Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:3279

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-12-2020
Datum publicatie
05-01-2022
Zaaknummer
200.258.479/03 0K
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; enquêterecht; tweede fase; ontslag van bestuurders en benoeming van een bestuurder; beëindiging van de getroffen voorziening bestaande uit de benoeming van een commissaris; veroordeling om aan de bestuurder toegang te verschaffen tot de administratie en bankrekeningen en alle overige door de bestuurder verlangde inlichtingen te verstrekken; vernietiging van besluiten van de algemene vergadering; partijen worden in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de mogelijkheid van een voorziening bestaande uit ontbinding van de vennootschap

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RO 2021/19
JONDR 2021/276
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.258.479/03 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 2 december 2020

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ACROBAT MANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Maastricht,

VERZOEKSTER,

advocaten: mr. N.P.F.E. van der Peet en mr. B.J.C. Zeschmann, beiden kantoorhoudende te Maastricht,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MONITOR MANAGEMENT B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SMARTVITAL B.V.,

beide gevestigd te Maastricht,

VERWEERSTERS,

advocaat: voorheen mr. Ph.W. Schreurs, kantoorhoudende te Eindhoven, thans zonder advocaat,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BRAMPTON MANAGEMENT B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VISIONLEAD MANAGEMENT B.V.,

beide gevestigd te Maastricht,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. J.L.E. Marchal, kantoorhoudende te Maastricht,

3. de vennootschap naar het recht van Quebec, Canada,

LES PRODUITS NATURELS HERB-E-CONCEPT INC.,

gevestigd te Laval, Canada,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. M.J. Drop en mr. M. Vermorken,

4. mr. J.G. MOLENAAR in zijn hoedanigheid van door de Ondernemingskamer benoemde commissaris van Monitor Management B.V. en SmartVital B.V.,

BELANGHEBBENDE,

verschenen in persoon,

5. mr. Y. BORRIUS in haar hoedanigheid van door de Ondernemingskamer benoemde beheerder van aandelen in Monitor Management B.V.,

BELANGHEBBENDE,

verschenen in persoon.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen zullen (ook) als volgt worden aangeduid:

  • -

    verzoekster als Acrobat;

  • -

    verweersters afzonderlijk als Monitor en SmartVital en gezamenlijk als Monitor c.s.;

  • -

    belanghebbenden sub 1 en 2 als Brampton en Visionlead en gezamenlijk als Brampton c.s.;

  • -

    belanghebbende sub 3 als HEC;

  • -

    belanghebbende sub 4 als Molenaar;

  • -

    belanghebbende sub 5 als Borrius.

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen (met zaaknummer 200.224.231 en bovenvermeld zaaknummer) van 6 april 2018, 10 april 2018, 5 december 2018, 26 februari 2019, 10 juli 2019, 16 december 2019, 17 december 2019, 22 juni 2020 en 24 juni 2020.

1.3

Bij beschikking van 6 april 2018 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Monitor c.s. en bij wijze van onmiddellijke voorzieningen Acrobat, voor zover zij niet reeds rechtsgeldig is ontslagen, en Brampton c.s. geschorst als bestuurders van Monitor en een derde benoemd als bestuurder van Monitor.

1.4

Bij beschikking van 16 december 2019 heeft de Ondernemingskamer geoordeeld dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid van Monitor c.s., bij wijze van voorziening een commissaris van Monitor c.s. benoemd, vooralsnog voor de periode van twee jaar, en de bij beschikking van 6 april 2018 getroffen onmiddellijke voorzieningen beëindigd. Bij beschikking van 17 december 2019 is Molenaar aangewezen als commissaris van Monitor c.s.

1.5

Bij beschikking van 22 juni 2020 heeft de Ondernemingskamer bij wijze van voorziening bepaald dat voor de duur van twee jaar de aandelen in Monitor met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders ten titel van beheer zijn overgedragen aan een beheerder van aandelen. Bij beschikking van 24 juni 2020 is Borrius aangewezen als beheerder van de aandelen.

1.6

Brampton c.s. hebben bij verzoekschrift van 7 augustus 2020 de Ondernemingskamer – zakelijk weergegeven – verzocht om bij wijze van onmiddellijke voorziening de benoeming van Molenaar als commissaris en van Borrius als beheerder van aandelen te beëindigen en de voorzieningen te treffen die de Ondernemingskamer nodig acht.

1.7

Molenaar heeft bij verweerschrift tevens houdende een verzoek tot het treffen van (gewijzigde) definitieve voorzieningen van 1 september 2020 de Ondernemingskamer verzocht – zakelijk weergegeven – het verzoek van Brampton c.s. af te wijzen en:

  1. de besluiten van de algemene vergadering van SmartVital van 23 juli 2020 over de beloning van Smiconsult, de betaling van € 108.000 aan Smiconsult en de vaststelling van de beloning van Brampton c.s. voor operationele adviesdiensten te vernietigen voor zover deze niet nietig zijn;

  2. een bestuurder te benoemen van Monitor Management en SmartVital met in alle gevallen een doorslaggevende stem en te bepalen dat deze bestuurder zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd is en dat Monitor c.s. niet zonder deze bestuurder vertegenwoordigd kunnen worden (en bij toewijzing van dit verzoek de tijdelijke benoeming van een commissaris niet te handhaven);

met veroordeling van Brampton c.s. in de kosten van de procedure.

1.8

Borrius heeft bij verweerschrift tevens houdende een verzoek tot het treffen van (gewijzigde) definitieve voorzieningen van 15 september 2020 de Ondernemingskamer verzocht – zakelijk weergegeven – het verzoek van Brampton c.s. af te wijzen en:

  1. de verzoeken van Molenaar toe te wijzen;

  2. het agenderingsrecht van Brampton c.s. met betrekking tot de algemene vergadering van SmartVital te schorsen;

  3. Brampton c.s. te gebieden om de procedure tegen het Besluit voorafgaande goedkeuring (zie 2.16) te staken;

  4. Brampton c.s. te gebieden zich te houden aan het Besluit voorafgaande goedkeuring en zich te onthouden van rechtsmaatregelen gericht op ondermijning van de door de Ondernemingskamer getroffen voorzieningen en de daaraan door de OK functionarissen gegeven invulling, een en ander op straffe van een dwangsom;

  5. in afwijking van artikel 22 lid 1 van de statuten van Monitor Management te bepalen dat algemene vergaderingen op digitale wijze gehouden kunnen worden;

  6. Brampton c.s. te gelasten (a) de door de Ondernemingskamer te benoemen bestuurder naar behoren toegang te verschaffen tot de administratie van Monitor c.s. en tot alle andere door die bestuurder gewenste informatie en (b) te gebieden om de algemene vergadering naar behoren te voorzien van financiële informatie, rapportages en inlichtingen, een en ander op straffe van een dwangsom;

  7. Brampton c.s. te veroordelen in de kosten van het geding.

Borrius heeft daarnaast nog suggesties gedaan voor te treffen onmiddellijke voorzieningen.

