Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:2528

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-09-2020
Datum publicatie
01-10-2020
Zaaknummer
23-004551-19.a
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt de verdachte wegens het bezit van een boksbeugel met daarin een uitklapbaar stiletto tot een deels voorwaardelijke geldboete.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004551-19

datum uitspraak: 25 september 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 28 november 2019 in de strafzaak onder parketnummer

15-201871-19 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Syrië) op [geboortedag] 2001,

brp-adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 september 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 augustus 2019 te Grootebroek, gemeente Stede Broek, althans in Nederland een wapen, van categorie I, onder 3°, te weten een boksbeugel en/of een wapen, van categorie I, onder 1°, te weten een mes voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 15 augustus 2019 te Grootebroek, gemeente Stede Broec, een wapen van categorie I, onder 3°, te weten een boksbeugel en een wapen van categorie I, onder 1°, te weten een mes voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

en

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 370,- subsidiair 7 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 370,- subsidiair 7 dagen hechtenis, waarvan € 270,- subsidiair 5 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht de verdachte een geheel voorwaardelijke geldboete op te leggen, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en het strafvorderlijk belang bij strafoplegging in de onderhavige zaak.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Daarbij is in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft een boksbeugel met een daarin een uitklapbaar stiletto voorhanden gehad. Daarmee heeft hij moedwillig wapens ter beschikking gehad waardoor een potentieel gevaarlijke situatie kan worden gecreëerd, omdat het voorhanden hebben van een wapen al te gemakkelijk leidt tot het gebruik ervan. Het is zorgwekkend dat de verdachte heeft verklaard dat hij een wapen nodig had voor zijn eigen veiligheid.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 31 augustus 2020 is hij eerder ter zake van een strafbaar feit onherroepelijk veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend, waarbij rekening is gehouden met de draagkracht van de verdachte. Het hof acht een voorwaardelijk deel aangewezen om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen.

Een geheel voorwaardelijke straf, zoals de verdediging heeft verzocht, doet naar het oordeel van het hof geen recht aan de ernst van het bewezen verklaarde feit.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 55 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 370,00 (driehonderdzeventig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot € 270,00 (tweehonderdzeventig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. W.M.C. Tilleman en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. N.R. Achterberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 september 2020.

Mr. A. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]