Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:1872

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-06-2020
Datum publicatie
06-07-2020
Zaaknummer
23-003148-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Oplichting, meermalen gepleegd. Bewijsoverweging. Lage kilometerstand (auto's). Vorderingen benadeelde partijen. Voorwaardelijke gevangenisstraf 3 maanden + taakstraf 120 uren / 60 dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003148-17

datum uitspraak: 10 juni 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 augustus 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-081156-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 mei 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 april 2015 tot en met 6 februari 2017 te Assendelft, gemeente Zaanstad en/of Kerkrade en/of De Meern, gemeente Utrecht, althans in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de navolgende perso(o)n(en) heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een inruilauto voor de aankoop van (een) (personen)auto('s), namelijk:

- [benadeelde 1] een geldbedrag van €600,00, in elk geval een geldbedrag en een inruilauto (Mercedes Benz met kenteken [kenteken]) en/of

- [benadeelde 2] een geldbedrag van €9750,00, in elk geval een geldbedrag en/of

- [benadeelde 3] een geldbedrag van €6300,00, in elk geval een geldbedrag en/of

- [benadeelde 4] een onbekend gebleven geldbedrag, in elk geval een geldbedrag en/of

- [benadeelde 5] een geldbedrag van €7500,00, in elk geval een geldbedrag en een inruilauto (€1450,00) en/of - [benadeelde 6] een geldbedrag van €12.886,00, in elk geval een geldbedrag en een inruilauto (€2000,00)

immers heeft verdachte toen en aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid –

- van die aangekochte (personen)auto('s) de kilometerstand(en) teruggedraaid en/of

- zich voorgedaan als zijnde bij een BOVAG aangesloten autobedrijf en/of - zich (aldus) voorgedaan als zijnde bonafide autoverkoper en/of

- in elk geval voornoemde (personen)auto('s) verkocht met een lagere dan de werkelijke kilometerstand waardoor die bovengenoemde perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken en daartoe – kort gezegd – aangevoerd (i) dat de onlogische kilometerstanden er niet de oorzaak van zijn geweest dat de aangevers zijn overgegaan tot de koop van de auto’s, (ii) dat de verdachte niet verantwoordelijk is voor het terugdraaien van de kilometerstanden en (iii) dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte zich heeft voorgedaan als bonafide autoverkoper en valselijk, listiglijk en in strijd met de waarheid auto’s heeft verkocht met een lagere dan de werkelijke kilometerstand.

Het hof neemt op basis van de gebezigde bewijsmiddelen het volgende als vaststaand aan.

De verdachte was in de ten laste gelegde periode de eigenaar van autobedrijf [bedrijf]. De activiteiten van dit bedrijf bestonden uit de in- en verkoop van auto’s. De aangevers in het onderhavige strafdossier hebben bij het autobedrijf allen een auto gekocht die later een onlogisch (lage) kilometerstand bleek te hebben. Uit brieven van de Dienst Wegverkeer (RDW) is telkens gebleken dat de kilometerstand – die werd geregistreerd op het moment dat de auto door de verdachte werd verkocht aan de aangevers – lager was dan bij de vorige registratie van de kilometerstand.

Door de politie is navraag gedaan bij de personen die de betreffende auto’s indertijd aan de verdachte hadden verkocht. In alle gevallen op één na, omdat daar geen navraag bij de vorige (Duitse) eigenaar is gedaan, verklaarden zij dat de kilometerstand van de auto’s (veel) hoger was op het moment dat zij de auto’s aan de verdachte verkochten, dan de kilometerstand waarmee de verdachte de auto’s vervolgens weer had doorverkocht.

In de zaak van de aangever [benadeelde 2] bevat het dossier – meer specifiek – een factuur van 31 oktober 2015 waaruit blijkt dat de BMW door de verkoper [naam] met een kilometerstand van 358.000 aan de verdachte is verkocht. Blijkens de verkoopfactuur van 21 november 2015 heeft de verdachte diezelfde BMW korte tijd later met een kilometerstand van 229xxx (volgens de verklaring van de verdachte in hoger beroep: een kilometerstand van ‘229.000 en een beetje’) aan [benadeelde 2] doorverkocht.

