Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:2660

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-09-2020
Datum publicatie
12-10-2020
Zaaknummer
23-002854-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terugwijzing naar rechtbank. Aanhoudingsverzoek gehonoreerd, maar door een persoonswisseling is de strafzaak van de verdachte toch behandeld. Nietigverklaring behandeling zaak eerste aanleg vanwege onvrijwillige afwezigheid van de verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002854-19

datum uitspraak: 25 september 2020

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 25 juli 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-093148-19 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 september 2020.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1. primair
hij, op of omstreeks 1 augustus 2018 te Amsterdam openlijk, te weten op of aan de Albert Cuypstraat, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer], welk geweld bestond uit het duwen tegen zijn borst en/of het trappen in zijn buik, althans in de richting van zijn lichaam, en/of het met kracht vastpakken bij zijn keel/hals;

1. subsidiair
hij, op of omstreeks 1 augustus 2018 te Amsterdam, [slachtoffer] heeft mishandeld door hem te duwen tegen zijn borst en/of te trappen in zijn buik, althans in/tegen/op zijn lichaam; ( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2.
hij, op of omstreeks 1 augustus 2018 te Amsterdam, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "Als ik je zie, sla ik je tanden uit je bek" en/of "Je hebt een kanker groot probleem. Je gaat zien", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, op de gronden als hierna vermeld.

De raadsvrouw van de verdachte heeft in hoger beroep verzocht de zaak terug te wijzen naar de rechter in eerste aanleg. Daartoe heeft ze de volgende gang van zaken weergegeven.

De verdachte heeft op 25 juli 2019 kort voor aanvang van de zitting via de bode aan de politierechter verzocht om de zitting aan te houden, aangezien de verdachte niet aanwezig kon zijn tijdens de behandeling van zijn zaak, terwijl hij zijn aanwezigheidsrecht wel wilde effectueren. Op diezelfde dag diende bij de rechtbank Amsterdam nog een strafzaak, te weten bij de kantonrechter, tegen de moeder van de verdachte, die dezelfde achternaam draagt als de verdachte. Die zaak zou al worden aangehouden. Abusievelijk heeft de bode het verzoek van de verdachte in verband gebracht met de kantonzaak van diens moeder en contact opgenomen met de kantonrechter, waarop de bode de verdachte heeft medegedeeld dat zijn aanhoudingsverzoek zou worden gehonoreerd.

De politierechter van de zaak van de verdachte heeft hier niets van mee gekregen en heeft de verdachte bij verstek veroordeeld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de zaak terug wordt verwezen naar de rechtbank, omdat de inhoudelijk behandeling aldaar bij onvrijwillige afwezigheid van de verdachte heeft plaatsgenomen (vgl. Hoge Raad 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1149).

Het hof overweegt als volgt.

De door de raadsvrouw geschetste gang van zaken is voldoende aannemelijk geworden. De verdachte was niet ter terechtzitting in eerste aanleg aanwezig en heeft ter effectuering van zijn aanwezigheidsrecht een aanhoudingsverzoek gedaan. Hem is vervolgens meegedeeld dat dit verzoek was toegewezen zonder dat dit verzoek voorgelegd was aan de behandelende politierechter. Als gevolg hiervan is de verdachte bij verstek veroordeeld, zulks terwijl de politierechter niet op de hoogte was van het aanhoudingsverzoek.

Naar het oordeel van het hof dient dit te leiden tot nietigverklaring van de behandeling van de zaak in eerste aanleg, vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Amsterdam teneinde deze in overeenstemming met het vorenstaande opnieuw ten gronde te behandelen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Wijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank Amsterdam, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M.M. Bordenga, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van

mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

25 september 2020.

mr. M.F.J.M. de Werd en mr. S.M.M. Bordenga zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.