Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2020:1830

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
30-06-2020
Datum publicatie
15-12-2020
Zaaknummer
200.141.194/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussenarrest. Curator van gefailleerd radiostation vordert schadevergoeding wegens onttrekking van de vermogensbestanddelen van het station. Het hof wijst de vordering ten aanzien van een aantal gestelde onttrekkingen af en laat de curator voor het overige toe tot nader bewijs.

Zie ECLI:NL:GHAMS:2017:3489.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2020-0333
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.141.194/01

zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/536908 / HA ZA 13-243

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 30 juni 2020

inzake

[curator] ,

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van

RADIO FORMATS NEDERLAND B.V.,

kantoorhoudend te [plaats] ,

appellant,

advocaat: mr. R.J.W. Pijls te Nijmegen,

tegen

1 [X] ,

wonend te [woonplaats] ,

2. TOPPOT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. BOOMERANG HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

4. YOUNG CITY MEDIA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

5. DECIBEL RADIO FORMATS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

6. DECIBEL SALES B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

7. DECIBEL PRODUCTIONS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerden,

advocaat: mr. A. Gabel te Tiel.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Appellant wordt hierna de curator genoemd. De gefailleerde vennootschap wordt hierna RFN genoemd. Geïntimeerden worden hierna [X] , Toppot, Boomerang Holding, Young City Media, Decibel Radio Formats, Decibel Sales en Decibel Productions en gezamenlijk [X] c.s. genoemd.

Bij arrest van 29 augustus 2017 heeft het hof een comparitie van partijen gelast.

De comparitie van partijen heeft plaatsgehad op 11 januari 2018. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- akte na tussenarrest aan de zijde van de curator, met producties;

- antwoordakte, met producties.

Ten slotte is wederom arrest gevraagd.

2 De verdere beoordeling

2.1

In deze procedure stelt de curator, kort weergegeven, dat [X] c.s. op onrechtmatige wijze alle vermogensbestanddelen van belang en daarmee de station identity aan RFN hebben onttrokken, althans dat zij door die onttrekkingen ongerechtvaardigd zijn verrijkt. De grieven 2 tot en met 7 zien respectievelijk op elk van de volgens de curator aldus onttrokken vermogensbestanddelen. Grief 1 bevat de klacht dat de rechtbank de curator niet in de gelegenheid heeft gesteld om nader bewijs te leveren.

2.2

Het hof zal hierna elk van de grieven (en zodoende elk van de litigieuze vermogensbestanddelen) afzonderlijk behandelen en daarbij telkens de met grief 1 benadrukte wens van de curator om tot nader bewijs te worden toegelaten in aanmerking nemen.

relaties met adverteerders (grief 2)

2.3

De curator heeft bij memorie van grieven gesteld dat [X] c.s. in de tweede week van februari 2009 een map met alle originele reclameovereenkomsten die RFN met adverteerders gesloten had, bij [B] heeft opgehaald en vervolgens de opbrengsten die daaruit nog voor RFN zouden moeten worden gegenereerd, voor zichzelf heeft geïncasseerd. Bij akte na comparitie heeft de curator hieraan toegevoegd dat [B] en een werknemer van [X] c.s. ‒ soms samen met [X] ‒ de bestaande adverteerders bezocht of gebeld hebben en hen geïnformeerd hebben over de landelijke uitrol van Radio Decibel. Er diende betaald te worden op een ander rekeningnummer. De adverteerders hebben niets gemerkt van het overhevelen van de overgang naar [X] c.s. en slechts de facturen op een ander rekeningnummer betaald, aldus de curator. Op deze stellingen grondt de curator het verwijt dat [X] c.s. de lopende advertentie-overeenkomsten van RFN hebben overgenomen en aan RFN toekomende advertentie-inkomsten hebben geïnd zonder instemming van RFN en zonder RFN daar een vergoeding voor te betalen.

[X] c.s. hebben de stellingen van de curator gemotiveerd betwist. [X] c.s. betwisten dat de advertentie-overeenkomsten met RFN waren gesloten. De betalingen hadden overeenkomstig het bepaalde in de contracten bovendien plaats door middel van automatische incasso’s naar (een bankrekening van) [B] , zodat de gelden hoe dan ook niet aan RFN toekwamen. Voor zover adverteerders die volgens de curator met RFN hadden gecontracteerd aan [X] c.s. hebben betaald, geschiedde dat op grond van nieuwe overeenkomsten met die adverteerders. Het stond [X] c.s. vrij om met die adverteerders advertentie-overeenkomsten aan te gaan voor het door hen geëxploiteerde radiostation, aldus [X] c.s.

