Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:3205

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-11-2020
Datum publicatie
30-11-2020
Zaaknummer
23-004141-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

belediging ambtenaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004141-19

datum uitspraak: 13 november 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 oktober 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-011457-18 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

13 november 2020.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1. primair

zij op of omstreeks 1 mei 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een ambtenaar, [slachtoffer], Handhaver Veiligheidsteam Openbaar Vervoer, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door die [slachtoffer] tegen het lichaam en/of de arm te slaan en/of te stompen;

1. subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

zij op of omstreeks 1 mei 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] tegen het lichaam en/of de arm te slaan en/of te stompen;

2

zij op of omstreeks 1 mei 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer], Handhaver Veiligheidsteam Openbaar Vervoer, tevens buitengewoon opsporings-ambtenaar, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: kankerlijer en/of teringlijer en/of kankermongool, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vrijspraak

De verdachte heeft op 1 mei 2017 geprobeerd aangever te slaan. Het hof acht, evenals de advocaat-generaal, niet overtuigend bewezen dat de verdachte aangever daarbij daadwerkelijk heeft geraakt. Het hof acht daarom niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en 1 subsidiair is tenlastegelegd, zodat zij hiervan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


zij op 1 mei 2017 te Amsterdam opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer], Handhaver Veiligheidsteam Openbaar Vervoer, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar, gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd door hem de woorden toe te voegen: kankerlijer, teringlijer en kankermongool.

Hetgeen onder 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 400,-, subsidiair acht dagen hechtenis, te betalen in acht termijnen van € 50,- per maand.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 150,-, subsidiair drie dagen hechtenis.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte wilde met een vriend een korte route door Amsterdam Centraal Station nemen om de bus te kunnen halen. Hoewel beiden daarvoor moesten inchecken bij de toegangspoorten, heeft slechts één van hen dat gedaan. Zij zijn daarbij aangesproken door twee handhavers. Bij de woordenwisseling die daarop volgde, heeft de verdachte – hoewel zij de betreffende handhaver niet raakte – fysiek gereageerd. Bij haar daarop volgende aanhouding, heeft zij deze handhaver uitgescholden. Dergelijk handelen getuigt van disrespect tegenover de handhaver, die in de uitoefening van zijn bediening was.

Het hof acht, alles afwegende, oplegging van een geldboete van € 150,-, subsidiair drie dagen hechtenis, passend en geboden. Het hof ziet in de ouderdom van de zaak onvoldoende aanleiding om deze straf in voorwaardelijke zin op te leggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking van 5 februari 2019 onder CJIB nummer 6132542003485306.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 150,00 (honderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. J.H.C. van Ginhoven en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordig-heid van mr. M.A.T. van Willigen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 november 2020.

Mr. Van der Voet is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.