Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:3290

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-11-2020
Datum publicatie
18-12-2020
Zaaknummer
23-003374-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

overtreding gebiedsverbod en belediging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003374-19

datum uitspraak: 11 november 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 september 2019 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-125985-19 en 13-178120-19 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,

adres: [adres],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Alphen aan den Rijn, locatie Eikenlaan te Alphen aan den Rijn.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

28 oktober 2020.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 13-125985-19:

1.
hij op of omstreeks 24 mei 2019 te 00:15 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 2.0 , althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;

2.
hij op of omstreeks 24 mei 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk een ambtenaar,te weten [verbalisant] (brigadier van politie Eenheid Amsterdam), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "Kanker Jood, je bent gewoon een vuile kanker Jood, een vuile Jood!!" en/of "Een hoerenkind en dat blijf ik zeggen, hier en buiten, je kan mij niets doen pisnicht. Ik hoop dat je een kankeraanrijding krijgt op je motor en dat je je kapot rijdt, ik scheld je de kanker" en/of "Vuile homo, je kanker vader en moeder, je vrouw is zeker heel erg ziek, ze heeft zeker kanker, die kankerhoer, vuile kankerhomo", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Zaak met parketnummer 13-178120-19 (gevoegd):

1.
hij op of omstreeks 24 juli 2019 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod overlastgebied 1 Centrum en ondergrondse metrostations, krachtens een wettelijk voorschrift, te weten een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, gedaan door of namens de burgemeester van de gemeente Amsterdam, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen tussen 23 juli 2019 te 23:00 uur en 24 juli 2019 te 22:59 uur niet mocht bevinden in/op overlastgebied 1 Centrum, door, zich op voornoemde datum om 21.25 uur in/op de Warmoesstraat, althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied te bevinden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen.

Het hof leest het in zaak met parketnummer 13-125985-19 onder 1 tenlastegelegde, artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 verbeterd als artikel 2.9A van diezelfde Verordening.

De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer

13-125985-19 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 13-178120-19 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 13-125985-19:

1.
hij op 24 mei 2019 te 00:15 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel, inhoudende om zich uit het overlastgebied 2.0 te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden;

2.
hij op 24 mei 2019 te Amsterdam opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant], gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft beledigd door hem de woorden toe te voegen: "Kanker Jood, je bent gewoon een vuile kanker Jood, een vuile Jood!!" en "een hoerenkind en dat blijf ik zeggen, hier en buiten, je kan mij niets doen pisnicht. ik scheld je de kanker" en "vuile homo, je kanker vader en moeder, je vrouw , die kankerhoer, vuile kankerhomo", althans woorden van gelijke beledigende aard.

Zaak met parketnummer 13-178120-19 (gevoegd):

1.
hij op 24 juli 2019 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod overlastgebied 1 Centrum en ondergrondse metrostations, krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 namens de burgemeester van Amsterdam gedaan door een ambtenaar inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen tussen 23 juli 2019 te 23:00 uur en 24 juli 2019 te 22:59 uur niet mocht bevinden in overlastgebied 1 Centrum, door zich op voornoemde datum om 21.25 uur in/op de Warmoesstraat in voornoemd gebied te bevinden.

Hetgeen in de zaak met parketnummer 13-125985-19 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer
13-178120-19 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak met parketnummer 13-125985-19 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 13-178120-19 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaak met parketnummer 13-125985-19 onder 1 en in de zaak met parketnummer 13-178120-19 bewezenverklaarde levert op:

telkens,

opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Het in de zaak met parketnummer 13-125985-19 onder 2 bewezenverklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 13-125985-19 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer

13-178120-19 bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor de in eerste aanleg bewezenverklaarde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor de tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken met een proeftijd van twee jaren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de aard van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich meermalen opzettelijk op plekken begeven waar hij niet mocht zijn. Door zo te handelen heeft de verdachte een door het openbaar gezag ter handhaving van de openbare orde gegeven bevel naast zich neergelegd. De naleving van dit soort bevelen is van belang voor de algemene veiligheid en de openbare orde. Dergelijke bevelen worden gegeven om de grote overlast van en rond straathandel in (nep)drugs in bepaalde gebieden van Amsterdam tegen te gaan.

Bovendien heeft de verdachte bij zijn aanhouding een opsporingsambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening beledigd, door deze zeer grove bewoordingen toe te voegen. Hiermee heeft de verdachte de opsporingsambtenaar niet alleen gekwetst, maar ook blijk gegeven van minachting voor het openbaar gezag.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 15 oktober 2020 is hij eerder voor gelijksoortige feiten onherroepelijk veroordeeld en is het taakstrafverbod van toepassing.

Voorts heeft het hof acht geslagen op hetgeen door de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht ten aanzien van zijn persoonlijke omstandigheden. Hij heeft naar voren gebracht thans te werken aan zijn verslavingsproblematiek en de plaatsen die hem tot zijn eerdere criminele gedrag hebben aangezet te vermijden. Daarnaast heeft hij werk, zicht op een opleiding en een stabielere relatie met zijn dochter.

De stelling van de raadsman dat de verdachte op goede weg is vindt steun in zijn justitiële documentatie, waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte na de onderhavige feiten niet meer met justitie in aanraking is gekomen. Nu het hof deze positieve tendens niet wil doorkruisen acht het hof – alles afwegende en conform de eis van de advocaat-generaal - een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63, 184, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer
13-125985-19 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 13-178120-19 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 13-125985-19 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 13-178120-19 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. M. Lolkema en mr. S.M.M. Bordenga, in tegenwoordigheid van
mr. A.S. de Bruin, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

11 november 2020.

Mr. Greve en mr. Bordenga zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.

=========================================================================

[…]