2.4

Wat betreft de door [X] c.s. gesloten nieuwe advertentie-overeenkomsten ziet het hof in het over en weer gestelde onvoldoende grond voor de stelling dat het door [X] c.s. sluiten van nieuwe advertentie-overeenkomsten met adverteerders op zichzelf onrechtmatig was. Het stond hen immers vrij om voor hun radiostation adverteerders te werven. Ook in samenhang beschouwd met de overige verwijten van de curator aan [X] c.s. acht het hof het sluiten van nieuwe advertentie-overeenkomsten met adverteerders niet onrechtmatig. De curator heeft immers als de kern van zijn verwijten betoogd dat [X] c.s. (al hun handelen bij elkaar beschouwd) aan RFN op onrechtmatige wijze haar hele onderneming hebben onttrokken. In dat licht beschouwd is het voortzetten van de relaties met de adverteerders volgens de curator een onrechtmatig onderdeel van de algehele onrechtmatige onttrekking van de onderneming. Zoals evenwel hierna zal worden geoordeeld, hebben [X] c.s. de overige door de curator aan de orde gestelde vermogensbestanddelen van de onderneming ‒ met uitzondering van mogelijk enige apparatuur – niet aan RFN onttrokken. Het sluiten van nieuwe advertentie-overeenkomsten kan dan ook niet gezien worden als een ingebed onderdeel van een onrechtmatige onttrekking van de onderneming aan RFN noch als een ongerechtvaardigde verrijking.

De handelwijze van [X] c.s. kan echter wel onrechtmatig jegens RFN en haar crediteuren geweest zijn, indien en voor zover [X] c.s. ten aanzien van lopende advertentie-overeenkomsten bewerkstelligd hebben dat uit hoofde daarvan aan RFN verschuldigde betalingen aan [X] c.s. zijn betaald.

De curator zal worden toegelaten deze stelling te bewijzen, alsmede, voor het geval hij daarin slaagt, vervolgens bij akte na getuigenverhoor nader toe te lichten dat Decibel Sales daarvoor kan worden aangesproken, zoals hij in alinea 20 van zijn akte na tussenarrest heeft gesteld.

2.5

Voor het geval de curator in het leveren van het bewijs slaagt is nog het volgende van belang. De curator heeft gesteld dat er geen contractovernames hebben plaatsgevonden. In beginsel zijn de betrokken adverteerders dan niet van hun contractuele betalingsverplichtingen jegens RFN bevrijd door betaling aan [X] c.s. Bij de begroting van de voor vergoeding in aanmerking komende schade die RFN als gevolg van de gestelde handelwijze van [X] c.s. heeft geleden, dient hiermee rekening te worden gehouden, omdat de boedel deze vorderingen aldus in beginsel niet heeft verloren. Bij akte na bewijslevering kunnen partijen hierop ingaan.

jingles van Radio Decibel (grief 3)

2.6

De curator heeft gesteld dat [X] c.s. jingles van Radio Decibel op onrechtmatige wijze heeft gebruikt dan wel overgenomen. Op grond van het partijdebat na tussenarrest staat hierover het volgende vast. In november 2007 heeft Top Format jingles in opdracht en ten behoeve van RFN ontwikkeld (de "oude" jingles). In november 2008 hebben The Rocketeers jingles in opdracht van [B] ontwikkeld (de "nieuwe" jingles). [X] c.s. hebben de rekening voor de "nieuwe" jingles betaald. [X] c.s. hebben de jingles gebruikt voor het radiostation van Decibel Radio Formats.

2.7

De curator heeft gesteld dat tijdens het eerste uur van de heropening van Radio Decibel op 1 december 2008 de "nieuwe" jingles zijn gedraaid. Verder heeft hij gesteld dat de "nieuwe" jingles niet voor [X] c.s., maar, in opdracht van [B] , namens en voor RFN zijn ontwikkeld.

