Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:3244

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-11-2020
Datum publicatie
04-12-2020
Zaaknummer
200.274.947/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schorsing en hervatting ex artikelen 225-227 Rv. Tussenarrest. Op grond van beschikbare gegevens kan niet worden beoordeeld of geding op toereikende gronden is geschorst. Gelast mondelinge behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.274.947/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/651391 / HA ZA 18-731

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 24 november 2020

inzake

1. de vennootschap naar Luxemburgs recht

KINGSTONE INVESTMENTS SARL,

gevestigd te Luxemburg, Luxemburg,

2. de vennootschap naar Duits recht

MAINHATTAN FINANCE & TRADING GMBH,

gevestigd te Frankfurt am Main, Duitsland,

3. de vennootschap naar Zwitsers recht

SFF TRADING SWITZERLAND AG,

gevestigd te Zürich, Zwitserland,

4. de vennootschap naar Luxemburgs recht

KIRCHBERG TRADING SARL,

gevestigd te Luxemburg, Luxemburg,

5. de vennootschap naar Duits recht

SAXON CAPITAL GMBH,

gevestigd te Frankfurt am Main, Duitsland,

appellanten,

advocaat: mr. T. de Waard te Amsterdam,

tegen

1 ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,,

2. ABN AMRO CLEARING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerden,

advocaat: mr. A.J. Haasjes te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Appellanten zullen hierna Kingstone, Mainhattan, SFF, Kirchberg en Saxon (tezamen: Kingstone c.s.) worden genoemd. Geïntimeerden worden ABN AMRO Bank en ABN AMRO Clearing (tezamen: ABN AMRO c.s.) genoemd.

Kingstone c.s. zijn bij dagvaarding van 8 januari 2020 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 oktober 2019, dat onder bovengenoemd zaak-/rolnummer is gewezen tussen onder andere Kingstone c.s. als eiseressen en ABN AMRO c.s. als gedaagden.

Op 7 april 2020 hebben Kingstone c.s. een akte wijziging appellanten genomen, inhoudende, kort gezegd, dat Mainhattan en Saxon hun vorderingen hebben overgedragen aan Kirchberg, dat (onder andere) Kingstone is gefuseerd met Kirchberg en dat de naam van Kirchberg is gewijzigd in KIC S.à.r.l., zodat als appellanten overblijven KIC S.à.r.l. en SFF (hierna tezamen: KIC c.s.).

Bij rolbeslissing van 8 april 2020 heeft de rolraadsheer de akte wijziging appellanten aangemerkt als akte schorsing en hervatting ex artikel 225 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en de zaak verwezen naar de rol voor akte uitlating schorsing en hervatting procedure aan de zijde van geïntimeerden.

KIC c.s. hebben bij H16-formulier van 1 mei 2020 meegedeeld dat de akte wijzing appellanten ten onrechte is aangemerkt als akte schorsing en hervatting. ABN AMRO c.s. hebben hiertegen bij H-formulier van 6 mei 2020 bezwaar gemaakt.

Bij rolbeslissing van 6 mei 2020 is beslist dat het hof geen aanleiding ziet om terug te komen van de rolbeslissing van 8 april 2020.

Vervolgens hebben ABN AMRO c.s. op 12 mei 2020 een antwoordakte, met producties, genomen. Daarin concluderen zij onder andere dat de akte wijziging appellanten nietig is voor wat betreft de hervatting van de procedure in de stand waarin die zich bevindt en dat de procedure geschorst dient te blijven totdat deugdelijk is gebleken dat de procedure kan worden hervat.

Eveneens op 12 mei 2020 hebben KIC c.s. een op 8 mei 2020 aan ABN AMRO c.s. betekend exploot “Betekening van een oorzaak schorsing en hervatting van een rechtsgeding” (hierna: het exploot van 8 mei 2020), met producties, overgelegd, waarbij ABN AMRO c.s. zijn opgeroepen om op 19 mei 2020 bij het hof te verschijnen.

ABN AMRO c.s. hebben bij e-mailbericht van 18 mei 2020 het hof verzocht om zich te mogen uitlaten over de gevolgen van het exploot van 8 mei 2020. KIC c.s. hebben bij e-mailbericht van 18 mei 2020 bezwaar gemaakt tegen dit verzoek. ABN AMRO c.s. hebben hierop gereageerd bij e-mailbericht van 19 mei 2020 en op dat bericht is op dezelfde datum per e-mail nog een reactie van KIC c.s. binnengekomen.

Op de rol van 19 mei 2020 hebben KIC c.s. de zaak doen dienen. Mr. T. de Waard, voornoemd, heeft zich gesteld voor KIC c.s.

ABN AMRO c.s. hebben bij H16-formulier van 3 juni 2020 het hof verzocht om naar aanleiding van (de uitkomst van onderzoek naar) het exploot een akte, met producties, te mogen nemen.

Bij rolbeslissing van 10 juni 2020 is de zaak verwezen naar de rol van 23 juni 2020 voor akte aan de zijde van geïntimeerden.

ABN AMRO c.s. hebben op 23 juni 2020 een akte, met producties, genomen. Daarin concluderen zij onder andere dat Kingstone nog steeds procespartij in deze procedure is, omdat geen sprake was van een geldige schorsingsgrond ten tijde van betekening van het exploot, dat het exploot nietig is voor wat betreft de hervatting van de procedure in de stand waarin die zich bevindt ten aanzien van de gestelde cessies en dat de procedure geschorst dient te blijven totdat deugdelijk is gebleken dat de procedure kan worden hervat.

