Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:3204

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-11-2020
Datum publicatie
30-11-2020
Zaaknummer
23-002773-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Taxidiensten aanbieden. Intrekking van het hoger beroep niet meer mogelijk. Beslissing ontslag van alle rechtsvervolging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002773-18

datum uitspraak: 27 november 2020

VERSTEK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Haarlem van 23 juli 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15‑043554-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 november 2020.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Het hof heeft voorafgaand aan de terechtzitting een akte intrekken hoger beroep van 11 november 2020 ontvangen, inhoudende dat de verdachte het hoger beroep heeft ingetrokken. De behandeling ter terechtzitting in hoger beroep van de zaak van de verdachte was echter reeds op 4 februari 2019 aangevangen, zodat intrekken van het hoger beroep op grond van art. 453, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering niet meer mogelijk is.

Uit de verklaring tot het intrekken van het hoger beroep moet worden afgeleid dat de verdachte zijn bezwaren tegen het vonnis waarvan beroep niet langer handhaaft. Het hof zal evenwel niet - naar analogie van het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering - de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep, aangezien behandeling van het hoger beroep van belang is om een onterechte uitspraak te herstellen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 april 2017 te Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer taxidiensten heeft aangeboden op het Jan Dellaertplein zijnde een aangewezen locatie of gebied, gelegen in een openbare, in de openlucht gelegen plaats en/of een openbaar toegankelijk gebouw, waar het verboden is om taxidiensten aan te bieden; ( artikel 2:1G Algemene Plaatselijke Verordening Haarlemmermeer )

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de kantonrechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 18 april 2017 te Schiphol taxidiensten heeft aangeboden op het Jan Dellaertplein, zijnde een aangewezen locatie of gebied, gelegen in een openbare, in de openlucht gelegen plaats waar het verboden is om taxidiensten aan te bieden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De advocaat-generaal heeft gesteld dat ingevolge de APV Haarlemmermeer 2017 de burgemeester de bevoegdheid heeft om een gebied aan te wijzen waar het verboden is om taxidiensten aan te bieden. Bij besluit van 23 januari 2017 heeft de burgemeester op basis van artikel 2.1G lid 1 APV Haarlemmermeer 2017 van deze bevoegdheid gebruik gemaakt. Door de desbetreffende aanwijzing is het aanbieden van taxidiensten op het Jan Dellaertplein bij of krachtens de APV verboden verklaard en strafbaar gesteld, aldus de advocaat-generaal.

Artikel 2:1G lid 1 APV Haarlemmermeer 2017 verleent de burgemeester in het belang van de openbare orde de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar het verboden is om taxidiensten aan te bieden. Deze bepaling houdt echter geen verbod in op het aanbieden van taxidiensten in een door de burgemeester aangewezen gebied, zodat hierop niet de strafbepaling van artikel 6:1 APV Haarlemmermeer 2017 van toepassing is (vgl. HR 27 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1687). De verdachte heeft volgens de bewezenverklaring weliswaar in strijd gehandeld met het aanwijzingsbesluit van de burgemeester, maar hij heeft daarmee dus niet een verbodsnorm uit de APV Haarlemmermeer 2017 overtreden. Nu het bewezenverklaarde ook niet op grond van een andere strafbepaling een strafbaar feit oplevert, zal het hof de verdachte van alle rechtsvervolging ontslaan.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 12 maart 2018 onder CJIB nummer 2132 5420 0319 5319.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. N.A. Schimmel en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van mr. B. van Vliet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 november 2020.

=========================================================================

[…]