2.8

[X] c.s. hebben betwist dat de “oude” jingles door hen zijn gebruikt en dat de "nieuwe" jingles zijn gemaakt in opdracht van en voor RFN. Zij stellen dat [B] de opdracht tot het maken van de “nieuwe” jingles heeft gegeven ten behoeve van Decibel Productions B.V. in oprichting, hetgeen volgens hen ook te begrijpen valt omdat KFN al over een set jingles beschikte (de “oude jingles”), KFN een aflopende zaak was, [X] c.s. juist een nieuwe set jingles nodig hadden voor de hun radiozender en [X] c.s. de “nieuwe” jingles ook hebben betaald. Daarbij stellen zij dat RFN de “nieuwe” jingles ook nooit heeft gebruikt en dat die jingles bovendien pas ter beschikking kwamen nadat RFN al was gestopt met uitzenden.

2.9

De stelling van [X] c.s. dat [B] in november 2008 opdracht heeft gegeven om de “nieuwe” jingles te maken ten behoeve van de radiozender van [X] c.s. spoort met de door de curator niet betwiste stellingen van [X] c.s. dat [B] hun zijn diensten heeft aangeboden en dat [B] kort daarna ook bestuurder is geweest van Decibel Productions B.V. De curator heeft verder erkend dat [X] c.s. de “nieuwe” jingles hebben betaald en hij heeft niet betwist dat RFN die nooit heeft gebruikt. Weliswaar heeft de curator zich beroepen op de door hem overgelegde opdrachtbevestiging en facturen van Rocketeers, die volgens de curator ondertekend is door [B] “in zijn hoedanigheid van bestuurder van RFN h.o.d.n. Radio Decibel”, respectievelijk gericht waren aan “RFN h.o.d.n. Radio Decibel” (alinea 25 akte na tussenarrest), maar lezing van deze opdrachtbevestiging en facturen leert dat deze wel door [B] is ondertekend respectievelijk aan “Radio Decibel” zijn gericht, maar dat op deze bescheiden, anders dan door de curator gesteld, niet is vermeld dat [B] handelde in hoedanigheid van RFN, noch dat deze aan (de Radio Decibel van) RFN zijn gericht. De stelling van de curator dat [X] c.s. de “nieuwe” jingles op 1 december 2008 in hun uitzending zouden hebben gebruikt valt ook niet te rijmen met het vaststaande gegeven dat zij met hun uitzendingen pas op 1 januari 2009 zijn begonnen (zie r.o. 2.10 van het in zoverre niet bestreden vonnis van 16 oktober 2013 waarvan beroep). Aldus zijn de stellingen van de curator onvoldoende om te komen tot het oordeel dat de “nieuwe” jingles aan RFN toebehoorden en dat [X] c.s. jegens RFN onrechtmatig gebruik hebben gemaakt van de “nieuwe” jingles. Voor de “oude” jingles geldt eveneens dat door de curator onvoldoende is gesteld, omdat hij tegenover de betwisting door [X] c.s. niet heeft toegelicht waarom [X] c.s. de “oude” jingles zouden hebben willen gebruiken als, naar moet worden aangenomen voor hen, net een set “nieuwe” was gemaakt en ook niet heeft gesteld wanneer de “oude” jingles dan zouden zijn gebruikt. Indien [X] c.s. bij het begin van hun uitzendingen in 2009 eenmalig naast de "nieuwe" ook de "oude" jingles gebruikt hebben, is dat van onvoldoende gewicht om onrechtmatig gedrag aan te nemen. Aan bewijslevering op dit punt komt het hof dan ook niet toe. Deze grief faalt.

apparatuur (grief 4)

2.10

De curator heeft gesteld dat [X] c.s. in februari 2009 (buiten [B] om) de volgende apparatuur van RFN hebben ontvreemd:

- 2 20 inch beeldschermen van het merk IIYama;

- 2 24 inch beeldschermen van het merk IIYama;

- 1 software Dongel;

- 1 radiomanager softwarepakket;

- 2 werkstations van het merk XXODD XCI C2 7300 Intel;

- 2 15 inch notebooks van het merk XXODD XNi9008d;

- 2 laptops van het merk Toshiba;

- 1 Dell computer;

- 1 HP Kayak;

- Externe harde schijven;

- Mengtafel Optimom ad € 8.846,00;

- jinglespakket, ontwikkeld door Top Format (de "oude" jingles);

- Logitech 2.1 Z-4i speakerset wit (als vermeld op een factuur van BCE Computers van 15 september 2007);

2.11

[X] c.s. hebben betwist enige van deze apparatuur te hebben ontvreemd.