1.9

Bij verweerschrift van 17 september 2020 heeft Acrobat de Ondernemingskamer verzocht de verzoeken van Brampton c.s. af te wijzen alsmede:

  1. Brampton c.s. te ontslaan als bestuurders van Monitor;

  2. een tijdelijk bestuurder van Monitor te benoemen;

  3. Brampton c.s. te veroordelen in de kosten van het geding.

1.10

Bij verweerschrift van 22 oktober 2020 heeft HEC zakelijk weergegeven:

a. verzocht de verzoeken van Brampton c.s. af te wijzen;

b. het verzoek van Acrobat tot ontslag van Brampton c.s. als bestuurders van Monitor gesteund;

b. de verzoeken tot benoeming van een tijdelijk bestuurder van Monitor gesteund;

c. verzocht Brampton c.s. te veroordelen in de kosten van het geding.

1.11

Bij verweerschrift van 22 oktober 2020 hebben Brampton c.s. de Ondernemingskamer verzocht de verzoeken van Molenaar af te wijzen, kosten rechtens.

1.12

De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 12 november 2020. Bij die gelegenheid hebben partijen hun standpunten toegelicht. Brampton c.s., Molenaar en HEC hebben daarbij pleitnotities overgelegd en Brampton, Borrius en Acrobat hebben (nadere) producties in het geding gebracht. De Ondernemingskamer heeft geoordeeld dat productie 29 van Brampton c.s. en productie 3 van Acrobat niet toelaatbaar zijn omdat deze moeten worden aangemerkt als een nadere schriftelijke uitlating, waarvoor in dit stadium van het geding geen ruimte is. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.

2 De feiten

De Ondernemingskamer verwijst naar de feiten genoemd in haar beschikkingen van 16 december 2019 en 22 juni 2020. Deze feiten, voor zover thans van belang, aangevuld met gebeurtenissen nadien, komen op het volgende neer.

2.1

Monitor is op 2 juli 2015 opgericht door Acrobat en Brampton. Acrobat en Brampton hielden vanaf de oprichting van Monitor ieder 50% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van Monitor. Acrobat en Brampton hebben op 30 december 2016 ieder een deel van hun aandelen overgedragen aan Visionlead en sindsdien houden Acrobat, Brampton en Visionlead respectievelijk 40%, 40% en 20% van de aandelen in Monitor. Bestuurders van Monitor waren Acrobat (vanaf de oprichting van Monitor tot 1 januari 2019, zie 2.6), Brampton (vanaf de oprichting van Monitor) en Visionlead (vanaf 30 december 2016). Brampton c.s. zijn bestuurders gebleven. Als bestuurders zijn zij gezamenlijk bevoegd Monitor te vertegenwoordigen.

2.2

In artikel 16 lid 9 van de statuten van Monitor is bepaald dat de bezoldiging en de verdere arbeidsvoorwaarden voor iedere bestuurder afzonderlijk worden vastgesteld door de algemene vergadering.

2.3

[A] (hierna: [A] ) is bestuurder en aandeelhouder van Acrobat, [B] (hierna: [B] ) is bestuurder en aandeelhouder van Brampton en [C] (hierna: [C] ) is bestuurder en aandeelhouder van Visionlead.

2.4

Monitor houdt 95% van de aandelen in en is enig bestuurder van SmartVital. SmartVital verkoopt via een webshop voedingssupplementen. Deze supplementen zijn afkomstig van HEC, die ontwikkelaar en producent daarvan is. HEC houdt 5% van de aandelen in SmartVital en SmartVital houdt 5% van de aandelen in HEC.

2.5

In artikel 14 lid 5 van de statuten van SmartVital is bepaald dat de bezoldiging en de verdere arbeidsvoorwaarden voor iedere bestuurder afzonderlijk worden bepaald door de algemene vergadering. Artikel 16 lid 9 van de statuten van Monitor bevat eenzelfde bepaling.

2.6

Acrobat is per 1 januari 2019 teruggetreden als bestuurder van Monitor.

2.7

In haar beschikking van 16 december 2019 (zie 1.4) heeft de Ondernemingskamer wanbeleid vastgesteld en daartoe onder meer het volgende overwogen:

  1. Bij herhaling heeft het bestuur door de wet en statuten voorgeschreven procedures genegeerd en heeft het nagelaten duidelijke afspraken te maken en deze deugdelijk vast te leggen in het bijzonder met betrekking tot de hoogte van de door Monitor c.s. verschuldigde vergoedingen (bezoldigingen) aan (vennootschappen van) [A] , [C] en [B] en met betrekking tot de overige voorwaarden zoals de gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid.

  2. Nadat Acrobat als bestuurder was ontslagen hebben Brampton c.s. in strijd met de statuten hun bezoldiging verhoogd van gemiddeld € 8.000 per maand tot € 13.000 - 14.000 per maand. Daarbij hebben zij ten onrechte een onderscheid gemaakt tussen de bezoldiging als bestuurders en de beloning van operationele werkzaamheden, terwijl alle vergoedingen moeten worden aangemerkt als “bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden” in de zin van artikel 14 lid 5 van de statuten van SmartVital en artikel 16 lid 9 van de statuten van Monitor. Dat betekent dat alleen de aandeelhoudersvergadering van SmartVital respectievelijk Monitor bevoegd is om de omvang daarvan vast te stellen.

  3. De verstandhouding tussen Acrobat ( [A] ) enerzijds en Brampton c.s. ( [B] en [C] ) anderzijds is ernstig verstoord en werd en wordt gekenmerkt door groot onderling wantrouwen en er bestaat geen uitzicht op herstel van de verstandhouding en zelfs geen bereidheid om daartoe een serieuze poging te doen.

