Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:2772

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-08-2020
Datum publicatie
25-10-2020
Zaaknummer
23-000798-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake telkens medeplegen van opzetheling (art. 416 Sr).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000798-19

datum uitspraak: 13 augustus 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 20 februari 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-244220-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1984,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1
primair
hij op of omstreeks 30 november 2018 te Aalsmeer, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (personen)auto (merk Mazda) heeft weggenomen een laptop en/of een tas inhoudende onder meer een of meer telefoons (merk Apple Iphone en/of Samsung), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door een raam en/of ruit van voornoemde (personen)auto in te slaan/ te stompen en/of te tikken, althans te forceren, althans door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair
hij op of omstreeks 30 november 2018 te Amsterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten Laptop (merk Lenovo Thinkpad) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2
primair
hij op of omstreeks 30 november 2018 te Aalsmeer, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (personen)auto (merk BMW) heeft weggenomen een Apple Macbook Pro en/of een schoudertas en/of een bruine portemonnee, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door een raam/ruit van voornoemde (personen)auto in te slaan en/of te stompen en/of te tikken, althans te forceren, althans door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair
hij op of omstreeks 30 november 2018 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten Apple Macbook Pro heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.

Bewijsoverwegingen


Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder feit 1 primair en feit 2 primair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

Daartoe heeft hij onder meer aangevoerd dat niet zonder meer blijkt dat deze verdachte enige betrokkenheid moet hebben gehad bij de auto-inbraken. Het enkele feit dat een laptop onder de stoel van de bestuurder is aangetroffen, en de andere laptop in bezit bleek van een inzittende, betekent dan ook niet dat de verdachte betrokken moet zijn geweest bij de diefstallen daarvan.

Er is voorts ook geen enkel bewijs dat de verdachte die avond in Aalsmeer was, terwijl er, buiten de laptops, geen andere goederen van de buit van de auto-inbraken bij hem of bij de medeverdachten zijn aangetroffen. De verdachte heeft geen wetenschap gehad van de aanwezigheid van de gestolen laptops in de auto die hij bestuurde. Daarvoor is ook geen enkel bewijs in het dossier.

Het oordeel van het hof

Het hof overweegt ten aanzien van het onder 1 primair en onder 2 primair tenlastegelegde als volgt.

Met de raadsman is het hof van oordeel dat het wettig bewijs voor het plegen of medeplegen van diefstal als ten laste gelegd onder 1 primair en 2 primair ontbreekt.

Hoewel de verdachte en zijn medeverdachten onder verdachte omstandigheden in het bezit van de twee gestolen laptops zijn aangehouden, is er onvoldoende bewijs dat de verdachte en/of zijn medeverdachten op 30 november 2018 tussen 19.30 uur en 21.30 uur in Aalsmeer geweest zijn op de plaats waar de tenlastegelegde laptops uit twee auto’s gestolen zijn, dan wel dat zij daarbij betrokken zijn geweest. Zo blijkt uit de aangifte van [benadeelde 2] alleen dat getuigen op de parkeerplaats één man zagen die donker gekleed was en zwart haar had, maar niet blijkt dat dit signalement overeenkomt met dat van de verdachte en/of zijn medeverdachten, terwijl ook geen ander bewijs aanwezig is dat de auto van de verdachte(n) op de plaats van het misdrijf is gezien. Evenmin zijn de aangetroffen glassplinters en/of de zaklamp nader onderzocht, noch zijn de overige gestolen goederen bij de verdachten aangetroffen. Het hof zal de verdachte dan ook vrijspreken van het onder 1 primair en onder 2 primair tenlastegelegde.

Het hof acht wel het medeplegen van opzetheling als onder 1 en 2 telkens subsidiair tenlastegelegd, wettig en overtuigend bewezen. Een van de medeverdachten heeft ter terechtzitting in eerste aanleg bekend de beide laptops in de avond van 30 november 2020 te hebben gekocht voor in totaal 300 euro, doch heeft niet willen zeggen van wie hij de laptops heeft gekocht.

