Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:3227

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-12-2020
Datum publicatie
02-12-2020
Zaaknummer
23-004158-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terrorismezaak. Gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 10 voorwaardelijk, voor in 2014 gepleegde voorbereidingshandelingen voor het deelnemen aan de gewapende strijd in Syrië met IS. Bij strafoplegging is rekening gehouden met verminderde toerekenbaarheid, redelijke termijn en reclasseringstraject dat is doorlopen. Uitleg van de op de art. 289a jo. 96-2 Sr toegesneden tenlastelegging. Opvatting dat slechts voorbereidings- en bevorderingshandelingen die strekken tot de samenspanning van de in art. 289a-1 Sr genoemde misdrijven onder art. 289a-2 vallen, is onjuist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004158-16

datum uitspraak: 2 december 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 1 november 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-730054-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortedatum] 1991,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

19 november 2018, 29 november 2018 en 18 november 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, Sv staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal, voor zover in hoger beroep inhoudelijk aan de orde, worden vernietigd omdat het hof, mede gelet op een in hoger beroep toegelaten wijziging tenlastelegging, tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Tenlastelegging

Inhoud van de tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank en in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijzigingen, is aan de verdachte onder 1 tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2014 tot en met 31 juli 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om ter opzettelijke samenspanning van de/het te plegen misdrijf(ven) omschreven in artikel 289 en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht voor te bereiden en/of te bevorderen:

  • -

    een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

  • -

    gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich en/of anderen heeft verschaft en/of

  • -

    voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf en/of

  • -

    plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan anderen te worden medegedeeld, in gereedheid heeft gebracht of onder zich heeft gehad en/of

  • -

    enige maatregel van regeringswege heeft genomen om de uitvoering van het misdrijf te voorkomen of te onderdrukken, tracht te beletten, te belemmeren of te verijdelen,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen

a) zich middels chatberichten geuit over zijn/hun wens zich te begeven (via Turkije) naar Syrië en/of informatie gezocht en/of (op)gevraagd over hoe te reizen naar Syrië en/of

b) zich middels chatberichten geuit dat hij wilde strijden (in Syrië en/of Gaza) en/of

c) op facebook verwezen naar (een) terroristische organisatie(s) en/of

d) middels (chat)berichten gezocht naar personen en/of broeders die hem voor 15 dagen onderdak konden geven (alvorens hij zou afreizen naar Syrië) en/of

e) een reisuitrusting en/of outdoorspullen voorhanden gehad en/of aangeschaft (waaronder stevige bergschoenen en/of camouflagekleding en/of kampeergoederen en/of Combat kniebeschermers) en/of een (hak)bijl en/of een of meerdere mes(sen) en/of

f) een of meer (grote) geldbedrag(en) (1850 euro) cash voorhanden gehad en/of

g) zijn baan opgezegd per 30 juli 2014 en/of

h) informatie gezocht over vluchten richting Turkije op de internetsite van Transavia en/of vliegtickets.nl en/of

i) een of meer website(s) bezocht en/of op internet gezocht naar informatie en/of video’s en/of afbeeldingen over de strijd in Syrië en/of Irak en/of het Islamitisch Kalifaat,

j) een of meerdere documenten en/of geschriften en/of afbeeldingen en/of bestanden en/of gegevens/informatiedragers voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap (waaronder audiobestanden met liederen over de Jihadstrijd)

terwijl die samenspanning tot moord en/of doodslag zou zijn gepleegd met een terroristisch oogmerk;

en/of

in of omstreeks de periode van 1 juni 2014 tot en met 31 juli 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, ter voorbereiding van het/de te plegen misdrijf/misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten:

  • -

    opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is en/of

  • -

    moord en/of

  • -

    doodslag en/of

  • -

    deelnemen aan een Organisatie (ISIS) die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven (art. 140a Sr) en/of

  • -

    het plegen van een aanslag op het leven of de vrijheid van een bevriend staatshoofd, al dan niet de dood ten gevolge hebbende en/of al dan niet met voorbedachten rade en/of

  • -

    opzettelijk een gebouw of getimmerte vernielen en/of beschadigen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en/of levensgevaar voor een ander te duchten is

  1. zich middels chatberichten geuit over zijn/hun wens zich te begeven (via Turkije) naar Syrië en/of informatie gezocht en/of (op)gevraagd over hoe te reizen naar Syrië en/of

  2. zich middels chatberichten geuit dat hij wilde strijden (in Syrië en/of Gaza) en/of

  3. op facebook verwezen naar (een) terroristische organisatie(s) en/of

  4. middels (chat)berichten gezocht naar personen en/of broeders die hem voor 15 dagen onderdak konden geven (alvorens hij zou afreizen naar Syrië) en/of

  5. en reisuitrusting en/of outdoorspullen voorhanden gehad en/of aangeschaft (waaronder stevige bergschoenen en/of camouflagekleding en/of kampeergoederen en/of Combat kniebeschermers) en/of een (hak)bijl en/of een of meerdere mes(sen) en/of

  6. een of meer (grote) geldbedrag(en) (1850 euro) cash voorhanden gehad en/of

  7. zijn baan opgezegd per 30 juli 2014 en/of

  8. informatie gezocht over vluchten richting Turkije op de internetsite van Transavia en/of vliegtickets.nl en/of

  9. een of meer website(s) bezocht en/of op internet gezocht naar informatie en/of video’s en/of afbeeldingen over de strijd in Syrië en/of Irak en/of het Islamitisch Kalifaat