De Ondernemingskamer heeft toen vooralsnog volstaan met de benoeming van een commissaris (Molenaar) met als taak het houden van toezicht op het bestuur (Brampton c.s.) ter bevordering van een goede governance, onder meer met betrekking tot het bezoldigings- en dividendbeleid, de gang van zaken in de aandeelhoudersvergadering en de informatievoorziening.

2.8

Op 22 december 2019 hebben Brampton c.s. namens SmartVital [A] en aan hem gelieerde Duitse vennootschappen in Duitsland in rechte betrokken. Zij hebben Molenaar daarvan niet op de hoogte gesteld.

2.9

Brampton c.s. hebben bij e-mail van 12 januari 2020 een uit twee onderdelen bestaand voorstel aan Molenaar toegezonden, getiteld ‘Definition of Management Budget for Monitor Management B.V.” en “Definition of the budget for the consultancy companies of the shareholders [B] and [C] to run the operational business of SmartVital’. Het budget voor Monitor wordt in het voorstel gesteld op minimaal € 150.000 per jaar vermeerderd met een bonus van 20% van de winsttoename en voor SmartVital op minimaal € 400.000 per jaar. Molenaar heeft bij e-mail van 27 januari 2020 daarop te kennen gegeven dat de aandeelhoudersvergadering van Monitor bevoegd is de remuneratie van de bestuurders vast te stellen en dat dit moet gebeuren in overeenstemming met de beginselen van good governance (dus ook met inachtneming van de belangen van Acrobat ( [A] )). Voor wat betreft SmartVital heeft hij zich op het standpunt gesteld dat hij als commissaris met betrekking tot de vaststelling van de remuneratie stemgerechtigd is op de aandelen van Monitor in SmartVital, nu de (indirect) bestuurders van Monitor een tegenstrijdig belang hebben. Molenaar heeft laten weten dat geen onderscheid tussen consultancy fee voor operationele werkzaamheden en management fee voor bestuurswerkzaamheden gemaakt moet worden en dat hij een totaalbedrag van € 150.000 per jaar per managing director redelijk acht, in samenhang met een aantal terms and conditions die in een managementovereenkomst moeten worden opgenomen (zoals een concurrentiebeding en een regeling in geval van arbeidsongeschiktheid). Daarbij heeft Molenaar opgemerkt een hoger bedrag te willen overwegen als een tailor made rapport van een gespecialiseerd consultancybureau hiertoe aanleiding geeft.

2.10

Met voorbijgaan aan de zienswijze van Molenaar hebben Brampton c.s. voor de aandeelhoudervergadering van Monitor van 4 februari 2020 een voorstel geagendeerd tot vaststelling van “the budget to manage the company” op een bedrag van € 84.000 per bestuurder per jaar. Molenaar heeft zich tegen het voorgestelde besluit uitgesproken. Acrobat heeft tegen het voorstel gestemd. Brampton c.s. stemden voor het voorstel, als gevolg waarvan conform het voorstel is besloten.

2.11

Op voorstel van Brampton c.s. heeft de algemene vergadering van Monitor op 10 maart 2020 besloten een budget voor operationele werkzaamheden te verrichten door (consultancyvennootschappen van) [B] en [C] vast te stellen van € 175.000 per consultancyvennootschap. Molenaar heeft zich tegen het voorstel uitgesproken. Acrobat heeft tegen het voorstel gestemd. Brampton c.s. hebben voor het voorstel gestemd.

2.12

Bij beschikking van 22 juni 2020 heeft de Ondernemingskamer de in 2.10 en 2.11 genoemde besluiten vernietigd en de aandelen in Monitor (met uitzondering van één aandeel per aandeelhouder) overgedragen ten titel van beheer en vervolgens op 24 juni 2020 Borrius aangewezen als beheerder. De Ondernemingskamer heeft daartoe onder meer overwogen dat de gang van zaken met betrekking tot deze besluiten evident niet in overeenstemming is met hetgeen de Ondernemingskamer met benoeming van Molenaar als commissaris heeft willen bereiken en dat Brampton c.s. de wettelijke regeling inzake tegenstrijdig belang hebben genegeerd, althans op gekunstelde wijze hebben omzeild bij de besluitvorming over het budget voor de operationele werkzaamheden verricht door hun consultancyvennootschappen (r.o. 3.6). De Ondernemingskamer heeft toen voorts overwogen dat een naar objectieve maatstaven gerechtvaardigde remuneratie voor Brampton c.s. moet worden vastgesteld, waarbij ook rekening wordt gehouden met het belang van Acrobat bij uitkering van een realistisch dividend en dat Brampton c.s. op geen enkele wijze de bereidheid hebben getoond constructief bij te dragen aan het herstel van een goede governance (r.o. 3.7). Tenslotte heeft de Ondernemingskamer overwogen dat Molenaar het ook tot zijn taak mag rekenen deskundig advies in te winnen over de marktconformiteit en de condities van de remuneratie van Brampton c.s., (zowel waar het gaat om, indien en voor zover dat onderscheid nuttig wordt geacht, hun managementtaken als bestuurders als om hun operationele consultancyrol) en een bijdrage te leveren aan het behouden en zo mogelijk beter reguleren van de relatie met HEC (r.o. 3.10).

2.13

Brampton c.s. hebben op 1 juli 2020 Molenaar uitgenodigd voor een aandeelhoudersvergadering van SmartVital met als agendapunten onder meer de openstaande facturen van de consultancyvennootschap van [B] voor werkzaamheden in 2015 en 2016 en de vergoeding van de operationele werkzaamheden door de consultancyvennootschap van [B] en [C] .

2.14

Op instructie van Brampton c.s. heeft een Canadese advocaat namens Monitor bij brief van 7 juli 2020 HEC onder meer gesommeerd om haar producten in Europa slechts via SmartVital te distribueren, SmartVital te voorzien van de receptuur van het voedingssupplement en af te zien van enige ongerechtvaardigde prijsverhoging. De brief is verzonden hoewel Molenaar daartegen op 30 juni 2020 bezwaar had gemaakt.