2.12

De curator zal in de gelegenheid worden gesteld zijn stelling te bewijzen.

2.13

Mocht de curator in het bewijs daarvan slagen, dan is nog van belang dat bij de begroting van de schade die RFN als gevolg van de gestelde handelwijze van [X] c.s. heeft geleden niet zonder meer kan worden uitgegaan van de aanschafprijs of de boekwaarde, maar eerder dagwaarde of vervangingswaarde in aanmerking komt. Bij akte na bewijslevering kunnen partijen hierop ingaan.

DJ's (grief 5)

2.14

De curator heeft bij memorie van grieven aangevoerd dat [X] c.s. overeenkomsten met de diskjockeys [D] en [E] , die bij RFN in dienst waren althans voor RFN werkten, hebben overgenomen, zonder RFN daarvoor enige vergoeding te betalen.

Bij akte na comparitie heeft de curator de stelling dat deze diskjockeys bij RFN in dienst waren verlaten en spreekt de curator niet van het overnemen van overeenkomsten, maar van het overnemen van diskjockeys. Het standpunt van de curator komt erop neer dat [D] en [E] eerst als diskjockeys actief zijn geweest voor de radiozender Radio Decibel van RFN, terwijl de aantrekkingskracht van een radiozender voor een groot deel bepaald wordt door de persoon van de diskjockey, maar vervolgens als diskjockeys actief zijn geweest voor de radiozender Radio Decibel van Decibel Radio Formats. Door die gang van zaken hebben [X] c.s. voor RFN werkende diskjockeys als onderdeel van de station identity van RFN overgenomen, aldus de curator.

2.15

[X] c.s. hebben niet betwist dat [D] en [E] eerst als diskjockeys actief zijn geweest voor de radiozender Radio Decibel van RFN en vervolgens als diskjockeys hebben gewerkt voor de radiozender Radio Decibel van Decibel Radio Formats, en evenmin dat [X] c.s. geen vergoeding aan RFN hebben betaald. Zij hebben het verweer gevoerd dat zij daarvoor geen vergoeding verschuldigd zijn.

2.16

Dat verweer slaagt. Het moge zo zijn dat de aantrekkingskracht van een radiozender (of radioprogramma) dikwijls voor een (soms groot) deel bepaald wordt door de persoon van de diskjockey, maar dat brengt niet zonder meer mee dat als een diskjockey ervoor kiest om voor een andere radiozender te gaan werken, de nieuwe radiozender uit dien hoofde een vergoeding aan de oude radiozender verschuldigd is. Dat geldt in elk geval indien, zoals hier, de diskjockey geen dienstverband met de oude radiozender had, terwijl ook overigens geen rechtsverhouding met de ouder radiozender is gesteld die de diskjockey of de nieuwe radiozender beperkingen oplegt. Ook deze grief faalt.

programmaproductieovereenkomst - frequentie 94.9 FM (grief 6)

2.17

Het volgende staat vast. Stichting Beheer Kavel B3 (hierna: BKB3) was de licentiehoudster van de frequentie waarop RFN uitzond. Bij Programmaproductieovereenkomst van 14 februari 2007 heeft BKB3 daarvoor een sublicentie aan RFN verleend.

Naar aanleiding van een verzoek van [B] aan [X] heeft Toppot op 12 september 2008 met spoed € 20.439,91 aan BKB3 betaald.

Bij brief van 2 december 2008 heeft BKB3 RFN in gebreke gesteld in verband met achterstallige betalingen.

Bij e-mailbericht van 14 december 2008 heeft [X] BKB3 verzocht om niet met dreigbrieven te komen en te kennen gegeven:

"Daarenboven wil ik je vanuit Toppot garanderen dat het geld er daadwerkelijk komt".

Bij brief van 15 december 2008 heeft BKB3 de Programmaproductieovereenkomst met RFN ontbonden.

Bij e-mailbericht van 17 december 2008 heeft BKB3 aan [X] bericht dat de Programmaproductieovereenkomst met RFN was ontbonden, en verder onder meer bericht:

"Aangezien jij echter van RFN de productie Radio Decibel per januari a.s. overneemt en jij het programma via de City FM frequenties gaat doorgeven, zou het nu uitschakelen jouw nieuwe onderneming onnodig schade kunnen toebrengen. Dat is vanzelfsprekend niet mijn bedoeling, zeker niet nu je aan hebt gegeven dat je de betalingen van RFN vanuit Toppot garandeert. Ik zie het toegezegde betalingsvoorstel graag tegemoet en verzeker je dat jullie op basis van genoemde toezegging als tussenoplossing het signaal gewoon kunnen blijven doorgeven tot het moment van de zenderovergang begin januari. (...)