  10. een of meerdere documenten en/of geschriften en/of afbeeldingen en/of bestanden en/of gegevens/informatiedragers voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap (waaronder audiobestanden met liederen over de Jihadstrijd)

welke voorwerp(en) en/of informatiedrager(s), al dan niet in combinatie met elkaar, kennelijk bestemd waren tot het in vereniging, althans alleen, begaan van dat/die misdrijf/misdrijven

en/of

dat hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2014 tot en met 31 juli 2014 te Amsterdam, in elk geval Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk

  • -

    zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of

  • -

    kennis en/of vaardigheden heeft verworven en/of (een) ander(en) heeft bijgebracht

tot het plegen van een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding en/of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, te weten

  • -

    opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen met een terroristisch oogmerk, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is (art 157 Sr) en/of

  • -

    deelnemen aan een organisatie (ISIS) die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven (art. 140a Sr) en/of

  • -

    moord met een terroristisch oogmerk (art. 289a Sr) en/of

  • -

    opzettelijk een gebouw of getimmerte vernielen en/of beschadigen met een terroristisch oogmerk, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en/of levensgevaar voor een ander te duchten is (art. 170 Sr)

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen,

  1. zich middels chatberichten geuit over zijn/hun wens zich te begeven (via Turkije) naar Syrië en/of informatie gezocht en/of (op)gevraagd over hoe te reizen naar Syrië en/of

  2. zich middels chatberichten geuit dat hij wilde strijden (in Syrië en/of Gaza) en/of

  3. op facebook verwezen naar (een) terroristische organisatie(s) en/of

  4. middels (chat)berichten gezocht naar personen en/of broeders die hem voor 15 dagen onderdak konden geven (alvorens hij zou afreizen naar Syrië) en/of

  5. en reisuitrusting en/of outdoorspullen voorhanden gehad en/of aangeschaft (waaronder stevige bergschoenen en/of camouflagekleding en/of kampeergoederen en/of Combat kniebeschermers) en/of een (hak)bijl en/of een of meerdere mes(sen) en/of

  6. een of meer (grote) geldbedrag(en) (1850 euro) cash voorhanden gehad en/of

  7. zijn baan opgezegd per 30 juli 2014 en/of

  8. informatie gezocht over vluchten richting Turkije op de internetsite van Transavia en/of vliegtickets.nl en/of

  9. een of meer website(s) bezocht en/of op internet gezocht naar informatie en/of video’s en/of afbeeldingen over de strijd in Syrië en/of Irak en/of het Islamitisch Kalifaat; (art. 134a Wetboek van Strafrecht)

  10. op 8 juni 2014 de website van wapenhandel Podevijn heeft bezocht en/of aldaar naar informatie over en/of video’s en/of afbeeldingen van (automatische) vuurwapen(s) heeft gezocht en/of

  11. op 8 juni 2014 via Google een of meermalen heeft gezocht op de zoekterm Ak 45, althans een of meer website(s) bezocht en/of op internet zocht naar informatie over en/of video’s en/of afbeeldingen van (automatische) vuurwapen(s) en/of

  12. op 9 juni 2014 een website how to build an AK47 heeft bezocht en/of aldaar informatie over en/of video’s en/of afbeeldingen van (automatische) vuurwapen(s) heeft gezocht en/of

  13. op 9 juni 2014 een of meermalen website(s) heeft bezocht waar onderdelen van het machinegeweer AK47 worden verkocht enlof aldaar informatie over en/of video’s en/of afbeeldingen van (automatische) vuurwapen(s) heeft gezocht en/of

  14. op 8juni 2014 een of meermalen website(s) over Basic Fit Fitness heeft bezocht en/of de website van het fitnessbedrijf Basic Fit heeft bezocht en/of

  15. een of meerdere documenten en/of geschriften en/of afbeeldingen en/of bestanden en/of gegevens/informatiedragers voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap (waaronder audiobestanden met liederen over de Jihadstrijd);

en/of

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2014 tot en met 31 juli 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer wapen(s) van categorie IV, te weten een (hak)bijl (merk 101 ink.) en/of een mes (merk Fosco) heeft/hebben gedragen.

Uitleg van de tenlastelegging

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat hetgeen onder 1 ten eerste is tenlastegelegd aldus dient te worden gelezen dat de verdachte daar het verrichten van voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen tot de samenspanning van het plegen van de misdrijven als omschreven in artikel 289 en 288a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) wordt verweten en dus niet de voorbereidings- en/of voorbereidingshandelingen tot die misdrijven sec.

Het hof onderschrijft dit standpunt niet. Allereerst heeft de officier van justitie – de steller van de tenlastelegging – op de terechtzitting in eerste aanleg van 18 oktober 2016 bij gelegenheid van haar requisitoir (p. 10) tot uitdrukking gebracht dat zij hier heeft bedoeld de verdachte het verwijt te maken dat hij zich aan de voorbereiding van moord en/of doodslag (naar het hof begrijpt: telkens begaan) met een terroristisch oogmerk heeft schuldig gemaakt. Daarbij komt het volgende.