2.15

Op 13 juli 2020 heeft Molenaar geprotesteerd tegen de verzending van de sommatiebrief aan HEC en voorts aangekondigd op korte termijn een aandeelhoudersvergadering van Monitor te beleggen met als agendapunt een besluit op grond van artikel 16 lid 3 van de statuten van Monitor tot het onderwerpen van bepaalde bestuursbesluiten aan voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering. Molenaar heeft toen voorts een gespecificeerd informatieverzoek gedaan. Dat verzoek heeft onder meer betrekking op een overzicht van alle betalingen van Monitor in 2019 en 2020 aan [B] en [C] en hun vennootschappen met vermelding van de grondslag daarvoor. De oproep voor de aandeelhoudersvergadering van Monitor op 23 juli 2020 is verzonden op 15 juli 2020.

2.16

De algemene vergadering van Monitor heeft op 23 juli 2020 besloten om bepaalde bestuursbesluiten te onderwerpen aan de voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering (hierna: het Besluit voorafgaande goedkeuring). Tot de bestuursbesluiten die aan de goedkeuring zijn onderworpen behoren onder meer besluiten (a) tot het aangaan, wijzigen of verbreken van belangrijke duurovereenkomsten, (b) het aangaan van overeenkomsten met partijen die op enigerlei wijze zijn verbonden met [B] en [C] , (c) het starten van procedures en (d) het uitoefenen van het stemrecht op de aandelen van Monitor in SmartVital met betrekking tot bepaalde besluiten. Dezelfde dag heeft Molenaar dit besluit bekendgemaakt aan [B] en [C] .

2.17

Vervolgens heeft, ook op 23 juli 2020, een aandeelhoudersvergadering plaatsgevonden van SmartVital. Molenaar heeft daar toegelicht dat als gevolg van het Besluit voorafgaande goedkeuring Brampton c.s. niet namens Monitor kunnen stemmen op de aandelen van Monitor in SmartVital. Brampton c.s. hebben dat genegeerd en namens Monitor gestemd vóór betaling van € 108.000 aan Smiconsult/ [B] en voor de vaststelling van hun eigen beloning als (indirect) bestuurders van SmartVital. Brampton c.s. hebben geen notulen van deze vergadering verstrekt aan Molenaar.

2.18

In reactie op formele bezwaren van Brampton c.s. tegen de aandeelhoudersvergadering van Monitor op 23 juli 2020, heeft Molenaar op 4 augustus 2020 een nieuwe aandeelhoudersvergadering belegd op 27 augustus 2020, om eventuele gebreken die kleven aan de op 23 juli 2020 genomen besluiten te herstellen. De datum van die vergadering is nadien verplaatst naar 16 september 2020.

2.19

Bij brief van haar Canadese advocaat van 11 augustus 2020 heeft HEC de sommaties in de brief van de Canadese advocaat van Monitor (zie 2.14) van de hand gewezen.

2.20

Monitor heeft, vertegenwoordigd door Brampton c.s. en bijgestaan door mr. Marchal, op 21 augustus 2020 de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg verzocht om Molenaar op de voet van artikel 2:15 lid 4 BW aan te wijzen als degene die in de plaats van het bestuur treedt in de procedure waarin Monitor vernietiging vordert van het Besluit voorafgaande goedkeuring. Op 4 september 2020 heeft de rechtbank dat verzoek toegewezen.

2.21

Molenaar heeft Berenschot ingeschakeld om te adviseren over de bezoldiging van Brampton c.s. Berenschot heeft op 22 augustus 2020, mede op basis van een door Brampton c.s. ingevulde vragenlijst, geoordeeld dat een totale beloning van € 141.800 als marktconform moet worden beschouwd. Onder totale beloning verstaat Berenschot een optelsom van alle in geld uitdrukbare arbeidsvoorwaarden, zoals salaris, variabele beloning, vakantiegeld, pensioenbijdrage van de werkgever et cetera, waarbij irrelevant is of deze beloningen worden uitgekeerd in loondienst of via vennootschappen.

2.22

Op 27 augustus 2020 heeft Molenaar de aandeelhouders van Monitor opgeroepen voor een aandeelhoudersvergadering op 16 september 2020 met als agendapunten onder meer: (a) bekrachtiging van het Besluit voorafgaande goedkeuring, (b) de reactie van Monitor op de door Brampton c.s. geïnitieerde procedure tot vernietiging van het Besluit voorafgaande goedkeuring, (c) de beloning van het bestuur van Monitor c.s. en de daarbij te hanteren voorwaarden, (d) de relatie tussen Monitor c.s. en HEC op strategisch, financieel en operationeel vlak, (e) het opmaken van de jaarrekening 2019 en financiële ontwikkelingen 2020. In aansluiting daarop is op 28 augustus 2020 aan Brampton c.s. verzocht aan de aandeelhoudersvergadering op voorhand nadere informatie te verstrekken over onder meer omzet, resultaten, debiteuren en crediteuren, kasstromen en liquiditeiten. Brampton c.s. hebben daaraan geen gevolg gegeven.

2.23

Bij brief van 12 september 2020 heeft de advocaat van Brampton c.s. bezwaar gemaakt tegen de aandeelhoudervergadering van 16 september 2020. Op 15 september 2020 hebben Brampton c.s. te kennen gegeven niet te zullen verschijnen op de vergadering van 16 september 2020. Op de vergadering van 16 september 2020 is het Besluit voorafgaande goedkeuring bekrachtigd.

2.24

Op 8 oktober 2020 heeft [C] een aandeelhoudersvergadering van Monitor aangekondigd, te houden op 22 of 23 oktober 2020, zonder agendapunten te vermelden. In reactie daarop heeft Borrius op 12 oktober 2020 verzocht de volgende punten te agenderen: (a) de huidige financiële situatie en de vooruitzichten van de onderneming, (b) voldoening door het bestuur aan eerdere informatieverzoeken van Borrius en (c) betaling van een voorschot op de nog vast te stellen vergoeding van de bestuurders. Brampton c.s. hebben deze agendapunten niet toegevoegd.

