Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:2580

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-09-2020
Datum publicatie
09-10-2020
Zaaknummer
23-004434-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het besturen van een personenauto na zodanig gebruik van alcohol dat het alcoholgehalte in zijn adem te hoog was. Voorts heeft hij dat motorvoertuig bestuurd zonder dat hij daartoe een geldig rijbewijs in zijn bezit had. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004434-19

datum uitspraak: 25 september 2020

TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsvrouw)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 september 2015 in de strafzaak onder parketnummer 96-123816-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,

adres: [adres 1],

postadres: [adres 2].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 september 2020.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 23 april 2015 te Schagen terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Fok, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;


2.
hij op of omstreeks 23 april 2015 te Schagen als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 350 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij op 23 april 2015 te Schagen terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Fok, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie heeft bestuurd;


2.
hij op 23 april 2015 te Schagen als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 350 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken en een geldboete ter hoogte van € 425,00, subsidiair 8 dagen hechtenis. Voorts heeft de politierechter de bevoegdheid ontzegd motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een geldboete ter hoogte van € 450,00.

De raadsvrouw heeft verzocht geen gevangenisstraf op te leggen, maar – in plaats daarvan – eventueel een hogere geldboete en een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen. Hiertoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het de goede kant met de verdachte lijkt op te gaan. Hij heeft minder contacten gehad met politie en justitie, hij is aan het werk in de bouw en heeft een dak boven zijn hoofd. Hij is bang zijn werk te verliezen indien hij gedetineerd raakt. Het betalen van een geldboete is, nu hij werk heeft, ook mogelijk, aldus de raadsvrouw.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het besturen van een personenauto na zodanig gebruik van alcohol dat het alcoholgehalte in zijn adem te hoog was. Met zijn handelen heeft de verdachte zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer veronachtzaamd en onverantwoorde risico’s genomen voor zichzelf en andere verkeersdeelnemers. Voorts heeft hij dat motorvoertuig bestuurd zonder dat hij daartoe een geldig rijbewijs in zijn bezit had. Hij was ervan op de hoogte dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, maar is desondanks gaan rijden. Hiermee heeft hij blijk gegeven zich niets aan te trekken van beslissingen van bevoegde autoriteiten in het kader van de verkeersveiligheid. Het hof rekent dit de verdachte aan.

Daar komt nog bij dat uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 31 augustus 2020 blijkt dat hij eerder meermalen ter zake van rijden onder invloed onherroepelijk is veroordeeld. Dit is in zijn nadeel. Het handelen van de verdachte lijkt, gelet op de recidive en het tegelijk onder invloed én zonder geldig rijbewijs rijden, onverbeterlijk. Eerder opgelegde voorwaardelijke straffen, waaronder een gevangenisstraf en zelfs een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van kortere duur, lijken geen effect te sorteren. Dit maakt dat een zwaardere straf moet worden opgelegd dan de politierechter heeft opgelegd en dan de advocaat-generaal heeft gevorderd. Dat deze straf mogelijk consequenties zal hebben voor de werksituatie van de verdachte is te betreuren, maar het valt niet goed in te zien hoe de verdachte anders ervan te weerhouden is om zonder geldig rijbewijs onder invloed van alcohol te gaan rijden.


Het hof acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Voor een ontzegging van de rijbevoegdheid, die pas in zou gaan als de verdachte opnieuw zijn rijbewijs zou hebben gehaald, bestaat daarnaast onvoldoende reden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.L. Bruinsma, mr. P.C. Römer en mr. J.J.J. Schols, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 september 2020.

De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]