De tenlastelegging is (onder meer blijkens wettelijke voorschriften die zijn vermeld in de op artikel 313 Sv gestoelde vordering van 31 maart 2016) toegesneden op het bepaalde in artikel 289a jo. artikel 96, tweede lid, Sr. De uitleg die door de advocaat-generaal wordt voorgestaan, ligt niet voor de hand in het licht van de gedragingen die in de twee leden van beide artikelen strafbaar zijn gesteld én de onderlinge verhouding daartussen. De wetshistorie van de Wet tot bestrijding van revolutionaire woelingen van 28 juli 1920 (Stb. 1920/619), waarbij een tweede lid aan artikel 96 Sr werd toegevoegd, houdt immers in:

“De Strafwet bevat geen voorziening ten aanzien van het voorbereiden van omwenteling, zoolang dit niet den vorm aanneemt van samenspanning tot het misdrijf (…). Dat aldus hier te lande binnen ruime grenzen de voorbereiding tot revolutie is toegelaten, kan niet worden ontkend en is in den jongsten tijd voldoende gebleken. Wat hierbij (…) de aandacht verdient, is, dat zelfs de voorbereiding van een bepaalden aanslag, ondernomen met het oogmerk om den grondwettigen regeeringsvorm of de orde van troonopvolging te vernietigen of op onwettige wijze te veranderen, hier te lande in het algemeen niet strafbaar is gesteld. Dit is als een leemte in de Strafwet te beschouwen. De voorbereiding van een concreten voorgenomen aanslag, als hierboven bedoeld, is naar het oordeel van den ondergeteekende evenzeer als misdrijf aan te merken als de bij artikel 96 van het Wetboek van Strafrecht bedoelde samenspanning, welke niet anders is dan een bijzondere vorm van voorbereiding. Voorgesteld wordt derhalve om voormelde leemte weg te nemen.” (Kamerstukken II 1919/1920, nr. 428, nr. 3, p. 2-3.)

en

“Het artikel is zoo geredigeerd, dat het oogmerk van den dader gericht moet zijn op het voorbereiden of bevorderen van een der in de artikelen 92-95 concreet aangewezen misdrijven. Dat is ook niet meer dan natuurlijk voor wie zich herinnert, dat het tegenwoordige art. 96 blijft bestaan als eerste lid van het nieuwvoorgestelde art. 96 (…). Wij doen hier niet anders dan voortbouwen op een reeds bestaand begrip en het artikel beteekent alleen, dat niet alleen de daad van voorbereiding, die in de samenspanning is gelegen is, maar ook de in het artikel verder aangewezen daden van voorbereiding – onverschillig of er samenspanning is of niet – strafbaar zullen zijn. Die daden kunnen worden gepleegd terwijl de samenspanning nog in het verschiet is en er op kan volgen (…).” (Handelingen II 16 juni 1920, p. 2725).

Artikel 289a Sr is ingevoerd bij de Wet terroristische misdrijven (WTM, Stb. 2004/290). In het tweede lid van die bepaling is artikel 96, tweede lid, Sr van overeenkomstige toepassing verklaard. In de parlementaire geschiedenis van de WTM is geen aanknopingspunt te vinden voor de gedachte dat de wetgever heeft beoogd dat de twee leden van artikel 289a Sr tot een andere verhouding tot elkaar zouden komen te staan dan die van artikel 96 Sr. Voor zover de door de advocaat-generaal voorgestane uitleg is ingegeven door de opvatting dat slechts voorbereidings- en bevorderingshandelingen die strekken tot de samenspanning van het in het eerste lid genoemde misdrijven onder het bereik van artikel 289a, tweede lid, Sr vallen (en de samenspanning mitsdien een noodzakelijk, te bewijzen bestanddeel is), geldt dus dat deze opvatting onjuist is.

Met de rechtbank begrijpt het hof derhalve dat de steller van de tenlastelegging de verdachte met het onder 1 in de eerste plaats tenlastegelegde het verwijt heeft willen maken dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de voorbereiding en/of bevordering van moord en/of doodslag, telkens begaan met een terroristisch oogmerk, strafbaar gesteld bij de artikelen 289a, eerste en tweede lid, jo. 96, tweede lid, Sr. Tegen die achtergrond moeten de passages “ter opzettelijke samenspanning van” en “samenspanning tot” als kennelijk abusievelijk in de tenlastelegging opgenomen worden beschouwd. Het hof leest de tenlastelegging op dit punt verbeterd; de verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

Voor zover in de tenlastelegging (verder nog) taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. Ook hierdoor wordt de verdachte niet in de verdediging geschaad.

Bewijsoverweging

De verdediging heeft – zakelijk weergegeven – het verweer gevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 in de eerste, tweede en derde plaats tenlastegelegde, omdat hij geen oogmerk of opzet heeft gehad op de hem verweten trainings- en voorbereidingshandelingen, aangezien hij enkel op zoek was naar ‘broederschap’ en er overigens slechts sprake was van ‘ideeën en gedachten’; hij heeft nooit de intentie gehad om zich daadwerkelijk aan te sluiten bij ISIS en deel te nemen aan de gewapende strijd in Syrië. Het hof verwerpt dit verweer, dat zijn weerlegging vindt in de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen. In dat verband wordt nog opgemerkt dat het hof, zoals de verdachte ook terecht naar voren heeft gebracht, niet ‘in het hoofd van de verdachte’ kan kijken en/of diens gedachten kan lezen. Daarom gaat het hof uit van de feiten en omstandigheden zoals die uit de bewijsmiddelen volgen en die laten er geen enkele twijfel over bestaan dat de verdachte bij het begaan van deze feiten wel degelijk heeft gehandeld met het oogmerk en het opzet als na te melden.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 juni 2014 tot en met 31 juli 2014 te Amsterdam met het oogmerk om de/het te plegen misdrijf(ven) omschreven in artikel 289 en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht voor te bereiden en/of te bevorderen:

  • -

    gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van die misdrijven aan zich heeft verschaft en

  • -

    voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van die misdrijven

immers heeft verdachte

  1. zich middels chatberichten geuit over zijn wens zich te begeven via Turkije naar Syrië en informatie gezocht en gevraagd over hoe te reizen naar Syrië,

  2. zich middels (chat)berichten geuit dat hij wilde strijden in Syrië,

middels (chat)berichten gezocht naar broeders die hem onderdak konden geven alvorens hij zou afreizen naar Syrië,

een reisuitrusting, outdoorspullen, een (hak)bijl en messen voorhanden gehad en/of aangeschaft,

een geldbedrag (1850 euro) cash voorhanden gehad,

zijn baan opgezegd per 30 juli 2014,

informatie gezocht over vluchten richting Turkije op de internetsite van Transavia en vliegtickets.nl,

websites bezocht over en/of op internet gezocht naar informatie, video’s en afbeeldingen over de strijd in Syrië en Irak en/of het Islamitisch Kalifaat, en

documenten en/of afbeeldingen en/of bestanden en/of gegevens-/informatiedragers voorhanden gehad met (daarop informatie betreffende) het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap, waaronder audiobestanden met liederen over de Jihadstrijd,

terwijl die moord en/of doodslag zou zijn gepleegd met een terroristisch oogmerk

en

hij in de periode van 1 juni 2014 tot en met 31 juli 2014 te Amsterdam opzettelijk, ter voorbereiding van te plegen misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten:

  • -

    opzettelijk brandstichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, en/of

  • -

    moord, en/of

  • -

    doodslag, en/of

  • -

    deelnemen aan een organisatie (ISIS) die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven, en/of

  • -

    opzettelijk een gebouw of getimmerte vernielen en/of beschadigen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor een ander te duchten is

  1. zich middels chatberichten heeft geuit over zijn wens zich te begeven via Turkije naar Syrië en informatie heeft gezocht en gevraagd over hoe te reizen naar Syrië,

  2. zich middels (chat)berichten heeft geuit dat hij wilde strijden in Syrië,

  3. middels (chat)berichten heeft gezocht naar broeders die hem onderdak konden geven alvorens hij zou afreizen naar Syrië,

  4. een reisuitrusting, outdoorspullen, een (hak)bijl en messen voorhanden heeft gehad en/of aangeschaft,

  5. en geldbedrag (1.850 euro) cash voorhanden heeft gehad,

  6. zijn baan heeft opgezegd per 30 juli 2014,

  7. informatie heeft gezocht over vluchten richting Turkije op de internetsite van Transavia en vliegtickets.nl,

  8. websites heeft bezocht over en/of op internet heeft gezocht naar informatie, video’s en afbeeldingen over de strijd in Syrië en Irak en/of het Islamitisch Kalifaat, en

  9. documenten en/of afbeeldingen en/of bestanden en/of gegevens-/informatiedragers voorhanden heeft gehad met (daarop informatie betreffende) het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap, waaronder audiobestanden met liederen over de Jihadstrijd,

welke voorwerpen en/of informatiedragers, al dan niet in combinatie met elkaar, kennelijk bestemd waren tot het begaan van die misdrijven

en

hij in de periode van 1 juni 2014 tot en met 31 juli 2014 te Amsterdam, opzettelijk

  • -

    zich gelegenheid, middelen en inlichtingen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en

  • -

    kennis heeft verworven

tot het plegen van een terroristisch misdrijf, te weten:

  • -

    opzettelijk brandstichten en/of een ontploffing teweegbrengen met een terroristisch oogmerk, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, en/of

  • -

    deelnemen aan een organisatie (ISIS) die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven, en/of

  • -

    moord met een terroristisch oogmerk, en/of

  • -

    opzettelijk een gebouw of getimmerte vernielen en/of beschadigen met een terroristisch oogmerk, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor een ander te duchten is,

immers heeft verdachte

  1. zich middels chatberichten geuit over zijn wens zich te begeven via Turkije naar Syrië en informatie gezocht en gevraagd over hoe te reizen naar Syrië,

  2. zich middels (chat)berichten geuit dat hij wilde strijden in Syrië,

  3. middels (chat)berichten gezocht naar broeders die hem onderdak konden geven alvorens hij zou afreizen naar Syrië,

  4. een reisuitrusting, outdoorspullen, een (hak)bijl en messen voorhanden gehad en/of aangeschaft,

  5. en geldbedrag (1850 euro) cash voorhanden gehad,

  6. zijn baan opgezegd per 30 juli 2014,

  7. informatie gezocht over vluchten richting Turkije op de internetsite van Transavia en vliegtickets.nl,

  8. websites bezocht over en/of op internet gezocht naar informatie, video’s en afbeeldingen over de strijd in Syrië en Irak en/of het Islamitisch Kalifaat,

  9. op 8 juni 2014 de website van wapenhandel Podevijn heeft bezocht,

  10. op 8 juni 2014 via Google heeft gezocht op de zoekterm AK45,

  11. op 9 juni 2014 een website “how to build an AK47” heeft bezocht,

  12. op 9 juni 2014 websites heeft bezocht waar onderdelen van het machinegeweer AK47 worden verkocht, en

  13. documenten en/of afbeeldingen en/of bestanden en/of gegevens-/informatiedragers voorhanden gehad met (daarop informatie betreffende) het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap, waaronder audiobestanden met liederen over de Jihadstrijd

en

hij op 31 juli 2014 te Amsterdam wapens van categorie IV, te weten een (hak)bijl (merk 101 ink) en een mes (merk Fosco) heeft gedragen.

