Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:1874

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-06-2020
Datum publicatie
06-07-2020
Zaaknummer
23-000558-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging vonnis met dien verstande dat - onderstaande strafmotivering in de plaats stelt en toevoeging artikel 63 Sr. Oplegging voorwaardelijke gevangenisstaf en taakstraf. Verkopen cocaine. Dealerindicatie. Bestemd voor de handel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000558-19

datum uitspraak: 10 juni 2020

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 februari 2019 in de strafzaak onder parketnummer

13-074433-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep 27 mei 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof onderstaande strafmotivering in de plaats stelt van die van de politierechter en rekening houdt met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), zodat het de toepasselijke wettelijke voorschriften daarmee aanvult.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 90 uren, subsidiair 45 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep bij de beoordeling van de strafoplegging gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk verkopen van een bolletje cocaïne. De verspreiding van en handel in harddrugs en het gebruik daarvan betekenen een bedreiging voor de volksgezondheid. Bovendien brengen deze onrust voor de samenleving met zich mee en leiden veelal, direct en indirect, tot diverse vormen van criminaliteit. Door de verkoop van cocaïne heeft de verdachte aan deze handel een bijdrage geleverd en zich niets aan genoemde onwenselijke gevolgen gelegen laten liggen. Daarbij komt het volgende.

Na zijn aanhouding is de verdachte op het cellencomplex Amsterdam Zuid-Oost onderworpen aan een fouillering. Bij die gelegenheid deelde de verdachte aan de verbalisanten mede: “Ik weet wel wat jullie zoeken, ik zal het voor jullie pakken”. Daarop graaide de verdachte met zijn linkerhand in zijn spijkerbroek ter hoogte van zijn kruis en haalde een hersluitbaar plasticzakje en een boterhamzakje met daarin nog meer cocaïne en heroïne uit zijn spijkerbroek tevoorschijn. Gelet op (i) de plek waar de verdachte deze drugs bewaarde, (ii) de hoeveelheid ervan, (iii) de wijze van verpakking (onder meer in de vorm van negentien plastic bolletjes cocaïne en zeven plastic bolletjes heroïne) en (iv) hetgeen de politie heeft waargenomen omtrent het gedrag van de verdachte in het tijdsbestek voorafgaand aan zijn aanhouding, waren deze drugs kennelijk bestemd voor de handel. Deze omstandigheid neemt het hof in het nadeel van de verdachte in aanmerking als een omstandigheid waaronder het bewezenverklaarde feit is begaan.

Alles afwegende, is het hof is van oordeel dat de straffen zoals die door de politierechter zijn opgelegd zonder meer gerechtvaardigd zijn. In hetgeen naar voren is gebracht tijdens de behandeling van de zaak in hoger beroep noch in de toepasselijkheid van artikel 63 Sr ziet het hof aanleiding om tot een andere strafoplegging te komen.

Het hof acht dan ook een voorwaardelijke gevangenisstaf en een taakstraf als opgelegd door de politierechter passend en geboden.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.P. van Heusden, mr. J.J.I. de Jong en mr. P.F.E. Geerlings, in tegenwoordigheid van

mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 juni 2020.