Jouw hoop snel tot een normale samenwerking te komen deel ik en daarbij vertrouw ik er op dat dat lukt. RFN bv heeft daarin echter geen rol meer. Deze vennootschap uit Beuningen heeft zich over de afgelopen 2 jaar een buitengewoon onbetrouwbare contractpartner getoond. Niet alleen voor wat betreft betaalgedrag, maar ook op andere contractuele afspraken als de rapportageverplichting."

Bij e-mailbericht van 15 januari 2009 heeft BKB3 aan [X] bericht dat zij geen betalingsvoorstel heeft ontvangen en dat zij daarom de vanaf de maandag daarop, 19 januari 2009, het audiosignaal van Radio Decibel op 94,9 FM zal vervangen.

Bij e-mailbericht van 16 januari 2009 heeft [X] hierop onder meer geantwoord:

"Voor wat betreft het geld had ik met […] [ [B] , toevoeging hof] afgesproken dat ‒ los van allerlei gedoe over facturen ‒ deze week 25.000 euro wordt overgemaakt on behalf of RFN. Dit geld is dan ook gisteren daadwerkelijk betaalbaar gesteld"

Bij e-mailbericht van 17 januari 2009 heeft [B] aan BLB3 bericht, met cc naar [X] :

"Ik wil graag dit weekend de nieuwe productieovereenkomst met Stichting BKB3 formaliseren."

2.18

Deze grief ziet op het door de rechtbank wegens onvoldoende onderbouwing afgewezen betoog van de curator dat [X] c.s., in het kader van het overnemen van de onderneming van RFN, vanuit een vooropgezet plan ook de sublicentie van de frequentie waarop RFN uitzond, hebben overgenomen door te bewerkstelligen dat de licentiegever de sublicentie wegens niet betaling van de verschuldigde vergoeding ontbond – in weerwil van de toezegging van [X] c.s. dat zij voor de betaling zouden zorgdragen – waardoor RFN niet meer kon uitzenden.

2.19

[X] c.s. hebben daar tegenover aangevoerd dat zij niet hebben geprobeerd de betalingen van RFN aan BKB3 voor de sublicentie tegen te houden of te frustreren. Op 12 september 2008 heeft Toppot zelfs € 20.439,91 betaald om te voorkomen dat de zender van RFN uit de lucht zou worden gehaald wegens achterstanden in de betaling voor de sublicentie. In november en december 2008 kwam RFN in acute geldnood en had RFN opnieuw onvoldoende middelen om de sublicentie te betalen, terwijl het [X] duidelijk werd dat RFN nauwelijks meer (advertentie)inkomsten had en dat de zender niet meer in de lucht gehouden kon worden. Dat is de reden waarom BKB3 de overeenkomst met RFN heeft ontbonden. [B] heeft er bij [X] c.s. op aangedrongen dat de sublicentie in 2009 betaald zou worden ten behoeve van door [B] te verzorgen uitzendingen van de daarvoor door [B] zelf opgezette Radio Unique. Het ging hem er niet om de sublicentie voor RFN te behouden. Hij wilde de frequentie onderbrengen in een nieuwe entiteit ten bate van hemzelf. De e-mail van 17 december 2008 is op aandringen van [B] verzonden en was bedoeld om de radiofrequentie te behouden voor het plan dat Radio Unique op die frequentie zou worden gestart. De in die e-mail genoemde garantie van [X] namens Toppot is in dat kader gedaan en is aan BKB3 gericht en niet aan RFN. [X] c.s. hebben aan RFN geen toezeggingen gedaan om rekeningen van BKB3 ten gunste van RFN te betalen.

2.20

In het licht van de vaststaande feiten en het verweer van [X] c.s. heeft de curator onvoldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat [X] c.s. in verband met de sublicentie onrechtmatig hebben gehandeld of ongerechtvaardigd zijn verrijkt.