Hetgeen onder 1 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 in de eerste en tweede plaats bewezenverklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van:

met het oogmerk om moord gepleegd met een terroristisch oogmerk en doodslag gepleegd met een terroristisch oogmerk voor te bereiden of te bevorderen, middelen, inlichtingen en gelegenheid tot het plegen van die misdrijven aan zich verschaffen en voorwerpen voorhanden hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van die misdrijven

en

voorbereiding van opzettelijk brandstichten of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is of moord of doodslag of deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven of opzettelijk een gebouw of getimmerte vernielen en/of beschadigen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen of levensgevaar voor een ander te duchten is.

Het onder 1 in de derde plaats bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk gelegenheid of middelen of inlichtingen verschaffen of trachten te verschaffen tot het plegen van terroristische misdrijven en kennis daartoe te verwerven

Het onder 1 in de vierde plaats bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

Ten aanzien van het onder 1 in de vierde plaats bewezenverklaarde

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 in de vierde plaats bewezenverklaarde ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat dat feit, zoals dat op dat moment bewezen kon worden verklaard, niet onder een wettelijke delictsomschrijving te brengen was. Mede naar aanleiding van de in hoger beroep toegelaten wijziging van de tenlastelegging, komt het hof wel tot een kwalificatie van dit feit.

Aangezien het bewezenverklaarde een overtreding betreft, moet ingevolge artikel 62 van het Wetboek van Strafrecht hiervoor (separaat) een straf worden opgelegd. Gelet op de in verhouding tot de overige bewezenverklaarde feiten geringe ernst van het onder 1 in de vierde plaats bewezenverklaarde en de voor die overige feiten op te leggen straf, is het hof van oordeel dat geen strafdoel is gediend bij oplegging van een straf voor deze overtreding. Het hof ziet dan ook aanleiding om ten aanzien hiervan toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 9a Sr, zodat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

Ten aanzien van het onder 1 in de eerste, tweede en derde plaats bewezenverklaarde

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 in de eerste, tweede en derde plaats bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Daarbij zijn algemene en bijzondere voorwaarden gesteld die dadelijk uitvoerbaar zijn verklaard.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd, met dien verstande dat enkel een meldplicht bij de reclassering als bijzondere voorwaarde aan het voorwaardelijke deel van de straf dient te worden verbonden.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte was in 2014 voornemens om via Turkije naar Syrië af te reizen om zich daar aan te sluiten bij ISIS en deel te nemen aan de gewapende strijd en heeft daartoe een reeks aan voorbereidende handelingen verricht. Het is een feit van algemene bekendheid dat ISIS (of IS) een jihadi-salafistische terroristische organisatie is die oproept tot het op gewelddadige wijze omverwerpen van bestaande (seculiere) regimes en tot gewapende strijd tegen ongelovigen en afvalligen. Bij zijn streven door gewapende strijd in Syrië en Irak het zelf uitgeroepen ‘kalifaat’ in stand te houden, werden en worden de rechten van religieuze en culturele minderheden op gruwelijke wijze geschonden. IS pleegt zelfmoord-aanslagen met bommen door zogenaamde martelaars, gericht op onder meer schoolkinderen, markt-bezoekers en sjiitische moskeebezoekers. Mensen – ook kinderen – worden door IS standrechtelijk al dan niet in het openbaar geëxecuteerd, mede door middel van steniging, kruisiging en onthoofding. Het gaat hierbij om terroristische misdrijven van de ernstigste soort, die erop gericht zijn de staatsstructuren in Syrië te vernietigen en de bevolking in dat land, maar ook die in andere (vaak Westerse) landen zeer ernstige vrees aan te jagen.

Gelet op de stuitende aard van de misdrijven waaraan IS zich in ieder geval toentertijd structureel bezondigde (en, naar het zich laat aanzien, nog steeds bezondigt), dient het afreizen naar Syrië met het doel om die misdrijven te begaan op krachtige wijze worden tegengegaan. Daarom moeten in zaken als die tegen de verdachte de strafdoelen van vergelding en afschrikking bij de keuze van de strafsoort en de hoogte van de op te leggen straf naar het oordeel van het hof een bepalende rol te spelen, ook indien de uitreiziger – zoals hier – er niet in is geslaagd de plaats van bestemming te bereiken en geen feitelijke bijdrage aan gewapende strijd van IS heeft kunnen leveren.

Het bovenstaande rechtvaardigt zonder meer dat de verdachte een forse onvoorwaardelijke detentie ondergaat die langer is dan de tijd die hij tot op heden in voorarrest heeft doorgebracht. Toch zal het hof – als uitgangspunt – volstaan met oplegging van dezelfde straf als eerder door de rechtbank is opgelegd. Daartoe is het volgende redengevend.

