Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:1988

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-07-2020
Datum publicatie
11-05-2021
Zaaknummer
200.264.241/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Ontruiming in kader van zorg- en dienstverleningsovereenkomst in gebruik gegeven woning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.264.241/01 KG

zaaknummer rechtbank Noord-Holland: C/15/288968 / KG ZA 19-340

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 7 juli 2020

inzake

1 [X] ,

wonend te [woonplaats] ,

en

2. [appellante sub 2],

in haar hoedanigheid van bewindvoerder in de zin van artikel 1:435 BW over de goederen van [X] voornoemd,

domicilie kiezend te [woonplaats] ,

appellanten,

advocaat: mr. D.E. Post te Heerhugowaard,

tegen

STICHTING ESDÉGÉ-REIGERSDAAL,

gevestigd te Langedijk,

geïntimeerde,

advocaat: mr. M.J. Dekker te Alkmaar.

Partijen worden hierna [X] en [appellante sub 2] dan wel [Y] (appellanten gezamenlijk) en Esdégé-Reigersdaal genoemd.

1 Het geding in hoger beroep

[Y] is bij dagvaarding van 30 juli 2019 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar van 4 juli 2019, in kort geding gewezen tussen Esdégé-Reigersdaal als eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie en [Y] als gedaagde in conventie, tevens eiseres in reconventie.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties;

- een naderhand nog ingediende productie van de zijde van [Y] ;

- memorie van antwoord, met producties.

[Y] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog de vordering van Esdégé-Reigersdaal zal afwijzen en (i) zal bepalen dat de zorgrelatie inclusief woonvoorziening en de gebruiksovereenkomst tussen Esdégé-Reigersdaal en [X] door Esdégé-Reigersdaal niet rechtsgeldig is opgezegd en nog altijd voortduurt, althans Esdégé-Reigersdaal zal veroordelen haar opzegging in te trekken en (ii) Esdégé-Reigersdaal zal veroordelen tot nakoming en voortzetting van de zorgrelatie inclusief woonvoorziening en de gebruiksovereenkomst vanaf de datum van opzegging, alles op straffe van verbeurte van een dwangsom, met beslissing over de proceskosten.


Esdégé-Reigersdaal heeft geconcludeerd tot bekrachtiging, met beslissing over de proceskosten.

Ten slotte is arrest gevraagd.

2
2. De feiten

De voorzieningenrechter heeft in het vonnis onder 2.1 tot en met 2.20 de feiten opgesomd die zij bij de beoordeling van de zaak tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Waar nodig aangevuld met andere feiten die volgen uit niet weersproken stellingen van partijen dan wel de niet (voldoende ) bestreden inhoud van producties waarnaar zij ter staving van hun stellingen verwijzen, komen de feiten neer op het volgende.

a. Tussen Esdégé-Reigersdaal en [X] is een overeenkomst van zorg en dienstverlening tot stand gekomen op basis van de indicatie ZZP-VG6, die is afgegeven door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Deze indicatie staat voor ‘Wonen met intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering’ en houdt concreet in dat [X] recht heeft op negen dagdelen aan dagbesteding bij Esdégé-Reigersdaal en 22,5 uur per week begeleiding van Esdégé-Reigersdaal, waarbij Esdégé-Reigersdaal 24 uur per week beschikbaar moet zijn voor [X] . Esdégé-Reigersdaal heeft deze zorg en dienstverlening overgenomen van Parlan Jeugdhulp (hierna: Parlan) en de zorg en dienstverlening feitelijk sinds 1 april 2018 aan [X] geleverd.
b. De overeenkomst van zorg en dienstverlening is niet schriftelijk vastgelegd.
c. In het kader van de zorg en dienstverlening is aan [X] de woning aan de [adres] (hierna: de woning) in gebruik gegeven. Partijen hebben op 7 augustus 2018 een (nieuwe) gebruiksovereenkomst voor de woning gesloten. De woning wordt door Esdégé-Reigersdaal gehuurd van Stichting Woonwaard Noord-Kennemerland (hierna: Woonwaard).
d. De gebruiksovereenkomst luidt onder meer als volgt:

1.1

De bewoner krijgt ondersteuning vanuit Esdégé-Reigersdaal. De bewoner dient
aanwezig te zijn op de gezamenlijk tot stand gekomen ondersteuningsafspraken.
De bewoner heeft de verplichting de ondersteuners toe te laten tot de woning.
(…)
1.3 De bewoner en de ondersteuners onderzoeken samen de mogelijkheden tot een
passende vorm van dagbesteding.
(…)
5.2 Je hebt minstens twee keer per week contact met de ondersteuners. Als er behoefte
is aan meer dan kan dat ook.
5.3 Je kijkt samen met de ondersteuners naar een passende vorm van dagbesteding.
Hier nemen de ondersteuners tijd voor en gaat op [X] haar tempo van “aankunnen”.
e. Voorts is het op grond van de gebruiksovereenkomst [Y] niet toegestaan overlast te veroorzaken aan andere bewoners en onderdak aan te bieden aan familie en/of kennissen.
f. Op 1 mei 2018 is door Woonwaard per e-mailbericht via Parlan aan Esdégé-Reigersdaal bericht, voor zover van belang:
Van verschillende bewoners hoor ik opnieuw zaken over de woning die u huurt op [adres] . De vrouw voor wie de woning bedoeld is, (ik geloof dat ze [X] heet) wordt zelden in de woning gezien, het schijnt dat ze veel in Rotterdam is. De mensen die in de woning verblijven zouden haar ouders zijn. Van de (verslaafde) moeder wordt gezegd dat ze zonder toestemming fietsen van bewoners uit de gemeenschappelijke fietsruimte haalt en verkoopt. Verder zou er in de woning gekookt worden op een gasfles.
g. Bij brief van 29 mei 2018 heeft Woonwaard aan Parlan (bedoeld voor Esdégé-Reigersdaal) geschreven, voor zover van belang:
We hebben vastgesteld dat er hennepplanten op het dak van het complex staan, ter hoogte van uw woning. In deze brief leggen wij uit wat de gevolgen zijn
(…)
Wij stellen u hierbij in gebreke. Wij sommeren u de planten binnen een week na dagtekening van deze brief te verwijderen.
h. Woonwaard heeft bij e-mailbericht van 30 mei 2018 gemeld dat zij heeft geconstateerd dat de woning wordt bewoond door het hele gezin [Y] en dat overlast wordt veroorzaakt vanuit de woning.
i. In een brief van 6 december 2018 heeft Esdégé-Reigersdaal [X] ervoor gewaarschuwd dat zij de ondersteuningsafspraken moet nakomen, geen overlast aan omwonenden mag bezorgen, geen familie en/of kennissen in de woning mag laten verblijven en dat zij, indien zij deze afspraken niet nakomt, de woning zal moeten verlaten.
j. In een brief van 22 januari 2019 heeft Esdégé-Reigersdaal aan [X] geschreven, voor zover van belang:
Afgelopen maandag spraken wij elkaar. Jij vertelde mij dat je de zorg- en dienstverleningsovereenkomst met Esdégé-Reigersdaal wenst te beëindigen. Je hebt dit schriftelijk bevestigd.
Bij beëindiging van de overeenkomst dien jij de woning te verlaten. Het wonen is onderdeel van de zorgverlening.
k. [X] en Esdégé-Reigersdaal hebben op 4 februari 2019 een verklaring ondertekend, die luidt, voor zover van belang:
wil niet meer de ondersteuning van esdege-reigersdaal. Ze vindt dat ze het prima redt als de bewindvoering haar geld regelt en als ze iemand heeft bij wie ze terecht kan als ze vragen heeft. Eigenlijk wil ze ook weg uit de regio. Ze gaat samen met begeleiding op zoek naar woonruimte., dit zal voor 1 maart rond moeten zijn. Deze woonruimte gaat ze zelf betalen.
l. Op 7 februari 2019 heeft Woonwaard aan Esdégé-Reigersdaal laten weten dat zij meldingen ontving van ruzies, met name in de avond en nacht, dat deze ruzies gepaard gingen met geschreeuw, dreigen en gegooi met huisraad en dat omwonenden zich niet veilig voelden. Ook heeft Woonwaard bericht dat de afspraken niet werden nagekomen, omdat de moeder van [X] in de woning woonde en [X] geen gebruik maakte van dagbesteding en dat Woonwaard [X] graag op korte termijn zou zien verhuizen.
m. Esdégé-Reigersdaal heeft op 20 februari 2019 onder meer aan [X] geschreven:
In juli 2018 heb ik je gesproken, omdat er door Woonwaard veel overlastmeldingen werden ontvangen over jou. Bovendien was jij vaak niet bereikbaar op de vooraf met jou afgesproken ondersteuningsmomenten. We hebben toen nadere afspraken gemaakt over de ondersteuning.
In december 2018 heb jij – na vele mondelinge waarschuwingen – een officiële schriftelijke waarschuwing gekregen. Er waren weer veel overlastmeldingen binnengekomen bij Woonwaard. (…)
