diezelfde comparitie dat de NDA en de provisieregeling alleen betrekking hebben op het DV systeem, omdat [X] dit systeem al helemaal zou hebben ontwikkeld en het snel op de markt zou kunnen worden gebracht, waardoor het ook redelijk was dat hij daarvoor een provisie zou kunnen krijgen: “Je hebt als bedrijf dan een enorme ontwikkelingstijdwinst behaald door zo ver in een traject in te stappen”.

3.13.

Tijdens de mondelinge behandeling van 26 augustus 2020 heeft [X] verklaard dat hij voorafgaand aan het gesprek op 26 november 2013 met [Y] heeft besproken dat hij diverse ideeën had voor schermsystemen. Op verzoek van [Y] heeft hij er één idee uitgehaald, namelijk het DV systeem, omdat hij voor dat systeem de meeste kansen zag. Dit is vervolgens ook zo opgenomen in het voorstel in de e-mail van 20 november 2013. Bij de bespreking op 26 november 2013 wilde [Y] alsnog de overeenkomst breder maken, zodat het ook zou gaan om andere ideeën. Om die reden is met de hand toegevoegd “en al hetgeen verder op tafel komt”. De samenwerkingsovereenkomst en de NDA hebben daarom betrekking op alle ideeën die [X] bij de samenwerking zou aandragen. HS heeft op haar beurt de juistheid van deze verklaring betwist en bovendien aangevoerd dat deze lezing van de gang van zaken in feite een nieuwe grief behelst en - omdat dit voor het eerst bij pleidooi in hoger beroep is aangevoerd - buiten beschouwing zou moeten blijven.

3.14.

Het hof is van oordeel dat, ook indien zou worden aangenomen dat de laatste verklaring van [X] juist is, dit niet tot het oordeel kan leiden dat de provisieregeling en de NDA ook betrekking hebben op onderdelen van het DV systeem en alle andere ideeën die door [X] in het kader van de samenwerking met HS zijn aangedragen. Daarbij is allereerst van belang dat de vergoedingsregeling aanvankelijk (in het voorstel van [X] bij e-mail van 20 november 2013) alleen betrekking had op “het uiteindelijke product”. Op verzoek van HS is daaraan op 26 november 2013 toegevoegd: “en al hetgeen verder op tafel komt”. Deze toevoeging staat echter niet ook bij de provisieregeling. Dat is des te veelzeggender omdat in de samenwerkingsovereenkomst op nog twee plaatsen handgeschreven toevoegingen zijn opgenomen. Verder is van belang dat de NDA uitsluitend ziet op het DV systeem. Dit blijkt niet alleen uit de door [X] zelf opgestelde tekst van de NDA, maar is ook op 26 november 2013 nog eens uitdrukkelijk bevestigd doordat partijen die dag met de hand hebben toegevoegd “as attached” en vervolgens een tekening van uitsluitend het DV systeem hebben aangehecht. Het ligt niet voor de hand dat partijen op 26 november 2013 alsnog zouden hebben besloten om de provisieregeling uit te breiden, maar tegelijkertijd bevestigen dat de NDA uitsluitend betrekking heeft op het DV systeem. Tegen die achtergrond heeft [X] de gestelde mededeling van [Y] bij de bespreking op 26 november 2013 dat hij de overeenkomst breder wilde maken, zodat het ook zou gaan om andere ideeën, en het feit dat aan de vergoedingsregeling is toegevoegd “en al hetgeen verder op tafel komt” redelijkerwijs niet aldus mogen opvatten dat daarmee door HS ook een uitbreiding van de provisieregeling werd beoogd en mocht HS er redelijkerwijs van uitgaan dat [X] begreep dat HS daarmee, zoals zij ook stelt, slechts beoogde de vergoedingsregeling ook van toepassing te laten zijn op de begeleiding door [X] bij de ontwikkeling van andere producten dan het DV systeem.

3.15.