Hieruit en uit het overige bewijsmateriaal kan worden afgeleid dat de kilometerstanden van de auto’s op het moment dat de verdachte de auto’s van de eerdere eigenaren kocht aanzienlijk hoger waren dan op

het moment dat hij de auto’s doorverkocht. Dit dalen van de kilometerstand heeft dus telkens plaatsgevonden in de periode tussen de in- en de verkoop van de auto’s en dus wanneer de verdachte als tenaamgestelde de beschikking over die auto’s had.

De auto’s in kwestie werden aangeboden door het autobedrijf [bedrijf] waarvan de verdachte de enige eigenaar en enig werknemer was. De verdachte heeft verklaard dat er alleen sporadisch jongens van school of vrienden kwamen helpen om auto’s schoon te maken en dat deze jongens geen kennis hadden omtrent het terugdraaien van kilometerstanden. Voorts heeft de verdachte verklaard dat hij (op basis van YouTube-video’s) weet hoe hij met gebruik van een zogeheten OBD-stekker (On Board Diagnostics) de kilometerstanden van auto’s kan terugdraaien en ten slotte is het in het rechtstreekse belang van de verdachte om als verkoper van de auto’s de kilometerstanden terug te draaien, nu het een feit van algemene bekendheid is dat auto’s met een lagere kilometerstand substantieel meer opbrengen dan auto’s met een hogere kilometerstand. In de stukken van het dossier noch in het hetgeen door de verdediging is aangevoerd kan een solide aanknopingspunt worden gevonden voor de gedachte dat een ander dan de verdachte zich bezig heeft gehouden met het terugdraaien van de kilometerstanden. Mede in dat licht is er op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden geen andere conclusie mogelijk dan dat het de verdachte zelf is geweest – en niet de ter terechtzitting in hoger beroep ter sprake gekomen kaboutertjes – die de kilometerstanden van de auto’s heeft teruggedraaid om deze vervolgens met een foutieve (lagere) kilometerstand door te verkopen.

Dat de aangevers door deze lagere kilometerstanden werden bewogen om de auto’s aan te schaffen voor de prijs die zij ervoor betaald hebben, ligt reeds besloten in hetgeen hiervoor is overwogen over de kilometerstand in relatie tot de opbrengst van een specifieke auto, maar daarnaast heeft bijvoorbeeld aangever [benadeelde 1] met zoveel woorden een verklaring van die strekking afgelegd. Dat er zich, zoals de raadsvrouw kennelijk heeft willen aanstippen, in het dossier stukken bevinden waaruit zou moeten blijken dat aangevers [benadeelde 4] en [benadeelde 5] door het plaatsen van een handtekening met een onlogische kilometerstand hebben ingestemd, kan de verdachte niet baten, omdat gelet op de door het hof geloofwaardig geachte verklaringen van die aangevers (p. 40 en p. 72) niet aannemelijk is geworden dat zij daadwerkelijk hun handtekening onder de tekst van die stukken hebben gezet. Ten overvloede merkt het hof nog op dat uit de omstandigheid dat diverse aangevers (met succes) civiele procedures zijn gestart om hun koopovereenkomsten met de verdachte ontbonden te krijgen ook blijkt dat zij, ware zij ten tijde van hun autoaankoop bekend geweest met de werkelijke kilometerstand, bepaald niet (voor die prijs) tot die aankoop zouden zijn overgegaan.

Het hof is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich telkens met behulp van listige kunstgrepen heeft schuldig gemaakt aan vijf gevallen van oplichting die hem ten laste zijn gelegd. Nu het dossier echter onvoldoende gegevens bevat over de kilometerstand bij verkoop aan de verdachte van de VW Passat die [benadeelde 6] bij de verdachte heeft aangeschaft, kan de oplichting met betrekking tot die transactie niet worden bewezen. Het hof zal de verdachte vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging. Het tot vrijspraak strekkende verweer wordt voor het overige in alle onderdelen verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 18 april 2015 tot en met 16 juni 2016 in Nederland telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen telkens door listige kunstgrepen de navolgende personen heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een inruilauto voor de aankoop van een auto, namelijk:

- [benadeelde 1] een geldbedrag van € 600,00 en een inruilauto (Mercedes Benz met kenteken [kenteken]) en

- [benadeelde 2] een geldbedrag van € 9.750,00, in elk geval een geldbedrag en

- [benadeelde 3] een geldbedrag van € 6.300,00, in elk geval een geldbedrag en

- [benadeelde 4] een geldbedrag en

- [benadeelde 5] een geldbedrag van € 7.500,00 en een inruilauto (ter waarde van € 1.450,00)

immers heeft verdachte toen en aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- van die aangekochte auto's de kilometerstanden teruggedraaid en