Het hof overweegt daarbij dat de verdachte en zijn mededaders op 30 november 2018 om 21.22 uur zijn aangetroffen in een auto in het bezit van twee laptops die maximaal twee uur daarvoor uit twee personenauto’s in Aalsmeer gestolen bleken te zijn. De verdachte was de bestuurder van de auto. Eén van de gestolen laptops is aangetroffen onder de bestuurdersstoel, de andere is blijkens het proces-verbaal van bevindingen van opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] door een medeverdachte tijdens het wegrennen onder zijn jas vandaan gehaald en weggegooid. De verdachte is na de staande houding weggerend en in de bosjes aangetroffen. De verklaringen van de verdachte en die van zijn medeverdachten over de wijze waarop zij hebben afgesproken en elkaar ontmoetten bij het [hotel] Hotel (de verdachte en zijn medeverdachte zouden de medeverdachte in Amsterdam ophalen met de auto vanuit Utrecht, ze zochten elkaar niet op maar die medeverdachte zat opeens in de door de verdachte niet afgesloten geparkeerde auto), acht het hof niet geloofwaardig. Het hof acht de verklaring van de verdachte op dat punt onaannemelijk, mede in het licht van de omstandigheid dat de verdachte en zijn medeverdachten kort na hun aanhouding zich op hun zwijgrecht hebben beroepen, waar het in de rede lag meteen te verklaren dat de laptops gekocht waren en aan te geven waarom twee van de drie aanwezigen op de vlucht sloegen bij de politiecontrole.

Gelet op het bezit van de twee gestolen laptops, waarvan de verdachte en/of één van zijn medeverdachten niet de eigenaars zijn en op het hiervoor vastgestelde, kan het niet anders dan dat de verdachte en zijn mededaders bij het voorhanden krijgen van de laptops hebben geweten dat dezen van een misdrijf afkomstig waren.

Het hof is van oordeel dat de verdachten zo nauw en bewust hebben samengewerkt dat sprake is van medeplegen van opzetheling.

Het verweer wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

subsidiair

hij op 30 november 2018 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen een goed, te weten een Laptop (merk Lenovo Thinkpad), heeft voorhanden gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;


2.

subsidiair

hij op 30 november 2018 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen een goed, te weten een Apple Macbook Pro, heeft voorhanden gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd.

Hetgeen onder 1 subsidiair en 2 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezen verklaarde levert telkens op:

Medeplegen van opzetheling

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Daarbij is in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de heling van twee laptops. Dit zijn ergerlijke feiten, waarmee door de voorafgaande diefstal schade is veroorzaakt en overlast is bezorgd aan de gedupeerden. Door aldus te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor andermans eigendom.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 14 juli 2020 is hij eerder ter zake van vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld.

Het hof ziet in hetgeen de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep in het kader van de strafmaat naar voren heeft gebracht aanleiding om te kiezen voor de modaliteit van een taakstraf in combinatie met een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf. Met deze straffen wordt enerzijds de ernst van de feiten tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds beoogd de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding.

De vordering is bij het vonnis waarvan beroep volledig toegewezen (hoofdelijk), vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen conform de beslissingen van de politierechter.

De raadsman heeft het hof verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde.

Het hof overweegt als volgt.

De verdachte wordt vrijgesproken van de diefstal, als onder feit 1 primair tenlastegelegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is onvoldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Naar het oordeel van het hof staan in casu de bewezenverklaarde heling en de gepleegde diefstal niet zodanig in het daartoe vereiste nauwe verband tot elkaar dat de door de benadeelde partij geleden schade rechtstreeks daardoor is toegebracht. De benadeelde partij kan daarom niet in de vordering worden ontvangen, zodat hij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding.

De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 600,00 (hoofdelijk), vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen conform de beslissingen van de politierechter.

De raadsman heeft het hof primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de vordering ernstig dient te worden gematigd, althans (deels) niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de vordering ten aanzien van de schade aan de laptop onvoldoende is onderbouwd.

Het hof overweegt als volgt.

De verdachte wordt vrijgesproken van de diefstal, als onder feit 2 primair tenlastegelegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is onvoldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij kan daarom niet in de vordering worden ontvangen, zodat zij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 57 63, en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd onder 1 primair en onder 2 primair en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 (tweeëndertig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 30 (dertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een geldbedrag ter hoogte van € 1.060,00 (goednummer: PL1300-2018245230-5672762). Opgemerkt zij dat deze beslissing het conservatoire beslag onverlet laat.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.H.C. van Ginhoven, mr. W.F. Groos en mr. M. Lolkema, in tegenwoordigheid van

mr. A.S.E. Evelo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 augustus 2020.

mr. W.F. Groos en mr. M. Lolkema zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]