Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:2035

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-07-2020
Datum publicatie
05-08-2020
Zaaknummer
200.229.369/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

OK; geschillenregeling; verhoging van het bedrag dat het deskundigenonderzoek ten hoogste mag kosten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2020/159
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrest

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.229.369/01 OK

arrest van de Ondernemingskamer van 14 juli 2020

inzake

1 [A] ,

wonende te [....] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEHEERMAATSCHAPPIJ ARROS B.V.,

gevestigd te Maastricht,

APPELLANTEN,

advocaat: mr. R.H.G.M. Kerckhoffs, kantoorhoudende te Maastricht,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] ,

gevestigd te [....] ,

2. [C],

wonende te [....] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EISENDALHOF B.V.,

gevestigd te Maastricht,

4. [D],

wonende te [....] ,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEHEERMAATSCHAPPIJ GEREM B.V.,

gevestigd te Maastricht,

6. [E],

wonende te [....] ,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ELBANA BEHEER B.V.,

gevestigd te Maastricht,

8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[F] ,

gevestigd te [....] ,

GEÏNTIMEERDEN,

advocaat: mr. Ph.W. Schreurs, kantoorhoudende te Eindhoven.

1 Het geding in hoger beroep

1.1

Partijen worden hierna als volgt aangeduid:

appellanten sub 1 en 2 gezamenlijk als [G] ;

geïntimeerde sub 1 als AM Holding;

geïntimeerden sub 1 tot en met 8 als AM Holding c.s.

1.2

Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar arresten van 3 september 2019, 3 december 2019 en 24 maart 2020 in deze zaak.

1.3

In het arrest van 3 september 2019 heeft de Ondernemingskamer overwogen dat zij de uittredingsvordering van [G] (zie 1.8 sub IV van dat arrest) toewijsbaar acht en een deskundige zal benoemen ter vaststelling van de waarde van de aandelen in AM Holding per 1 september 2019.

1.4

In het arrest van 3 december 2019 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen door L.H.M. Schaareman MSc MiF RV te Eindhoven (hierna: de deskundige) naar de waarde van alle aandelen in AM Holding per 1 september 2019, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 55.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat [G] dat bedrag dienen te voldoen, dan wel ten genoegen van de deskundige vóór aanvang van zijn werkzaamheden voor de betaling van dat bedrag zekerheid dienen te stellen.

1.5

In het arrest van 24 maart 2020 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 70.288,90 inclusief de verschuldigde omzetbelasting en bepaald dat [G] het bedrag van € 3.738,90 inclusief de verschuldigde omzetbelasting dienen te voldoen, dan wel ten genoegen van de deskundige vóór aanvang van zijn werkzaamheden voor de betaling van dat bedrag zekerheid dienen te stellen.

1.6

De deskundige heeft bij e-mailberichten van 7 en 18 mei 2020 – het laatstgenoemde met overzicht van verrichte werkzaamheden tot en met 15 mei 2020 en nog te verrichten werkzaamheden tot aan de oplevering van het conceptrapport en met bijlagen – de Ondernemingskamer verzocht het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten te verhogen met € 9.075 inclusief de verschuldigde omzetbelasting. Hij heeft toegelicht dat dit aanvullend onderzoeksbudget nodig is als gevolg van de veelvuldige correspondentie met partijen, de hoeveelheid benodigde en ontvangen informatie, opgetreden inefficiëntie door de gefragmenteerde aanlevering van informatie en beantwoording van vragen. Ter illustratie heeft hij een groot deel van de betreffende correspondentie met partijen overgelegd. Ter toelichting op het bedrag van het aanvullend onderzoeksbudget heeft de deskundige een inschatting gegeven voor zijn werkzaamheden na oplevering van het conceptrapport (21,4 uur tegen een uurtarief van € 350 exclusief btw).

1.7

Van de door de Ondernemingskamer geboden gelegenheid zich uit te laten over de verzochte verhoging van het onderzoeksbudget, hebben AM Holding c.s. (bij e-mail van 25 mei 2020) en [G] (bij e-mail van 28 mei 2020) gebruik gemaakt.