Gedragskundige rapportages en de gevolgtrekkingen van het hof

Er is onderzoek gedaan naar de persoon van de verdachte door [psycholoog], GZ-psycholoog en [psychiater], psychiater. Deze deskundigen hebben daaromtrent op respectievelijk 18 en 20 oktober 2014 rapporten uitgebracht. De gedragskundigen hebben – samengevat en voor zover hier van belang – het volgende kunnen rapporteren en adviseren:

(i) De verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van een depressieve stoornis. Daarnaast kent zijn persoonlijkheid borderline trekken. Tevens zijn bij het onderzoek aanwijzingen naar voren gekomen voor persoonlijkheidsproblematiek in de zin van identiteitsproblematiek, een instabiel zelfbeeld en gebrekkige autonomie, alsmede voor een beneden gemiddeld cognitief functioneren.

(ii) Genoemde stoornis was ook aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde. De depressieve stoornis en de identiteitsproblematiek hebben elkaar in negatieve zin versterkt waardoor de verdachte steeds meer in zijn gedrag werd gestuurd door een verkokerd denken met bijbehorende negatieve gedachten, vergroot wantrouwen en ondraaglijke schuldgevoelens. De verdachte heeft zich in de weken voorafgaande van het tenlastegelegde steeds meer terugtrokken en buitengesloten en ongewenst gevoeld en kon hierdoor meer vatbaar zijn geworden voor radicale oplossingen.

Beide deskundigen hebben geadviseerd om de verdachte de feiten in verminderde mate toe te rekenen.

De onder i) en ii) genoemde conclusies van de deskundigen worden gedragen door hun bevindingen en passen bij hetgeen het hof omtrent de persoonlijkheid van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft vernomen. Daarom maakt het hof die conclusies tot de zijne. Dit betekent dat voor het hof vast staat dat de verdachte leed aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens ten tijde van het tenlastegelegde en voorts dat aannemelijk is dat deze heeft bijgedragen aan de totstandkoming van zijn handelwijze. Het hof rekent de verdachte de bewezen geachte feiten dus in verminderde mate toe. Dit heeft een matigend effect op de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf.

Begeleiding en behandeling

De verdachte is vanaf 12 januari 2015 (dus na de onderhavige feiten) aanvankelijk op vrijwillige basis begeleid door Reclassering Nederland. Vanaf de uitspraak van de rechtbank van 1 november 2016 vond de begeleiding, op grond van de dadelijk uitvoerbaar verklaarde bijzondere voorwaarden, plaats in een verplicht strafrechtelijk kader. Deze begeleiding is beëindigd bij beslissing van het hof van 19 november 2018 omdat Reclassering Nederland – kort gezegd – geen handvatten meer zag voor verdere begeleiding van de verdachte, “eruit is gehaald wat erin zat” en de verdachte “uitgereclasseerd” was.

De verdachte is met andere woorden sinds zijn aanhouding intensief begeleid en ook heeft hij diverse behandelingen ondergaan. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat deze behandelingen de verdachte helaas niet hebben gebracht waarop initieel was gehoopt. Naar eigen zeggen van de verdachte is er nog steeds sprake van depressieve gevoelens, veroorzaakt door gebeurtenissen in het verleden en een getroebleerde gezinssituatie waarbinnen de verdachte is opgegroeid. Alhoewel de verdachte wel weer lichtpuntjes ziet in bijvoorbeeld het (naderende) herstel in het contact met zijn broers en zus, geeft hij ook te kennen dat de verhoudingen broos zijn en hij thans nog steeds ervaart dat hij een ‘open wond’ heeft, die hij wil sluiten voordat hij het gevoel heeft dat hij zijn leven weer volledig kan oppakken. Om die wond te helen, heeft de verdachte uit eigen beweging weer contact gezocht met een GGZ-instelling.

Hoewel wellicht broos, is er een positieve ontwikkeling in het leven van de verdachte zichtbaar. Om de verdachte in staat te stellen (nog meer) grip op zijn leven te krijgen, zal het hof een aanzienlijk deel van de op te leggen gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm gieten, bedoeld als stok achter de deur maar bovenal als steun in de rug. Deze straf is niet alleen wenselijk met het oog op de belangen van de verdachte, maar eveneens met het oog op het belang van de samenleving. Het maatschappelijk belang is tenslotte in belangrijke mate gediend bij het voorkomen van recidive, welk doel het best wordt nagestreefd indien de verdachte verdere stappen maakt met het opbouwen van een toekomst waarin hij een positieve bijdrage kan leveren aan de maatschappij en zich verre houdt van door radicalisering gedreven activiteiten. Met het zetten van die stappen is, zo het zich althans laat aanzien, de afgelopen jaren een voorzichtige aanvang gemaakt. Een hoge onvoorwaardelijke gevangenisstraf – die zoals reeds overwogen in beginsel bij dergelijke feiten passend is, maar die zou meebrengen dat de verdachte weer gedetineerd raakt – zal deze ingezette positieve ontwikkeling hoogstwaarschijnlijk doorkruisen, met alle gevaren voor de samenleving van dien.

Tegen de achtergrond van het bovenstaand acht het hof door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, in beginsel passend en geboden. In tegenstelling tot de advocaat-generaal ziet het hof geen aanleiding daar een proeftijd van drie jaren aan te verbinden, maar stelt de proeftijd vast op twee jaren, mede omdat de verdachte zich reeds drie jaar heeft gehouden aan de door de rechtbank dadelijk uitvoerbaar verklaarde bijzondere voorwaarden en gelet op het grote tijdsverloop – ruim zes jaren – tussen de periode waarin deze feiten zijn begaan en de uitspraakdatum van dit arrest.

Bijzondere voorwaarden?