Uit de hiervoor opgesomde tekstonderdelen en verklaringen, in onderling verband en samenhang beschouwd, volgt dat partijen bij de totstandkoming van de samenwerkingsovereenkomst en de NDA voor ogen stond dat de samenwerking in eerste instantie gericht was op de verdere ontwikkeling van het DV systeem en niet ook op de andere ideeën of systemen van [X] . De toepasselijkheid van de NDA is om die reden, mede door middel van een handgeschreven toevoeging uitdrukkelijk beperkt tot het DV systeem. De tussen partijen overeengekomen provisieregeling, waarin wordt verwezen naar “het product” – in enkelvoud – moet daarom zo worden begrepen dat deze alleen betrekking heeft op de ontwikkeling en de vermarkting van het DV systeem, althans heeft HS die regeling redelijkerwijs zo mogen begrijpen. Dat de samenwerking in een latere fase ook op eventuele andere systemen betrekking zou kunnen hebben en dat de door [X] te ontvangen vaste vergoeding mede de werkzaamheden voor die andere systemen zou dekken, doet hier niet aan af. Dat partijen ten tijde van het aangaan van de samenwerkingsovereenkomst al voor ogen stond welke andere systemen en ideeën zouden worden ontwikkeld is niet gebleken, laat staan dat al duidelijk was of dit “nieuwe” systemen zouden zijn en dat HS op voorhand bereid was om ook ter zake van de die voor haar nog onbekende systemen een provisieregeling af te sluiten.

3.16.

Het hof volgt [X] evenmin in haar betoog dat het veerblok onderdeel uitmaakt van het DV systeem en daarom ook op zichzelf onder de NDA en de provisieregeling valt. Ter comparitie in eerste aanleg heeft [X] daarover verklaard: “Uiteindelijk heb ik maar heel kort aan het DV systeem gewerkt, omdat andere zaken prioriteit kregen. Ik doel dan op de triple S en het veerblok. Wat het veerblok betreft, heeft [Y] een veerblok aan mij laten zien en wilde hij dat ik een vergelijkbaar blok zou ontwikkelen. Niemand kon mij echter vertellen hoe het veerblok werkte. Ik heb toen zelf bedacht hoe het veerblok werkte en hoe ik de werking daarvan kon verbeteren. Ik was daarin aanstichter en [B] van Holland Scherming hielp bij de uitwerking. Hij is tekenaar en rekende ook alles door. Het veerblok was dus mijn idee”.

3.17.

Zoals hiervoor is overwogen was het de bedoeling van partijen om eerst het door [X] bedachte DV systeem te ontwikkelen en te vermarkten en is met het oog daarop de provisieregeling in de samenwerkingsovereenkomst opgenomen en de NDA overeengekomen. In de samenwerkingsovereenkomst, de NDA en de bijlage daarbij is het DV systeem steeds als geheel beschreven. Onderdelen zoals een veerblok zijn niet afzonderlijk genoemd. [X] heeft niet onderbouwd waarom zij niettemin redelijkerwijs mocht verwachten dat HS zou begrijpen dat de provisieregeling en de NDA ook betrekking zouden hebben op toepassing van zelfstandige onderdelen van het DV systeem buiten dat systeem om. [X] heeft in eerste aanleg verklaard dat hij maar kort aan het DV systeem heeft gewerkt en dat de aandacht daarna is verschoven naar de ontwikkeling van het veerblok. Waarom het veerblok dan als onderdeel van het DV systeem onder de provisieregeling zou moeten vallen is zonder nadere uitleg, die ontbreekt, niet goed te begrijpen. Daarbij is nog van belang dat niet is betwist dat ook in andere systemen en door andere producenten veerblokken worden gebruikt, zodat niet zonder meer aannemelijk is dat partijen bij de totstandkoming van de samenwerkingsovereenkomst en de NDA voor ogen heeft gestaan om ook met betrekking tot de ontwikkeling van een veerblok, los van het DV systeem, een provisieregeling overeen te komen. Onder die omstandigheden kan evenmin worden aanvaard dat de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid meebrengt dat de provisieregeling mede betrekking heeft op het veerblok. In dat kader weegt nog mee dat het veerblok in de loop van de samenwerking tussen partijen is ontwikkeld waarbij ook medewerkers van HS, in het bijzonder [B] , aan de ontwikkeling daarvan hebben bijgedragen terwijl [X] voor de in dat kader door haar verrichte werkzaamheden op grond van de vergoedingsregeling ook een vergoeding heeft ontvangen. Productie 37 die [X] na verwijzing in het geding heeft gebracht, maakt het vorenstaande niet anders.