Helaas hebben wij na deze officiële waarschuwing geen veranderingen gezien in je gedrag. Er is nog steeds gemiddeld slechts één begeleidingsmoment per week mogelijk. Met enige regelmaat ben je niet thuis als de begeleiding op de afgesproken momenten komt. Regelmatig verblijven je ouders bij je in de woning.
Op 21 januari 2019 heb je de zorg- en dienstverleningsovereenkomst schriftelijk opgezegd. Hierop kwam je terug toen je begreep dat je je woning dan zou moeten verlaten.
Op 31 januari ben je niet verschenen bij een afspraak over je begeleidingssituatie. Er werd een nieuwe afspraak gemaakt voor 4 februari. (…) De opzegging van de zorg- en dienstverleningsovereenkomst werd teruggedraaid door jou.
Je liet je echter onveranderd nauwelijks begeleiden, familie en/of kennissen verbleven en sliepen regelmatig in jouw woning en er bleven overlastklachten van omwonenden bij Woonwaard binnenkomen.
Bovenstaand gedrag is onacceptabel. Esdégé-Reigersdaal is verantwoordelijk voor het leveren van goede zorg. Dat is niet mogelijk, omdat je onze medewerkers niet toelaat hun werk te doen.. Woonwaard heeft Esdégé-Reigersdaal verzocht mee te werken aan het ontruimen van jouw woning, omdat je overlast blijft bezorgen.
Met deze brief geef ik je thans een laatste waarschuwing. Als je je niet direct houdt aan de (begeleidings)afspraken, dan zal de zorg- en dienstverleningsovereenkomst door Esdégé-Reigersdaal – na overleg met het Zorgkantoor – beëindigd worden. Dat betekent dan automatisch dat je je woning moet verlaten.
n. Esdégé-Reigersdaal heeft op 22 februari 2019 aan Woonwaard geschreven, voor zover van belang:
Gisteren hebben we een gesprek gehad met [X] , waarin [A] haar een laatste waarschuwing heeft overhandigd vanuit onze stichting. We hebben een aantal zaken met haar doorgenomen, waaronder de afspraken waaraan ze zich moet gaan houden. [X] heeft gisteren wederom aangegeven dat ze zich niet gaat houden aan de afspraken. In een tijdsbestek van twee maanden heeft ze al twee keer de dienstverlening opgezegd, maar ook terug gedraaid, omwille van haar woonruimte.
Wij hebben haar gisteren alternatieven geboden bij zowel DNO als stichting Terwille, waar zij op korte termijn terecht kan. Ook dit wijst ze resoluut af. Op dit moment overwegen wij zelf om de dienstverleningsovereenkomst op te zeggen.
o. Een e-mail van Woonwaard aan Esdégé-Reigersdaal van 26 februari 2019 luidt, voor zover van belang, als volgt:
Vanmorgen heb ik [B] gesproken, er gaat vandaag vanuit Woonwaard een brief verzonden worden naar Esdégé-Reigersdaal waarin aangegeven wordt dat wij de huurovereenkomst willen beëindigen.
Zojuist ben ik benaderd door een collega die aangaf dat er meldingen zijn binnengekomen bij de politie en gemeente over overlast die ontstaat door thuisprostitutie. (…) Ik heb de advertentie net opgezocht en de dame op de foto is overduidelijk [X] . Dit is te zien door de tattoos. (…)
Bovengenoemde maakt dat het nog belangrijker is dat het huurcontract zo spoedig mogelijk eindigt. Woonwaard voert een zero-tolerance beleid op prostitutie en dat betekent dat het contract hoe dan ook beëindigd wordt.
p. In een brief van 26 februari 2019 heeft Woonwaard aan Esdégé-Reigersdaal laten weten dat de situatie voor de omwonenden onhoudbaar was en Woonwaard genoodzaakt was de huurovereenkomst te beëindigen. Woonwaard heeft Esdégé-Reigersdaal verzocht de huurovereenkomst op te zeggen.
q. Het Zorgkantoor heeft naar aanleiding van een verzoek daartoe van Esdégé-Reigersdaal op 6 maart 2019, bericht aan Esdégé-Reigersdaal, voor zover van belang: Wij gaan akkoord met de zorgbeëindiging voor verblijf. (…) Jullie blijven wel dossierhouder en bieden cliënte ambulante begeleiding aan.
r. Esdégé-Reigersdaal heeft bij brief van 4 april 2019 de zorg- en dienstverleningsovereenkomst en de gebruiksovereenkomst met onmiddellijke ingang opgezegd en [X] laten weten dat zij uiterlijk 23 april 2019 de woning diende te ontruimen en verlaten.
s. Partijen hebben een nieuwe zorg- en dienstverleningsovereenkomst, voor ambulante begeleiding, gesloten die op 8 mei 2019 is ondertekend door [X]
t. De huismeester en de leefbaarheidsconsultent van Woonwaard hebben in een ongedateerde verklaring onder meer geschreven dat [X] en haar familie, die in de woning verbleef, de nodige geluidsoverlast veroorzaakten en dat buren vermoedens van prostitutie vanuit de woning hebben gemeld.