Bij rolbeslissing van 23 juni 2020 is de zaak verwezen naar de rol van 7 juli 2020 voor akte uitlating producties aan de zijde van appellanten.

KIC c.s. hebben bij H16-formulier van 24 juni 2020 het hof bericht dat de rolbeslissing van 23 juni 2020 volgens hen op een misvatting berust en verzocht om in de gelegenheid te worden gesteld om op de akte van geïntimeerden te reageren.

Bij rolbeslissing van 24 juni 2020 is dit bezwaar verworpen.

KIC c.s. hebben op 7 juli 2020 een akte uitlating producties, tevens houdende overlegging productie, genomen.

Ten slotte is arrest gevraagd.

2 Beoordeling

2.1.

Het bestreden vonnis is gewezen tussen (onder andere) Kingstone c.s. als eiseressen en ABN AMRO c.s. als gedaagden. Kingstone c.s. zijn van dit vonnis in hoger beroep gekomen. Op de eerstdienende dag is door Kingstone c.s. een akte wijziging appellanten genomen. Over de gevolgen van deze akte en van het exploot dat KIC c.s. nadien hebben doen uitbrengen, is tussen partijen een geschil gerezen. De rolraadsheer heeft de zaak uiteindelijk verwezen naar de meervoudige kamer van het hof voor het nemen van een beslissing op de vraag of het geding rechtsgeldig is geschorst en hervat. Op de rol is aangetekend dat deze vraag bij wijze van incident is opgeworpen. Het hof zal deze vraag behandelen in het kader van de artikelen 225-227 Rv (schorsing en hervatting).

2.2.

In artikel 225, lid 1, sub c, Rv is als grond voor schorsing van het geding opgenomen het ophouden van de betrekkingen waarin een partij het geding voerde, hetzij ten gevolge van rechtsopvolging onder algemene titel op een ander, hetzij door een andere oorzaak. Het geding is in ieder geval geschorst door de betekening op 8 mei 2020 van de ingeroepen schorsingsgrond. Van die datum zal worden uitgegaan. Tussen partijen is in geschil of de schorsingsgrond terecht is ingeroepen, namelijk of de rechtsbetrekking waarin Mainhattan en Saxon het geding voerden is opgehouden door de cessies tussen hen en Kirchberg. Volgens ABN AMRO c.s. hebben KIC c.s. over deze (vermeende) cessies met de bij het exploot van 8 mei 2020 overgelegde akten van cessie van 28 december 2018 onvoldoende duidelijkheid verschaft. Verder is tussen partijen in geschil of door de fusie tussen (onder andere) Kingstone als verdwijnende entiteit en Kirchberg als verkrijgende entiteit de rechtsbetrekking waarin Kingstone het geding voerde, is opgehouden. ABN AMRO c.s. hebben in hun akte van 23 juni 2020 erkend dat de naamswijziging van Kirchberg in KIC inmiddels is doorgevoerd en dat KIC dus een bestaande vennootschap is. Zij betwisten evenwel dat ten tijde van de betekening van het exploot van 8 mei 2020 sprake was van een geldige schorsingsgrond ten aanzien van Kingstone, aangezien de voor derdenwerking van de fusie vereiste publicatie van de aandeelhoudersbesluiten van 8 mei 2020 pas op 16 juni 2020 heeft plaatsgevonden.

2.3.

Het hof constateert dat op basis van de thans beschikbare gegevens zoals die door partijen zijn verstrekt niet kan worden beoordeeld of het geding door KIC c.s. op toereikende gronden is geschorst. Daarom ziet het hof aanleiding om een mondelinge behandeling te gelasten waar de zaak met de betrokken partijen zal worden besproken. De zaak zal dan geheel of gedeeltelijk door een andere combinatie worden behandeld dan die onder dit arrest staat vermeld.

2.4

De zaak zal naar de rol worden verwezen voor opgave door partijen van hun verhinderdata en die van hun advocaten voor de komende vier maanden, waarna het hof de dag en het tijdstip van de mondelinge behandeling zal vaststellen. Overeenkomstig artikel 4.2 LPR dient vervolgens in viervoud het procesdossier te worden overgelegd. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling moeten alle voor de beoordeling relevante stukken in het geding zijn gebracht, zodat het hof in staat is deze ter zitting met partijen te bespreken en vervolgens een beslissing kan nemen over de rechtsgeldigheid van de schorsing en hervatting. Beslissend is of de ingeroepen schorsingsgrond juist is, dat wil zeggen dat de door KIC c.s. gestelde rechtsovergangen hebben plaatsgevonden. Is dat het geval, dan is rechtsgeldig geschorst en ook rechtsgeldig hervat. Zo niet, dan was de aanzegging bij het exploot ongeldig en zonder rechtsgevolg en zal op naam van de oorspronkelijke partijen worden voortgeprocedeerd. Relevante stukken dienen binnen de hierna vermelde termijn bij het hof te zijn ingediend.

3 Beslissing

Het hof:

verstaat dat het geding met ingang van 8 mei 2020 is geschorst;

gelast een mondelinge behandeling;

verwijst de zaak naar de rol van 8 december 2020 voor opgave door partijen van hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de maanden januari tot en met april 2021, waarna het hof de dag en het tijdstip van de mondelinge behandeling zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de mondelinge behandeling meer zal worden verleend;

bepaalt dat partijen, uiterlijk veertien dagen voor de datum van de mondelinge behandeling, afschriften van (nog niet in deze procedure overgelegde) stukken waarvan zij zich bij die gelegenheid wensen te bedienen, aan de griffie van het hof en aan de wederpartij doen toekomen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, J.W. Hoekzema en A.R. Sturhoofd en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 24 november 2020.