Meer in het bijzonder heeft de curator onvoldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat [X] c.s. een vooropgezet plan hadden om de sublicentie aan RFN te onttrekken. Niet blijkt dat [X] c.s. zich jegens RFN hadden verbonden om de betalingen aan BKB3 voor de sublicentie van RFN te blijven voldoen, noch dat RFN er onder de gegeven omstandigheden – waaronder in het bijzonder de verlieslatende exploitatie van de radiozender door RFN en haar door de curator niet betwiste geldnood – erop mocht vertrouwen dat [X] c.s. met betaling van de sublicentie zouden blijven voortgaan. De stellingen van de curator onderbouwen ook niet dat [X] c.s. gehouden waren om af te zien van pogingen om later zelf een sublicentie te verwerven. Aan bewijslevering komt het hof niet toe. Deze grief faalt eveneens.

goodwill (grief 7)

2.21

De curator heeft verlies van aan de station identity van RFN verbonden goodwill mede ten grondslag gelegd aan zijn vorderingen tot schadevergoeding uit hoofde van onrechtmatige daad dan wel ongerechtvaardigde verrijking. [X] c.s. hebben evenwel onbetwist gesteld dat RFN niet beschikte over belangrijke componenten van de door de curator bedoelde station identity. RFN beschikte niet over het voor haar uitstraling essentiële (beeld)merk ‒ dat immers aan [B] toekwam ‒ en evenmin over de voor de uitzendingen benodigde frequentie ‒ waarvoor BKB3 de sublicentie immers had ontbonden. In het licht daarvan, en gezien de omstandigheid dat de genoemde (volgens de curator voor de uitstraling van het door RFN geëxploiteerde radiostation essentiële) diskjockeys waren overgestapt, alsmede de stelling van de curator zelf (ter comparitie in eerste aanleg) dat RFN verlies maakte, zoals ook blijkt uit de overgelegde tussentijdse balans en winst en verliesrekening per 31 augustus 2008 van RFN, heeft de curator het bestaan van aan RFN verbonden goodwill die voor vergoeding in aanmerking komt onvoldoende onderbouwd. Ook op dit punt is bewijslevering dus niet aan de orde. Deze grief faalt.

2.22

De grieven 3, 5, 6 en 7 falen. De grieven 2 en 4 vergen een nadere beoordeling. Het hof zal elke verdere beoordeling aanhouden.

2.23

Het hof wenst tot slot nog het volgende aan partijen voor te leggen. Uit hetgeen hiervoor is beslist, volgt dat voortzetting van deze procedure nog beperkt financieel belang heeft, waardoor het aangewezen voorkomt dat partijen over de nog uitstaande onderwerpen onderling een vergelijk beproeven.

3 Beslissing

Het hof:

laat de curator toe tot het leveren van het bewijs:

dat [X] c.s. ten aanzien van lopende advertentie-overeenkomsten bewerkstelligd hebben dat uit hoofde daarvan aan RFN verschuldigde betalingen aan [X] c.s. zijn betaald;

dat [X] c.s. in februari 2009 de volgende apparatuur van RFN hebben ontvreemd:

- 2 20 inch beeldschermen van het merk IIYma;

- 2 24 inch beeldschermen van het merk IIYma;

- 1 software Dongel;

- 1 radiomanager softwarepakket;

- 2 werkstations van het merk XXODD XCI C2 7300 Intel;

- 2 15 inch notebooks van het merk XXODD XNi9008d;

- 2 laptops van het merk Toshiba;

- 1 Dell computer;

- 1 HP Kayak;

- Externe harde schijven;

- Mengtafel Optimom ad € 8.846,00;

- jinglespakket, ontwikkeld door Top Format (de "oude" jingles);

- Logitech 2.1 Z-4i speakerset wit (als vermeld op een factuur van BCE Computers van 15 september 2007);

bepaalt dat als de curator het bewijs wenst te leveren door getuigen een getuigenverhoor zal plaatshebben ten overstaan van het hierbij tot raadsheer-commissaris benoemde lid van het hof, mr. D.J. Oranje, die daartoe zitting zal houden in één van de zalen van het Paleis van Justitie aan het IJdok 20 te Amsterdam op een nader te bepalen dag en uur;

verwijst de zaak naar de rol van 21 juli 2020 voor opgave door de advocaat van de curator van de verhinderdata van beide partijen en de getuige(n) in de maanden september tot en met november 2020;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, D.J. Oranje en J.M. de Jongh en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2020.