Zoals al naar voren kwam, is de verdachte al geruime tijd door Reclassering Nederland begeleid en was deze instantie eind 2018 van oordeel dat de verdachte “uitgereclasseerd” was. Sindsdien heeft de verdachte uit eigen beweging contact gezocht met verschillende hulpverleningsinstanties en heeft hij zich ook onlangs vrijwillig gemeld bij een GGZ-instelling. Daarnaast heeft de advocaat-generaal op de terechtzitting in hoger beroep laten weten dat er met betrekking tot de verdachte bij de gemeente thans geen zorgwekkende signalen bekend zijn. Bij deze stand van zaken acht het hof, anders dan de advocaat-generaal, geen termen aanwezig om bijzondere voorwaarden te verbinden aan het voorwaardelijke deel van de straf.

Redelijke termijn

Het hof stelt vast dat in hoger beroep de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden fors is overschreden. Immers, het hoger beroep is ingesteld op 11 november 2016, terwijl het hof eerst thans – iets meer dan vier jaar later – arrest wijst, terwijl, behoudens het geval van bijzondere omstandigheden, de redelijke termijn in hoger beroep twee jaren bedraagt. Hierin ziet het hof aanleiding twee maanden in mindering te brengen op de door de rechtbank opgelegde en de door het hof in beginsel passend geachte straf.

Besluit

Aan de verdachte zal, alles overziend, een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van 2 jaren, worden opgelegd.

Beslag

De onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen zijn opgenomen in een genummerde beslaglijst, gedateerd 21 september 2016. Op deze beslaglijst zijn onder meer vermeld onder 16 een bijl ‘in hoes schede van bijl’ (goednummer 4804564), onder 17 een mes ‘S Stanley’ (goednummer 480567), onder 71 een bijl ‘kleine bijl met groen handvat’ (goednummer 4804209) en onder 81 een bijl ‘101 INC’ (eveneens goednummer 4804209). Voorts staan op de lijst een groot aantal andere goederen genoemd, waaronder kledingstukken, schoenen, kampeer- en outdoorspullen en andere goederen.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof ten aanzien van het beslag dezelfde beslissingen neemt als de rechtbank heeft gedaan, behoudens ten aanzien van de goederen die op de lijst zijn vermeld onder 29 (goednummer 4804108; schilderij met Arabische tekst) en 85 (goednummer 4804422; tablet). Deze goederen dienen, aldus de advocaat-generaal, te worden onttrokken aan het verkeer, nu het ongecontroleerde bezig daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

De raadsman heeft verzocht om alle goederen die door de rechtbank verbeurd zijn verklaard, en met name het geldbedrag, terug te geven aan de verdachte.

Het hof overweegt als volgt.

Onttrekking aan verkeer

Gelet op het overeenkomende goednummer (4804209) van de items die onder 71 en 81 op de beslaglijst zijn vermeld, gaat het hof er vanuit dat het hier hetzelfde voorwerp betreft. Het onder 1 als vierde bewezenverklaarde feit is begaan met betrekking tot dit goed (een bijl). Deze bijl, die aan de verdachte toebehoort, zal worden onttrokken aan het verkeer, omdat deze bijl van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. De op de beslaglijst onder 16 genoemde bijl (goednummer 4804564) en het onder 17 genoemde mes (goednummer 480567) behoren eveneens aan de verdachte toe. Deze zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de feiten waarvan hij wordt verdacht bij hem aangetroffen. Deze goederen zijn voorts van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd met het algemeen belang, omdat gevoeglijk kan worden aangenomen dat deze kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten. Om die reden zullen ook deze goederen aan het verkeer worden onttrokken.

Verbeurdverklaring

De overige goederen op de beslaglijst behoren eveneens aan de verdachte toe. Nu het bewezenverklaarde met behulp van of met betrekking tot deze voorwerpen is begaan of voorbereid dan wel deze voorwerpen tot het begaan van het bewezenverklaarde zijn bestemd of vervaardigd, zal het hof deze goederen verbeurd verklaren. Het hof ziet geen goede reden om met betrekking tot het onder de verdachte in beslag genomen geldbedrag van € 1.850,00 tot een andere beslissing te komen. Daarbij is mede aanmerking genomen dat de verdachte door deze verbeurdverklaring naar het oordeel van het hof niet op onevenredige wijze wordt geraakt in zijn vermogenspositie. Zo is ter terechtzitting in hoger beroep niet naar voren gebracht of gebleken dat de verdachte, die een uitkering van het UWV krijgt en ernaar streeft een eigen houtbewerkingsbedrijf te starten, moeite heeft de financiële eindjes aan elkaar te knopen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 46, 55, 57, 63, 96, 134a, 140a, 157, 170, 287, 288a, 289 en 289a van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 27 en 54 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover in hoger beroep inhoudelijk aan de orde, en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het onder 1 in de vierde plaats bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Veroordeelt de verdachte ter zake van het onder 1 in eerste, tweede en derde plaats bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1. geld (goednummer 4804253)

2. een zonnebril Ray-Ban (goednummer 4804521)

3. een heuptas merk Lifeventure, kleur beige (goednummer 4804523)

4. een tang platbek (goednummer 4804530)

5. 9 paar sokken (goednummer 4804531)

6. 2 portofoons merk Geonaute, kleur zwart (goednummer 4804533)

7. 3 hengelsportartikelen (goednummer 4804535)

8. noedels en Wicky sap (goednummer 4804537)