- voornoemde auto's verkocht met een lagere dan de werkelijke kilometerstand,

waardoor die bovengenoemde personen telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

oplichting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren en een gelboete van € 5.000,00, subsidiair 60 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de politierechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan oplichting. Daarbij heeft hij kilometerstanden van auto’s teruggedraaid en die vervolgens – met een lagere dan de werkelijke kilometerstand – doorverkocht. Daarbij ging de verdachte geraffineerd te werk, louter handelend uit winstbejag, waarbij hij op geen enkele wijze rekening heeft gehouden met de gevolgen voor en de rechten van zijn slachtoffers. Door zijn handelen heeft de verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de slachtoffers in hem (en zijn autobedrijf) hadden. Hierdoor zijn niet alleen bij de slachtoffers gevoelens van achterdocht en wantrouwen ontstaan, maar dit handelen kan ook in het algemeen bijdragen aan deze gevoelens in de maatschappij.

Nu het hof – anders dan de politierechter – van oordeel is dat het de verdachte zelf is geweest die de kilometerstanden van de in de bewezenverklaring genoemde auto’s heeft teruggedraaid, bestaat er aanleiding de verdachte strenger te bestraffen dan de politierechter heeft gedaan en dan door de advocaat-generaal in hoger beroep is gevorderd. Naast een forsere voorwaardelijke gevangenisstraf, zal het hof in plaats van een geldboete een onvoorwaardelijke taakstraf opleggen. Het hof hoopt met deze straffencombinatie mede te bewerkstelligen dat de verdachte, die ook thans nog volop aan het ondernemen is, zich in de toekomst wel twee keer zal bedenken en zich niet wederom aan een dergelijk feit schuldig zal maken.

Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 860,60 aan materiële schade en proceskosten van een civiele procedure. De benadeelde partij is in de vordering bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Het hof overweegt als volgt.

Op basis van de beschikbare informatie kan het hof niet met een voldoende mate van zekerheid vaststellen dat de opgevoerde materiële schade het rechtstreekse gevolg is van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte. Het levert in deze fase van de procedure een onevenredige belasting van het strafgeding op om de benadeelde partij in de gelegenheid te stellen daaromtrent nader bewijs bij te brengen. Daarom zal hij in zoverre in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

De gevorderde proceskosten betreffen de griffierechten die moesten worden voldaan voor de procedure die de benadeelde partij bij de burgerlijke rechter tegen de verdachte is gestart en de eigen bijdrage die in dat kader in verband met de toevoeging van een advocaat voor zijn rekening is gekomen. Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de gevorderde proceskosten niet door de burgerlijke rechter voor vergoeding in aanmerking zijn gebracht. Het hof is van oordeel dat het wettelijk systeem zich ertegen verzet dat het via het strafproces dan alsnog tot vergoeding van die kosten komt. Dit deel van de vordering zal daarom afgewezen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

De benadeelde partij [benadeelde 6] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 344,59. De benadeelde partij is in de vordering bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Het hof overweegt als volgt.

Nu de verdachte ten aanzien van [benadeelde 6] niet schuldig wordt verklaard aan oplichting kan de benadeelde partij niet in de vordering worden ontvangen. Dit laat onverlet dat zij haar vordering bij de burgerlijke rechter aan te brengen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

De benadeelde partij [benadeelde 5] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.669,90 aan materiële en immateriële schade en aan proceskosten. De benadeelde partij is in de vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof is van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat de gestelde materiële en immateriële schade rechtstreeks door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte is veroorzaakt. De gevorderde proceskosten zijn gespecificeerd noch onderbouwd. De benadeelde partij kan om die redenen in de vordering niet worden ontvangen. Deze vordering kan desgewenst bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.187,72. Bij het vonnis waarvan beroep is de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep dus niet meer te oordelen over deze vordering tot schadevergoeding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst af de vordering voor zover deze ziet op proceskosten van een procedure bij de burgerlijke rechter.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 6] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 5] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.F.E. Geerlings, mr. J.J.I. de Jong en mr. J.W.P. van Heusden, in tegenwoordigheid van

mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 juni 2020.