Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:2488

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-09-2020
Datum publicatie
24-09-2020
Zaaknummer
23-001684-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schuldheling elektrische fiets. Bewijsoverweging. Geen straf of maatregel gelet op artikel 63 Sr. Vorderingen TUL.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001684-19

datum uitspraak: 17 september 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 17 april 2019 in de strafzaak onder de parketnummers 15-019447-19 en 15-710304-15 (TUL), 15-262678-16 (TUL), 15-198461-16 (TUL) tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

3 september 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 23 januari 2019 te Haarlem, een goed te weten een elektrische fiets heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit. Daartoe heeft hij, kort gezegd, aangevoerd dat er geen bewijs is dat de verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de fiets door misdrijf was verkregen.

Het hof overweegt als volgt.

De verdachte is op 23 januari 2019 in Haarlem aangehouden met een elektrische fiets, waarvan later bleek dat deze op 24 december 2018 was gestolen.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij de elektrische fiets in het haventje van Heemstede heeft gekocht voor een bedrag van slechts € 400,00 van de persoon van wie hij regelmatig drugs kocht, dat hij op [website] heeft gekeken en door het verifiëren van het framenummer zag dat de fiets niet als gestolen stond geregistreerd.

Het is een feit van algemene bekendheid dat elektrische fietsen zeer kostbaar zijn. Dit blijkt ook uit de door de aangeefster in de aangifte vermelde waarde van de gestolen fiets, te weten € 2.699,00.

Verder heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij de acculader bij de aankoop van de fiets niet heeft gekregen, terwijl dit een essentieel onderdeel van de fiets is omdat een elektrische fiets zonder acculader niet lang bruikbaar is.

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij geen sleutel heeft waarmee de accu kon worden losgehaald.

Uit het dossier volgt dat zich enkel nog een framenummer bevond onder de accu van de fiets en dat dit nummer niet kon worden waargenomen omdat de accu niet kon worden losgehaald.

Nu de verdachte niet beschikte over de sleutel van de accu, acht het hof de verklaring van de verdachte dat hij het framenummer heeft geverifieerd ongeloofwaardig. Bovendien heeft de verdachte wisselend verklaard over de aankoop van de fiets.

Op grond van voornoemde redengevende feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat de verdachte op het moment dat hij de fiets kocht redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf was verkregen, zodat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan schuldheling. Derhalve verwerpt het hof het verweer van de raadsman.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 23 januari 2019 te Haarlem een elektrische fiets voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

schuldheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf of maatregel

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee dagen, met aftrek van voorarrest, en een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis.

De raadsman heeft, indien het hof tot een bewezenverklaring komt, verzocht de verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf of maatregel, gelet op de toepasselijkheid van het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof heeft in hoger beroep de ernst van het feit en omstandigheden waaronder dit is begaan alsmede de persoon van de verdachte in aanmerking genomen en heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan schuldheling van een elektrische fiets. Door aldus te handelen heeft hij bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen fietsen. Fietsendiefstal is een grootschalig probleem waardoor veel schade en overlast wordt veroorzaakt en het handelen van de verdachte bewerkstelligt dat het loont om dat misdrijf te plegen. Verder heeft de verdachte met zijn handelen ervan blijk gegeven zich niet te bekommeren om de eigendomsrechten van anderen.

Blijkens de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 18 augustus 2020 is hij eerder ter zake van vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt.

Gelet op het voorgaande acht het hof de oplegging van een straf in beginsel gerechtvaardigd.

Het hof overweegt dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, omdat aan de verdachte na de pleegdatum van het onderhavige feit door de politierechter in de rechtbank Noord-Holland op 14 augustus 2019 (parketnummer 15-108688-19) een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen, waarvan 149 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaren is opgelegd.

Met de raadsman ziet het hof hierin aanleiding te bepalen dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Beslag

Onder de verdachte is het volgende voorwerp in beslag genomen: een elektrische damesfiets (976922). Het hof zal gelasten dat dit voorwerp wordt bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

Vordering tenuitvoerlegging (parketnummer 15-710304-15)

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 december 2016, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van deze vordering tot tenuitvoerlegging.

De raadsman heeft verzocht het openbaar-ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering tot tenuitvoerlegging.

Het hof is ter terechtzitting gebleken dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee maanden reeds is toegewezen bij inmiddels onherroepelijk vonnis van 14 augustus 2019 van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland (parketnummer 15-108688-19). Het hof zal het openbaar ministerie daarom in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Vordering tenuitvoerlegging (parketnummer 15-262678-16)

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 7 april 2017, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van drie weken. De vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft eveneens geconcludeerd tot afwijzing van deze vordering tot tenuitvoerlegging.

De raadsman heeft verzocht het openbaar-ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in deze vordering.

Het hof is ter terechtzitting gebleken dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van drie weken reeds is toegewezen bij inmiddels onherroepelijk vonnis van 14 augustus 2019 van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland (parketnummer 15-108688-19). Het hof zal het openbaar ministerie dan ook in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Vordering tenuitvoerlegging (parketnummer 15-198461-16)

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 december 2016, voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft gevorderd de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

De raadsman heeft zich hierbij aangesloten.

Het hof acht termen aanwezig om de vordering tot tenuitvoerlegging thans af te wijzen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1 STK elektrische fiets Dames (976922).

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 15-710304-15.

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 15-262678-16.

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Noord-Holland van 24 januari 2019, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 december 2016, parketnummer 15-198461-16, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. W.M.C. Tilleman en mr. M.P. van der Stroom, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 september 2020.

mr. M.P. van der Stroom is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

=========================================================================

[…]