3
3. De beoordeling

3.1

Esdégé-Reigersdaal heeft in conventie gevorderd ontruiming van de woning, primair door [X] en subsidiair door [appellante sub 2] , op straffe van verbeurte van een dwangsom. Esdégé-Reigersdaal heeft daartoe aangevoerd dat [X] zich niet aan de verplichtingen uit de zorg- en dienstverleningsovereenkomst en gebruiksovereenkomst heeft gehouden. Zij bleek de aangeboden zorg en ondersteuning niet te wensen, is afspraken niet nagekomen, heeft overlast voor omwonenden veroorzaakt en haar familie in huis genomen. Ook bestond een vermoeden van prostitutie. [Y] heeft verweer gevoerd en in reconventie nakoming van de overeenkomst tot zorg en dienstverlening gevorderd. De voorzieningenrechter heeft daarop, samengevat, overwogen dat de aan de orde zijnde gebruiksovereenkomst onlosmakelijk is verbonden met de zorg- en dienstverleningsovereenkomst. Deze overeenkomsten zijn duurovereenkomsten die voor onbepaalde tijd zijn aangegaan. In beginsel zijn deze overeenkomsten opzegbaar, maar daarbij dienen de eisen van redelijkheid en billijkheid in acht te worden genomen, aldus de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft in dit laatste verband het bestaan van een zwaarwegende grond aangenomen. Op grond van de eisen van redelijkheid en billijkheid had echter een opzegtermijn in acht moeten worden genomen. Omdat Esdégé-Reigersdaal de overeenkomsten met onmiddellijke ingang heeft opgezegd, heeft de voorzieningenrechter vooralsnog geoordeeld dat deze opzegging niet-rechtsgeldig is. Met grote mate van waarschijnlijkheid valt volgens de voorzieningenrechter evenwel te verwachten dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat [Y] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomsten en dit te kortschieten ontbinding van de overeenkomsten en ontruiming van de woning rechtvaardigt. Zij heeft daarom, ook in aanmerking nemend dat door Esdégé-Reigersdaal met [X] een nieuwe zorg- en dienstverleningsovereenkomst is gesloten voor ambulante zorg, de primaire vordering van Esdégé-Reigerdaal tot ontruiming in conventie toch toegewezen, waarbij aan [X] een termijn van drie maanden is geboden om andere woonruimte te vinden. De gevorderde dwangsom is afgewezen evenals de vordering in reconventie. [Y] is zowel in conventie als in reconventie in de proceskosten veroordeeld. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt [Y] met drie grieven op. Esdégé-Reigersdaal heeft verweer gevoerd. Daarbij is onder meer naar voren gebracht dat de woning inmiddels is ontruimd. Het verweer van Esdégé-Reigersdaal zal bij de behandeling van de grieven worden betrokken, voor zover van belang.

