Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:2215

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-08-2020
Datum publicatie
14-08-2020
Zaaknummer
23-004561-17.a
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

vrijspraak mishandeling in vereniging met voorbedachte raad. Niet is komen vast te staan wie is begonnen met de geweldshandelingen en wat de aard daarvan was, hetgeen voor een beoordeling van de eventuele wederrechtelijkheid van de gedragingen van de verdachte – en daarmee voor de beantwoording van de vraag of al dan niet sprake was van mishandeling zoals ten laste gelegd – essentieel is. Samenhang met 23-004562-17 en 23-000059-18.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004561-17

datum uitspraak: 7 augustus 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 december 2017 in de strafzaak onder parketnummer

13-196315-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 17 juli 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met voorbedachten rade [benadeelde] heeft mishandeld door die [benadeelde] te slaan en/of te schoppen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vrijspraak

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte behoort te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde, aangezien daarvoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Subsidiair is namens de verdachte een beroep op noodweer gedaan. Daartoe is aangevoerd dat niet de verdachte of haar medeverdachte maar de aangeefster is begonnen met de aanval, waartegen de verdachte zich rechtens heeft verweerd.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid ‘voorbedachte raad’ en ter zake van het overig ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf en maatregel als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

In de visie van de advocaat-generaal kan het ten laste gelegde medeplegen van mishandeling wettig en overtuigend worden bewezen. Van noodweer is geen sprake: ofschoon niet goed valt te reconstrueren hoe het gevecht is begonnen, was het letsel van de aangeefster veel ernstiger dan hetgeen bij de verdachte en haar medeverdachte is geconstateerd en valt niet in te zien waarom de verdachte en de medeverdachte, die aan de deur stonden, niet konden vertrekken.

Oordeel van het hof

De lezingen met betrekking tot de toedracht van het incident op 17 juli 2017 van enerzijds [benadeelde] en anderzijds de verdachte en haar zus [naam] verschillen op wezenlijke onderdelen.

Het hof kan op grond van het procesdossier en het onderzoek ter terechtzitting niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen wat zich exact heeft afgespeeld op 17 juli 2017. Meer in het bijzonder is niet komen vast te staan wie is begonnen met de geweldshandelingen en wat de aard daarvan was, hetgeen voor een beoordeling van de eventuele wederrechtelijkheid van de gedragingen van de verdachte

– en daarmee voor de beantwoording van de vraag of al dan niet sprake was van mishandeling zoals ten laste gelegd – essentieel is. De verdachte zal daarom van het haar ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 570,00, vermeerderd met de wettelijke rente. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige is de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering, vermeerderd met de wettelijke rente.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

De verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. H.S.G. Verhoeff en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van

mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

7 augustus 2020.

Mr. F.M.D. Aardema en mr. H.S.G. Verhoeff zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]