2.25

Brampton c.s. hebben op 22 oktober 2020 voorgesteld (a) om voor uitsluitend de werkzaamheden als bestuurders een vergoeding toe te kennen van € 2.000 per dag/€ 250 per uur per bestuurder en (b) om zo spoedig mogelijk een gerechtelijke procedure te starten tegen HEC. Diezelfde dag heeft de algemene vergadering van Monitor deze voorstellen verworpen doordat Borrius tegen heeft gestemd en Brampton c.s. vóór. In reactie op door [B] op 26 oktober 2020 geuite bedenkingen tegen de wijze waarop Borrius had gestemd, heeft Borrius bij e-mail van 4 november 2020 een toelichting gegeven. Die toelichting houdt onder meer in dat Brampton c.s., ondanks verzoeken daartoe, geweigerd hebben de aandeelhoudersvergadering te informeren over de huidige financiële positie van Monitor c.s. en de aan (vennootschappen van) [B] en [C] betaalde vergoedingen voor operationele werkzaamheden en dat bij gebreke daarvan het bezoldigingsvoorstel niet kan worden aanvaard. Met betrekking tot het voorstel om te gaan procederen tegen HEC heeft Borrius uiteengezet, dat de vragen over de juridische positie van Monitor tegenover HEC en de kosten en baten van procederen niet adequaat zijn beantwoord en dat uit wel beschikbare informatie blijkt dat ook indien Monitor c.s. tegen HEC gaan procederen, daarnaast onderhandelingen nodig zijn over vormgeving van de toekomstige verhoudingen. Borrius schrijft voorts dat Molenaar en zijzelf te kennen hebben gegeven voorstander te zijn van een combinatie van procederen over de territoriale reikwijdte van het distributierecht van Monitor c.s. en onderhandelen, met dien verstande dat Monitor c.s. bij onderhandelingen beter niet vertegenwoordigd kunnen worden door Brampton c.s.

3 De gronden van de beslissing

De standpunten van partijen

3.1

Brampton c.s. hebben aan hun verzoek tot ontslag van Molenaar en Borrius kort gezegd ten grondslag gelegd dat Molenaar en Borrius zich niet constructief opstellen jegens [B] en [C] , dat Molenaar de kwestie over de bezoldiging van Brampton c.s. niet goed heeft aangepakt en zich in het geschil met HEC aan rol aanmeet die hem als commissaris niet toekomt. Het Besluit voorafgaande goedkeuring is door Molenaar en Borrius doorgedrukt en is schadelijk voor de onderneming. Als gevolg daarvan hebben Brampton c.s. geen vertrouwen meer in Molenaar en Borrius.

3.2

Molenaar en Borrius hebben ieder gemotiveerd verweer gevoerd tegen het verzoek van Brampton c.s. en hebben, mede ter toelichting op hun eigen verzoeken, kort gezegd het volgende aangevoerd. Het Besluit voorafgaande goedkeuring was een noodzakelijke reactie op het voornemen van [B] en [C] om, ondanks de eerdere beschikkingen van de Ondernemingskamer, toch eigenmachtig de beloning van Brampton c.s. en hun consultancyvennootschappen vast te stellen. De door Brampton c.s. in naam van Monitor gestarte procedure bij de rechtbank Limburg tegen dit besluit is zinloos, reeds omdat de gestelde gebreken die aan het besluit zouden kleven inmiddels zijn geheeld door de bekrachtiging op 16 september 2020. Brampton c.s. stellen zich jegens Molenaar en Borrius niet constructief op, frustreren de inspanningen van Molenaar om de relatie met HEC te verbeteren en weigeren Molenaar en Borrius adequaat te informeren.

3.3

Acrobat heeft kort gezegd aangevoerd dat als gevolg van het gedrag van [B] en [C] het wanbeleid voortduurt en dat daaraan slechts een einde kan worden gemaakt door het ontslag van Brampton c.s. als bestuurders van Monitor. [B] en [C] zijn op operationeel gebied niet onmisbaar omdat ook [A] beschikt over de benodigde kennis en vaardigheden en bereid is die ten dienste stellen van de onderneming in samenspraak met een door de Ondernemingskamer te benoemen bestuurder.

3.4

HEC heeft naar voren gebracht dat de samenwerking met SmartVital voor beide partijen van belang is, maar dat tussen beide partijen onenigheid bestaat onder meer over de inhoud van de bestaande afspraken, de strategie van SmartVital, het afzetgebied van SmartVital en het niet realiseren door SmartVital van omzetdoelstellingen. HEC ziet geen heil in voortzetting van de relatie met SmartVital zolang [B] en [C] daar aan het roer staan en heeft wel vertrouwen in Molenaar.

Het oordeel van de Ondernemingskamer

Het functioneren van [B] en [C] als indirect bestuurders van Monitor c.s.

3.5

Bij beschikking van 16 december 2019 heeft de Ondernemingskamer de in 1.3 genoemde onmiddellijke voorzieningen beëindigd. Intussen, per 1 januari 2019, was Acrobat ( [A] ) teruggetreden als bestuurder. Als gevolg daarvan vormen Brampton c.s. (feitelijk [B] en [C] ) sinds 16 december 2019 het bestuur van Monitor en via Monitor van SmartVital. De Ondernemingskamer stelt vast dat daarmee geen einde is gekomen aan het wanbeleid. Uit de feiten blijkt dat Brampton c.s. kennelijk niet kunnen aanvaarden dat zij als bestuurders onder toezicht staan van de door de Ondernemingskamer benoemde commissaris en dat aan Borrius als beheerder van de aandelen overwegende zeggenschap toekomt in de aandeelhoudersvergadering van Monitor.

3.6

Ter toelichting overweegt de Ondernemingskamer als volgt:

  1. Met de verzending van de sommatiebrief aan HEC op 7 juli 2020, zonder eerst adequaat te responderen op de vooraf daartegen door Molenaar kenbaar gemaakte bezwaren (zie 2.14), hebben Brampton c.s. niet alleen de positie van Molenaar als commissaris miskend, maar tevens diens door de Ondernemingskamer opgedragen taak om een bijdrage te leveren aan het behouden en zo mogelijk beter reguleren van de relatie met HEC ondergraven. SmartVital is sterk afhankelijk van HEC en HEC heeft al op 29 januari 2020 aan Molenaar te kennen gegeven dat zij het vertrouwen heeft verloren in de integriteit van [B] en [C] , welk standpunt HEC thans in deze procedure heeft herhaald. Brampton c.s. hebben ook niet bestreden dat de rechtspositie van Monitor c.s. tegenover HEC niet eenduidig is vast te stellen aan de hand van de bestaande documentatie en in het bijzonder de aandeelhoudersovereenkomst van 9 december 2015.