9. een zonnebril Carrera, in hoes (goednummer 4804539)

10. een koptelefoon Beats by Dr. Dre (goednummer 4804542)

11. noppen voor onder schoenen (goednummer 4804549)

12. een polsbandage in verpakking (goednummer 4804557)

13. een zaklantaarn Geonaute (goednummer 4804559)

14. een tiewrap kabelbinder (goednummer 4804561)

18. 2 zaklantaarns camouflage (goednummer 4804573)

19. een zonnesolarpaneel Quechua (goednummer 4804575)

20. aanmaakblokjes en lucifersdoosjes (goednummer 4804576)

21. een hengel Sea cast port, kleur blauw (goednummer 4804577)

23. een verrekijker (goednummer 4804593)

24. een bestekset met vuursteen (goednummer 4804595)

25. 3 kniebeschermers (goednummer 4804598)

26. een kompas (goednummer 4804601)

27. 16 kledingstukken (goednummer 4804609)

28. 6 kledingstukken (goednummer 4804608)

29. een schilderij met Arabische teksten (goednummer 4804108)

30. 2 regenpakken, kleur zwart (goednummer 4804161)

32. 2 camouflagepetten (goednummer 4804178)

33. een tent, merk Quechua, kleur groen (goednummer 4804192)

34. een stuk kleding, merk Triboard (goednummer 4804196)

35. een kookset pannen (goednummer 4804199)

36. een tent, kleur groen (goednummer 4804202)

37. een slaapzak kleur blauw (goednummer 4804205)

38. een USB-stick (memorykaart) kleur oranje (goednummer 4804211)

41. 2 kniebeschermers (goednummer 4804222)

42. een rugzak, merk Mil Tec, kleur groen (goednummer 4804395)

44. een paar snowboots, merk Cajjuan (goednummer 4804403)

45. een rugzak (goednummer 4804407)

46. een paar schoenen, kleur beige (goednummer 4804408)

47. een rugzak, merk East Pak, kleur rood (goednummer 4804410)

48. een kist, merk Dewalt, kleur geel (goednummer 4804488)

50. een USB-kabel, merk Trust (goednummer 4804494)

51. 2 spanbanden (goednummer 4804498)

52. camouflagekleding (goednummer 4804507)

53. een gebitsbeschermer (goednummer 4804508)

54. een zaklantaarn, kleur zwart (goednummer 4804509)

55. een spiegel (goednummer 4804511)

56. een acculader, kleur wit (goednummer 4804513)

57. een multitool, merk Werckmann, kleur oranje (goednummer 4804515)

58. kledingstukken (goednummer 4804605)

59. een bivakmuts, kleur zwart (goednummer 4804448)

60. een muts, kleur zwart (goednummer 4804452)

61. een USB-kabel, merk Geonaute, kleur wit (goednummer 4804456)

62. een zonnebril (goednummer 4804459)

63. een kledingstuk, kleur groen landmacht (goednummer 4804466)

64. een verbanddoos (goednummer 4804469)

65. een hoofdlamp, merk Nabaiji (goednummer 4804475)

66. geluidsapparatuur, merk Beats By Dr. Dre (goednummer 4804444)

67. paracetamol en ibuprofen (goednummer 4804439)

68. oplaadbare batterijen met oplader (goednummer 4804107)

69. een fototoestel Fuji Film Finepix Av (goednummer 4804251)

72. een multitool gereedschap (goednummer 4804218)

76. 2 schriften (goednummer 4804109)

77. een kaart met Arabische teksten (goednummer 4804111)

78. voedingssupplementen (goednummer 4804240)

79. diverse toiletartikelen (goednummer 4804244)

81. een Apple iPad (goednummer 4804384)

82. diverse kassabonnen (goednummer 4880460)

83. een Apple iPad (goednummer 4804245)

84. een pas van Wester Union (goednummer 4804114)

85. een tablet Kindle Amazon (goednummer 4804422)

86. 16 acculaders (goednummer 4804584)

87. een kampeerartikel Sea To Summit (goednummer 4804587)

88. een scheerapparaat, merk Remington (goednummer 4839972)

89. een muskietennet (goednummer 4839975)

90. een tas, merk Lifeventure (goednummer 4839979)

91. 2 flessen (goednummer 4839981)

92. een deken (goednummer 4839992)

93. een cijferslot (goednummer 4839998)

94. een zaklantaarn (goednummer 4839999)

95. een marker en een pen (goednummer 4840005)

96. foam oordoppen (goednummer 4840006)

97. een flesopener (goednummer 4840011)

98. flossdraad (goednummer 4840017)

99. een USB-stick (memorykaart) Sandisk Cruzer (goednummer 4804197)

100. een USB-stick (memorykaart) Sante (goednummer 4804201)

101. een USB-stick (memorykaart) HMC (goednummer 4804206)

102. 2 zaklantaarns, merk Nabaiji (goednummer 4804475)

103. een tas, kleur geel, (goednummer 4804238)

104. een Apple iPod (goednummer 4804083)

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

16. een schede van een bijl in hoes (goednummer 4804564)

17. een stanleymes (goednummer 4804567)

71. een kleine bijl met groen handvat (goednummer 4804209)

80. een bijl 101 INC (goednummer 4804209)

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. J.J.I. de Jong en mr. J.W.P. van Heusden, in tegenwoordigheid

van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

2 december 2020.

mr. H.M.J. Quaedvlieg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.