Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:2376

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-08-2020
Datum publicatie
31-08-2020
Zaaknummer
23-000935-19.a
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal in vereniging van auto-onderdelen vanaf auto’s op een parkeerterrein aan de Bosbaan te Amstelveen. Vrijspraak van 1 diefstal en veroordeling voor 2 diefstallen tot een taakstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis. Vorderingen BP.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000935-19

datum uitspraak: 28 augustus 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 25 februari 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-175147-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,

brp-adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

14 augustus 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 6 september 2017 te Amstelveen en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (personen)auto (merk Ford, type KA) heeft weggenomen een krik, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2.
hij op of omstreeks 6 september 2017 te Amstelveen en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/vanaf een (personen)auto (merk Volkswagen, type Sirocco) heeft weggenomen vier, althans één of meer, band(en) en/of vier, althans één of meer, velg(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

3.
hij op of omstreeks 6 september 2017 te Amstelveen en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit/vanaf een (personen)auto (merk Volkswagen, type Golf) heeft weggenomen vier, althans één of meer wieldop(pen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.

Vrijspraak

Feit 1: integrale vrijspraak

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte behoort te worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde, aangezien daarvoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Daartoe is aangevoerd dat verbalisant [verbalisant] heeft gezien dat de ruit van de bestuurdersportier van de Ford Ka al was ingegooid dan wel ingeslagen, vóórdat de verdachte met zijn Volkswagen Polo het parkeerterrein kwam oprijden, terwijl niet is waargenomen dat de verdachte de ruit had ingeslagen of een krik uit de Ford Ka had weggenomen. Ook was er toen al in een andere auto, een Toyota, ingebroken. In de visie van de verdediging is het daarom waarschijnlijk dat een derde de ruit van de Ford Ka heeft ingeslagen en de krik heeft meegenomen. De in de Volkswagen Polo gevonden krik is van de verdachte zelf, die eerder auto’s van het merk Ford heeft gehad, te weten een Ford Escort en een Ford Fiësta. Dat de krik van de verdachte is, wordt ondersteund door het feit dat de bijbehorende wielmoersleutel onder de bekleding in de kofferbak is aangetroffen. Daarbij komt dat de meeste krikken universeel zijn, zodat niet kan worden vastgesteld dat de bij de verdachte aangetroffen krik de krik was die uit de Ford Ka is gestolen.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld – kort

gezegd – dat het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Daarbij acht de advocaat-generaal van belang dat onderzoek op internet heeft uitgewezen dat het serienummer van de betreffende krik bij een Ford Ka hoort en niet bij alle Fords, dat niet aannemelijk is dat de Ford Ka al langer met een gebroken ruit op het parkeerterrein stond, omdat dit dan wel eerder zou zijn opgemerkt en dat de verdachte in zijn verklaring bij de politie op de vraag wat de krik van een Ford Ka in zijn auto deed, heeft aangegeven dat hij het niet wist.

Oordeel van het hof

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Het hof overweegt hiertoe als volgt.

Het hof kan op grond van het procesdossier en het onderzoek ter terechtzitting niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen dat de uit de Ford Ka weggenomen krik, de krik is die op 6 september 2017 in de Volkswagen Polo van de verdachte is aangetroffen. Daartoe acht het hof van belang dat de Ford Ka reeds vanaf 25 augustus 2017 op het parkeerterrein aan de Bosbaan te Amstelveen stond en dit parkeerterrein bekend staat als een plek waar vaak auto-inbraken plaatsvinden, alsmede het feit dat de verbalisant al vóór het moment dat hij de Volkswagen Polo van de verdachte op 6 september 2017 het terrein zag komen oprijden, had gezien dat de aldaar geparkeerde Ford Ka een gebroken ruit had. Niet is door de verbalisant gezien dat de verdachte en/of zijn medeverdachte de ruit hebben ingeslagen van, dan wel enige wegnemingshandeling aan of in de Ford Ka hebben verricht. Tenslotte blijkt uit het dossier niet dat sprake is van een unieke krik. Nu niet kan worden uitgesloten dat de krik uit de Ford Ka van de aangever door een ander dan de verdachte is weggenomen, dient hij van het hem onder 1 ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Feiten 2 en 3: partiële vrijspraak

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ter zake van het onder 2 en 3 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld – kort

gezegd – dat het onder 2 en 3 ten laste gelegde, inclusief de strafverzwarende omstandigheid braak en/of verbreking, wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Oordeel van het hof

Anders dan de advocaat-generaal acht het hof de strafverzwarende omstandigheid braak en/of verbreking in het onder 2 en 3 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Enig bewijs voor de omstandigheid dat de diefstallen van de banden, velgen en wieldoppen door middel van braak en/of verbreking zijn weggenomen, ontbreekt immers in het dossier, terwijl dit evenmin uit het verhandelde ter zitting naar voren is gekomen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2.
hij op 6 september 2017 te Amstelveen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een personenauto (merk Volkswagen, type Sirocco) heeft weggenomen vier banden en vier velgen, toebehorende aan [benadeelde 2];

3.
hij op 6 september 2017 te Amstelveen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een personenauto (merk Volkswagen, type Golf) heeft weggenomen vier wieldoppen, toebehorende aan [slachtoffer].

Hetgeen onder 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 2 en 3 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 2 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 90 uren subsidiair 45 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen, als nader in het vonnis waarvan beroep is omschreven.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

De raadsman heeft het hof verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en te volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke taakstraf.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich samen met een ander tot tweemaal toe schuldig gemaakt aan diefstal van auto-onderdelen vanaf twee auto’s. Dergelijke feiten veroorzaken naast overlast, doorgaans ergernis en financiële schade voor de gedupeerden.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 4 augustus 2020 is hij eerder ter zake van strafbare feiten onherroepelijk veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.023,-, vermeerderd met de wettelijke rente. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep integraal hoofdelijk toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het hof heeft in hoger beroep opnieuw te oordelen over de gevorderde schadevergoeding, met rente.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot integrale hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

De verdachte wordt vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.263,75 vermeerderd met de wettelijke rente. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 250,- met rente. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 250,-, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot het na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering, vermeerderd met de wettelijke rente, tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 22c, 22d, 36f, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2], ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 5 (vijf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 6 september 2018.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. W.F. Groos en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van

mr. N.R. Achterberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

28 augustus 2020.

Mr. M. Senden is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

.