  2. Op grond van de beschikkingen van de Ondernemingskamer van 16 december 2019 en 22 juni 2020 had het Brampton c.s. en [B] en [C] duidelijk moeten zijn dat zij niet zelfstandig de door Monitor c.s. verschuldigde vergoeding aan (vennootschappen van) [B] en [C] voor bestuurlijke en operationele werkzaamheden ten dienste van (de onderneming van) Monitor c.s. kunnen vaststellen. Met de door [B] en [C] georkestreerde besluiten van de algemene vergadering van SmartVital van 23 juli 2020 hebben zij dat toch opnieuw gedaan. Zij hebben daarbij bovendien het Besluit voorafgaande goedkeuring (zie 2.16) genegeerd.

  3. Voorts is het kwalijk dat [B] en [C] , ondanks daarop gerichte vragen van Molenaar en Borrius, geen openheid van zaken hebben gegeven over de vergoedingen die zij (althans hun vennootschappen) hebben ontvangen voor het verrichten van operationele werkzaamheden. Eerst ter zitting bleek op vragen van de Ondernemingskamer dat [B] en [C] (althans hun vennootschappen) elk maandelijks bedragen variërend van € 6.000 tot € 13.000 ontvangen voor operationele werkzaamheden. Deze betalingen berusten bovendien niet op behoorlijke besluitvorming.

  4. Brampton c.s. hebben ook voor het overige niet voldaan aan de gespecificeerde informatieverzoeken van Molenaar (zie 2.15) en Borrius (zie 2.22 en 2.24), terwijl zij daartoe zonder meer verplicht waren.

  5. Brampton c.s. hebben als bestuurders zonder goede reden verstek laten gaan op de aandeelhoudersvergadering van 16 september 2020 (zie 2.23);

  6. Brampton c.s. hebben zonder enige opgaaf van reden nagelaten de door Borrius voorgestelde onderwerpen te agenderen op de aandeelhoudersvergadering van 22 oktober 2020 (zie 2.24);

  7. Brampton c.s. hebben geweigerd, althans nagelaten (binnen redelijke tijd) notulen te maken van de aandeelhoudersvergaderingen van SmartVital van 23 juli 2020 en van Monitor van 22 oktober 2020.

  8. Brampton c.s. zijn namens (en kennelijk op kosten van) Monitor een procedure gestart tot vernietiging van het Besluit voorafgaande goedkeuring, bij welke procedure Monitor geen redelijk belang heeft.

De verwijten van Brampton c.s. aan Molenaar en Borrius

3.7

Uit hetgeen hierboven is overwogen volgt dat Brampton c.s., in strijd met hun verplichtingen als (indirect) bestuurders van Monitor c.s., niet naar behoren gevolg hebben gegeven aan de door de Ondernemingskamer getroffen voorzieningen en het functioneren van Molenaar als commissaris en van Borrius als beheerder hebben trachten te frustreren. Met voorbijgaan aan redelijke verzoeken van Molenaar en Borrius, maken Brampton c.s. allerlei verwijten aan Molenaar en Borrius die niet ter zake dienend zijn.

3.8

Het verwijt dat Molenaar niet adequaat zou hebben gehandeld met betrekking tot de voorbereiding van besluitvorming over de bezoldiging van (de vennootschappen van) [B] en [C] is ongegrond. [B] en [C] hebben, in weerwil van de beschikkingen van de Ondernemingskamer van 16 december 2019 en 22 juni 2020, ten aanzien van hun bezoldiging ten onrechte vastgehouden aan het gekunstelde onderscheid dat zij willen maken tussen hun werkzaamheden als bestuurders en hun operationele werkzaamheden. De onderneming van SmartVital is, zoals [B] en [C] ook zelf hebben benadrukt, klein en bestaat slechts uit een webshop die voedingssupplementen verkoopt. Tegen deze achtergrond is het advies van Berenschot tot vaststelling van de totale beloning (voor alle werkzaamheden) per bestuurder op € 141.800 (zie 2.21) vanuit het perspectief van de bestuurders alleszins redelijk en verwacht mag worden dat [B] en [C] zich tegen deze vergoeding fulltime zullen inzetten voor de onderneming, ook ten behoeve van operationele werkzaamheden. Molenaar heeft overigens te kennen gegeven er geen bezwaar tegen te hebben indien een deel van de totale vergoeding wordt betaald aan Brampton c.s. en een ander deel aan de consultancyvennootschappen van [B] en [C] . Niet is in te zien dat het belang van Monitor c.s. is gediend bij vaststelling van de aan (de vennootschappen van) [B] en [C] te betalen vergoeding op het door [B] en [C] gewenst niveau van (tenminste) € 250.000 per jaar voor elk van beiden. Noch de omvang van de onderneming, noch de complexiteit van de te verrichten werkzaamheden rechtvaardigen een zo hoge beloning.

3.9

Met betrekking tot de relatie tussen Monitor c.s. en HEC en de rol van Molenaar daarbij stelt de Ondernemingskamer voorop dat – zoals hierboven al aan de orde kwam – HEC op 29 januari 2020 aan Molenaar te kennen heeft gegeven dat zij het vertrouwen heeft verloren in de integriteit van [B] en [C] en dat HEC zich nog altijd op dat standpunt stelt. In haar beschikking van 22 juni 2020 heeft de Ondernemingskamer overwogen dat Molenaar het tot zijn taak mag rekenen een bijdrage te leveren aan het behouden en zo mogelijk beter reguleren van de relatie tussen Monitor c.s. en HEC. Anders dan Brampton c.s. beweren, blijkt uit de feiten niet dat Molenaar zich op het standpunt heeft gesteld dat hij zelfstandig het door Monitor c.s. te voeren beleid jegens HEC kan bepalen. Molenaar heeft al in zijn e-mails van 31 januari 2020 en 6 februari 2020 aan HEC duidelijk gemaakt dat hij, anders dan Franke voorheen, geen bestuurder is maar (slechts) tijdelijk commissaris. Molenaar heeft Brampton c.s. er wel terecht op gewezen, in zijn e-mails van 13 en 16 juli 2020, dat zij handelen in strijd met de beschikking van de Ondernemingskamer van 22 juni 2020 door geheel voorbij te gaan aan zijn opvatting als commissaris bij de verzending van de sommatiebrief aan HEC en dat een advies van een commissaris niet vrijblijvend is. Brampton c.s. hebben Molenaar voorts in de uitoefening van zijn taak belemmerd door aan hem geen adequate informatie te verschaffen, onder meer voorafgaand aan de aandeelhoudersvergadering van 22 oktober 2020, waar zij zelf hun bezoldiging en het jegens HEC te voeren beleid hadden geagendeerd.

