Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:3444

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-12-2020
Datum publicatie
18-12-2020
Zaaknummer
23-000056-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vernietiging 378a Sv, schuldwitwassen, oud feit, toepassing 9a Sr

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000056-20

datum uitspraak: 16 december 2020

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 oktober 2012 in de strafzaak onder parketnummer 13-165777-10 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

2 december 2020.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

zij op of omstreeks 5 maart 2010, te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een geldbedrag, te weten (ongeveer € 8000,-), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, terwijl zij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 5 maart 2010 te Amsterdam, een geldbedrag, te weten € 8000, voorhanden heeft gehad, terwijl zij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dat geld - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

schuldwitwassen.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van een straf of maatregel.

De raadsman heeft verzocht om aansluiting te zoeken bij de vordering van de advocaat-generaal.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een bedrag van € 8000 terwijl zij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dat geld uit misdrijf afkomstig was. Hoewel het voorgaande de oplegging van een straf als in eerste aanleg is opgelegd in beginsel rechtvaardigt, ziet het hof aanleiding daarvan af te wijken.

Het feit is meer dan 10 jaar geleden gepleegd en verdachte is sindsdien niet meer in aanraking geweest met justitie. Gelet hierop is het hof, met de advocaat-generaal en de raadsman, van oordeel dat met het opleggen van een straf thans geen redelijk strafdoel meer is gediend, zodat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Lolkema, mr. P. Greve en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van
mr. A. Ivanov, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
16 december 2020.

=========================================================================

[…]