3.2

Met de eerste grief heeft [Y] aangevoerd dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat Esdégé-Reigersdaal een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Het hof is echter van oordeel dat Esdégé-Reigersdaal daartoe voldoende heeft gesteld. Immers, Esdégé-Reigersdaal geeft de woning kosteloos in gebruik aan [X] , terwijl volgens haar aan dat gebruik de grond is komen te ontvallen. De eerste grief faalt daarom.

3.3

De tweede en derde grief lenen zich voor gezamenlijke behandeling. [Y] heeft naar voren gebracht dat het bepaalde in artikel 7:460 BW in acht dient te worden genomen: De hulpverlener kan, behoudens gewichtige redenen, de behandelovereenkomst niet opzeggen. [Y] stelt dat die redenen zich niet voordoen. Dit doet allereerst de vraag rijzen of artikel 7:460 BW van toepassing is op de zorg- en dienstverleningsovereenkomst en de gebruiksovereenkomst. Het hof merkt op dat, hoewel op een andere grond, de voorzieningenrechter voorshands heeft geoordeeld dat de opzegging niet-rechtsgeldig is. De voorzieningenrechter heeft vervolgens geanticipeerd op een ontbinding van de oorspronkelijke zorg- en dienstverleningsovereenkomst en gebruiksovereenkomst in een bodemprocedure als gevolg van de tekortkomingen van [X] in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomsten. Veronderstellenderwijs dat artikel 7:460 BW direct of indirect zou dienen te worden toegepast – het hof laat dit in deze kort gedingprocedure in het midden –, oordeelt het hof voorshands dat van bedoelde gewichtige redenen sprake is. Niet alleen heeft [Y] de door Esdégé-Reigersdaal opgesomde gedragingen en weigering tot medewerking onvoldoende weersproken en is zij gewezen op de gevolgen daarvan; [X] heeft op 4 februari 2019 de hierboven weergegeven verklaring ondertekend waarmee zij expliciet te kennen heeft gegeven de ondersteuning van Esdégé-Reigersdaal niet meer te wensen. Er bestaat daarmee kennelijk – zo volgt ook uit de inhoud van de hierboven onder 2.m vermelde brief – een zodanig meningsverschil over de aan de zorg- en dienstverleningsovereenkomst te geven invulling, dat voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat Esdégé-Reigersdaal deze – en daarmee ook de gebruiksovereenkomst – niet langer hoeft voort te zetten. Esdégé-Reigersdaal heeft nog enige tijd gepoogd – hoewel klaarblijkelijk vruchteloos – [X] bij te staan in het vinden van nieuwe woonruimte en haar nadere ondersteuning te geven in het kader van een nieuwe zorg- en dienstverleningsovereenkomst. Van een onzorgvuldige handelswijze lijkt daarom vooralsnog geen sprake te zijn geweest. Dat Esdégé-Reigersdaal het handelen van [X] in de hand heeft gewerkt door eigen tekortschieten is onvoldoende toegelicht. De tweede en derde grief slagen daarom evenmin.

3.4

Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep faalt. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. [Y] zal als in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in hoger beroep.

4
4. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [Y] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Esdégé-Reigersdaal begroot op € 741 aan verschotten en € 1.074 voor salaris;

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.


Dit arrest is gewezen door mrs. L.A.J. Dun, E.K. Veldhuijzen van Zanten en C.A.H.M. ten Dam en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2020.