3.10

De Ondernemingskamer acht het alleszins begrijpelijk dat Molenaar en Borrius, in reactie op de poging van Brampton c.s. om, in weerwil van de beschikkingen van de Ondernemingskamer van 16 december 2019 en 22 juni 2020, toch weer eigenmachtig te beslissen over de beloning van (vennootschappen van) [B] en [C] , hebben aangestuurd op het Besluit voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering van Monitor. De formele bezwaren van Brampton c.s. – die erop neer komen dat de oproeping per e-mail niet geldig zou zijn en dat, ondanks de coronamaatregelen van de overheid, de vergadering in fysieke vorm had moeten plaatsvinden – getuigen veeleer van onwil van Brampton c.s. dan van wezenlijk tekortschieten van Molenaar. Die bezwaren zijn bovendien weggenomen door bekrachtiging in de aandeelhoudersvergadering van 16 september 2020, waar Brampton c.s. zonder goede reden niet zijn verschenen.

3.11

De conclusie is derhalve dat Molenaar en Borrius niet kennelijk onredelijk hebben gehandeld, dat niet verwacht kan worden dat zij kennelijk onredelijk zullen handelen en dat er ook overigens geen gronden zijn voor toewijzing van het verzoek van Brampton c.s.

De thans te treffen voorzieningen

3.12

Uit het bovenstaande volgt dat de verzoeken van Brampton c.s. niet toewijsbaar zijn.

3.13

Op grond van de in 3.5 en 3.6 weergegeven oordelen concludeert de Ondernemingskamer dat Brampton c.s. zich als bestuurders van Monitor c.s. hebben gediskwalificeerd en dat het vastgestelde wanbeleid als gevolg daarvan voortduurt. Het belang van Monitor c.s. vergt daarom dat Brampton c.s. worden ontslagen als bestuurder van Monitor. Het desbetreffende verzoek van Acrobat is dus toewijsbaar.

3.14

Teneinde in het bestuur van Monitor c.s. te voorzien zal de Ondernemingskamer een tijdelijk bestuurder van Monitor benoemen. De Ondernemingskamer deelt de opvatting van Molenaar en Borrius dat met de benoeming van een tijdelijk bestuurder van Monitor de eerder getroffen voorziening, bestaande uit benoeming van een commissaris van Monitor c.s., niet langer gehandhaafd hoeft te worden. Geen van de andere partijen heeft daarover een ander standpunt ingenomen.

3.15

Borrius en HEC hebben te kennen gegeven een voorkeur te hebben voor benoeming van Molenaar als tijdelijk bestuurder. Molenaar heeft zich ter zitting bereid verklaard een benoeming als bestuurder te aanvaarden. Op grond van de kennis die Molenaar inmiddels heeft over de gang van zaken binnen Monitor c.s. en op grond van de wijze waarop hij als commissaris heeft gefunctioneerd, zal de Ondernemingskamer Molenaar benoemen tot tijdelijk bestuurder, vooralsnog voor de duur van twee jaar.

3.16

Gelet op de tot nog toe door Brampton c.s. gekozen opstelling, die zich kenmerkt door onwelwillendheid en een gebrek aan medewerking, ziet de Ondernemingskamer aanleiding om – zoals Borrius heeft verzocht en bij wijze van regeling van de gevolgen van het ontslag van Brampton c.s. als bestuurder en de benoeming van Molenaar als bestuurder (art.2:357 lid 2 BW) – Brampton c.s. te veroordelen om Molenaar als bestuurder toegang te verschaffen tot de volledige administratie en de bankrekeningen van Monitor c.s. en alle overige door Molenaar verlangde inlichtingen met betrekking tot (de onderneming van) Monitor c.s. te verstrekken, alles op straffe van een dwangsom.

3.17

Vanzelfsprekend staat het Molenaar c.s. vrij om ten behoeve van de operationele werkzaamheden met betrekking tot de onderneming (vennootschappen van) [B] , [C] en/of [A] in te schakelen indien met hen overeenstemming kan worden bereikt over de daarbij in acht te nemen voorwaarden waaronder de voor die werkzaamheden verschuldigde vergoeding. Indien daarover geen overeenstemming kan worden bereikt, kan Molenaar ook anderen inschakelen voor de operationele werkzaamheden. In dit verband merkt de Ondernemingskamer nog het volgende op. Brampton c.s. benadrukken dat [B] en [C] onmisbaar zijn voor de continuïteit van de onderneming vanwege hun kennis en vaardigheden ten aanzien van de operationele werkzaamheden. Indien dat juist is – Acrobat heeft het weersproken – had het op de weg van Brampton c.s. gelegen om tijdig maatregelen te treffen ter beperking van die afhankelijkheid van Monitor c.s. Het voortduren van die afhankelijkheid is immers niet in het belang van Monitor. Molenaar heeft daar als commissaris al op aangedrongen, maar Brampton c.s. hebben dat kennelijk genegeerd.

3.18

Omdat Brampton c.s. worden ontslagen als bestuurders van Monitor, is er geen reden om de voorzieningen te treffen die door Borrius verzocht waren in het scenario dat dit ontslag niet zou plaatsvinden. Dat betreft (i) de schorsing van het agenderingsrecht van Brampton c.s. met betrekking tot de algemene vergadering van SmartVital, (ii) Brampton c.s. te gebieden zich te houden aan het Besluit voorafgaande goedkeuring en de procedure tegen dat besluit te staken. Wat dit laatste betreft kan Molenaar daartoe als bestuurder besluiten, welk besluit in de rede ligt nu in niet is in te zien dat enig belang van Monitor c.s. gediend is bij voortzetting van de procedure. Voor zover Borrius verzocht heeft om Brampton c.s. als aandeelhouders te verbieden in rechte vernietiging te vorderen van het Besluit voorafgaande goedkeuring, gaat toewijzing daarvan te ver. Hoezeer een dergelijke vordering ook als frivool kan worden aangemerkt, dat is onvoldoende reden om het recht om zich tot de rechter te wenden op voorhand te beperken. Vanzelfsprekend dienen Brampton c.s. de kosten verbonden aan de gang naar de rechter wel voor eigen rekening te nemen.

