Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:3423

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12-11-2020
Datum publicatie
18-12-2020
Zaaknummer
23-002208-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rijden onder invloed van tramadol. Bespreking van in hoger beroep gevoerde verweren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2021/24
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002208-17

datum uitspraak: 12 november 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 juni 2017 in de strafzaak onder parketnummer 96-025267-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 maart 2018 en 29 oktober 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat hij:

op of omstreeks 19 september 2015 te Amstelveen als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten tramadol, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan – al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof – de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof een andere bewijsconstructie hanteert dan de politierechter.

Bewijsoverwegingen

In het door de verbalisanten opgemaakte proces-verbaal van bevindingen is het volgende gerelateerd.1 Op zaterdag 19 september 2015 omstreeks 09:40 uur ontvingen de verbalisanten een melding, inhoudende dat er een persoon onwel in een auto zou liggen op de Pastoor J.W. Brouwerslaan te Amstelveen. Ter plaatse zagen de verbalisanten voor een rode personenauto een ambulance staan. De verbalisanten zagen dat deze auto half uitgeparkeerd was en zagen dat de ambulance pal voor deze auto stond. Eén van de verbalisanten hoorde dat de motor van de auto nog draaide. De verbalisanten werden aangesproken door een ambulancemedewerker. Deze verklaarde dat de verdachte in de auto zat, de verdachte nog een spuit in zijn arm had en onwel lag in zijn auto. De ambulancemedewerkers zagen dat de verdachte weg wilde rijden en daarom heeft de ambulancemedewerker zijn auto ervoor gezet. Verder verklaarde de ambulancemedewerker dat de verdachte het geneesmiddel propofol had gebruikt. In het NFI-rapport van 29 mei 2018 wordt over propofol vermeld dat het een geneesmiddel is dat gebruikt wordt voor algehele anesthesie (bewusteloosheid veroorzaken) of sedatie (rustig en slaperig worden). Verder wordt vermeld dat propofol een geneesmiddel is dat waarschijnlijk een ernstig of potentieel gevaarlijke invloed op de rijvaardigheid heeft.2 Nadat de verbalisant de verdachte had medegedeeld dat hij niet tot antwoorden verplicht was, antwoordde de verdachte dat hij inderdaad propofol had gebruikt.3 De verdachte verklaarde verder dat hij dit had meegenomen uit het ziekenhuis waar hij werkte. Met toestemming van de verdachte heeft een GG&GD arts bloed bij de verdachte afgenomen voor bloedonderzoek.4 Uit het NFI-rapport van 22 oktober 2015 volgt dat de verdachte ook nog een andere stof, als bedoeld in artikel 8 Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) had gebruikt, namelijk het geneesmiddel tramadol.5 Tramadol (merknaam TramageticC® en Tramal®) behoort tot de categorie opiaten en heeft een centraal dempende werking. Het wordt gebruikt als pijnstiller bij acute en chronische matige tot ernstige pijn, aldus het NFI-rapport. Het NFI heeft op grond van de resultaten van het uitgevoerde toxicologisch onderzoek geconcludeerd dat de rijvaardigheid waarschijnlijk nadelig was beïnvloed door de stof tramadol ten tijde van de bloedafname.6 In het NFI-rapport uit 2018 wordt vermeld dat het gebruik van de combinatie propofol en tramadol kan leiden tot een versterkt centraal dempende werking. De kans dat beïnvloeding van de rijvaardigheid bij combinatiegebruik optreedt zal daardoor groter worden, aldus het NFI.7

Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte verklaard dat hij verslaafd was aan tramadol en deze in het ziekenhuis vergaarde en ook dat hij poliklinisch is behandeld in de verslavingszorg. Het geneesmiddel tramadol zou de verdachte sinds april 2015 gebruiken. tramadol geeft gewenning en na de eerste twee weken van gebruik kan je weer autorijden. De rijvaardigheid is daardoor niet beïnvloed, aldus de verdachte. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij zich in de auto had geïnjecteerd met een spuit met propofol.8

Het hof stelt voorop dat de verdachte zich in zijn verhoor van 4 december 2015 bij de politie op zijn zwijgrecht heeft beroepen. Pas ter terechtzitting in eerste aanleg in 2017, ruim twee jaar nadat het incident heeft plaatsgevonden, is de verdachte met een verklaring gekomen, inhoudende dat hij al langere tijd tramadol gebruikte (vanaf april 2015). In hoger beroep vult de verdachte deze verklaring aan door ook de dosering van zijn gebruik aan te geven. De verdachte lijkt daarmee voorbij te gaan aan het feit dat hij het geneesmiddel tramadol, net als het geneesmiddel propofol, op illegale wijze heeft verworven uit het ziekenhuis waar hij werkte. Het geneesmiddel was dus niet voorgeschreven door een arts met een bijbehorend recept en voorgeschreven dosering. De verdachte gebruikte het geneesmiddel naar eigen inzicht en was er bovendien aan verslaafd. Aldus is de verklaring van de verdachte over zijn gebruik van tramadol in het geheel niet verifieerbaar en het hof hecht daaraan ook weinig geloof. De in hoger beroep door de verdediging overgelegde stukken maken dat niet anders, omdat deze dan pas gelding hebben als in voldoende mate verifieerbaar komt vast te staan wat de dosering en de periode van gebruik van tramadol is geweest. Het had op de weg van de verdachte gelegen verifieerbare gegevens of getuigen op te geven die het standpunt van de verdachte zouden kunnen ondersteunen. De verdachte heeft dit nagelaten. De conclusie is dat het verweer wordt verworpen.

Gelet op het voorgaande bestaat niet de noodzaak de deskundige van het NFI (dr. [naam], apotheker-toxicoloog) te horen, zoals door de raadsman (voorwaardelijk) verzocht.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

op 19 september 2015 te Amstelveen als bestuurder van een voertuig (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten tramadol, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten dat het gebruik daarvan – al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof – de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals daarnaar is verwezen in de voetnoten bij de hiervoor opgenomen bewijsoverwegingen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 1.000 en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 9 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 1.000 en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte, waaronder zijn draagkracht. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het rijden onder invloed van tramadol. Dit rekent het hof de verdachte aan, temeer nu hij uit hoofde van zijn – vroegere – functie had moeten weten, althans had moeten vermoeden dat het gebruik van dit middel een nadelige invloed zou hebben op de rijvaardigheid.

Anders dan de politierechter zal het hof afzien van het opleggen van een rijontzegging. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat het feit ruim vijf jaar geleden is gepleegd en de verdachte daarna niet meer voor soortgelijke feiten in aanraking is gekomen met politie en Justitie. Om dezelfde reden zal het hof geen voorwaardelijke rijontzegging opleggen, zoals door de advocaat-generaal is gevorderd.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van € 1.000,00 passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Jurgens, mr. A.R.O Mooy en mr. J. Piena, in tegenwoordigheid van mr. K. Sarghandoy, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 november 2020.

(…)

1 Een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal rijden onder invloed van 24 november 2015, p. 2.

2 Een schriftelijk bescheid zijnde een NFI-rapport van 29 mei 2018, p. 4.

3 Een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal rijden onder invloed van 24 november 2015, p. 2.

4 Een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal rijden onder invloed van 24 november 2015, p. 4.

5 Een schriftelijk bescheid zijnde een NFI-rapport van 22 oktober 2015, p. 5.

6 Een schriftelijk bescheid zijnde een NFI-rapport van 22 oktober 2015, p. 7.

7 Een schriftelijk bescheid zijnde een NFI-rapport van 29 mei 2018, p. 6.

8 Verklaring verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 21 maart 2018.