3.18.

De slotsom is dat de provisieregeling en de NDA alleen betrekking hebben op de ontwikkeling en vermarkting van het DV systeem als geheel en niet ook op onderdelen van dat DV systeem, waaronder een veerblok of andere ideeën die door [X] in het kader van de samenwerking met HS zijn aangedragen. De grieven 1 tot en met 5 falen.

3.19.

Met grief 6 stelt [X] terecht aan de orde dat het DV systeem wél is vermarkt. HS erkent immers dat het DV systeem is toegepast bij één klant. In zoverre is sprake geweest van vermarkting en slaagt de grief. HS heeft echter al vóór de aanvang van de procedure in eerste aanleg betaling van € 84 aangeboden in verband met deze eenmalige vermarkting, welk aanbod door [X] niet is geaccepteerd. HS heeft vervolgens betoogd dat geen verdere vermarkting van het DV systeem heeft plaatsgevonden omdat het systeem voor de doelgroep van HS (deels) technisch niet toepasbaar is en veel te duur in de uitvoering. Daartegenover had het op de weg van [X] gelegen om te stellen en te onderbouwen dat het DV systeem ook overigens door HS is of nog zal worden vermarkt zodat HS ter zake (meer dan de al aangeboden € 84) provisie verschuldigd is of zal worden. [X] heeft dat niet gedaan. Tegen deze achtergrond neemt het hof als vaststaand aan dat – behoudens één verkoop ter zake waarvan provisie is aangeboden – geen vermarkting van het DV systeem heeft plaatsgevonden of (voor zover thans voorzienbaar) gaat plaatsvinden, zodat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij toewijzing van de vorderingen op dit punt.

3.20.

Met grief 7 stelt [X] aan de orde dat HS het veerblok op 9 mei 2014 aan een derde heeft getoond en daarmee artikel 6 van de NDA heeft geschonden zodat zij op grond van artikel 9 van de NDA een boete van € 150.000 is verschuldigd. Zoals hiervoor is overwogen heeft de NDA niet ook betrekking op het veerblok, zodat reeds daarom door het tonen van het veerblok aan een derde geen boete onder de NDA kan zijn verbeurd. Ook grief 7 faalt.

3.21.

Het hof gaat aan het door [X] meer algemeen geformuleerde bewijsaanbod voorbij. Uit hetgeen hiervoor is overwogen, blijkt dat [X] niet aan zijn stelplicht heeft voldaan. [X] heeft bovendien niet gesteld op welke concrete feiten of omstandigheden het bewijsaanbod ziet. Het aanbod om [B] als getuige te doen horen betreft niet de aard, inhoud of wijze van totstandkoming van de samenwerkingsovereenkomst en de NDA maar kennelijk de stelling dat het veerblok door [X] is ontwikkeld en dat [B] daar maar een beperkte bijdrage aan heeft geleverd. Ook dat kan echter, indien al juist, niet tot een andere beslissing leiden.

3.22.

De slotsom is dat de grieven falen. Het vonnis zal worden bekrachtigd. [X]

zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het

geding in hoger beroep (daaronder begrepen het geding na cassatie en verwijzing).

4 Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [X] in de kosten van het geding in hoger beroep (daaronder begrepen het geding na cassatie en verwijzing), aan de zijde van HS begroot op € 1.957 aan verschotten en € 8.486 voor salaris, en op € 157 voor nasalaris, te verhogen met € 82 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.P. Wessels, M.P. van Achterberg en A.W.H. Vink en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 22 december 2020.