3.19

Met betrekking tot de besluiten van de algemene vergadering van SmartVital van 23 juli 2020 over de beloning van Smiconsult, de betaling van € 108.000 aan Smiconsult en de vaststelling van de beloning van Brampton c.s. voor operationele adviesdiensten, overweegt de Ondernemingskamer als volgt. Voor zover deze besluiten niet reeds nietig zijn wegens het ontbreken van voorafgaande goedkeuring door de algemene vergadering van Monitor, zoals vereist op grond van het Besluit voorafgaande goedkeuring, zal de Ondernemingskamer deze besluiten vernietigen. Zoals de Ondernemingskamer reeds in de beschikkingen van 16 december 2019 en 22 juni 2020 tot uitdrukking heeft gebracht, brengt artikel 2:8 BW, vanwege het tegenstrijdig belang van [B] en [C] en de belangen van Acrobat als minderheidsaandeelhouder, mee dat het niet aan Brampton c.s. is om zelfstandig de aan vennootschappen van [B] en [C] toekomende vergoedingen te bepalen. De thans door de Ondernemingskamer te vernietigen besluiten zijn te beschouwen als een voortzetting van het eerder geconstateerde wanbeleid.

3.20

Ter bevordering van de besluitvorming in de algemene vergadering van Monitor zal de Ondernemingskamer, zoals door Borrius verzocht, vooralsnog voor de duur van twee jaar bepalen dat in afwijking van artikel 22 lid 1 van de statuten van Monitor, algemene vergaderingen via een audiovisuele verbinding kunnen plaatsvinden.

Structurele beëindiging van het wanbeleid?

3.21

De Ondernemingskamer betwijfelt of aan het wanbeleid een definitief einde zal komen zonder dat een zeer ingrijpende voorziening wordt getroffen. Brampton c.s. kunnen niet accepteren dat zij bij het bepalen van het beleid en gang van zaken van Monitor c.s. rekening hebben te houden met het belang van die vennootschappen en met het belang van Acrobat als minderheidsaandeelhouder en zoals ter zitting van 12 november 2020 opnieuw is gebleken kan tussen Brampton c.s. enerzijds en Acrobat anderzijds geen overeenstemming worden bereikt over een ontvlechting op aandeelhoudersniveau. De Ondernemingskamer neemt voorts in aanmerking dat het treffen en voortduren van tijdelijke voorzieningen aanmerkelijke kosten met zich meebrengt, zeker in verhouding tot de omzet van de onderneming. Zowel Molenaar als Brampton c.s. hebben er ter zitting op gewezen dat die kosten bezwaarlijk zijn voor de vennootschap.

3.22

Onder deze bijzondere omstandigheden ligt het in de rede om te komen tot een ontvlechting tussen Brampton c.s. enerzijds en Acrobat anderzijds door middel van ontbinding en vereffening van Monitor. In die vereffening kunnen de aandelen van Monitor in SmartVital – en daarmee de onderneming als going concern – door de vereffenaar worden verkocht en overgedragen aan Brampton c.s., Acrobat of een derde. Ter zitting is over deze mogelijkheid al gesproken, maar de Ondernemingskamer acht zich nog onvoldoende voorgelicht om te bepalen of ontbinding van Monitor een begaanbare weg is ter beëindiging van het wanbeleid. De Ondernemingskamer zal partijen daarom in de gelegenheid stellen zich daarover schriftelijk nader uit te laten, op de wijze als hieronder in het dictum weergegeven. Van partijen wordt verwacht dat zij daarbij in ieder geval aandacht besteden aan de volgende vragen:

  • -

    kan in geval van ontbinding van Monitor en verkoop van de aandelen in SmartVital de continuïteit van de onderneming worden gewaarborgd?

  • -

    brengt ontbinding van Monitor en verkoop van de aandelen in SmartVital wijziging in de thans bestaande rechtsverhouding tussen SmartVital en HEC?

  • -

    wat zijn de vooruitzichten ten aanzien van de rechtsverhouding met HEC bij handhaving van de bestaande situatie en wat zijn de vooruitzichten in geval van ontbinding van Monitor?

Slotsom

3.23

De Ondernemingskamer zal de in het dictum weergegeven voorzieningen treffen, partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de mogelijke ontbinding van Monitor en voor het overige haar beslissing aanhouden, ook voor wat betreft de kosten van het geding.

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

ontslaat Visionlead Management B.V. en Brampton Management B.V. als bestuurders van Monitor Management B.V.;

benoemt mr. J.G. Molenaar als bestuurder van Monitor Management B.V., vooralsnog voor de duur van twee jaar met ingang van de datum van deze beschikking;

beëindigt de bij beschikking van 16 december 2019 getroffen voorziening bestaande uit de benoeming van een commissaris van Monitor Management B.V. en SmartVital B.V.;

veroordeelt Visionlead Management B.V. en Brampton Management B.V. om aan Molenaar binnen drie dagen na betekening van deze beschikking Molenaar toegang te verschaffen tot de volledige administratie en de bankrekeningen van Monitor Management B.V. en SmartVital B.V. en alle overige door Molenaar verlangde inlichtingen met betrekking tot (de onderneming van) Monitor c.s. te verstrekken binnen drie dagen na een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van Molenaar, op straffe van een dwangsom van € 5.000 per dag dat zij daarmee in gebreke zijn, met een maximum van € 250.000;

vernietigt de besluiten van de algemene vergadering van SmartVital van 23 juli 2020 over de beloning van Smiconsult, de betaling van € 108.000 aan Smiconsult en de vaststelling van de beloning van Brampton c.s. voor operationele adviesdiensten, voor zover deze besluiten niet nietig zijn;

bepaalt vooralsnog voor de duur van twee jaar dat in afwijking van artikel 22 lid 1 van de statuten van Monitor Management B.V. algemene vergaderingen kunnen plaatsvinden via een audiovisuele verbinding;

verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

stelt partijen in de gelegenheid om zich uiterlijk op 23 december 2020 te 14:00 uur schriftelijk uit te laten over de in r.o. 3.22 genoemde mogelijkheid van een voorziening bestaande uit de ontbinding van Monitor Management en stelt partijen in de gelegenheid om uiterlijk op 13 januari 2021 te 14:00 uur schriftelijk te reageren op de uitlatingen van de overige partijen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. H.J. Vetter, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en drs. G. van Vollenhoven-Eikelenboom AG, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 2 december 2020.