1.8

De deskundige heeft bij e-mailberichten van 15 en 22 juni 2020 – het laatstgenoemde met overzicht van verrichte werkzaamheden tot en met 19 juni 2020 en een inschatting van de nog te verrichten werkzaamheden vanaf die datum – de Ondernemingskamer verzocht het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten, in afwijking van het in 1.6 genoemde verzoek, te verhogen met € 15.000 exclusief btw, hetgeen gelijk staat aan € 18.150 inclusief btw. Hij heeft toegelicht dat dit aanvullend onderzoeksbudget, naast de in 1.6 genoemde redenen, nodig is vanwege het uitgebreide commentaar van partijen op zijn conceptrapport en de als gevolg daarvan verkregen gewijzigde inzichten, waardoor het wenselijk is om het deskundigenrapport te voorzien van een of meerdere scenario-analyses. Het commentaar van partijen dient te worden verwerkt in een tweede conceptrapport, dat eveneens ter review aan partijen zal worden voorgelegd voor zover het wijzigingen op het eerste conceptrapport betreft. Ter toelichting op het bedrag van het aanvullend onderzoeksbudget heeft de deskundige een inschatting gegeven voor zijn werkzaamheden na 19 juni 2020 (20,4 uur tegen een uurtarief van € 350 exclusief btw).

1.9

Van de door de Ondernemingskamer geboden gelegenheid zich uit te laten over de in 1.8 weergegeven verzochte verhoging van het onderzoeksbudget, hebben AM Holding c.s. (bij e-mail van 29 juni 2020) en [G] (bij e-mail van 30 juni 2020) gebruik gemaakt.

2 Beoordeling

2.1

AM Holding c.s. hebben geen bezwaar gemaakt tegen het door de deskundige verzochte aanvullend onderzoeksbudget. [G] hebben dat wel gedaan in hun in 1.7 en 1.9 genoemde uitlatingen; volgens hen is de specificatie van de door de deskundige verrichte werkzaamheden onvoldoende inzichtelijk en zijn de totale kosten van het deskundigenonderzoek exorbitant hoog. In het licht daarvan achten [G] het verzochte aanvullend onderzoeksbudget, hoewel zij de beoordeling daarvan aan de Ondernemingskamer overlaten, ongerechtvaardigd.

2.2

De Ondernemingskamer overweegt dat de deskundige door middel van de in 1.6 en 1.8 genoemde stukken de noodzaak van het door hem verzochte aanvullend onderzoeksbudget genoegzaam heeft toegelicht. De redenen die aan deze noodzaak ten grondslag liggen, zijn door [G] niet bestreden. Bovendien komt de omvang van de verzochte verhoging de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. Zij zal het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten dan ook verhogen met het door de deskundige verzochte bedrag.

2.3

Gezien het in 2.7 van het arrest van 3 december 2019 vermelde uitgangspunt, zal worden bepaald dat [G] een aanvullend voorschot ter zake van de kosten van de deskundige van € 18.150 inclusief de verschuldigde omzetbelasting dienen te voldoen. In de in 1.7 en 1.9 genoemde uitlatingen van [G] ziet de Ondernemingskamer onvoldoende aanleiding anders te beslissen wat betreft de voldoening van het aanvullend voorschot. Dit laat onverlet dat de vraag welke partij(en) uiteindelijk (geheel of gedeeltelijk) de kosten van het deskundigenbericht moet(en) dragen, aan de orde gesteld kan worden in het vervolg van de procedure na deponering van het deskundigenbericht.

3 De beslissing

de Ondernemingskamer:

verhoogt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten tot € 88.438,90. Dit is inclusief de verschuldigde omzetbelasting;

bepaalt dat [A] en Beheermaatschappij Arros B.V. binnen twee weken na heden het bedrag van € 18.150 – dit is inclusief de verschuldigde omzetbelasting – dienen te voldoen op een door de deskundige aan te duiden wijze, dan wel ten genoegen van de deskundige vóór aanvang van zijn werkzaamheden voor de betaling van dat bedrag zekerheid dienen te stellen op een door de deskundige aan te duiden wijze en bepaalt dat de deskundige niet met zijn werkzaamheden behoeft aan te vangen dan nadat betaling of zekerheidsstelling plaats heeft gevonden;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. G.C. Makkink, voorzitter, en mr. A.J. Wolfs en mr. H.J. Vetter, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en drs. en drs. C. Smits-Nusteling RC, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2020.